Deel 5: Bewijs van verbintenissen
Titel I: Inleidende begrippen
Hoofdstuk 1: Vrije en gereglementeerde bewijsvoering Boek 8 BW
+ 870-1016 GER W
Bewijs feiten en rechtshandelingen ontstaan meestal vormvrij
(consensualisme), MAAR ze zijn juridisch alleen relevant als je ze kan
bewijzen.
Verschil tussen gelijk hebben en gelijk halen (=bewijs leveren)
Bewijzen= de rechter overtuigen van feiten volgens de wet
Bewijsrecht= regels over hoe je dat moet doen
- Vrij bewijsstelsel: alle bewijsmiddelen toegelaten 8.8 bv. Tussen
ondernemingen 8.11
- Gereglementeerd bewijsstelsel: enkel bepaalde bewijsmiddelen
toegelaten. Wet kiest voor juridische waarheid (wat bewezen kan
worden). 8.9
Contracten= vormvrij (consensualisme), maar bewijs heeft vaak een
geschrift nodig.
Basiselementen van bewijs:
1. Voorwerp: wat moet bewezen worden
2. Bewijslast: wie moet bewijzen
3. Bewijsstandaard: hoe zeker
4. Bewijsmiddelen: waarmee
5. Bewijswaarde: hoe sterk
6. Toelaatbaarheid: mag het gebruikt worden
Hoofdstuk 2: Wettelijke definities
GESCHRIFT = info op drager (papier/digitaal) die begrijpelijk, duurzaam
en niet zomaar wijzigbaar is. 8.1,1° Vb. contract, e-mail
HANDTEKENING
Functies: identificatie & bevestiging (8.1 2°)
ELEKTRONISCHE HANDTEKENING 8.1 3° BW
Niet altijd gelijk aan handgeschreven. 3 types:
1. Gewone (vb. gescande handtekening)
2. Geavanceerde sterker bewijs
3. Gekwalificeerde (bv. EID) sterker bewijs
, Hoofdstuk 3: Aanvullend recht
Bewijsbedingen: partijen mogen zelf afspraken maken over bewijslast,
middelen & waarde (8.3 BW), MAAR soms verboden
(consumentenbescherming) VI.83,21° & VI.91/5,7° WER
- Factuurregels tov niet-ondernemingen art 8.11
- Authentieke akte enkel aanvechten via valsheidsprocedure 8.17
- Eenzijdige betaling handtekening + bedrag voluit schrijven 8.21
Dwingend recht
Titel II: Basisbeginselen procesrecht
Beschikkingsbeginsel: partijen bepalen of er een proces komt &
waarover het gaat. Rechter mag niet buiten de vraag gaan & moet juiste
recht toepassen Art 1138 GER W
Loyauteitsbeginsel: partijen moeten eerlijke meewerken:
- Medewerkingsplicht: meewerken aan onderzoek rechter, zelfs als
het nadelig is 871 & 877 GER W
- Samenwerkingsplicht: bewijs geven aan tegenpartij indien
relevant bv. Arts moet medisch dossier geven art 8.4 lid 3
Rechter kan info vragen, maatregelen opleggen & sancties geven
(dwangsom)
Partijen moeten alles kennen & kunnen reageren. Rechter mag geen
verassingsbeslissingen nemen.
Titel III: Voorwerp van het bewijs
Hoofdstuk 1: feiten en rechtshandelingen
Wat moet bewezen worden? Enkel betwiste feiten en
rechtshandelingen 8.3 lid 1. Niet betwiste worden automatisch aanvaard
Wat moet NIET bewezen worden?
- Algemeen bekende feiten (8.3 lid 2) vb. huiszwam verzwakt
inwoning
- Ervaringsregels (8.3 lid 2) vb. water kookt bij 100°
Rechter mag NIET steunen op eigen kennis buiten proces.
Hoofdstuk 2: rechtsregels
Titel I: Inleidende begrippen
Hoofdstuk 1: Vrije en gereglementeerde bewijsvoering Boek 8 BW
+ 870-1016 GER W
Bewijs feiten en rechtshandelingen ontstaan meestal vormvrij
(consensualisme), MAAR ze zijn juridisch alleen relevant als je ze kan
bewijzen.
Verschil tussen gelijk hebben en gelijk halen (=bewijs leveren)
Bewijzen= de rechter overtuigen van feiten volgens de wet
Bewijsrecht= regels over hoe je dat moet doen
- Vrij bewijsstelsel: alle bewijsmiddelen toegelaten 8.8 bv. Tussen
ondernemingen 8.11
- Gereglementeerd bewijsstelsel: enkel bepaalde bewijsmiddelen
toegelaten. Wet kiest voor juridische waarheid (wat bewezen kan
worden). 8.9
Contracten= vormvrij (consensualisme), maar bewijs heeft vaak een
geschrift nodig.
Basiselementen van bewijs:
1. Voorwerp: wat moet bewezen worden
2. Bewijslast: wie moet bewijzen
3. Bewijsstandaard: hoe zeker
4. Bewijsmiddelen: waarmee
5. Bewijswaarde: hoe sterk
6. Toelaatbaarheid: mag het gebruikt worden
Hoofdstuk 2: Wettelijke definities
GESCHRIFT = info op drager (papier/digitaal) die begrijpelijk, duurzaam
en niet zomaar wijzigbaar is. 8.1,1° Vb. contract, e-mail
HANDTEKENING
Functies: identificatie & bevestiging (8.1 2°)
ELEKTRONISCHE HANDTEKENING 8.1 3° BW
Niet altijd gelijk aan handgeschreven. 3 types:
1. Gewone (vb. gescande handtekening)
2. Geavanceerde sterker bewijs
3. Gekwalificeerde (bv. EID) sterker bewijs
, Hoofdstuk 3: Aanvullend recht
Bewijsbedingen: partijen mogen zelf afspraken maken over bewijslast,
middelen & waarde (8.3 BW), MAAR soms verboden
(consumentenbescherming) VI.83,21° & VI.91/5,7° WER
- Factuurregels tov niet-ondernemingen art 8.11
- Authentieke akte enkel aanvechten via valsheidsprocedure 8.17
- Eenzijdige betaling handtekening + bedrag voluit schrijven 8.21
Dwingend recht
Titel II: Basisbeginselen procesrecht
Beschikkingsbeginsel: partijen bepalen of er een proces komt &
waarover het gaat. Rechter mag niet buiten de vraag gaan & moet juiste
recht toepassen Art 1138 GER W
Loyauteitsbeginsel: partijen moeten eerlijke meewerken:
- Medewerkingsplicht: meewerken aan onderzoek rechter, zelfs als
het nadelig is 871 & 877 GER W
- Samenwerkingsplicht: bewijs geven aan tegenpartij indien
relevant bv. Arts moet medisch dossier geven art 8.4 lid 3
Rechter kan info vragen, maatregelen opleggen & sancties geven
(dwangsom)
Partijen moeten alles kennen & kunnen reageren. Rechter mag geen
verassingsbeslissingen nemen.
Titel III: Voorwerp van het bewijs
Hoofdstuk 1: feiten en rechtshandelingen
Wat moet bewezen worden? Enkel betwiste feiten en
rechtshandelingen 8.3 lid 1. Niet betwiste worden automatisch aanvaard
Wat moet NIET bewezen worden?
- Algemeen bekende feiten (8.3 lid 2) vb. huiszwam verzwakt
inwoning
- Ervaringsregels (8.3 lid 2) vb. water kookt bij 100°
Rechter mag NIET steunen op eigen kennis buiten proces.
Hoofdstuk 2: rechtsregels