INLEIDING METHODELEER
COLLEGES
Falsificeerbaar: er moeten observaties tegen de voorspelling mogelijk zijn, voornamelijk
te maken met formulering van de stelling
Pseudowetenschap: nep wetenschap
HOOFDSTUK 2
3 claims 4 validiteiten
Claims
1. Causale claim: een uitspraak gebaseerd op oorzaak gevolg tussen twee dingen
(kan je niet omdraaien van richting), uitspraak kan alleen gemaakt worden als er
een experiment is gedaan met controlegroep
2. Frequentie claim: een uitspraak gebaseerd op een hoeveelheid
3. Associatie claim: een uitspraak gebaseerd op een verband tussen twee dingen
(kan je wel omdraaien van richting)
Validiteit
1. Externe validiteit: kan ik mijn resultaten opnieuw produceren in een andere setting
2. Interne validiteit: kan ik zeker vaststellen dat mijn oorzaak-gevolg dat uit het
onderzoek komt niet door andere factoren komt
3. Construct validiteit: wordt er gemeten wat er gemeten moet worden
4. Statistische validiteit: is de conclusie van het verband tussen twee variabelen juist
Criteria voor causaliteit:
Er moet een verband zijn tussen x en y (associatie)
X moet vóor y hebben plaatsgevonden (temporal precedence)
Er zijn geen alternatieve verklaringen voor de verandering in y; het kan alleen x
zijn geweest (interne validiteit)
Coercion: een impliciete of expliciete suggestie dat de mensen die niet deelnemen aan
een studie, hier negatieve gevolgen van zullen ervaren.
Undue influence: een te waardevolle prijs aanbieden voor het meedoen aan een studie,
die mensen niet kunnen weigeren.
Belmont’s basic principles:
1. Principle of respect for persons: elke potentiele deelnemer moet ten hoogte
worden gebracht van alle risico’s en het doel van de studie, en zelf kunnen
bepalen of hij deel wil nemen aan deze studie. Als mensen zelf niet deze keuze
verstandig kunnen maken (denk aan kinderen of mentaal gehandicapte mensen),
moeten zij hiervoor beschermd worden.
, 2. Principle of beneficence: onderzoekers moeten voorzorgmaatregelen nemen
om hun deelnemers te beschermen en hun welzijn te verzekeren
3. Principle of justice: er moet geen ongelijkheid zijn tussen de soort deelnemers
van het onderzoek en de soort mensen die profiteren van het onderzoek, zij
moeten van gelijk ras/afkomst zijn.
APA vijf algemene principes
1. Beneficence en nonmaleficence: zelfde als Belmont.
2. Fidelity en responsibility: relaties in een professionele situatie moeten
vertrouwd en professioneel blijven.
3. Integrity: streven naar eerlijkheid en accuraatheid in de rol die beoefend wordt.
4. Justice: zelfde als Belmont.
5. Respect for persons: zelfde als Belmont.
Ethical standards for research:
1. Institutional review board (IRB): commissie die de studie bekijkt en
beoordeeld of deze voldoet aan normen en waarden. Bestaat uit 5 of meer
mensen, 1 moet een wetenschapper zijn, 1 moet academisch opgeleid zijn, maar
niet in de wetenschap, 1 moet niets te maken hebben met de institutie.
2. Informed consent: de onderzoeker moet elke deelnemer in alledaagse taal
uitleggen wat de studie inhoudt, wat de risico’s zijn en wat de voordelen zijn van
de studie. Ook moet worden verteld of de resultaten van de studie openbaar,
anoniem of privé zullen zijn.
3. Deception: als het nodig is, mogen deelnemers van een studie misleidt worden,
dit door informatie achter te houden of te liegen over bepaalde dingen. Misleiding
mag alleen wanneer de studie zonder niet bruikbaar is. Ook moet er wel aan de
andere principes zoals justice en respect voldaan worden.
HOOFDSTUK 5
Convergente validiteit: mate waarin metingen van hetzelfde onderwerp
overeenkomen, hoge convergente validiteit is als zij overeenkomen, lage convergente
validiteit is als zij niet overeenkomen.
Discriminante validiteit: mate waarin metingen van verschillende onderwerpen
overeenkomen, hoge discriminante validiteit is als zij niet overeenkomen, lage
discriminante validiteit is als zij wel overeenkomen.
HOOFDSTUK 7
Steekproeftrekkingen
Probability sampling: elk individu heeft dezelfde kans om in de steekproef te komen.
COLLEGES
Falsificeerbaar: er moeten observaties tegen de voorspelling mogelijk zijn, voornamelijk
te maken met formulering van de stelling
Pseudowetenschap: nep wetenschap
HOOFDSTUK 2
3 claims 4 validiteiten
Claims
1. Causale claim: een uitspraak gebaseerd op oorzaak gevolg tussen twee dingen
(kan je niet omdraaien van richting), uitspraak kan alleen gemaakt worden als er
een experiment is gedaan met controlegroep
2. Frequentie claim: een uitspraak gebaseerd op een hoeveelheid
3. Associatie claim: een uitspraak gebaseerd op een verband tussen twee dingen
(kan je wel omdraaien van richting)
Validiteit
1. Externe validiteit: kan ik mijn resultaten opnieuw produceren in een andere setting
2. Interne validiteit: kan ik zeker vaststellen dat mijn oorzaak-gevolg dat uit het
onderzoek komt niet door andere factoren komt
3. Construct validiteit: wordt er gemeten wat er gemeten moet worden
4. Statistische validiteit: is de conclusie van het verband tussen twee variabelen juist
Criteria voor causaliteit:
Er moet een verband zijn tussen x en y (associatie)
X moet vóor y hebben plaatsgevonden (temporal precedence)
Er zijn geen alternatieve verklaringen voor de verandering in y; het kan alleen x
zijn geweest (interne validiteit)
Coercion: een impliciete of expliciete suggestie dat de mensen die niet deelnemen aan
een studie, hier negatieve gevolgen van zullen ervaren.
Undue influence: een te waardevolle prijs aanbieden voor het meedoen aan een studie,
die mensen niet kunnen weigeren.
Belmont’s basic principles:
1. Principle of respect for persons: elke potentiele deelnemer moet ten hoogte
worden gebracht van alle risico’s en het doel van de studie, en zelf kunnen
bepalen of hij deel wil nemen aan deze studie. Als mensen zelf niet deze keuze
verstandig kunnen maken (denk aan kinderen of mentaal gehandicapte mensen),
moeten zij hiervoor beschermd worden.
, 2. Principle of beneficence: onderzoekers moeten voorzorgmaatregelen nemen
om hun deelnemers te beschermen en hun welzijn te verzekeren
3. Principle of justice: er moet geen ongelijkheid zijn tussen de soort deelnemers
van het onderzoek en de soort mensen die profiteren van het onderzoek, zij
moeten van gelijk ras/afkomst zijn.
APA vijf algemene principes
1. Beneficence en nonmaleficence: zelfde als Belmont.
2. Fidelity en responsibility: relaties in een professionele situatie moeten
vertrouwd en professioneel blijven.
3. Integrity: streven naar eerlijkheid en accuraatheid in de rol die beoefend wordt.
4. Justice: zelfde als Belmont.
5. Respect for persons: zelfde als Belmont.
Ethical standards for research:
1. Institutional review board (IRB): commissie die de studie bekijkt en
beoordeeld of deze voldoet aan normen en waarden. Bestaat uit 5 of meer
mensen, 1 moet een wetenschapper zijn, 1 moet academisch opgeleid zijn, maar
niet in de wetenschap, 1 moet niets te maken hebben met de institutie.
2. Informed consent: de onderzoeker moet elke deelnemer in alledaagse taal
uitleggen wat de studie inhoudt, wat de risico’s zijn en wat de voordelen zijn van
de studie. Ook moet worden verteld of de resultaten van de studie openbaar,
anoniem of privé zullen zijn.
3. Deception: als het nodig is, mogen deelnemers van een studie misleidt worden,
dit door informatie achter te houden of te liegen over bepaalde dingen. Misleiding
mag alleen wanneer de studie zonder niet bruikbaar is. Ook moet er wel aan de
andere principes zoals justice en respect voldaan worden.
HOOFDSTUK 5
Convergente validiteit: mate waarin metingen van hetzelfde onderwerp
overeenkomen, hoge convergente validiteit is als zij overeenkomen, lage convergente
validiteit is als zij niet overeenkomen.
Discriminante validiteit: mate waarin metingen van verschillende onderwerpen
overeenkomen, hoge discriminante validiteit is als zij niet overeenkomen, lage
discriminante validiteit is als zij wel overeenkomen.
HOOFDSTUK 7
Steekproeftrekkingen
Probability sampling: elk individu heeft dezelfde kans om in de steekproef te komen.