Escrito por estudiantes que aprobaron Inmediatamente disponible después del pago Leer en línea o como PDF ¿Documento equivocado? Cámbialo gratis 4,6 TrustPilot
logo-home
Resumen

Samenvatting - Ziekteleer (E0F10A)

Puntuación
-
Vendido
-
Páginas
82
Subido en
26-01-2026
Escrito en
2023/2024

Samenvatting hoorcolleges ziekteleer (deel dr. Verslype) - logopedische en audiologische wetenschappen (KUL) - Fase 3

Institución
Grado

Vista previa del contenido

H1: Inleiding​ 6
1.1 Aandoeningen​ 6
1.2 Symptomen en klinische tekenen​ 6
1.3 Concept: symptoom - ziektebeeld - aandoening​ 6
H2: Algemeen deel inflammatie​ 7
2.1 Inzicht in de normale werking van het immuunsysteem​ 7
2.1.1 Lokale ontsteking en algemeen zieke patiënt​ 7
2.1.2 Wat is het immuunsysteem?​ 7
2.1.3 Aangeboren vs adaptieve immuniteit​ 7
2.1.4 Tijdslijn van een normaal immuunantwoord tegen een virus​ 8
2.1.5 Interacties tussen aangeboren en adaptieve immuniteit​ 9
2.1.6 Communicatie tussen immuuncellen onderling en andere cellen​ 9
2.1.7 Cytokines​ 9
2.1.8 Sensoren in de aangeboren immuniteit: “pattern recognition receptors”​ 10
2.1.9 Aangeboren immuniteit: inflammatie​ 11
2.1.10 Kenmerken van het adaptief immuunsysteem​ 11
2.1.11 Het adaptief immuunsysteem: antigenen?​ 11
2.2 Voorbeelden van problemen door overactief immuunsysteem​ 12
2.2.1 ARDS: acute respiratory distress syndrome​ 12
2.2.2 Allergie: belang mast-cel degranulatie​ 12
2.2.3 Inflammatoire darmziekten​ 13
2.2.4 Autoimmuniteit​ 13
H3: Slokdarm - maag - darm​ 13
3.1 Anatomie​ 13
3.2 Zones van het abdomen​ 14
3.3 Terminologie van ingrepen - procedures​ 14
3.4 Symptoom - ziektebeeld - aandoening​ 15
3.4.1 Klinische tekenen en symptomen​ 15
3.4.1.1 Specifiek​ 15
1. Dysfagie​ 15
2. Odynofagie​ 15
3. Pyrrosis (heartburn - zuurbranden)​ 15
4. Regurgitaties​ 15
5. Nausea/ braken​ 15
6. Verandering in stoelgang​ 16
7. Abdominale pijn​ 16
3.4.1.2 Algemene klinische tekenen en symptomen​ 17
3.4.2 Ziektebeelden​ 17
3.4.2.1 Passagestoornissen​ 17
1. Mechanische​ 17
2. Functioneel​ 18



1

, 3.4.2.2 Bloedingen​ 18
1. Symptomen en oorzaken van bloedingen​ 19
2. Klinische consequenties van bloedverlies op 24h tijd​ 19
3.4.2.3 Peritonitis (buikvliesontsteking)​ 20
3.4.2.4 Malabsorptie​ 21
3.4.3 Aandoeningen​ 21
H4: Slokdarm​ 22
4.1 Onderzoekstechnieken slokdarm​ 22
4.1.1 RX slokdarm​ 22
4.1.2 Endoscopie en echo-endoscopie​ 22
4.1.3 24H Ambulante PH-meting​ 22
4.1.4 Impedantiemeting​ 23
4.1.5 Manometrie van slokdarm​ 23
4.1.6 FDG-PET-CT​ 23
4.2 Aandoeningen van slokdarm​ 23
4.2.1 Aangeboren: divertikel van Zenker​ 23
4.2.2 Ontstekingen: Gastro-oesofagaal reflux disease (GERD)​ 24
4.2.2.1 Graden​ 24
4.2.2.2 Factoren die reflux oesofagitis bevorderen​ 24
4.2.2.3 Factoren die beschermen tegen reflux oesofagitis​ 25
4.2.2.4 Risico op Barrett slokdarm​ 25
4.2.2.5 Behandeling reflux oesofagitits​ 25
4.2.3 Ontstekingen: schimmelinfecties van slokdarm​ 26
4.2.4 Ontstekingen: eosinofiele oesofagitis​ 26
4.2.5 Tumoren: slokdarmkanker​ 27
4.2.6 Functioneel​ 27
4.2.7 Traumatisch: vreemde voorwerpen​ 28
H5: De maag​ 28
5.1 Onderzoekstechnieken​ 28
5.2 Aandoeningen van de maag​ 29
5.2.1 Ontstekingen: gastritis (maagontsteking)​ 29
5.2.2 Ontstekingen: maagzweer (ulcus)​ 29
5.2.3 Tumoren: maagkanker (adenocarcinoom)​ 30
H6: Dunne darm​ 30
6.1 Overzicht van organen die belangrijk zijn voor digestie/absorptie​ 30
6.2 Anatomie en functie van de dunne darm​ 31
6.2.1 Anatomie van de dunne darm​ 31
6.2.2 Functies van de dunne darm​ 31
6.3 Overzicht aandoeningen dunne darm​ 32
6.3.1 Aangeboren: divertikel van Meckel​ 32
6.3.2 Ontsteking: ziekte van Crohn (= IBD, inflammatoire darmziekte)​ 32
6.3.2.1 Verwikkelingen van de ziekte van Crohn = stenosen en fistels​ 33



2

, 6.3.2.2 Extra-intestinale manifestaties van IBD​ 34
6.3.2.3 Diagnose stellen​ 34
6.3.2.4 Behandeling​ 34
6.3.2.5 Anti-TNF​ 34
6.3.3 Ontsteking: coeliakie (of gluten-enteropathie)​ 35
H7: Dikke darm en aars​ 35
7.1 Anatomie en normale functie van de dikke darm​ 35
7.1.1 Functies van de dikke darm​ 35
7.1.2 Anatomie van de dikke darm​ 36
7.2 Onderzoeken dikke darm​ 36
7.3 Aandoeningen dikke darm​ 37
7.3.1 Aangeboren: ziekte van Hirschsprung​ 37
7.3.2 Ontstekingen: acute appendicitis​ 37
7.3.3 Ontstekingen: acute diverticulitis​ 38
7.3.4 Ontstekingen: colitis ulcerosa​ 38
7.3.5 Tumoren: dikke darm kanker (adenocarcinoom)​ 39
7.3.6 Functioneel: chronische constipatie​ 39
7.3.7 Functioneel: prikkelbare darmsyndroom (IBS)​ 40
7.4 Aandoeningen aars​ 41
7.4.1 Ontstekingen: anaal abces en fistel​ 41
7.4.2 Tumoren: anale wratten​ 41
7.4.3 Vasculair: hemorroïden of aambeien​ 41
7.4.4 Traumatisch: anale kloof (of fissuur)​ 42
H8: Lever en galwegen​ 42
8.1 Anatomie en functie van de lever​ 42
8.1.1 De verschillende cellen​ 43
8.1.2 Samenstelling gal(vocht) en uitscheiding​ 43
8.1.3 Hoe kunnen we de lever en de galwegen onderzoeken?​ 44
8.1.4 Interpretatie van bloedwaarden​ 44
8.1.5 Aandacht voor de bovenbuik​ 45
8.2 Symptomen en klinische tekens​ 45
8.2.1 Specifieke symptomen en klinische tekens​ 45
8.2.1.1 Icterus​ 45
8.2.1.2 Hepatische encefalopathie (HE)​ 46
8.2.1.3 Ascites​ 47
8.2.1.4 Verhoogde bloedingsneiging​ 47
8.2.1.5 Pijn​ 47
8.2.1.6 Stoelgangsverandering​ 47
8.2.2 Algemene symptomen en klinische tekenen​ 47
8.3 Overzicht ziektebeelden​ 48
8.3.1 Leverfalen of leverinsufficiëntie: definities​ 48
8.3.1.1 Acuut leverfalen​ 48



3

, 8.3.1.2 Chronisch leverfalen​ 50
8.3.2 Bloedingen en aandoeningen van lever en galwegen​ 52
8.3.3 Passagestoornissen en aandoeningen van lever en galwegen​ 52
8.3.4 Peritonitis en aandoeningen van lever en galwegen​ 53
8.3.5 Malabsorptie en aandoeningen van lever en galwegen​ 53
8.4 Lever aandoeningen​ 53
8.4.1 Aangeboren: ijzerstapeling​ 53
8.4.2 Ontstekingen: virale hepatitis​ 54
8.4.3 Ontstekingen: niet-alcoholische steatohepatitis (NASH)​ 55
8.4.4 Ontstekingen: toxisch leverlijden​ 56
8.4.4.1 Toxisch leverlijden, met alcohol als voorbeeld​ 56
8.4.5 Tumoren: goedaardig (leverkanker)​ 57
8.4.5 Tumoren: kwaadaardig (leverkanker)​ 58
8.5 Galblaas en galwegen aandoeningen​ 59
8.5.1 Aangeboren: atresie (afwezigheid) van de galwegen​ 59
8.5.2 Ontstekingen​ 60
8.5.2.1 Calculeuze ​cholecystitis​ 60
8.5.2.2 Calculeuze cholangitis​ 61
8.5.2.3 Primair scleroserende cholangitis (PSC)​ 61
8.5.2.4 Primaire biliaire cholangitis (PBC)​ 62
8.5.3 Tumoren: galblaaskanker, galwegkanker (cholangiocarcinoma)​ 62
H9: Pancreas​ 62
9.1 Anatomie en fysiologie​ 62
9.2 Onderzoekstechnieken​ 63
9.3 Ziektebeelden​ 63
9.3.1 Passagestoornissen​ 63
9.3.2 Bloedingen​ 63
9.3.3 Peritonitis​ 63
9.3.4 Malabsorptie​ 64
9.3.5 Diabetes mellitus (endocrien pancreasfalen)​ 64
9.3.5.1 Oral glucose tolerance test​ 65
9.3.5.2 Incretine effect op insuline secretie​ 65
9.3.5.3 Types diabetes patiënt​ 66
9.3.5.4 Verwikkelingen van diabetes mellitus​ 66
9.3.5.5 Behandeling​ 67
9.4 Aandoeningen​ 67
9.4.1 Aangeboren: mucoviscidose of taaislijmziekte (Cystic fibrose)​ 67
9.4.2 Ontstekingen: acute pancreatitis​ 68
9.4.3 Ontstekingen: chronische pancreatitis​ 69
9.4.4 Tumoren: pancreaskanker​ 70
H10: Longen​ 72
10.1 Anatomie en fysiologie​ 72



4

, 10.1.1 Anatomie van de longen​ 72
10.1.2 Functie van de longen​ 73
10.2 Onderzoekstechnieken​ 74
10.2.1 Klinische onderzoek​ 74
10.2.2 Beeldvorming​ 74
10.2.3 Longfunctie​ 74
10.2.4 Bronchoscopie​ 75
10.2.5 Bloed-en sputum onderzoek​ 75
10.3 Klinische symptomen​ 75
10.3.1 Specifieke symptomen​ 75
10.3.1.1 Dyspnoe​ 75
10.3.1.2 Respiratory distress​ 75
10.3.1.3 Cyanose​ 76
10.3.1.4 Hoest en sputum​ 76
10.3.1.5 Hemptoë​ 76
10.3.1.6 Thoracale pijn​ 76
10.3.1.7 Piepende ademhaling​ 76
10.3.2 Algemene symptomen​ 76
10.4 Ziektebeelden​ 76
10.4.1 Respiratoir falen of respiratoire insufficiëntie​ 76
10.4.1.1 Voorbeeld: Acuut respiratoir falen door ARDS​ 77
10.4.1.2 Oorzaken van respiratoor falen door ARDS​ 77
10.4.1.3 ARDS ontstaat door overdreven reactie van het immuunsysteem​ 77
10.4.2 Obstructief longlijden​ 77
10.4.2.1 Behandeling obstructief longlijden​ 78
10.4.2.2 Indicaties voor longtransplantatie​ 78
10.4.3.3 Behandeling astma​ 79
10.4.3 Restrictief longlijden​ 79
10.4.3.1 Voorbeeld: pneumothorax​ 79
10.4.3.2 Voorbeeld: interstitiële longaandoeningen​ 79
10.4.4 Pulmonale hypertensie​ 79
10.5 Aandoeningen​ 80
10.5.1 Aangeboren: mucoviscidose​ 80
10.5.2 Aangeboren: Alfa-1-antitrypsine tekort​ 80
10.5.3 Ontstekingen: pneumonie (pneumonitis, longontsteking)​ 81
10.5.4 Tumoren: longkanker​ 81
10.5.5 Vasculair: longembolie​ 82




5

, Ziekteleer: Chris Verslype
H1: Inleiding
1.1 Aandoeningen
Aandoeningen = verstoring normale structuur en/of werking van organen of orgaansystemen

Mogelijke indeling:
●​ Aangeboren (congenitaal), ook ontwikkelingsstoornissen
●​ Ontsteking (inflammatie): basis van veel verschillende ziekten
●​ Tumor
●​ Bloedvaten (vasculair)
●​ Functioneel: anatomisch niks mis, toch klachten
●​ Traumatisch
○​ Ongevallen
○​ Iatrogeen = dingen die in ziekenhuis gebeuren waardoor P zieker wordt
●​ Degeneratief: veroudering kan je tot in zekere mate iets aan doen

1.2 Symptomen en klinische tekenen
●​ Symptomen:
○​ Klachten van patiënt die die zelf aanhaalt
○​ Klachten van patient die bevraagd moeten worden -> anamnese
■​ Heteroanamnese = familie erbij betrekken
■​ Open vragen stellen en erna gesloten
●​ Klinische tekenen = opgespoord door lichamelijk onderzoek
●​ Onderscheid specifiek – algemeen
○​ Specifieke = voor bepaald orgaanstelsel
○​ Algemeen vb. vermoeidheid, koorts, vermagering, groeiachterstand, huidafwijkingen,
gewrichtsklachten

1.3 Concept: symptoom - ziektebeeld - aandoening
●​ Ziektebeeld =
○​ Combo van klachten (symptomen) + afwijkingen die bij lichamelijk onderzoek worden
vastgesteld (klinische tekenen)
○​ Leidraad voor uitvoeren bijkomende onderzoeken om te komen tot diagnose van
bepaalde aandoening
●​ Diagnose gesteld -> behandeling starten
●​ Verschil:
○​ Ziektebeeld = kan variëren met tijd -> klachten kunnen variëren
○​ Aandoening = duidelijk met de tijd
○​ Voorbeeld:
■​ Pijn op borstkas + uitstraling naar schouder + kortademig + druk op borstkas
■​ Al 1 uur lang, dikke benen, 65 jaar
■​ Aandoening = atherosclerose
■​ Ziektebeeld = myocardischemie




6

,H2: Algemeen deel inflammatie
2.1 Inzicht in de normale werking van het immuunsysteem
2.1.1 Lokale ontsteking en algemeen zieke patiënt
Belangrijkste tekens van ontsteking:
●​ Rubor = roodheid
●​ Calor = warmte
●​ Tumor = zwelling
●​ Dolor = pijn

Hoe kan je hierdoor algemeen ziek worden?

2.1.2 Wat is het immuunsysteem?
●​ Ontwikkeld in evolutie
●​ Geheel van mechanismen die ons organisme beschermen tegen:
○​ Pathogeen: bacterien, virussen, parasieten
○​ Schadelijke fysische of chemische prikkels
○​ Beschadigde lichaamscellen: bij iedereen kankercellen = opruimen met
immuunsysteem
●​ Lichaam moet weten dat er iets mis is en moet ingrijpen -> sensor moet het voelen en
effector moet ingrijpen
●​ Sensoren en effectors gegroepeerd in:
○​ Aangeboren (innate) = valt bacterie aan ook al heeft die die nog nooit eerder gezien
-> we zijn geboren met een functioneel systeem
○​ Adaptieve immuniteit




2.1.3 Aangeboren vs adaptieve immuniteit
Deze 2 systemen = complementair

Kenmerk Aangeboren Adaptief

Specificiteit Werkt zeer breed, niet specifiek naar 1 bepaald Heel gericht op pathogeen
pathogeen, alles heel efficiënt opruimen

Geheugen Geen geheugen Geheugen na het is
blootgesteld aan iets

Timing van Reageert heel snel, binnen een paar minuten Werkt traag, kan een paar
respons dagen duren



7

, Activatie Constitutioneel actief, aanwezig bij geboorte Geactiveerd in elk individu als
respons op pathogeen
presentatie of antigen contact

Ontwikkeling Volledig functioneel bij geboorte Adapteert zich over de tijd, na
contact met antigeen

Effectors Huid, complement, inflammatie en cellen T-lymfocyten
B-lymfocyten, antilichamen


2.1.4 Tijdslijn van een normaal immuunantwoord tegen een virus
●​ Virus vb. griep = stijgt in het begin
●​ Aangeboren immuniteit:
○​ Van zodra virus in lichaam -> interferon (IFN) en natural killers (NK) stijgen in bloed
○​ Reactie die niet specifiek is op het virus
○​ Dalen na een tijd terug
○​ Virus blijft stijgen
○​ Aangeboren blijft aantal dagen actief -> adaptief schiet in gang (na 2 dagen)
●​ Adaptieve immuniteit:
○​ Virusspecifieke cellen komen + antistoffen verschijnen -> kunnen meten na infectie
○​ Neemt specifiek over
○​ Goed functioneren van adaptieve immuniteit -> virus onder controle houden
○​ Reactie immuniteit = je kan er meer ziek van zijn dan van eigenlijke infectie




●​ Aangeboren:
○​ Granulocyten = vol granulen
■​ Basofielen + neutrofielen + eosinofielen -> in bloed bepalen hoeveel er zijn
○​ Mestcellen = vol granulen
○​ Natural killers (NK)
○​ Macrofagen = kruipen overal rond -> zien iets en nemen op
○​ Dendritische cellen -> switch van aangeboren naar adaptief
■​ Activeren T en B cellen
■​ = Communicator cel
●​ Adaptief:
○​ T-cellen: CD4+ Helper en CD8+ Cytotoxic
○​ B-cellen (antibodies)
■​ 1 soort antistof aanmaken
■​ Draagt op oppervlak ook antistof



8

,2.1.5 Interacties tussen aangeboren en adaptieve immuniteit
●​ Aangeboren en adaptieve immuniteit zijn continu aan het samenwerken
●​ Het ene versterkt het andere
●​ Voorbeeld: complement
○​ Eiwitten die geactiveerd worden en schadelijke substanties uitschakelen
○​ Antistoffen gevormd in latere fase + binden aan antigen = complement activeren

2.1.6 Communicatie tussen immuuncellen onderling en andere cellen
●​ Contact afhankelijk:
○​ Cellen komen elkaar tegen en komen tegen receptoren
○​ Enorm netwerk tussen de cellen
○​ Voorbeelden:
■​ Adhesiemoleculen (vb. integrinen)
■​ T-celreceptor -> HLA-peptide
■​ Stimulerende kernreceptoren
■​ Remmende kernreceptoren
■​ Gap-overgangen
●​ Contact onafhankelijk: cytokines = signaalmoleculen tussen cellen
○​ Hier heb je veel van
○​ Binden aan receptoren

2.1.7 Cytokines
●​ Zeer grote familie -> groep van meer dan 100 kleine (5-20 kD) glycoproteïnen
●​ Belangrijk zijn bij celsignalering
○​ Binden aan hoge affiniteit receptoren
○​ Grijpen in op cellen die ze secreteren (autocrien) of naburige cellen (paracrien)
●​ 1 cytokine kan meerdere biologische acties hebben (pleiotropie)
●​ Gelijkaardige functies kunnen gestimuleerd worden door andere cytokines (redundantie)
●​ vb. erytropoietine, TFNα

Koorts = gecontroleerde temperatuurstijging tgv de hogere instelling van de setpoint
referentietemperatuur
●​ Inflammatoire stimulus vb. infectie, stress, …
●​ Monocyten + macrofagen actief -> ziek van worden -> aanmaak cytokines
●​ Cytokines vrijgezet in bloed -> hersenen
●​ Cytokines komen op locatie aan -> setpoint verhogen naar 38,5° (komt van 36,8°)
○​ Cytokines vb naar lever en hier vanalles aanmaken
■​ CRP stijgt in bloed = beetje vertraging op
■​ Daling albumine
■​ …
○​ Lichaam doet alles om de 38,5° te halen WANT is setpoint geworden
■​ E-metabolisme hoger, veranderingen in slaap, cutane-doorbloeding minder,
hartslag omhoog
■​ Rillen (vaak al voor je koorts hebt): weten dat koorts zal komen
○​ Koorts weg?
■​ Aspirine -> doen prostaglandines zakken
■​ Set point terug naar 36,8°
■​ Zweten, warm zijn, doorbloeding huid beter
■​ Natuurlijke mechanisme om koorts te doen dalen = endogene antipyretica
●​ Systemische respons:


9

, ○​ Metabole reacties
■​ Verlies spieren
■​ Botontkalking
○​ Biochemisch:
■​ Ijzer in bloed zakt -> bacteriën hebben ijzer nodig om te groeien
■​ Lichaam haalt zelf ijzerconcentratie naar beneden
○​ Hematologisch: leukocytosis
○​ Neuroendocrine: koorts en ziek
●​ Sommige cellen kunnen door koorts beter functioneren
●​ Algemeen ziek bij ontsteking -> cytokines + lever heeft versterkend effect




2.1.8 Sensoren in de aangeboren immuniteit: “pattern recognition receptors”
Hoe maakt lichaam onderscheid tussen lichaamscel en andere cellen die er niet thuis horen?
○​ Door PRRs = verzameling van receptoren die aanwezig kunnen zijn
■​ Op cellen
■​ In cellen
■​ In plasma
●​ Herkennen 2 klassen van moleculen die afwezig zijn in gezonde, normale cellen
○​ PAMPs = pathogeen geassocieerde moleculaire patronen
■​ Wand bacteriën op zichzelf al voldoende om iets in gang te zetten
■​ vb. bacteriën of virussen
○​ DAMPs = danger geassocieerde moleculaire patronen
■​ Moleculen die vrijgezet worden na celschade
■​ vb. verbranding, UV




10

Escuela, estudio y materia

Institución
Estudio
Grado

Información del documento

Subido en
26 de enero de 2026
Número de páginas
82
Escrito en
2023/2024
Tipo
RESUMEN

Temas

$9.01
Accede al documento completo:

¿Documento equivocado? Cámbialo gratis Dentro de los 14 días posteriores a la compra y antes de descargarlo, puedes elegir otro documento. Puedes gastar el importe de nuevo.
Escrito por estudiantes que aprobaron
Inmediatamente disponible después del pago
Leer en línea o como PDF

Conoce al vendedor
Seller avatar
fienbuelens

Documento también disponible en un lote

Conoce al vendedor

Seller avatar
fienbuelens Katholieke Universiteit Leuven
Seguir Necesitas iniciar sesión para seguir a otros usuarios o asignaturas
Vendido
5
Miembro desde
5 meses
Número de seguidores
0
Documentos
38
Última venta
1 mes hace

0.0

0 reseñas

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recientemente visto por ti

Por qué los estudiantes eligen Stuvia

Creado por compañeros estudiantes, verificado por reseñas

Calidad en la que puedes confiar: escrito por estudiantes que aprobaron y evaluado por otros que han usado estos resúmenes.

¿No estás satisfecho? Elige otro documento

¡No te preocupes! Puedes elegir directamente otro documento que se ajuste mejor a lo que buscas.

Paga como quieras, empieza a estudiar al instante

Sin suscripción, sin compromisos. Paga como estés acostumbrado con tarjeta de crédito y descarga tu documento PDF inmediatamente.

Student with book image

“Comprado, descargado y aprobado. Así de fácil puede ser.”

Alisha Student

Preguntas frecuentes