Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 8 páginas
Resumen

Uitgewerkte samenvatting van alle frequentie- en associatiematen

Document preview thumbnail
Vista previa 2 fuera de 8 páginas

Een handige samenvatting van alle frequentie- en associatiematen. Heel handig bij het leren voor het tentamen. Ik heb het tentamen gehaald met een 8

Vista previa del contenido

Frequentiematen en associatiematen


Meetniveaus:
- 1. Nominaal: zonder volgorde  bloedgroep, geslacht, roker/niet-
roker, etc.
o Wat mag je ermee?
 Aantallen tellen, percentages berekenen, prevalentie
berekenen
- 2. Ordinaal: rangorde (bv: laag, middel, hoog) met logische volgorde
 beoordeling, pijnscore, SES, etc.
o Wat mag je ermee?
 Volgorde beschrijven, mediaan gebruiken (= 18-20-21-
22-37 = op volgorde zetten en de middelste gebruiken
 mediaan = 21)
- 3. Interval: gelijke intervallen tussen waarden, geen absoluut
nulpunt  temperatuur in Celsius, jaartelling, IQ-score
o Wat mag je ermee?
 Gemiddelde berekenen, standaarddeviatie
- 4. Ratio: getallen met gelijke afstanden + absoluut nulpunt 
leeftijd, gewicht, lengte, bloeddruk, aantal sigaretten per dag, etc.
o Wat mag je ermee?
 Gemiddelde, ratio’s, RR, AR, OR, CI, ID



Hoofdvragen bij frequentie- en associatiematen:
- 1. Frequentiematen: Hoe vaak komt de ziekte voor?
o 1.1 Prevalentie: Hoeveel mensen hebben deze ziekte op dit
moment (of in deze periode?)?
 1.1.1 Puntprevalentie: Hoeveel mensen hebben de ziekte
op 1 specifiek moment
 1.1.2 Periodeprevalentie: Hoeveel mensen hebben de
ziekte tijdens een bepaalde periode?
 1.1.3 Lifetimeprevalentie: Hoeveel mensen hebben deze
ziekte ooit in hun leven gehad?
o 1.2 Cumulatieve incidentie (CI): Wat is de kans dat iemand
ziek wordt in een bepaalde periode?
o 1.3 Incidentiedichtheid (ID): Hoe snel ontstaan er nieuwe
ziektegevallen?
- 2. Associatiematen: Hoe sterk is het verband/verschil tussen twee
groepen?  ALTIJD EEN VERGELIJKING
o 2.1 Prevalentie risico (PR): Hoeveel keer zo vaak komt de
ziekte voor bij blootgestelden vergeleken met de niet-
blootgestelden?

, Frequentiematen en associatiematen

o 2.2 Relatief risico (RR): Hoeveel keer groter is het risico op
ziekte bij blootgestelden vergeleken met niet blootgestelden?
 2.2.1 Relatief risico met CI: Hoeveel keer groter is de
kans om ziek te worden in deze periode bij
blootgestelden vergeleken met niet-blootgestelden?
 2.2.2 Relatief risico met ID: Hoeveel keer hoger is de
snelheid waarmee nieuwe ziektegevallen ontstaan bij
blootgestelden vergeleken met niet-blootgestelden?
o 2.3 Attributief risico (AR): Hoeveel extra ziektegevallen zijn toe
te schrijven aan de blootstelling?
 2.3.1 Attributief risico met CI: Hoeveel extra mensen
worden ziek in deze periode door de blootstelling,
vergeleken met niet-blootgestelden?
 2.3.2 Attributief risico met ID: Hoeveel extra
ziektegevallen ontstaan per tijdseenheid door de
blootstelling, vergeleken met niet-blootgestelden?
o Odds ratio (OR): Is de verhouding tussen zieken en niet-zieken
hoger bij blootstelling dan bij niet-blootgestelden?  zijn
zieken relatief vaker blootgesteld dan niet-zieken?



1. Frequentiematen: Hoe vaak komt een ziekte voor?
a. Periode prevalentie: aantal zieken tijdens bepaalde periode
i. Formule: bestaande gevallen / totale populatie
b. Prevalentie: hoeveel mensen hebben deze ziekte?
i. Wanneer gebruikt: Dwarsdoorsnede, patientenserie,
ecologisch
ii. Formule: prevalentie = bestaande gevallen / totale
populatie
iii. Voorbeeld: dorp met 2000 mensen, 200 mensen hebben
astma  200/2000 = 0,10 = 10%
iv. Interpretatie: 10% v/d bevolking heeft astma = geeft
hoeveelheid weer
c. Cumulatieve incidentie (CI): wat is de kans dat iemand ziek
wordt in een bepaalde periode?
i. Wanneer gebruikt: Cohort, RCT
ii. Formule: CI = nieuwe ziektegevallen / populatie at risk
iii. Voorbeeld: start onderzoek zijn 1000 mensen gezond, na
5 jaar krijgen 50 mensen diabetes  50/1000 = 0,05 =
5%
iv. Interpretatie: 5% kreeg diabetes in 5 jaar = risico/kans
d. Incidentiedichtheid (ID): Hoe snel ontstaan nieuwe
ziektegevallen?

Información del documento

Estudio
Subido en
3 de febrero de 2026
Número de páginas
8
Escrito en
2025/2026
Tipo
Resumen
$4.20

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Vendido
0
Seguidores
0
Artículos
8
Última venta
-



Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes