Afasie
2.1 Betekenis van afasie
Afasie is een taalstoornis, veroorzaakt door een focaal hersenletsel nadat de taal verworven is
1. Taalstoornis
= centrale stoornis waarbij de vier taalmodaliteiten (luisteren, spreken, lezen en schrijven) in
meer of mindere mate zijn aangetast
2. Hersenletsel
= moet aantoonbaar zijn, dit wil zeggen dat het letsel zichtbaar is op beeldvorming
3. Focaal
= hersenletsel heeft een duidelijke focus, wat een meerwaarde is voor anatomoklinische
relaties: onderzoeker koppelt de plaats van het letsel aan de symptomen die hij hoort/ziet en
legt zo verbanden
4. Verworven
= onderscheidt afasie van taalontwikkelingsstoornis
Afasie is een stoornis en heeft impact op de communicatie, het sociaal functioneren en de
levenskwaliteit van zowel de persoon met afasie als van diens omgeving
Een cluster van symptomen wordt een syndroom genoemd
Concrete voorbeelden:
o Stoornis: moeite met leesinhoudelijk begrip
Activiteiten: moeite met begrijpen van een bijsluiter
Participatie: zelfzorg niet meer kunnen organiseren
o Stoornis: moete met verwoording
Activiteiten: moeite met vragen stellen in gesprek
Participatie: minimale betrokkenheid bij sociale gebeurtenissen
2.2 Prevalentie en incidentie
Incidentie:
= aaantal nieuwe gevallen
in Amerika jaarlijks 180.000 nieuwe gevallen
Prevalentie:
= totaal aantal personen met afasie op een bepaald ogenblik
o 110.000 Vlamingen maken een beroerte door (1,5%) waarvan 1/3 afasie met gevolg
o Meer oudere populatie
15% van de <65 jarigen
43% van de +85-jarigen
,2.3 Oorzaken
1. Cerebrovasculaire stoornissen
o Beroerte is de meest voorkomende oorzaak van afasie
o Twee oorzaken:
Ischemische beroerte: bloedtoevoer naar de hersenen
afgesloten, zodat het achterliggende hersenweefsel
minder of niet wordt doorbloed = hypoperfusie
een embool of trombus (bloedprop) zorgt voor zo’n
verminderde doorbloeding
Hemorragische beroerte: bloed uit de bloedbaan kan ontsnappen door een
scheuring van een bloedvat = hyperfusie
2. Traumata: beschadiging van het zenuwstelsel
o Letsel aan de schedel en/of hersenweefsel
o Trauma capites: trauma aan het hoofd
o Craniocerebraal trauma: omdat het zowel letsels van de schedel als van de hersenen
teweegbrengen
3. Tumoren:
= zijn abnormale gezwellen en daardoor ruimte-innemende processen
o Jaarlijks +/- 800 nieuwe ptn met hersentumor
o Onderscheid:
Van benigne (goedaardig) naar maligne (kwaadaardig)
Van laaggradige naar hooggradige tumor
o Primaire hersentumoren:
= ontstaan binnen het zenuwstelsel
Meningeomen: 34%
Gliomen: 30%
o Secundaire hersentumoren:
= die het zenuwweefsel binnendringen na metatase (uitzaaiing tumoraal weefsel)
vanuit andere weefsels
meest frequent
, 4. Infecties
= als ziekteverwekkende organismen in het weefsel binnendringen en zich vermenigvuldigen
Bijvoorbeeld: meningitis, encefalitis, hersenabces of van myelitis
5. Intoxicaties en vitaminedeficiënties
= kunnen de normale werking van de hersenen verstoren
Bijvoorbeeld: drugs, alcohol, geneesmiddelen, zware metalen of bepaalde landbouwstoffen
6. Degeneratieve stoornissen
= heterogene groep. De stoornis wordt in de loop van de tijd erger en is onomkeerbaar
Bijvoorbeeld: dementie
Fasen in het herstelproces
o Acute fase = de eerste twee weken
Zodra de patiënt medisch stabiel is kan revalidatie starten
o Revalidatiefase = tot 6 maanden na het ontstaan
Fase waarin grootste herstel plaatsvindt, sterk individueel bepaald
o Chronische fase = na 6 maanden
Fase waarin vaardigheden worden geleerd die leiden tot betere
communicatie en grotere zelfredzaamheid
2.4 Symptomen van afasie
Inleiding
Fonologische symptomen
Lexicale
symptomen
Grammaticale symptomen
Geautomatiseerd taalgebruik
2.4.1 Inleiding
4 taalmodaliteiten: 2 input-, 2 outputmodaliteiten
o Hoe, op welke wijze, gaat taal erin en hoe gaat taal eruit?
, o Wat kunnen we verwachten dat erin en eruit gaat komen?
Taaltaken: taal zichtbaar maken
Afasiesymptomen worden dus zichtbaar in het begrijpen en uiten van klanken/woorden, zinnen
en
verhaal