LES 1: HUMANE BLIK OP I(AR)
(Interieur)architectuur en de relatie mens-omgeving:
Onze levens worden beïnvloed en gevormd door de plaatsen waar we hebben
gewoond en de mensen die we hebben ontmoet. Die plaatsen worden ontworpen
en wij vullen ze met ervaringen, betekenis en herinneringen.
(Interieur)architectuur is deel van een groter geheel: een systeem, een context.
Het ontwerpen in interieur(architectuur) is vaak interdisciplinair.
De mens als maat:
Verschillende stromingen in de ontwikkelingspsychologie bieden elk een unieke
kijk op het leven, menselijke ontwikkeling en gedrag.
Er is een focus op systematisch perspectief, waarbij de omgeving een belangrijke
rol speelt.
Systematisch perspectief:
Urie Bronfenbrenner: ‘bio-ecologisch model’
Microsysteem: dichtste bij het individu (vb.
ouders)
Mesosysteem: iets verder van het individu
(vb. dorp, wijk, geloofsgemeenschap)
Exosysteem: geen direct contact, maar wel
impact op de ontwikkeling (vb. media,
werksituatie ouders)
Chronosysteem: invloed van de tijdsgeest
en levensfase van het individu
Deze systemen interageren en beïnvloeden
de ontwikkeling van een individu. Ze staan niet
los van elkaar.
Lev Vygotsky: sociaal-culturele theorie
Benadrukt het belang van cultuur (als systeem) voor een
volledig inzicht in de ontwikkeling van een individu.
Vb. innovatieve vormen van wonen voorn ouderen in
Vlaanderen
1
,The user-needs gap:
Volgens Zeisel is er een ‘user-needs gap’ in architectuur.
Empathie is essentieel, maar niet altijd gemakkelijk, vooral bij het
omgaan met vele diverse stakeholders en de daarmee gepaard
gaande dilemma’s.
Vb. betrokken stakeholders bij campus Diepenbeek: studenten,
personeel, de gemeente, bezoekers, buurtbewoners… er zijn dus veel
verschillende noden en wensen die meespelen bij ontwerpkeuzes en -
beslissingen.
Place attachment
Low & Altman: ‘the bonding of people to places’ = de band van mensen met
plaatsen
Scannell & Gifford: ‘ties with people, groups, objects and places are essential to
connect people with their environment, as well as their past and future.’
Ray Oldenburg: ‘third places’ = plaatsen die noch thuis, noch de werkplek zijn,
waar mensen informeel samenkomen ‘home away from home’
Diversiteit in terminologie:
Sense of place
Place attachment
Place dependence
Place identity
Deze brede definities leiden tot een brede focus in onderzoek, maar de
emotionele relaties tussen mens en ruimte stonden tot voor kort centraal.
Nieuwere inzichten in Place Attachment:
Beyond the residence publieke ruimtes (vb. ‘third places’)
Er is aandacht voor negatieve aspecten van mens-ruimte relaties (vb.
plaatsen van scheiding, geweld…)
o Topofilia vs topohobia
Het dynamisch karakter van mens-ruimte relaties wordt erkend
o Being home vs. being away from home zo leren we nieuwe
plekken kennen, leren we nieuwe ervaringen opdoen. Draagt bij
aan wat we ‘home’ noemen of, met welke plek we ons ‘verbonden’
voelen.
o Veranderingen maken ons bewuster van onze relatie met een plek.
Mensen zijn actieve vormgevers van hun omgeving
Het is een individueel fenomeen, maar kan niet los gezien worden van de
context waarin je leeft.
2
,Componenten van Place Attachment:
Een persoon heeft een individuele band met een plek, herinneringen,
mijlpalen en de deelname aan groepen die waarden en geschiedenis delen
Psychologisch proces:
o Affect: emotionele verbinding (topofilia)
o Cognitie: bewustzijn waarom een plek betekenisvol is (kennis,
betekenis, herinnering van details)
o Gedrag: uiting van betrokkenheid
Plek:
o Fysiek aspect: nabijheid, aanwezigheid van voorzieningen
o Sociaal aspect: plekken voor sociale interactie en groepsidentiteit
Redenen/functies van Place Attachment:
Biedt veiligheid en ondersteunt overleven
Ondersteunt belangrijke persoonlijke doelen
Zorgt voor continuïteit
Creëert een gevoel van ‘ergens bij horen’ The tripartite model of place
attachment, Scannell & Gifford
Versterkt identiteit en zelfvertrouwen (2010)
Design for Wellbeing (DfW)
De relevantie vandaag: maatschappelijke nood, economisch belang, politieke
agenda.
DfW is relevant in typologieën waar mensen relatief lang verblijven:
Woning, wooncontext
Zorginstellingen
Onderwijs
Kantoren/werkplekken
Winkelruimtes
Specifieke aandacht voor: wonen, welbevinden en ouderen
3
, Literatuur: Manzo – 2003
Manzo bespreekt zijn onderzoek naar:
- Sense of place
- Place attachment
- Place identity
- Place dependence
Beschrijft hoe mensen zich emotioneel verbinden met plekken.
Volgens Manzo is er een probleem: de theorie is breed en rijk, maar het
empirische onderzoek is te smal.
De invloed van filosofische perspectieven:
Fenomenologie biedt een rijke theoretische basis door zich te richten op de
betekenissen en ervaringen van plaatsen, en ‘being-in-the-world’ als een
fundamentele, onherleidbare essentie te zien.
Filosofen (Husserl, Merleau-Ponty en Heidegger): een plaats is een onafhankelijk
deel van het bestaan.
Dwelling (wonen of verblijven) beschrijft een manier van zijn in de wereld.
Tuan beschrijft hoe ongedifferentieerde ‘ruimte’ evolueert naar ‘plaats’ door
kennis en waarde. Emotie voegt een diepe betekenis toe door ‘de gestage
aanwas van sentiment’.
De metafoor van ‘thuis’:
‘Thuis’ is een metafoor voor:
- Een breed scala aan associaties en betekenissen.
- Een letterlijke interpretatie die de residentie als archetypisch landschap
ziet.
Thuis is niet automatisch een positieve plek. Niet iedereen ervaart zijn huis als
veilig en positief, mensen ontwikkelen ook sterke banden met andere plekken ver
buiten hun omgeving.
Plaatsverbondenheid:
Het wordt vaak beschreven als een positieve band. Manzo betoogt dat dit te
beperkt is.
Mensen kunnen ook:
- Angst voelen voor een plek
- Verdriet of trauma koppelen aan een plek
- Zich buitengesloten voelen
4