psychologie
, Uitleg taak: Take Home Toets
Vertrekken vanuit het principe van intersectionaliteit: gaat over het gegeven dat iedereen in zijn
identiteitsvorming verschillende deelidentiteiten heeft. Gaat over dat het kruispunt van identiteiten
veel meer het verschil uitmaakt dan deelidentiteiten. Bv. zwarte vrouwen en mannen hebben een
andere positie in de maatschappij.
Dat verschil komt vooral tot stand tot het feit dat die dimensies niet beschrijvend, maar machtsgeladen
zijn. Daar zitten bepaalde machtsposities. Afhankelijk van waar jij op een as gaat positioneren, heb je
in onze maatschappij meer of minder macht. Dat is niet een kwestie van willen of goed je best doen,
maar dat is een kwestie van hoe onze maatschappij georganiseerd is. Zo heeft de witte oudere man
in onze maatschappij nog altijd de meeste macht (zie je in onze regering, macht van bestuur, …). Dat
is die machtsgeladenheid, daar moet je vanuit gaan.
Door op bepaalde kruispunten te staan, gaan dat mee bepalen wie dat we zijn en gaat mee onze
ervaringen kleuren. Gaat erom dat al die kruispunten uniek zijn en met die verschillende
machtsposities meer of minder in contact gaan komen. We gaan er dus niet vanuit gaan dat de ene
per definitie beter of slechter is, maar dat anders zijn. Onze ervaringen en kruispunten zijn anders, en
om dat te kunnen begrijpen gaan we moeten ontmoeten. Daar gaat de kern van de cross culturele
hulpverlening liggen; je gaat tot ontmoeting moeten komen en niet tot een aantal veronderstellingen.
Voorbeeld van een kruispunt: godsdienst en seksualiteit.
De opdracht
Deel 1
Gaat iemand moeten ontmoeten die behoort tot een andere deelidentiteit dan de jouwe of die zich
bevindt op een deelidentiteit die voor jou vreemd is.
g Gaat kijken naar je eigen assen en dan zoeken naar iemand die daar ver vanaf staat. Iemand
waar je fundamenteel ver van verwijderd bent en andere ervaringen zou kunnen hebben.
g Je gaat er dan een ontmoeting, een gesprek mee hebben.
Stap 1
Gaat voor jezelf een kruispunt selecteren en kijken wat er interessant zou kunnen zijn om iemand te
gaan ontmoeten. Gaat over moeten nadenken waarom dat kruispunt je intrigeert, interessant vindt.
Gaat voor jezelf uitmaken wat je triggert aan dat kruispunt; kan vanuit je eigen positie, een ervaring, ..
Gaat ook in de literatuur moeten duiken om te kijken hoe dat de persoon die jij ontmoet, en die groep
tot wie hij/zij behoort, staat, positioneert en benaderd wordt in de maatschappij.
g 2-3 artikels over proberen vinden die daar iets over zegt. Zodanig dat je al een beeld hebt over
de groep tot wie jouw persoon behoort/zou kunnen behoren.
3
,Stap 2
Gaat op zoek naar de vreemdeling in jezelf. Gaat nadenken over wat je blinde vlekken zijn = die
aspecten in jezelf waar je niet goed durft aankomen, niet goed naar durft kijken.
g Bv. seksueel misbruik bij mensen met verslaving: je moet als hulpverlener een gesprek
aangaan met een ouder van iemand met verslaving, waarvan je weet dat die die persoon
seksueel heeft misbruikt. => Zou iets kunnen zijn waar je moeilijk mee om kunt.
Je moet zoiets durven toegeven aan jezelf en naar durven kijken. En dat gaat over blinde vlekken, over
de dingen die je moeilijk vind, dat je daar makkelijker uitspraken over gaat doen die veel meer
emotioneel geladen zijn dan over andere dingen. Je hebt dus zo’n dingen die voor jou veel meer
emotioneel geladen zijn, en daar moet je over nadenken. Want dat zijn je blinde vlekken en dat gaat
het moeilijk maken als je in de klinische praktijk zit om de neutraliteit te kunnen behouden. Iedereen
heeft zo’n blinde vlekken!
Een oefening die daarbij kan helpen: op zoek gaan naar die vreemdeling in jezelf. Maakt hiervoor een
korte oefening op “Ziedet” = online leermodule.
g Maak een account op Ziedet.be
g Doorloop module 1 + de opdrachten die hierbij horen (zijn zeer eenvoudige opdrachten om te
kunnen reflecteren hoe je staat tov anderen)
g Doet dit VOOR dat op gesprek gaat
Stap 3
Gaat een gesprek voorbereiden. Gaat opzoek naar iemand op een specifiek kruispunt dat ver van je
afstaat.
g Elke gewone burger komt in aanmerking. Zit verder geen criteria aan vast.
Gaat een interviewguide maken. Gaat een gesprek voorbereiden, ook o.b.v. je blinde vlek, wat je
eigenlijk wilt weten van die persoon. Wat zijn dingen die je wilt weten over dat specifieke kruispunt
van deelidentiteiten en wat dat de ervaringen zijn van die persoon.
g Omdat het een ontmoeting is, is het ook belangrijk om iets over jezelf te vertellen. Het is een
gesprek, geen interview. Wat zeg je over jezelf? En waarom zeg je wat dat je zegt?
g Gaat kijken hoe je jezelf positioneert t.o.v. iemand die toch wel erg verschilt van jou.
Stap 4
Gaat met die persoon een koffie drinken, wandeling doen, … om in gesprek te gaan. Maar wat na het
gesprek komt is het belangrijkste.
Je gaat een relfectie moeten maken:
- Over alles wat vooraf bedacht had over die ervaringen dat dat verschillend kan zijn, en of dat
effectief ook verschillend is.
4
, - Wat verschilt er dan? En wat valt er daarin op?
Mag gesprek opnemen, maar moet niet! Gaat over het gesprek, de ontmoeting en wat je daar zelf
uithaalt.
Praktisch
Welke vragen moet je stellen? Hoelang moet dat duren? …?
g Trek eigen plan. Zijn geen regels voor!
Gaat over het creëeren van de ontmoeting
Deel 1 => 10 van de 15 punten
Deel 2
Stap 1
Zoek een hulpverlenings- of dienstverlenende organisatie in Vlaanderen (brede middenveld) die
mensen met deze deelidentiteit bereikt
g Het maakt niet uit of de organisatie uitsluitend werkt met professionelen dan wel met
vrijwilligers of een combinatie van beiden.
g De organisatie zich als geheel niet uitsluitend op personen met deze deelidentiteit / op het
kruispunt van deelidentiteiten richt waar jouw focus op ligt.
Je gaat hiervan de website verkennen (moet niet in gesprek gaan hiermee)!
Stap 2
In de cursus is er een deel van intersectioneel denken die in het hoorcollege gaan behandelen, maar
daar is ook een deel 2 bij die in de les niet gaan behandelen.
g Gaat over handleiding voor professionals
g Gaat over intersectionele/kruispunt praktijken waar een soort checklist in staat voor wanneer
een organisatie op intersectioneel vlak goed bezig is.
De bedoeling is om de organisatie die je gezocht hebt, dat je daar o.b.v. de info die je vind te gaan
nadenken a.d.h.v. die checklist of dat een kruispunt praktijk is of niet.
g In je paper gaat dus moeten staan dat in de checklist dat-en dat-en dat-… criterium staat en
dat je je organisatie erlangs hebt gelegd en wat je besluit dan is.
g Gaat dus ook effectief moeten verwijzen naar die checklist en niet enkel de organisatie moeten
benoemen.
Deel 3
Dan rondt je af met een conclusie waarin je stilstaat bij wat je allemaal meeneemt uit heel die opdracht
als toekomstige hulpverlener.
5
, Inhoudsopgave
1. HOC 1: Een sociaal demografische blik: superdiversiteit
1.1. Cross-culturele en grootstedelijke psychologie
1.1.1.Waarover gaat het?
1.1.1.1. Angst voor wat we niet kennen
1.1.1.2. Foute onderliggende assumpties
1.1.2.Complexiteit – verschillende lagen
1.2. Superdiversiteit
1.2.1.Naar een post-multiculturalisme
1.2.2.21e eeuw: multiculturalisme voor allerhande nieuwe uitdagingen
1.2.3.Gevolgen
1.2.4.Problemen met het multiculturalisme
1.3. De Belgische migratiegeschiedenis
1.3.1.De jaren 1990: scharniermoment naar superdiversiteit
1.3.2.Na oorlogse migratiegeschiedenis: immigratie en emigratie
1.3.3.De superdiversiteit van de 21e eeuw
1.3.3.1. Een kwantitatieve breuk: majority en minority cities
1.3.3.1.1. Een kwantitatieve breuk
1.3.3.1.2. Een kwalitatieve breuk
1.3.4.Diversiteit in de diversiteit
1.3.4.1. Superdiversiteit: uitdaging voor stad en (psychologische) hulpverlening
1.3.4.1.1. Geraken we uiteindelijk bij het wij-zij denken? (1)
g De kosmopolitische realiteit: meervoudige en gelaagde
identiteiten
1.3.4.1.2. Erken toenemend belang van transnationale realiteit (2)
g Transnationaliteit
1.3.4.1.3. Pak de (gekleurde) armoede (eindelijk) (echt) aan (3)
1.3.4.1.4. Maak van integratie opnieuw een positief burgerschap-verhaal (4)
1.3.4.1.5. Stimuleer Nederlands vanuit erkenning meertaligheid (5)
1.3.4.1.6. Werken aan herverdeling en herkenning (6)
1.3.4.1.7. Werken aan cultuur en identiteit (7)
1.3.4.1.8. Superdiversiteit: interculturalisering van opleidingen en beroepen (8)
1.3.4.1.9. Superdiversiteit. Welke toekomstscenario’s? (9)
g Scenario 1: Angst en vernedering
g Scenario 2: Hoop en empowerment
1.3.5.Superdiversiteit: de kritieken
6