ARBEIDSRECHT
MODULE I: INLEIDING
GELADENHEID VAN HET ARBEIDSRECHT
Nuancering geladenheid arbeidsrecht:
Rol recht: Recht implementeert beleid. Recht is een middel om beleidsdoelen te bereiken.
Rol jurist/ rechtswetenschapper:
o Beperkte toolbox
o Rechtszekerheid, wettelijkheid, doelmatigheid, belangenevenwicht, gedragenheid, adaptief
karakter,…
In België is er ontslag vrijheid: maar je moet wel een voldoende reden
hebben. In sommige landen kun je enkel ontslag geven door een
gemotiveerde reden.
Ontslag om dringende reden omdat een vrouw op het einde van
haar shift 2 koffiekoeken aan een dakloze geeft.
MINIMUMVERGOEDINGSNIVEAUS & MAXIMALE WERKTIJDEN
Paradigmaswitch
Van werknemersstatuut voor 80% van de bezorgers
Naar minimale bescherming voor 100% van de bezorgers door:
o Minimaal vergoedingsniveau
o Maximale werktijden (niet meer dan x aantal uren werken)
o Vertegenwoordiging
o Verplichte rapportage
o Effectieve handhaving
ARBEIDSRECHT WAAROVER GAAT HET?
WIE IN BELGIË WERKT =
1° Werknemer = arbeidsrecht, AOW. 1978 criterium: ondergeschikt verband,
2° Zelfstandige = handelsrecht, burgerlijk recht criterium: contractuele band, zelfstandigheid
probleem: schijnzelfstandigheid: Arbeidsrelatieswet
3° Ambtenaar = bestuursrecht criterium: eenzijdige aanstelling probleem: ook contractuele tewerkstelling in
overheid mogelijk toepassing individueel AR, niet collectief AR
PM: in Nederland: geen ambtenarenstatuut meer
4° Niet onderworpen aan Belgische wetgeving
Belgische tewerkstelling: lex loci laboris (IPR)
uitz.= verdragen (EU-recht), grensarbeiders, internationale ambtenaren, diplomatiek personeel in
Brussel die niet onderworpen zijn, gedetacheerde werknemers-zelfstandige
1
,Probleem: beleidsdoelen sociaal beleid worden via arbeidsrecht nagestreefd, terwijl zij vaak ook daarbuiten
relevant zijn… Een paar voorbeelden:
Schijnzelfstandigen
“Bewuste” zelfstandigen in kwetsbare posities…
Gig@risk
Veiligheid omgeving (vervoer en verwerking gevaarlijke stoffen, bouwsector, …)
Romeins recht: arbeidsovereenkomst als huurovereenkomst (naast aanneming en huur van goederen)
Arbeidsrecht in BW 1830: 2 artikelen:
o 1780 BW: overeenkomst is voor bepaalde tijd/ bepaald werk
o 1781 BW: bewijsvoordeel werkgever bij loongeschillen
o Voor het overige administratiefrechtelijke bepalingen (bv regels werkboekje ~> werkboekje als
drukkingsmiddel tegen werknemer)
Nadien ontwikkeling naar beschermend (dwingend) arbeidsrecht & groei collectief arbeidsrecht:
o Dwingend AR als gevolg van Juridische en feitelijke ongelijkheid werkgever en werknemer.
o Sommige bepalingen omwille van algemeen belang (veiligheid/ welzijn).
o Groei collectief arbeidsrecht vaak ingevolge sociale onrust.
Maar nog steeds blijft algemeen contractenrecht aanvullend van toepassing waar geen bijzondere
regels zijn.
Arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht als poten vh sociaal recht
Sociale zekerheidsrecht= Alle regelingen die werknemers en zelfstandigen de mogelijkheid bieden om in
voldoende middelen te kunnen voorzien voor het levensonderhoud, ook wanneer ze dat zelf (eventueel tijdelijk
en/of gedeeltelijk) niet kunnen.
Ziekte- en invaliditeit, werkloosheid, gezinsbijslag, pensioen,…
2 e semester (prof. Louckx)
Verwevenheid met arbeidsrecht?
Ziekte: verschuiving inkomen van werkgever (gewaarborgd loon) naar sociale zekerheid 1(RIZIV)
Tewerkstelling en ontslag: Tewerkstelling als voorwaarde voor werkloosheidsuitkering (muv uitkering
na studies), hervatten werk als einde werkloosheidsuitkering.
Pensioen: einde arbeidsovereenkomst als loopbaanduur en/of leeftijd => geen loon meer, maar
pensioen.
Arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht ontwikkelen samen (zie verder historische inleiding)
2
,HISTORISCHE KADERS
Tot de eerste helft 19de eeuw: onbeschermde en zwakke werknemers
Oorzaken Romeinse tijd en middeleeuwen:
o Franse revolutie 1789: vrijheid van nijverheid en arbeid gepropageerd
o Sterke “werkersorganisaties”: corpora/ gilden
Als je heel ver teruggaat, was er een heel sterke positie voor de corpora
(georganiseerde werkers) zowel bij de Romeinen, als ook in de Middeleeuwen
(gilden). Dit waren mensen die ook een beroep mochten uitoefenen.
o 1791: Decret d’Allarde en Wet Le Chapelier: bevrijden van arbeid en afschaffen gilden +
verbod op vereniging van boeren en arbeiders
Gilden werden afgeschaft omdat arbeid werd voorbehouden aan de burgerij,
waardoor het een instrument was van de elite en de franse revolutie stond voor
gelijkheid
o 1803 (Napoleon): coalitieverbod verder uitgewerkt
Je had een soort van vakbonden , maar vanaf Franse revolutie heb je geen
verbetering voor arbeiders, want ze hebben een verbod van vereniging.
Gevolg: geen vakbonden of stakingen mogelijk
Status 1830:
o Geen beschermende wetgeving (economisch liberalisme)
o Zuivere contractvrijheid MAAR grote stedelijke arbeidspool zorgt voor overaanbod
werknemers + vervangbaarheid => slechte werkomstandigheden
12 uur per dag werken voor 7 dagen tegelijk, vrouwen verdienden hier de helft van
wat een man verdiende en kinderen verdienen 1/3 van loon van de man.
o Beperkt stemrecht (cijnskiesrecht) : dus ook beperkte / geen vertegenwoordiging
Tweede helft 19de eeuw: eerste stappen in het arbeidsrecht (context)
- sociale onlusten ongecontroleerde stakingen want er waren geen vakbonden om alles te regelen,
hierdoor mochten werknemers zich opnieuw vereniging
- 1867: werknemers konden zich terug verenigen
o wel nog verbod op stakingspiketten
o Staking = eenzijdige verbreking arbeidsovereenkomst
Werkgever mocht je ontslaan als je staakte
o Katalysator voor individueel arbeidsrecht
- oprichting vakbonden
o 1885 in BWP= Belgische werklieden partij (socialisten)
o Katholieke werknemersbonden (toestemming paus in Rerum Novarum 1891)
Kerk die voordien bezig was met geestelijk welzijn, zegt op dat moment: ‘Wij gaan
een kerk in de samenleving worden, ze wil ook een rol spelen in het sociale.’
o Liberale vakbond in Gent (1889)
o 1893: algemeen meervoudig mannenstemrecht
- Vanaf 1886 eerste wetten ontstaan in sociaal recht
o Focus = arbeidsreglementering eerste vormen van sociale bescherming
Arbeidersbeweging wind uit zeilen nemen
o 1887 loonbescherming.
Loon werd uitbetaalt op café of fabriekswinkel: je kreeg geen geld, maar bonnen om
te gebruiken in zijn winkel. Dit werd aangepakt: door loonbeschermingswet
o 1889: kinder- en vrouwenarbeid werd beperkt
Leerplicht kwam pas in begin 20ste eeuw, dus kinderen moesten niet naar school
Vrouwen mochten na de bevalling 1 maand thuisblijven
Kinderen kregen 1 dag per week rust
o Pas vanaf 1905 zondagsrust 6-daagse werkweek
3
, verdere ontwikkeling sociaal recht in de 20ste eeuw
Eerste arbeidsovereenkomstenwet
o 1900: enkel voor arbeiders/werklieden –suppletief recht!
Opdeling: arbeiders-bedienden bestond reeds hier al
o 1922: ook voor lagere bedienden
o 1978: AOW in huidige vorm, met behoud verschil arbeiders en bedienden (zie later
eenheidsstatuut)
Wet geldt nog wel aanpassingen doorheen de jaren
Arbeider werken vooral met hun handen en bedienden is intellectuele arbeid
Vb: lasser is arbeider en rekkenvuller Delhaize is bediend
Na WO I: verdere uitbouw arbeidsrecht en aanvang sociale zekerheidsrecht (~deelname arbeiders aan
WOI)
o Veel mensen die meevochten en stierven kwamen uit arbeidersbevolking uit moreel oogpunt
toegevingen doen als vorm van dank
o 1919 werkloosheidsverzekering
o 1921: 48-urenweek nl 6dagen, 8u per dag
Gebaseerd op 8 uur ontspannen en 8 uur slapen
o 1930: pensioenen
o 1936: 1 week betaald verlof (pas vanaf 1963 derde vakantieweek
Na WO II: verdere uitbouw sociale wetgeving (sociaal overleg tijdens WOII vanuit Londen als basis).
o O.a. institutionalisering van het paritair overleg.
Collectief overleg op verschillende niveaus: binnen de onderneming (WG-WN) of op het
niveau van een paritair comité (WG-WN vertegenwoordigers)
Paritair comité = per sector – de vakbonden maken regels voor de werknemers van een
bepaalde sector die ook van toepassing zijn voor individuele contracten bv. wanneer
wordt het loon geïndexeerd.
Zie codex
o Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (1946) => omgezet naar Codex welzijn op het
werk (2017)
o Wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven (ondernemingsraden)
o Wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad
o Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen
Sociaal recht is de laatste 120 jaar vanuit het niets uitgegroeid tot een zeer groot domein dat zich nog steeds
ontwikkelt.
Deze ontwikkeling is niet steeds in de richting van meer bescherming
Vanaf crisis jaren ‘80 ook soms stappen terug. (bv: Ze wouden meer dan 8 werkuren per dag
terugkrijgen of bv: devaluatie van Belgische Frank)
Denk aan loonmatiging, flexibilisering van de arbeid (675 uur studentenjob, nu meer dan vroeger
mocht), verlaging van de opzegtermijnen (eenheidsstatuut), …
Vooral in sociale zekerheidsrecht verstrenging voorwaarden (bv: groeipakket)
Geladenheid van arbeidsrecht heel politiek gekleurd: regeerverklaring afhankelijk van verkozen is
4
MODULE I: INLEIDING
GELADENHEID VAN HET ARBEIDSRECHT
Nuancering geladenheid arbeidsrecht:
Rol recht: Recht implementeert beleid. Recht is een middel om beleidsdoelen te bereiken.
Rol jurist/ rechtswetenschapper:
o Beperkte toolbox
o Rechtszekerheid, wettelijkheid, doelmatigheid, belangenevenwicht, gedragenheid, adaptief
karakter,…
In België is er ontslag vrijheid: maar je moet wel een voldoende reden
hebben. In sommige landen kun je enkel ontslag geven door een
gemotiveerde reden.
Ontslag om dringende reden omdat een vrouw op het einde van
haar shift 2 koffiekoeken aan een dakloze geeft.
MINIMUMVERGOEDINGSNIVEAUS & MAXIMALE WERKTIJDEN
Paradigmaswitch
Van werknemersstatuut voor 80% van de bezorgers
Naar minimale bescherming voor 100% van de bezorgers door:
o Minimaal vergoedingsniveau
o Maximale werktijden (niet meer dan x aantal uren werken)
o Vertegenwoordiging
o Verplichte rapportage
o Effectieve handhaving
ARBEIDSRECHT WAAROVER GAAT HET?
WIE IN BELGIË WERKT =
1° Werknemer = arbeidsrecht, AOW. 1978 criterium: ondergeschikt verband,
2° Zelfstandige = handelsrecht, burgerlijk recht criterium: contractuele band, zelfstandigheid
probleem: schijnzelfstandigheid: Arbeidsrelatieswet
3° Ambtenaar = bestuursrecht criterium: eenzijdige aanstelling probleem: ook contractuele tewerkstelling in
overheid mogelijk toepassing individueel AR, niet collectief AR
PM: in Nederland: geen ambtenarenstatuut meer
4° Niet onderworpen aan Belgische wetgeving
Belgische tewerkstelling: lex loci laboris (IPR)
uitz.= verdragen (EU-recht), grensarbeiders, internationale ambtenaren, diplomatiek personeel in
Brussel die niet onderworpen zijn, gedetacheerde werknemers-zelfstandige
1
,Probleem: beleidsdoelen sociaal beleid worden via arbeidsrecht nagestreefd, terwijl zij vaak ook daarbuiten
relevant zijn… Een paar voorbeelden:
Schijnzelfstandigen
“Bewuste” zelfstandigen in kwetsbare posities…
Gig@risk
Veiligheid omgeving (vervoer en verwerking gevaarlijke stoffen, bouwsector, …)
Romeins recht: arbeidsovereenkomst als huurovereenkomst (naast aanneming en huur van goederen)
Arbeidsrecht in BW 1830: 2 artikelen:
o 1780 BW: overeenkomst is voor bepaalde tijd/ bepaald werk
o 1781 BW: bewijsvoordeel werkgever bij loongeschillen
o Voor het overige administratiefrechtelijke bepalingen (bv regels werkboekje ~> werkboekje als
drukkingsmiddel tegen werknemer)
Nadien ontwikkeling naar beschermend (dwingend) arbeidsrecht & groei collectief arbeidsrecht:
o Dwingend AR als gevolg van Juridische en feitelijke ongelijkheid werkgever en werknemer.
o Sommige bepalingen omwille van algemeen belang (veiligheid/ welzijn).
o Groei collectief arbeidsrecht vaak ingevolge sociale onrust.
Maar nog steeds blijft algemeen contractenrecht aanvullend van toepassing waar geen bijzondere
regels zijn.
Arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht als poten vh sociaal recht
Sociale zekerheidsrecht= Alle regelingen die werknemers en zelfstandigen de mogelijkheid bieden om in
voldoende middelen te kunnen voorzien voor het levensonderhoud, ook wanneer ze dat zelf (eventueel tijdelijk
en/of gedeeltelijk) niet kunnen.
Ziekte- en invaliditeit, werkloosheid, gezinsbijslag, pensioen,…
2 e semester (prof. Louckx)
Verwevenheid met arbeidsrecht?
Ziekte: verschuiving inkomen van werkgever (gewaarborgd loon) naar sociale zekerheid 1(RIZIV)
Tewerkstelling en ontslag: Tewerkstelling als voorwaarde voor werkloosheidsuitkering (muv uitkering
na studies), hervatten werk als einde werkloosheidsuitkering.
Pensioen: einde arbeidsovereenkomst als loopbaanduur en/of leeftijd => geen loon meer, maar
pensioen.
Arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht ontwikkelen samen (zie verder historische inleiding)
2
,HISTORISCHE KADERS
Tot de eerste helft 19de eeuw: onbeschermde en zwakke werknemers
Oorzaken Romeinse tijd en middeleeuwen:
o Franse revolutie 1789: vrijheid van nijverheid en arbeid gepropageerd
o Sterke “werkersorganisaties”: corpora/ gilden
Als je heel ver teruggaat, was er een heel sterke positie voor de corpora
(georganiseerde werkers) zowel bij de Romeinen, als ook in de Middeleeuwen
(gilden). Dit waren mensen die ook een beroep mochten uitoefenen.
o 1791: Decret d’Allarde en Wet Le Chapelier: bevrijden van arbeid en afschaffen gilden +
verbod op vereniging van boeren en arbeiders
Gilden werden afgeschaft omdat arbeid werd voorbehouden aan de burgerij,
waardoor het een instrument was van de elite en de franse revolutie stond voor
gelijkheid
o 1803 (Napoleon): coalitieverbod verder uitgewerkt
Je had een soort van vakbonden , maar vanaf Franse revolutie heb je geen
verbetering voor arbeiders, want ze hebben een verbod van vereniging.
Gevolg: geen vakbonden of stakingen mogelijk
Status 1830:
o Geen beschermende wetgeving (economisch liberalisme)
o Zuivere contractvrijheid MAAR grote stedelijke arbeidspool zorgt voor overaanbod
werknemers + vervangbaarheid => slechte werkomstandigheden
12 uur per dag werken voor 7 dagen tegelijk, vrouwen verdienden hier de helft van
wat een man verdiende en kinderen verdienen 1/3 van loon van de man.
o Beperkt stemrecht (cijnskiesrecht) : dus ook beperkte / geen vertegenwoordiging
Tweede helft 19de eeuw: eerste stappen in het arbeidsrecht (context)
- sociale onlusten ongecontroleerde stakingen want er waren geen vakbonden om alles te regelen,
hierdoor mochten werknemers zich opnieuw vereniging
- 1867: werknemers konden zich terug verenigen
o wel nog verbod op stakingspiketten
o Staking = eenzijdige verbreking arbeidsovereenkomst
Werkgever mocht je ontslaan als je staakte
o Katalysator voor individueel arbeidsrecht
- oprichting vakbonden
o 1885 in BWP= Belgische werklieden partij (socialisten)
o Katholieke werknemersbonden (toestemming paus in Rerum Novarum 1891)
Kerk die voordien bezig was met geestelijk welzijn, zegt op dat moment: ‘Wij gaan
een kerk in de samenleving worden, ze wil ook een rol spelen in het sociale.’
o Liberale vakbond in Gent (1889)
o 1893: algemeen meervoudig mannenstemrecht
- Vanaf 1886 eerste wetten ontstaan in sociaal recht
o Focus = arbeidsreglementering eerste vormen van sociale bescherming
Arbeidersbeweging wind uit zeilen nemen
o 1887 loonbescherming.
Loon werd uitbetaalt op café of fabriekswinkel: je kreeg geen geld, maar bonnen om
te gebruiken in zijn winkel. Dit werd aangepakt: door loonbeschermingswet
o 1889: kinder- en vrouwenarbeid werd beperkt
Leerplicht kwam pas in begin 20ste eeuw, dus kinderen moesten niet naar school
Vrouwen mochten na de bevalling 1 maand thuisblijven
Kinderen kregen 1 dag per week rust
o Pas vanaf 1905 zondagsrust 6-daagse werkweek
3
, verdere ontwikkeling sociaal recht in de 20ste eeuw
Eerste arbeidsovereenkomstenwet
o 1900: enkel voor arbeiders/werklieden –suppletief recht!
Opdeling: arbeiders-bedienden bestond reeds hier al
o 1922: ook voor lagere bedienden
o 1978: AOW in huidige vorm, met behoud verschil arbeiders en bedienden (zie later
eenheidsstatuut)
Wet geldt nog wel aanpassingen doorheen de jaren
Arbeider werken vooral met hun handen en bedienden is intellectuele arbeid
Vb: lasser is arbeider en rekkenvuller Delhaize is bediend
Na WO I: verdere uitbouw arbeidsrecht en aanvang sociale zekerheidsrecht (~deelname arbeiders aan
WOI)
o Veel mensen die meevochten en stierven kwamen uit arbeidersbevolking uit moreel oogpunt
toegevingen doen als vorm van dank
o 1919 werkloosheidsverzekering
o 1921: 48-urenweek nl 6dagen, 8u per dag
Gebaseerd op 8 uur ontspannen en 8 uur slapen
o 1930: pensioenen
o 1936: 1 week betaald verlof (pas vanaf 1963 derde vakantieweek
Na WO II: verdere uitbouw sociale wetgeving (sociaal overleg tijdens WOII vanuit Londen als basis).
o O.a. institutionalisering van het paritair overleg.
Collectief overleg op verschillende niveaus: binnen de onderneming (WG-WN) of op het
niveau van een paritair comité (WG-WN vertegenwoordigers)
Paritair comité = per sector – de vakbonden maken regels voor de werknemers van een
bepaalde sector die ook van toepassing zijn voor individuele contracten bv. wanneer
wordt het loon geïndexeerd.
Zie codex
o Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (1946) => omgezet naar Codex welzijn op het
werk (2017)
o Wet van 20 september 1948 houdende de organisatie van het bedrijfsleven (ondernemingsraden)
o Wet van 29 mei 1952 tot inrichting van de Nationale Arbeidsraad
o Wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen
Sociaal recht is de laatste 120 jaar vanuit het niets uitgegroeid tot een zeer groot domein dat zich nog steeds
ontwikkelt.
Deze ontwikkeling is niet steeds in de richting van meer bescherming
Vanaf crisis jaren ‘80 ook soms stappen terug. (bv: Ze wouden meer dan 8 werkuren per dag
terugkrijgen of bv: devaluatie van Belgische Frank)
Denk aan loonmatiging, flexibilisering van de arbeid (675 uur studentenjob, nu meer dan vroeger
mocht), verlaging van de opzegtermijnen (eenheidsstatuut), …
Vooral in sociale zekerheidsrecht verstrenging voorwaarden (bv: groeipakket)
Geladenheid van arbeidsrecht heel politiek gekleurd: regeerverklaring afhankelijk van verkozen is
4