Blok 2 – Maatschappijleer
Je kunt uitleggen waarom er regels zijn en hoe jij die leert kennen:
Regels: menselijke uitvinding om de samenleving met elkaar samen te laten leven en
conflicten op te lossen. Deze regels komen voort uit de waarden van een land, wij leren die
regels via het socialisatieproces. Vroeger waren regels tradities, nu alles in wetboeken.
Je kunt uitleggen wat er is veranderd aan regels sinds de 17e eeuw aan de hand van het
begrip staatsvorming en rationalisering:
17e eeuw -> proces staatsvorming (1648) begint
Dit begon na de 80-jarige oorlog
Staten kunnen regels voor de hele staat vastleggen in wetboeken en ook handhaven. Vanaf
dit moment is het aantal wetten steeds verder toegenomen.
Staatsvorming = in het hele gebied dezelfde regels, zodat het beheersbaar en
controleerbaar wordt; de ontwikkeling waarbij een gebied steeds meer als eenheid wordt
bestuurd, door één overheid, vanuit een hoofdstad.
Rationalisering: staatsvorming is onderdeel van het proces rationalisering:
het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid, met de bedoeling
haar voorspelbaar en beheersbaar te maken.
Niemand staat boven de wet.
Je kunt voorbeelden van klassieke en sociale grondrechten benoemen en het verschil
uitleggen:
Klassieke grondrechten: de overheid mag niet
Verbod op discriminatie (gelijkheidsrecht)
Stemrecht
Vrijheid van godsdienst (vrijheidsrecht)
Vrijheid van meningsuiting (vrijheidsrecht)
o Uitzondering: aanzetting tot haat en geweld
Sociale grondrechten: de overheid moet zijn best doen
Werkgelegenheid
Verdelen van de welvaart
Leefbaarheid
Volksgezondheid
Onderwijs
,Je kunt uitleggen wat de grondwet is en hoe die gewijzigd kan worden:
In de grondwet staan enerzijds de grondrechten van de burgers, zoals in Nederland de
vrijheid van meningsuiting, de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam en het recht op
privacy en anderzijds is de staatsinrichting van een land erin vastgelegd. Voor Nederland
wordt bijvoorbeeld beschreven wie de regering vormen, hoe het parlement wordt gekozen,
hoe wetgeving en rechtspraak moeten worden georganiseerd en welke overheidsorganen er
verder zijn.
Wijzigen grondwet: procedure van jaren, 2/3 van de kamers moeten het er uiteindelijk mee
eens zijn.
Rechtsstaat = staat waarin de rechten van burgers door wetten worden beschermd tegen de
staatsmacht; staat die het recht als hoogste gezag heeft
Je kunt 4 kenmerken van een rechtsstaat benoemen en het belang van deze kenmerken
voor de praktijk van de rechtsstaat uitleggen:
Grondrechten
o De wet is voor iedereen gelijk
o Mensenrechten worden beschermd
o Wetten liggen vast en zijn voor iedereen toegankelijk
Machtenscheiding
o Waar macht is moet tegenmacht zijn
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechtssprekende macht
Machtenuitvoering
-> Machten houden elkaar in balans
Bescherming tegen willekeur
o Legaliteitsbeginsel: ieder overheidsingrijpen is gebaseerd op de wet
o Onschuldpresumptie: jij bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is en een
rechter jou schuldig verklaart
Onafhankelijke rechters
o Rechters zijn voor het leven benoemd
, o Mogen niet partijdig zijn
o Iedereen moet de mogelijkheid hebben om naar de rechter te gaan
Machtenscheiding
Wetgevende macht -> door het volk gekozen -> parlement -> bedenken wetten en
controleren regering
Uitvoerende macht -> indirect gekozen -> regering -> voeren de wetten uit en stellen
wetten voor
Rechtssprekende macht -> benoemd voor het leven -> onafhankelijke rechters ->
spreken recht op basis van de wet
Je kunt uitleggen hoe het legaliteitsbeginsel en onschuldpresumptie jou beschermen tegen
de willekeur van de overheid:
De overheid kan jou niet zomaar arresteren als ze daar zin in hebben.
Je kunt uitleggen dat de rechtsstraten met een geweldsmonopolie verschillen van
rechtsstaten met vrij wapenbezit:
Geweldsmonopolie:
Alleen overheid heeft monopolie op geweld
Politie en leger mogen alleen geweld gebruiken -> niet meer dan de wet toestaat
VS heeft geen geweldsmonopolie, want vrij wapenbezit
De overheid heeft als enige de macht om criminelen aan te pakken, als haar dat niet
lukt verliest zij het vertrouwen onder de bevolking
Je kunt 3 hoofdsoorten binnen het Nederlandse recht onderscheiden en bij iedere
hoofdsoort voorbeelden noemen:
Burgerlijk recht (civiel recht): conflict tussen burgers onderling
Bestuursrecht: conflict tussen burger(s) en overheid
Strafrecht: conflict tussen overheid en burger(s)
Je kunt uitleggen wat de rol van de rechter, officier van justitie en advocaat is in een
rechtszaak:
Advocaten: verdedigen hun cliënten
Officier van justitie: de officier van justitie treedt op als aanklager. Hij vertelt aan het begin
van de zitting waarvoor de verdachte terecht staat (tenlastelegging). De rechter stelt hierna
, vragen aan de verdachte en eventueel aan getuigen. De officier van justitie zegt vervolgens
wat hij van de zaak vindt en welke straf hij eist (requisitoir). -> uitvoerende macht
Rechter: Ze beslissen of iemand de wet heeft overtreden of schuldig is aan een misdrijf. In
hun vonnis leggen ze een passende maatregel of straf op.
Griffier: maakt verslag van rechtszaak
Je kunt uitleggen wat de bevoegdheden van de politie en de officier van justitie zijn binnen
de opsporing:
De verdachte wordt opgepakt als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat. De politie
mag je verhoren en tijdelijk opsluiten.
De politie doet de opsporing in opdracht van de officieer van justitie, die namens de
samenleving een straf kan eisen tegen een verdachte. De officier moet daarom ook
opsporingsbevoegdheden zoals huisbezoeken en telefoon afluisteren goedkeuren. Wat wel
en niet mag staat in het wetboek van strafvordering.
Officieer van justitie kan drie dingen doen:
- Seponeren: niets doen wegens onvoldoende bewijs
- Schikken: de zaak afdoen met een transactie of taakstraf
- Vervolgen: verdachte voor de rechter brengen (dagvaarden)
Je kunt benoemen en uitleggen op welke rechtsbronnen een rechter zijn of haar uitspraak
kan baseren:
De rechter baseert zijn uitspraken op vier rechtsbronnen:
Internationale verdragen: alle verdragen die NL heeft gekend
Grondwet: uitgewerkt in lagere wetten -> wordt in rechtszaken vooral indirect
gebruikt
Wetten: bijvoorbeeld het wetboek van strafrecht. NL heeft een systeem van
maximum straffen (mag niet hoger straffen geven dan wat in het wetboek staat)
Jurisprudentie: uitspraken van rechters in zaken die lijken op deze zaak
(rechtersrecht)
o Zodat je allemaal op dezelfde manier de wet interpreteert
Je kunt de hiërarchie in rechtbanken reproduceren en de mogelijkheden voor hoger
beroep van een verdachte hiermee aangeven:
Verdachte en officier van justitie mogen in hoger beroep
(1) Hoge raad (bij cassatie (vernietiging (bij fouten in zaak)))
(4) Gerechtshof (bij hoger beroep)
Je kunt uitleggen waarom er regels zijn en hoe jij die leert kennen:
Regels: menselijke uitvinding om de samenleving met elkaar samen te laten leven en
conflicten op te lossen. Deze regels komen voort uit de waarden van een land, wij leren die
regels via het socialisatieproces. Vroeger waren regels tradities, nu alles in wetboeken.
Je kunt uitleggen wat er is veranderd aan regels sinds de 17e eeuw aan de hand van het
begrip staatsvorming en rationalisering:
17e eeuw -> proces staatsvorming (1648) begint
Dit begon na de 80-jarige oorlog
Staten kunnen regels voor de hele staat vastleggen in wetboeken en ook handhaven. Vanaf
dit moment is het aantal wetten steeds verder toegenomen.
Staatsvorming = in het hele gebied dezelfde regels, zodat het beheersbaar en
controleerbaar wordt; de ontwikkeling waarbij een gebied steeds meer als eenheid wordt
bestuurd, door één overheid, vanuit een hoofdstad.
Rationalisering: staatsvorming is onderdeel van het proces rationalisering:
het ordenen en systematiseren van de werkelijkheid, met de bedoeling
haar voorspelbaar en beheersbaar te maken.
Niemand staat boven de wet.
Je kunt voorbeelden van klassieke en sociale grondrechten benoemen en het verschil
uitleggen:
Klassieke grondrechten: de overheid mag niet
Verbod op discriminatie (gelijkheidsrecht)
Stemrecht
Vrijheid van godsdienst (vrijheidsrecht)
Vrijheid van meningsuiting (vrijheidsrecht)
o Uitzondering: aanzetting tot haat en geweld
Sociale grondrechten: de overheid moet zijn best doen
Werkgelegenheid
Verdelen van de welvaart
Leefbaarheid
Volksgezondheid
Onderwijs
,Je kunt uitleggen wat de grondwet is en hoe die gewijzigd kan worden:
In de grondwet staan enerzijds de grondrechten van de burgers, zoals in Nederland de
vrijheid van meningsuiting, de onaantastbaarheid van het menselijk lichaam en het recht op
privacy en anderzijds is de staatsinrichting van een land erin vastgelegd. Voor Nederland
wordt bijvoorbeeld beschreven wie de regering vormen, hoe het parlement wordt gekozen,
hoe wetgeving en rechtspraak moeten worden georganiseerd en welke overheidsorganen er
verder zijn.
Wijzigen grondwet: procedure van jaren, 2/3 van de kamers moeten het er uiteindelijk mee
eens zijn.
Rechtsstaat = staat waarin de rechten van burgers door wetten worden beschermd tegen de
staatsmacht; staat die het recht als hoogste gezag heeft
Je kunt 4 kenmerken van een rechtsstaat benoemen en het belang van deze kenmerken
voor de praktijk van de rechtsstaat uitleggen:
Grondrechten
o De wet is voor iedereen gelijk
o Mensenrechten worden beschermd
o Wetten liggen vast en zijn voor iedereen toegankelijk
Machtenscheiding
o Waar macht is moet tegenmacht zijn
Wetgevende macht
Uitvoerende macht
Rechtssprekende macht
Machtenuitvoering
-> Machten houden elkaar in balans
Bescherming tegen willekeur
o Legaliteitsbeginsel: ieder overheidsingrijpen is gebaseerd op de wet
o Onschuldpresumptie: jij bent onschuldig tot het tegendeel bewezen is en een
rechter jou schuldig verklaart
Onafhankelijke rechters
o Rechters zijn voor het leven benoemd
, o Mogen niet partijdig zijn
o Iedereen moet de mogelijkheid hebben om naar de rechter te gaan
Machtenscheiding
Wetgevende macht -> door het volk gekozen -> parlement -> bedenken wetten en
controleren regering
Uitvoerende macht -> indirect gekozen -> regering -> voeren de wetten uit en stellen
wetten voor
Rechtssprekende macht -> benoemd voor het leven -> onafhankelijke rechters ->
spreken recht op basis van de wet
Je kunt uitleggen hoe het legaliteitsbeginsel en onschuldpresumptie jou beschermen tegen
de willekeur van de overheid:
De overheid kan jou niet zomaar arresteren als ze daar zin in hebben.
Je kunt uitleggen dat de rechtsstraten met een geweldsmonopolie verschillen van
rechtsstaten met vrij wapenbezit:
Geweldsmonopolie:
Alleen overheid heeft monopolie op geweld
Politie en leger mogen alleen geweld gebruiken -> niet meer dan de wet toestaat
VS heeft geen geweldsmonopolie, want vrij wapenbezit
De overheid heeft als enige de macht om criminelen aan te pakken, als haar dat niet
lukt verliest zij het vertrouwen onder de bevolking
Je kunt 3 hoofdsoorten binnen het Nederlandse recht onderscheiden en bij iedere
hoofdsoort voorbeelden noemen:
Burgerlijk recht (civiel recht): conflict tussen burgers onderling
Bestuursrecht: conflict tussen burger(s) en overheid
Strafrecht: conflict tussen overheid en burger(s)
Je kunt uitleggen wat de rol van de rechter, officier van justitie en advocaat is in een
rechtszaak:
Advocaten: verdedigen hun cliënten
Officier van justitie: de officier van justitie treedt op als aanklager. Hij vertelt aan het begin
van de zitting waarvoor de verdachte terecht staat (tenlastelegging). De rechter stelt hierna
, vragen aan de verdachte en eventueel aan getuigen. De officier van justitie zegt vervolgens
wat hij van de zaak vindt en welke straf hij eist (requisitoir). -> uitvoerende macht
Rechter: Ze beslissen of iemand de wet heeft overtreden of schuldig is aan een misdrijf. In
hun vonnis leggen ze een passende maatregel of straf op.
Griffier: maakt verslag van rechtszaak
Je kunt uitleggen wat de bevoegdheden van de politie en de officier van justitie zijn binnen
de opsporing:
De verdachte wordt opgepakt als er een redelijk vermoeden van schuld bestaat. De politie
mag je verhoren en tijdelijk opsluiten.
De politie doet de opsporing in opdracht van de officieer van justitie, die namens de
samenleving een straf kan eisen tegen een verdachte. De officier moet daarom ook
opsporingsbevoegdheden zoals huisbezoeken en telefoon afluisteren goedkeuren. Wat wel
en niet mag staat in het wetboek van strafvordering.
Officieer van justitie kan drie dingen doen:
- Seponeren: niets doen wegens onvoldoende bewijs
- Schikken: de zaak afdoen met een transactie of taakstraf
- Vervolgen: verdachte voor de rechter brengen (dagvaarden)
Je kunt benoemen en uitleggen op welke rechtsbronnen een rechter zijn of haar uitspraak
kan baseren:
De rechter baseert zijn uitspraken op vier rechtsbronnen:
Internationale verdragen: alle verdragen die NL heeft gekend
Grondwet: uitgewerkt in lagere wetten -> wordt in rechtszaken vooral indirect
gebruikt
Wetten: bijvoorbeeld het wetboek van strafrecht. NL heeft een systeem van
maximum straffen (mag niet hoger straffen geven dan wat in het wetboek staat)
Jurisprudentie: uitspraken van rechters in zaken die lijken op deze zaak
(rechtersrecht)
o Zodat je allemaal op dezelfde manier de wet interpreteert
Je kunt de hiërarchie in rechtbanken reproduceren en de mogelijkheden voor hoger
beroep van een verdachte hiermee aangeven:
Verdachte en officier van justitie mogen in hoger beroep
(1) Hoge raad (bij cassatie (vernietiging (bij fouten in zaak)))
(4) Gerechtshof (bij hoger beroep)