100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Inleiding Statistiek, zelf 8 gehaald. Tilburg University.

Rating
-
Sold
-
Pages
32
Uploaded on
20-12-2025
Written in
2025/2026

Samenvatting van het van Inleiding Statistiek, van de opleiding psychologie aan de Universiteit van Tilburg/Tilburg University. Alles wat in dit document staat is tentamenstof ook voor het jaar 2025/2026 . Zelf heb ik een 8 gehaald voor dit vak. De samenvatting bevat alle informatie van de hoorcolleges en van het boek. De samenvatting is duidelijk geschreven. Als iets niet duidelijk is of als je vragen hebt over het vak, mag je me altijd een berichtje sturen! Dikgedrukt = begrip Rood = ezelsbruggetje Schuingedrukt = onderwerp van de tekst die eronder staat Onderstreept = belangrijke naam/persoon

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
1 t/m 4, 6 t/m 11, 15, 17-18
Uploaded on
December 20, 2025
Number of pages
32
Written in
2025/2026
Type
Summary

Subjects

Content preview

X: wordt gebruikt om scores voor een variabele weer te geven
Y: Als een tweede variabele wordt gebruikt, staat Y voor de scores
N: wordt gebruikt als symbool voor het aantal scores in een populatie
n: is het symbool voor een aantal scores in een steekproef.

Σ: wordt gebruikt om te staan voor somming.
ΣX: "de som van de scores".
ΣXY: X en Y bij elkaar optellen.
M: steekproefgemiddelde
µ: populatiegemiddelde
SS: som van kwadraten, is de som van de kwadraatafwijkingsscores.
df: n – 1
σ: populatie standaard deviatie
n!: n faculteit. Als n 3 zou zijn is n!, 3x2x1
σM: steekproeferror. Standaarddeviatie bij steekproefgemiddelde.
α: alpha niveau
Δ: verschilscore
SP: Sum of product
Syx: covariantie
rS: sprearman correlatie

,1
Statistiek: de wetenschap van het verzamelen, analyseren, presenteren en interpreteren
van data.

Beschrijvende statistiek: samenvatten en vereenvoudigen van data.
Infertiele statistiek: data analyseren om antwoord te kunnen geven op hypotheses. Die
we gebruiken om de patronen in de steekproef te generaliseren naar de populatie.

Variabele: iets wat kan variëren. Alles wat verschillende waardes kan hebben voor
verschillende mensen.
Data: de verzameling van metingen of observaties van scores van mensen.

Correlationele methode: onderzoekt relaties tussen variabelen door voor elk individu
twee verschillende variabelen te meten. Deze methode stelt onderzoekers in staat om
relaties te meten en te beschrijven, maar kan geen oorzaak-gevolgverklaring voor de
relatie produceren.
Experimentele methode: onderzoekt relaties tussen variabelen door een onafhankelijke
variabele te manipuleren om verschillende behandelingsomstandigheden te creëren en
vervolgens een afhankelijke variabele te meten om een groep scores in elke aandoening
te verkrijgen.
De bedoeling van de experimentele methode is om een oorzaak-gevolgrelatie tussen
variabelen aan te tonen.
Niet-experimentele studies: onderzoeken ook relaties tussen variabelen door groepen
scores te vergelijken, maar ze hebben niet de nauwkeurigheid van echte experimenten
en kunnen geen oorzaak-en-gevolgverklaringen produceren. In plaats van een variabele
te manipuleren om verschillende groepen te creëren, gebruikt een niet-experimenteel
onderzoek een reeds bestaand deelnemerskenmerk (zoals man/vrouw) of het verstrijken
van de tijd (voor/na) om de groepen te maken die worden vergeleken.
Quasi-onafhankelijke variabele: de "onafhankelijke variabele" in een niet-experimenteel
onderzoek die wordt gebruikt om de verschillende groepen scores te maken.

Parameter: een waarde die een samenvatting geeft van een populatie, een kenmerk dat
een populatie beschrijft. Bijvoorbeeld gemiddeldes, meest gekozen namen.
Statistieken: het steekproef broertje/zusje van een parameter. Een kenmerk dat een
steekproef beschrijft. Bijvoorbeeld steekproefgemiddelde.
Is nooit helemaal gelijk aan de populatie waardes, maar door infertiele statistiek is het
wel generaliseerbaar.
Steekproeffout (sampling error): het natuurlijk voorkomende verschil tussen een
statistiek en een parameter.

Twee verschillende soorten onderzoeksvragen:
1. Vragen over gemiddelde

, - Bijv: is de populatiegemiddelde hoger dan 10?
2. Vragen over variabele
- Bijv: presteer je beter door veel oefening?

Constructie van een variabele:
- Structuur kiezen (categorisch/discreet of continu)
- Wat is de kern van het construct en hoe zie je het in gedrag?
- Hoe kan je een waarde kennen aan het gedrag?

Operationaliseren: het proces om een theoretisch construct “meetbaar” of “concreet”
te maken. Dit is nooit het construct.
Er zijn altijd meerdere operationalisaties mogelijk en er is niet maar één de beste.




Discrete variabele kan ook nummer zoals 0,5 en 1,5 zijn.
Nominale variabele: verschillen in score geven kwalitatieve verschillen in mensen aan,
één categorie is niet meer dan de ander (bijv, haarkleur). Bestaat uit categorieën die
alleen in naam verschillen en niet gedifferentieerd zijn in termen van grootte of richting.
Ordinale variabele: verschillen in score geven kwalitatieve verschillen in mensen aan,
maar hogere scores geven aan dat iemand iets meer heeft dan een ander. Hoe veel dat
‘’meer’’ dan is, is niet duidelijk. In een ordinale schaal zijn de categorieën
gedifferentieerd in termen van richting, waardoor een geordende reeks wordt gevormd.
(sociaaleconomische status).
Interval variabele: hogere scores betekenen “meer” van iets en de scores geven aan
hoeveel meer (verschillen kunnen worden geïnterpreteerd). Het verschil tussen 10 en 15
is hetzelfde als het verschil tussen 95 en 100. Je kunt echter niet zeggen dat 50 twee keer
zoveel is als 25, omdat er geen natuurlijke “0-score (een waarde die een totale
afwezigheid van iets laat zien)” is (temperatuur).
Ratio variabele: hogere scores betekenen "meer" van iets en de scores geven aan
hoeveel meer (verschillen kunnen worden geïnterpreteerd). Heeft ook een echte of
natuurlijke 0, dus verhoudingen kunnen worden geïnterpreteerd. Hier is 50 twee keer
zoveel als 25 (lengte).

Frequentieverdeling: Wordt gepresenteerd als tabel of grafiek.
Presenteert twee elementen van informatie:
- De set categorieën op de variabele.
- Hoe vaak elke categorie voorkomt.

, Frequentieverdelingstabel: geeft een overzicht van de categorieën waaruit de
meetschaal bestaat (de X-waarden) in één kolom. Naast elke X-waarde, in een tweede
kolom, staat de frequentie of het aantal individuen in die categorie.
Gegroepeerde frequentieverdelingstabel: groepen scores presenteren in plaats van
individuele waarden. De groepen, of intervallen, worden klasse-intervallen genoemd.

Richtlijnen voor een gegroepeerde frequentieverdelingstabel:
1. Er moeten ongeveer 10 intervallen zijn.
2. De breedte van elk interval moet een eenvoudig getal zijn (bijv. 2, 5 of 10).
3. De laagste score in elk interval moet een veelvoud van de breedte zijn.
4. Alle intervallen moeten even breed zijn en ze moeten het bereik van scores bestrijken
zonder hiaten.

Proportie (p): een relatieve frequentie. Hoe vaak een bepaalde score voorkomt en hoe
dat aantal zich verhoudt tot het totaal aantal observaties.




Percentage:




Variabele weergeven:
- Een frequentietabel is alleen handig met discrete variabele. Met continue variabele kan
dit namelijk heel lang en onoverzichtelijk worden.
- Een frequentietabel is max 10 tot 15 rijen.
- Dan moet je het grafisch visueel maken en dat wordt het meestal gedaan met
Frequency distributions, of Stem-and-leaf plots.
- Voor een interval of ratio variabele gebruik je een histogram of een polygoon.




- Voor een nominale en ordinale variabele gebruik je een staafdiagram , zo zie je goed de
verschillende categorieën.
£5.78
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached


Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
karlijngroeneveld Tilburg University
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
11
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
17
Last sold
2 hours ago

3.5

2 reviews

5
0
4
1
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions