Dataverwerking
Basisfuncties:
- SOM → geeft de som van de waarden in het bereik
- MIN → geeft de kleinste waarde van het bereik
- MAX → geeft de grootste waarde van het bereik
- GROOTSTE → geeft de grootste waarde van het bereik, maar kan je ook
gebruiken om de 2e grootste te bepalen bvb: =GROOTSTE(B4:B8;2)
(=2e hoogste)
Zowel bij GROOTSTE als KLEINSTE, altijd een drempelwaarde geven!
Ook als dit 1 is
Bij meerdere aparte zaken (bv les 1 OEF2) gebruik meerdere haakjes
bvb: =GROOTSTE(B4:B8;F4:F8;B12:B16;F12:F16;1) => werkt niet
WEL JUIST: =GROOTSTE((B4:B8;F4:F8;B12:B16;F12:F16);1)
- KLEINSTE → geeft de laagste waarde van het bereik, maar kan je ook
gebruiken om de 2e kleinste te bepalen bvb: =KLEINSTE(B4:B8; 2) (=2e
kleinste)
- AANTAL → geeft het aantal cellen in het bereik
- AANTAL.ALS → geeft het aantal cellen dat voldoet aan een bepaalde
voorwaarde bvb: =AANTAL.ALS(B4:B8;”>0,11”)
- GEMIDDELDE → Geeft het gemiddelde van de waarden in het bereik
Adressering:
- Relatieve adressering: = B1+B2+B3 => niets vastzetten, bij
doorvoeren gaat dit gewoon over naar volgende cellen
- Absolute adressering: gebruiken wanneer je iets wilt berekenen met
een vaste waarde => gebruik “$” => vergrendelt de waarde
Vb: $B$1+$B$2+$B$3
- Gemengde adressering: vergrendelt alleen kolom of alleen rij
Vb: $B1: kolom B staat vast, de rij kan nog veranderen
Vb: B$1: kolom kan veranderen, 1e rij staat vast
Data ordenen:
- Sorteren: data bv weergeven op alfabetische volgorde, groot <-> klein
- Filteren: bepaalde voorwaarde ingeven => zien welk deel van data een
bepaalde voorwaarde voldoet
Of Excel zet zelf gegevens in tabel => geen extra functies uitvoeren
Of gegevens zelf in tabel zetten => start – stijlen -opmaken als tabel
=> = dynamische tabel => extra functies kunnen doen
- Voor beide:
Bij start-bewerken-sorteren en filteren
Belangrijk bij beide => selectie voldoende groot maken => stel
dataset van verschillende kolommen = alle kolommen selecteren
1
, Zoeken in data:
- = VERT.ZOEKEN => moet volledig bereik ingeven als tabelmatrix +
waaruit waarde geretourneerd moet worden
=VERT.ZOEKEN(zoekwaarde; tabelmatrix ; kolomindex_getal2 ;
benaderen)
Zoekwaarde: getal, woord of inhoud van cel
Tabelmatrix: bereik van zoekwaarde => moet in 1e kolom staan,
anders werkt functie niet => bij Oef 2 van les 2 => matrix van
beide kolommen nemen, want je zoekt je resultaat in vergelijking
met beide kolommen => zorg dat je altijd alle kolommen hebt
aangeduid
Kolomindex_getal: = kolomnummer waar retourwaarde wordt
gehaald = zelfde rij als zoekwaarde => beginnen links tellen bij 1
en zo kolom per kolom tot waar de waarde moet gevonden worden
Benaderen: ONWAAR of WAAR invullen
Onwaar: moet exact gevonden worden
WAAR (of openlaten): gaat zoeken naar woord/getal dat bij
benadering lijkt op zoekwaarde
- =X.ZOEKEN => bereiken apart ingeven
= X.ZOEKEN(zoekwaarde; zoeken-matrix;
matrix_retourneren;Indien_niet_gevonden)
Zoekwaarde: getal, woord of inhoud van cel
Zoeken-matrix= bereik waarin zoekwaarde gezocht wordt
Matrix-retourneren: : matrix of bereik waaruit hij op dezelfde rij als
de zoekwaarde de inhoud van de cel zal retourneren
Indien_niet_gevonden: hetgeen je hier schrijft zal worden
geretourneerd als er geen overeenkomst is gevonden. Dit wil
zeggen, indien je zoekwaarde niet in het doorzochte bereik
voorkomt => zet woord tussen “” vb: …;”oeps”;
Overeenkomstmodus: geef het type overeenkomst op (exact of
met jokerteken)
Zoekmodus: moet Excel van boven naar onder of andersom zoeken
2
Basisfuncties:
- SOM → geeft de som van de waarden in het bereik
- MIN → geeft de kleinste waarde van het bereik
- MAX → geeft de grootste waarde van het bereik
- GROOTSTE → geeft de grootste waarde van het bereik, maar kan je ook
gebruiken om de 2e grootste te bepalen bvb: =GROOTSTE(B4:B8;2)
(=2e hoogste)
Zowel bij GROOTSTE als KLEINSTE, altijd een drempelwaarde geven!
Ook als dit 1 is
Bij meerdere aparte zaken (bv les 1 OEF2) gebruik meerdere haakjes
bvb: =GROOTSTE(B4:B8;F4:F8;B12:B16;F12:F16;1) => werkt niet
WEL JUIST: =GROOTSTE((B4:B8;F4:F8;B12:B16;F12:F16);1)
- KLEINSTE → geeft de laagste waarde van het bereik, maar kan je ook
gebruiken om de 2e kleinste te bepalen bvb: =KLEINSTE(B4:B8; 2) (=2e
kleinste)
- AANTAL → geeft het aantal cellen in het bereik
- AANTAL.ALS → geeft het aantal cellen dat voldoet aan een bepaalde
voorwaarde bvb: =AANTAL.ALS(B4:B8;”>0,11”)
- GEMIDDELDE → Geeft het gemiddelde van de waarden in het bereik
Adressering:
- Relatieve adressering: = B1+B2+B3 => niets vastzetten, bij
doorvoeren gaat dit gewoon over naar volgende cellen
- Absolute adressering: gebruiken wanneer je iets wilt berekenen met
een vaste waarde => gebruik “$” => vergrendelt de waarde
Vb: $B$1+$B$2+$B$3
- Gemengde adressering: vergrendelt alleen kolom of alleen rij
Vb: $B1: kolom B staat vast, de rij kan nog veranderen
Vb: B$1: kolom kan veranderen, 1e rij staat vast
Data ordenen:
- Sorteren: data bv weergeven op alfabetische volgorde, groot <-> klein
- Filteren: bepaalde voorwaarde ingeven => zien welk deel van data een
bepaalde voorwaarde voldoet
Of Excel zet zelf gegevens in tabel => geen extra functies uitvoeren
Of gegevens zelf in tabel zetten => start – stijlen -opmaken als tabel
=> = dynamische tabel => extra functies kunnen doen
- Voor beide:
Bij start-bewerken-sorteren en filteren
Belangrijk bij beide => selectie voldoende groot maken => stel
dataset van verschillende kolommen = alle kolommen selecteren
1
, Zoeken in data:
- = VERT.ZOEKEN => moet volledig bereik ingeven als tabelmatrix +
waaruit waarde geretourneerd moet worden
=VERT.ZOEKEN(zoekwaarde; tabelmatrix ; kolomindex_getal2 ;
benaderen)
Zoekwaarde: getal, woord of inhoud van cel
Tabelmatrix: bereik van zoekwaarde => moet in 1e kolom staan,
anders werkt functie niet => bij Oef 2 van les 2 => matrix van
beide kolommen nemen, want je zoekt je resultaat in vergelijking
met beide kolommen => zorg dat je altijd alle kolommen hebt
aangeduid
Kolomindex_getal: = kolomnummer waar retourwaarde wordt
gehaald = zelfde rij als zoekwaarde => beginnen links tellen bij 1
en zo kolom per kolom tot waar de waarde moet gevonden worden
Benaderen: ONWAAR of WAAR invullen
Onwaar: moet exact gevonden worden
WAAR (of openlaten): gaat zoeken naar woord/getal dat bij
benadering lijkt op zoekwaarde
- =X.ZOEKEN => bereiken apart ingeven
= X.ZOEKEN(zoekwaarde; zoeken-matrix;
matrix_retourneren;Indien_niet_gevonden)
Zoekwaarde: getal, woord of inhoud van cel
Zoeken-matrix= bereik waarin zoekwaarde gezocht wordt
Matrix-retourneren: : matrix of bereik waaruit hij op dezelfde rij als
de zoekwaarde de inhoud van de cel zal retourneren
Indien_niet_gevonden: hetgeen je hier schrijft zal worden
geretourneerd als er geen overeenkomst is gevonden. Dit wil
zeggen, indien je zoekwaarde niet in het doorzochte bereik
voorkomt => zet woord tussen “” vb: …;”oeps”;
Overeenkomstmodus: geef het type overeenkomst op (exact of
met jokerteken)
Zoekmodus: moet Excel van boven naar onder of andersom zoeken
2