1
SAMENVATTING OVERHEIDSMANAGEMNT 2026-27
Deel 1
Hoofdstuk 1: Overheid, management en omgeving
1. Public administration, public management, public governance
De drie begrippen verwijzen naar de studie van de publieke sector.
Hoe de administratieve delen van de overheid georganiseerd zijn,
informatie verwerken en outputs produceren in de vorm van beleid,
wetgeving of goederen en diensten.
Public administration:
Het traditionele model van de overheidswerking bestaande uit 6 principes:
1. Bureaucratie: de overheden dienen zichzelf te organiseren
volgens de klassieke hiërarchische, bureaucratische en
Weberiaanse principes.
2. Er is slechts één beste manier van functioneren, die men zelfs
wetenschappelijk dacht te kunnen bepalen en waarbij regels en
procedures vastgesteld werden in handleidingen die de
ambtenaren moesten volgen.
3. Het algemene geloof van ambtenaren in de politiek-ambtelijke
tweedeling, waarbij politieke en ambtelijke aangelegenheden
gescheiden moeten zijn. De ambtenaar zou dan slechts een
instrument zijn om instructies uit te voeren, terwijl elke kwestie
van beleid of strategie het voorbehouden werkterrein vormde
van de politiek.
4. De motivatie van de individuele ambtenaar moet dat van het
algemeen belang zijn. Dienstverlening aan de maatschappij
werd onbaatzuchtig geleverd.
,2
5. Public administration werd als een specifieke activiteit
beschouwd die daarom een professionele bureaucratie
vereiste, waarbij professionele, goed getrainde ambtenaren
neutraal en anoniem waren benoemd voor het leven.
6. Taken in de publieke dienstverlening zijn administratief in de
letterlijke zin, namelijk het volgen van instructies die door
anderen voorzien worden zonder persoonlijke
verantwoordelijkheid.
Einde van dit model door:
• Wijzigende omstandigheden
• Toenemende dysfunctie
• Welvaartstaat
• Te rigide
,3
Public managementmodel:
Er wordt meer aandacht besteed aan het bereiken van resultaten en
de verantwoordelijkheid van managers met een flexibelere aanpak.
Er is een sterke focus op prestaties als resultaten in termen van
zuinigheid, efficiëntie, effectiviteit en kwaliteit van de
dienstverlening. Ambtenaren kunnen zich scharen achter een
gemeenschappelijk organisatorisch doel dat bijdraagt aan de
realisatie van het algemeen belang.
Het model kwam onder druk te staan door de omstandigheden en
door een economische lezing van de werking van de overheid. Ook
door een ideologisch en theoretische hoek. De veronderstelling dat
personen een gemeenschappelijk doel konden bereiken werd
afgewezen. Eigen belang is de belangrijkste drijfveer voor het
menselijk handelen. Hierdoor kwam er een overgang naar New Public
Management.
NPM:
Hier werd er gebruik gemaakt van marktmechanismen voor de
dienstverlening. Competitie tussen overheidsorganisaties en private
actoren werd geïntroduceerd. Er is een grotere focus op autonome
entiteiten en agentschappen die via een contractuele basis
verantwoordelijk worden om resultaten te maken.
New Public Governance:
Om de publieke dienstverlening te garanderen moet de overheid nog
meer beroep doen op de private sector en de non profit sector. Er
ontstaan eerder netwerken en markten i.p.v. hiërarchieën. Deze
netwerken (ketenbeheer, partnerschappen & co-productie) en
markten worden de drijvende krachten voor de overheid.
- Neo-Weberiaans model
- Post-new public management
- New public Governance (NPG)
2. Dynamische Europese visies op governance
, 4
1. Transformatie van de vroegere communistische landen.
Transformation governance werd een nieuw begrip en een
nieuw hervormingsbeleid.
2. De uitbreiding van de EU. Goed bestuur werd een centraal
thema en moest worden gerealiseerd door een toepassing van
zachte en harde wetgeving. CAF is een instrument om good
governance te toetsen.
3. Balkan-oorlogen. De vredesakkoorden leidden tot zeven nieuwe
onafhankelijke landen. Een nieuwe governance-agenda
manifesteert zich: good governance in post- conflictlanden,
zelfs met verwijzing naar failed states.
4. Trasformatie van de EU en de commissie. Schengen-akkoorden
werden gesloten en de eengemaakte markt met de 4 vrijheden
(goederen, diensten, personen en geld). Hierdoor was er een
open methode van coördinatie. Dit werd een vorm van
coördinatie-governance.
5. De globale economische en financiële crisis leidde tot het
installeren van nieuwe vormen van governance binnen de EU.
De Europese centrale bank werk opgericht. Er werden nieuwe
effectieve instellingen om de governance van de EU veilig te
stellen.
SAMENVATTING OVERHEIDSMANAGEMNT 2026-27
Deel 1
Hoofdstuk 1: Overheid, management en omgeving
1. Public administration, public management, public governance
De drie begrippen verwijzen naar de studie van de publieke sector.
Hoe de administratieve delen van de overheid georganiseerd zijn,
informatie verwerken en outputs produceren in de vorm van beleid,
wetgeving of goederen en diensten.
Public administration:
Het traditionele model van de overheidswerking bestaande uit 6 principes:
1. Bureaucratie: de overheden dienen zichzelf te organiseren
volgens de klassieke hiërarchische, bureaucratische en
Weberiaanse principes.
2. Er is slechts één beste manier van functioneren, die men zelfs
wetenschappelijk dacht te kunnen bepalen en waarbij regels en
procedures vastgesteld werden in handleidingen die de
ambtenaren moesten volgen.
3. Het algemene geloof van ambtenaren in de politiek-ambtelijke
tweedeling, waarbij politieke en ambtelijke aangelegenheden
gescheiden moeten zijn. De ambtenaar zou dan slechts een
instrument zijn om instructies uit te voeren, terwijl elke kwestie
van beleid of strategie het voorbehouden werkterrein vormde
van de politiek.
4. De motivatie van de individuele ambtenaar moet dat van het
algemeen belang zijn. Dienstverlening aan de maatschappij
werd onbaatzuchtig geleverd.
,2
5. Public administration werd als een specifieke activiteit
beschouwd die daarom een professionele bureaucratie
vereiste, waarbij professionele, goed getrainde ambtenaren
neutraal en anoniem waren benoemd voor het leven.
6. Taken in de publieke dienstverlening zijn administratief in de
letterlijke zin, namelijk het volgen van instructies die door
anderen voorzien worden zonder persoonlijke
verantwoordelijkheid.
Einde van dit model door:
• Wijzigende omstandigheden
• Toenemende dysfunctie
• Welvaartstaat
• Te rigide
,3
Public managementmodel:
Er wordt meer aandacht besteed aan het bereiken van resultaten en
de verantwoordelijkheid van managers met een flexibelere aanpak.
Er is een sterke focus op prestaties als resultaten in termen van
zuinigheid, efficiëntie, effectiviteit en kwaliteit van de
dienstverlening. Ambtenaren kunnen zich scharen achter een
gemeenschappelijk organisatorisch doel dat bijdraagt aan de
realisatie van het algemeen belang.
Het model kwam onder druk te staan door de omstandigheden en
door een economische lezing van de werking van de overheid. Ook
door een ideologisch en theoretische hoek. De veronderstelling dat
personen een gemeenschappelijk doel konden bereiken werd
afgewezen. Eigen belang is de belangrijkste drijfveer voor het
menselijk handelen. Hierdoor kwam er een overgang naar New Public
Management.
NPM:
Hier werd er gebruik gemaakt van marktmechanismen voor de
dienstverlening. Competitie tussen overheidsorganisaties en private
actoren werd geïntroduceerd. Er is een grotere focus op autonome
entiteiten en agentschappen die via een contractuele basis
verantwoordelijk worden om resultaten te maken.
New Public Governance:
Om de publieke dienstverlening te garanderen moet de overheid nog
meer beroep doen op de private sector en de non profit sector. Er
ontstaan eerder netwerken en markten i.p.v. hiërarchieën. Deze
netwerken (ketenbeheer, partnerschappen & co-productie) en
markten worden de drijvende krachten voor de overheid.
- Neo-Weberiaans model
- Post-new public management
- New public Governance (NPG)
2. Dynamische Europese visies op governance
, 4
1. Transformatie van de vroegere communistische landen.
Transformation governance werd een nieuw begrip en een
nieuw hervormingsbeleid.
2. De uitbreiding van de EU. Goed bestuur werd een centraal
thema en moest worden gerealiseerd door een toepassing van
zachte en harde wetgeving. CAF is een instrument om good
governance te toetsen.
3. Balkan-oorlogen. De vredesakkoorden leidden tot zeven nieuwe
onafhankelijke landen. Een nieuwe governance-agenda
manifesteert zich: good governance in post- conflictlanden,
zelfs met verwijzing naar failed states.
4. Trasformatie van de EU en de commissie. Schengen-akkoorden
werden gesloten en de eengemaakte markt met de 4 vrijheden
(goederen, diensten, personen en geld). Hierdoor was er een
open methode van coördinatie. Dit werd een vorm van
coördinatie-governance.
5. De globale economische en financiële crisis leidde tot het
installeren van nieuwe vormen van governance binnen de EU.
De Europese centrale bank werk opgericht. Er werden nieuwe
effectieve instellingen om de governance van de EU veilig te
stellen.