2025-2026 Bo Van Goidsenhoven
PERSONEN EN FAMILIERECHT
INLEIDING (NIET TE KENNEN)
DEEL 1: PERSONENRECHT
• Algemeen personenrecht = van toepassing op iedereen
o Feitelijke en juridische identiteit als individu
• Bijzonder personenrecht = slecht van toepassing op bepaalde categorieën van personen
o Identiteit als natie
o Persoonlijke kenmerken (leeftijd, opvattingen, minderjarigen)
3 juridische categorieën of entiteiten = voorwerpen, dieren en personen (natuurlijke en
rechtspersonen)
- We onderscheiden personen van voorwerpen & voorwerpen van dieren
- Art. 1.3 & 3.35 BW onderscheiden de natuurlijke persoon en de rechtspersoon
→ beide soorten krijgen rechtspersoonlijkheid toegeschreven van de wetgever
= de mogelijkheid om drager te zijn van rechten en plichten
- Personen nemen deel aan de rechtsgemeenschap door een bundel van rechten en plichten
(=toneelrol) uit te oefenen mbt de eigen persoon, andere personen, dieren en voorwerpen
Antropocentrisch recht = de mens is er het middelpunt van, het is gemaakt door en voor mensen –
mensen vs instrumenten
→ in de huidige opvatting kunnen slechts 2 entiteiten als persoon deelnemen (natuurlijk persoon =
de mensen & rechtspersoon = door en met mensen gecreëerd)
• Natuurlijke personen
o Mensen van “vlees en bloed” (fysieke verschijningsvorm) en met een juridische rol
bepaalt adhv de staat van de persoon
o Uitsluitend mensen kunnen natuurlijke personen zijn
o Het recht belichaamt en bezielt de mens in diverse regels over zijn lichaam,
gedachten, gevoelens en gedrag
→ deze elementen samen noemen we = de persoonlijkheid
+ regels hierover liggen vervat in de persoonlijkheidsrechten
o Elke mens is uniek = belangrijk dat we ze kunnen individualiseren
o Bundel kan sterke verschillen vertonen tussen personen onderling
, • Rechtspersonen – enkel entiteiten door en met mensen?
o Elke andere entiteit dan de natuurlijke persoon van wie het recht een deelnemer aan
de rechtsgemeenschap maakt
o Het recht kent rechtspersoonlijkheid toe aan entiteiten die door en met natuurlijke
personen zijn gecreëerd + aan entiteiten die dat niet zijn (bv. Dieren & voorwerpen)
FOCUS 2: PERSONEN, DIEREN EN VOORWERPEN
- Alle entiteiten behoren maar tot één categorie → ze vallen nooit buiten een categorie of
maken nooit deel uit van 2 categorieën (je kan geen mens en dier samen zijn)
- Basisonderscheid tussen personen en voorwerpen
o Later ook onderscheid tussen dieren
o Personen zijn in staat om als denkend en voelend wezen rechten en plichten op te
nemen en zo hun stoffelijke omgeving te controleren. Voorwerpen en dieren kunnen
dus niet zijn
o Personen hebben de volheid van bevoegdheid om voorwerpen en dieren te
gebruiken, ervan genot te hebben en erover te beschikken tot waar grenzen van
derden reiken. (Art 3.50 en 3.39 2e lid)
▪ Voorwerpen en dieren zijn het voorwerp van rechten van personen
= hebben geen bevoegdheden, laat staan rechten
o Het objectief recht regelt slechts de relatie van personen onderling
(bv. Mijn eigendomsrecht op een goed duid een relatie aan tussen mij en alle andere
personen (niet het goed), de andere hebben geen verplichting tegenover het goed
maar tegenover mij).
o Actor-netwerktheorie = erkent binnen het netwerk van het recht ook de Agency van
niet-menselijke elementen die het netwerk samenstellen met menselijke entiteiten.
▪ Ook dieren en voorwerpen zijn in deze cursus gematerialiseerde actanten
met eigen-waardige belangen waarmee mensen rekening moeten houden.
▪ Zo kunnen ze gedeeltelijke rechtspersoonlijkheid verwerven en kan iets
tegelijk dier en mens zijn.
- Dieren
o Hebben gevoelsvermogen en biologische noden (Art. 3.39 BW)
o Ze worden in Art. 3.38 BW als derde juridische categorie, onderscheiden van
personen en voorwerpen
o Regeling van voorwerpen nog van toepassing: bevordering van het welzijn van dieren
staat in functie van de hoger gewaardeerde belangen van mensen.
o Dierwaardigheid = dier is een levend wezen met gevoel, eigen belangen en
waardigheid dat van een bijzondere beschermingd geniet
o Toekenning rechtspersoonlijkheid? Vertrekt vanuit mens (= antropocentrische
benadering)
▪ Wel: enkel diersoorten die op mens lijken of nauw verbonden zijn bv:
gezelschapsdieren
▪ Niet: dieren zijn niet in staat om als morele wezens naast rechten ook
plichten op te nemen
2
, - Andere dragers van leven: lucht, aarde, water, planten en bomen.
- Levenloze entiteiten
o Geen dragers van leven: maar hebben voor mensheid immateriële waarde.
Bv: cultuurgoederen (Art. 3.2 BW)
o Subject (actieve entiteiten) vs. object
▪ Denken en voelen: actieve entiteiten
▪ Bevoegdheden
o Gematerialiseerde vs. gematerialiseerde opvatting van recht
▪ Gematerialiseerde opvatting van het recht: tot verhouding staan met een
object
▪ Gematerialiseerd: verhouding tot object is niet relevant: enkel kijken naar
verhoudingen tussen mensen
▪ Maar dan doen we afbreuk aan niet-menselijke entiteiten
- Actor-netwerktheorie en achterhaalde categorieën
o Gaat ervanuit dat je niet enkel kijkt naar de menselijke knooppunten maar ook naar
de niet-menselijke knooppunten en wat deze als betekenis kunnen hebben.
- Dieren
o Gevoelsvermogen en biologische noden
o Symbolische bescherming
o Specimen vs species – bv. huisdier
o Instrumentele bescherming
o Eigen-waardige bescherming
FAMILIERECHT
- Geen wettelijke definitie (familie/gezin/huishouden/uitgebreide familie)
- 3 familierechtelijke betrekkingen (de ‘Heilige Drievuldigheid’ van het familierecht)
o Partners (‘horizontaal’ – binnen één generatie): tafel en/of bed; drie relatievormen
o Ouders en kinderen (‘verticaal’ – over generaties heen): wie en wat
o Uitgebreide familie: (bloed- of aan)verwantschap (over generaties heen), sociaal
netwerk
3
, DEEL 1: PERSONENRECHT
H2: PERSONEN
WAAROVER GAAT HET?
- Persoon = de gehele rol die de toneelspeler op zich neemt
o Dient erom te bepalen welke entiteiten zich, in welke rollen, als spelers op het toneel
van de rechtsgemeenschap mogen begeven
o De staat van de persoon bepaalt in welke rol en met welke bundel een persoon
juridisch een tonelen mag verschijnen
- Antropocentrisch recht = mens is middelpunt van recht: het is gemaakt door mensen en voor
mensen
o 2 soorten entiteiten: de mensen en de entiteiten die door mensen worden
gecreëerd; rechtspersonen
- Natuurlijke persoon = personen achter wier juridische masker een menselijk persoon van
vlees en bloed schuilgaat
o Mens van vlees en bloed = gematerialiseerd
o Mens als juridische entiteit is gematerialiseerd om de juridische rol te bepalen
- Rechtspersoon = de persoon in zijn geheel
o Ruime betekenis: synoniem van persoon
o Beperkte betekenis: elke andere entiteit dan een natuurlijke persoon
• De natuurlijke persoon
• De menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten
• De juridische persoon en zijn staat
• De identificatie van de persoon
ADELING 2: DE NATUURLIJKE PERSONEN
1. Wie
2. Vanaf wanneer
3. Tot wanneer
WIE
§1. DE MENS
Welke entiteit is een mens (cf. ‘monstres’; cyborgs)?
- Elke entiteit → algemene en gelijke toekenning van rechtspersoonlijkheid aan alle mensen
- Slavernij, standenmaatschappij en burgerlijke dood als straf = afgeschaft (Art. 4 1e lid EVRM
en Art. 10 & 18 GW)
- Mens = het wezen dat uit een mens wordt geboren
- Dat wezen is ook obv uitsluitend menselijke gameten verwekt (geslachtscellen)
4
PERSONEN EN FAMILIERECHT
INLEIDING (NIET TE KENNEN)
DEEL 1: PERSONENRECHT
• Algemeen personenrecht = van toepassing op iedereen
o Feitelijke en juridische identiteit als individu
• Bijzonder personenrecht = slecht van toepassing op bepaalde categorieën van personen
o Identiteit als natie
o Persoonlijke kenmerken (leeftijd, opvattingen, minderjarigen)
3 juridische categorieën of entiteiten = voorwerpen, dieren en personen (natuurlijke en
rechtspersonen)
- We onderscheiden personen van voorwerpen & voorwerpen van dieren
- Art. 1.3 & 3.35 BW onderscheiden de natuurlijke persoon en de rechtspersoon
→ beide soorten krijgen rechtspersoonlijkheid toegeschreven van de wetgever
= de mogelijkheid om drager te zijn van rechten en plichten
- Personen nemen deel aan de rechtsgemeenschap door een bundel van rechten en plichten
(=toneelrol) uit te oefenen mbt de eigen persoon, andere personen, dieren en voorwerpen
Antropocentrisch recht = de mens is er het middelpunt van, het is gemaakt door en voor mensen –
mensen vs instrumenten
→ in de huidige opvatting kunnen slechts 2 entiteiten als persoon deelnemen (natuurlijk persoon =
de mensen & rechtspersoon = door en met mensen gecreëerd)
• Natuurlijke personen
o Mensen van “vlees en bloed” (fysieke verschijningsvorm) en met een juridische rol
bepaalt adhv de staat van de persoon
o Uitsluitend mensen kunnen natuurlijke personen zijn
o Het recht belichaamt en bezielt de mens in diverse regels over zijn lichaam,
gedachten, gevoelens en gedrag
→ deze elementen samen noemen we = de persoonlijkheid
+ regels hierover liggen vervat in de persoonlijkheidsrechten
o Elke mens is uniek = belangrijk dat we ze kunnen individualiseren
o Bundel kan sterke verschillen vertonen tussen personen onderling
, • Rechtspersonen – enkel entiteiten door en met mensen?
o Elke andere entiteit dan de natuurlijke persoon van wie het recht een deelnemer aan
de rechtsgemeenschap maakt
o Het recht kent rechtspersoonlijkheid toe aan entiteiten die door en met natuurlijke
personen zijn gecreëerd + aan entiteiten die dat niet zijn (bv. Dieren & voorwerpen)
FOCUS 2: PERSONEN, DIEREN EN VOORWERPEN
- Alle entiteiten behoren maar tot één categorie → ze vallen nooit buiten een categorie of
maken nooit deel uit van 2 categorieën (je kan geen mens en dier samen zijn)
- Basisonderscheid tussen personen en voorwerpen
o Later ook onderscheid tussen dieren
o Personen zijn in staat om als denkend en voelend wezen rechten en plichten op te
nemen en zo hun stoffelijke omgeving te controleren. Voorwerpen en dieren kunnen
dus niet zijn
o Personen hebben de volheid van bevoegdheid om voorwerpen en dieren te
gebruiken, ervan genot te hebben en erover te beschikken tot waar grenzen van
derden reiken. (Art 3.50 en 3.39 2e lid)
▪ Voorwerpen en dieren zijn het voorwerp van rechten van personen
= hebben geen bevoegdheden, laat staan rechten
o Het objectief recht regelt slechts de relatie van personen onderling
(bv. Mijn eigendomsrecht op een goed duid een relatie aan tussen mij en alle andere
personen (niet het goed), de andere hebben geen verplichting tegenover het goed
maar tegenover mij).
o Actor-netwerktheorie = erkent binnen het netwerk van het recht ook de Agency van
niet-menselijke elementen die het netwerk samenstellen met menselijke entiteiten.
▪ Ook dieren en voorwerpen zijn in deze cursus gematerialiseerde actanten
met eigen-waardige belangen waarmee mensen rekening moeten houden.
▪ Zo kunnen ze gedeeltelijke rechtspersoonlijkheid verwerven en kan iets
tegelijk dier en mens zijn.
- Dieren
o Hebben gevoelsvermogen en biologische noden (Art. 3.39 BW)
o Ze worden in Art. 3.38 BW als derde juridische categorie, onderscheiden van
personen en voorwerpen
o Regeling van voorwerpen nog van toepassing: bevordering van het welzijn van dieren
staat in functie van de hoger gewaardeerde belangen van mensen.
o Dierwaardigheid = dier is een levend wezen met gevoel, eigen belangen en
waardigheid dat van een bijzondere beschermingd geniet
o Toekenning rechtspersoonlijkheid? Vertrekt vanuit mens (= antropocentrische
benadering)
▪ Wel: enkel diersoorten die op mens lijken of nauw verbonden zijn bv:
gezelschapsdieren
▪ Niet: dieren zijn niet in staat om als morele wezens naast rechten ook
plichten op te nemen
2
, - Andere dragers van leven: lucht, aarde, water, planten en bomen.
- Levenloze entiteiten
o Geen dragers van leven: maar hebben voor mensheid immateriële waarde.
Bv: cultuurgoederen (Art. 3.2 BW)
o Subject (actieve entiteiten) vs. object
▪ Denken en voelen: actieve entiteiten
▪ Bevoegdheden
o Gematerialiseerde vs. gematerialiseerde opvatting van recht
▪ Gematerialiseerde opvatting van het recht: tot verhouding staan met een
object
▪ Gematerialiseerd: verhouding tot object is niet relevant: enkel kijken naar
verhoudingen tussen mensen
▪ Maar dan doen we afbreuk aan niet-menselijke entiteiten
- Actor-netwerktheorie en achterhaalde categorieën
o Gaat ervanuit dat je niet enkel kijkt naar de menselijke knooppunten maar ook naar
de niet-menselijke knooppunten en wat deze als betekenis kunnen hebben.
- Dieren
o Gevoelsvermogen en biologische noden
o Symbolische bescherming
o Specimen vs species – bv. huisdier
o Instrumentele bescherming
o Eigen-waardige bescherming
FAMILIERECHT
- Geen wettelijke definitie (familie/gezin/huishouden/uitgebreide familie)
- 3 familierechtelijke betrekkingen (de ‘Heilige Drievuldigheid’ van het familierecht)
o Partners (‘horizontaal’ – binnen één generatie): tafel en/of bed; drie relatievormen
o Ouders en kinderen (‘verticaal’ – over generaties heen): wie en wat
o Uitgebreide familie: (bloed- of aan)verwantschap (over generaties heen), sociaal
netwerk
3
, DEEL 1: PERSONENRECHT
H2: PERSONEN
WAAROVER GAAT HET?
- Persoon = de gehele rol die de toneelspeler op zich neemt
o Dient erom te bepalen welke entiteiten zich, in welke rollen, als spelers op het toneel
van de rechtsgemeenschap mogen begeven
o De staat van de persoon bepaalt in welke rol en met welke bundel een persoon
juridisch een tonelen mag verschijnen
- Antropocentrisch recht = mens is middelpunt van recht: het is gemaakt door mensen en voor
mensen
o 2 soorten entiteiten: de mensen en de entiteiten die door mensen worden
gecreëerd; rechtspersonen
- Natuurlijke persoon = personen achter wier juridische masker een menselijk persoon van
vlees en bloed schuilgaat
o Mens van vlees en bloed = gematerialiseerd
o Mens als juridische entiteit is gematerialiseerd om de juridische rol te bepalen
- Rechtspersoon = de persoon in zijn geheel
o Ruime betekenis: synoniem van persoon
o Beperkte betekenis: elke andere entiteit dan een natuurlijke persoon
• De natuurlijke persoon
• De menselijke persoon en zijn persoonlijkheidsrechten
• De juridische persoon en zijn staat
• De identificatie van de persoon
ADELING 2: DE NATUURLIJKE PERSONEN
1. Wie
2. Vanaf wanneer
3. Tot wanneer
WIE
§1. DE MENS
Welke entiteit is een mens (cf. ‘monstres’; cyborgs)?
- Elke entiteit → algemene en gelijke toekenning van rechtspersoonlijkheid aan alle mensen
- Slavernij, standenmaatschappij en burgerlijke dood als straf = afgeschaft (Art. 4 1e lid EVRM
en Art. 10 & 18 GW)
- Mens = het wezen dat uit een mens wordt geboren
- Dat wezen is ook obv uitsluitend menselijke gameten verwekt (geslachtscellen)
4