1. Vier doelwitactoren
De verschillen hebben betrekking op de aard van het deelnemers-systeem
(individuen, gezinnen, groepen, gemeenschappen) maar ook op de doelen
en hefbomen die de sociaal werker effectief acht voor sociale verandering.
Werken met individuen, gezinnen en nabije contexten
- Vergroten van zelfredzaamheid van individu of zijn nabije context
met de hulpbronnen van de “cliënt”.
- Het gaat hier in eerste instantie over hulp- en dienstverlening.
Werken met groepen, gemeenschappen, buurten
- Vertrekken van de mogelijkheid van de groep om in onderling
samenspel tussen de groepsleden tot oplossingen te komen voor
problemen en persoonlijke en maatschappelijke uitdagingen.
- De groep als experimenteerplaats voor sociale verandering.
- Persoonlijke ontwikkeling, empowerment en emancipatieprocessen
kunnen in een groep tot stand komen.
Werken aan en in organisaties
- Werken aan (verandering in) organisaties
- Kan van buitenaf BV/ VSK (Vlaamse Scholierenkoepel) ondersteunt
scholen in de ontwikkeling van leerlingenraad met het doel
leerlingenparticipatie te bevorderen
- Kan van binnenuit: BV/ Publieksmedewerker in een museum
Werken aan en in beleid
- Vertrekkend van een sociaal- politieke analyse van problemen en
uitdagingen zet de sow’er in op verandering in de maatschappelijke
structuren. (wetten, beleid, aanbod, steunmaatregelen..)
- Buitenaf: Saamo
- Binnenuit: Signaalwerker bij stad Gent
1
, 2
Methodiek 1: probleemoplossend werken
= het helpen oplossen van specifieke vragen en problemen die worden
voorgelegd door individuen, groepen en gemeenschappen.
Vb. formulieren helpen invullen
Methodiek 2: competentieverhogend werken
= in samenhang met de probleemoplossing werkt de sociaal werker aan
de handelingscompetentie van de betrokken personen, groepen en hun
samenlevingsverbanden om zo in de toekomst hun autonomie te
vergroten.
Vb. vorming voor leerkrachten voorzien rond pestgedrag
Methodiek 3: structureel werken
= door individuele problemen te collectiviseren en samen met de
belanghebbenden én de structuren (beleidsmakers,
basisdienstverleners….) werken aan duurzame oplossingen
= door signalen op te vangen en door te spelen naar de actoren die
impact hebben. Een signaal is een persoons of situatie overstijgend
probleem
= door de maatschappelijke problemen en hiaten die leiden tot uitsluiting,
ongelijkheid en armoede onderkennen en deze systematisch te
beïnvloeden, samen met de betrokkenen, met het oog op een
menswaardig bestaan en een sociaal rechtvaardige samenleving
2