ONDERZOEKSMETHODE
N
Samenvatting
, 1. Historische en epistemologische grondslagen van
interpretatief onderzoek
1.1 Roadmap
Empirisch-formele, interpretatieve en kritisch- emancipatorische benadering:
- COMPLEMENTARITEIT = Bepaalde vorm van complementariteit van kwantitief en
kwalitatief onderzoek
o Natuurwetenschappen = zoeken naar wetmatigheden en causale verbanden
(‘Erklaren’, Dilthey)
o Sociale wetenschappen = zoeken naar interpretatieve en waardegedreven
verklaringen, het waarom, hoe geven mensen betekenis (‘Verstehen’, Dilthey)
- Kwalitatief onderzoek zit onder de ‘parpalu’ van sociale wetenschappen
- Kwantitatief is ook mogelijk, maar heeft een andere logica
Kwalitatief onderzoek:
- Methodologie niet gelijk aan methoden
- Onderzoeksmethodologie = algemene benadering in een onderzoeksproject (cf.
wetenschapstheoretische basis en overkoepelende onderzoekbenadering: theorie &
empirie)
o Onderscheid erklaren en verstehen belangrijk
o Waarom sla je de weg in van mixed-method, kwantitatief of/en kwalitatief
onderzoek? Kenmerken van kwalitatief onderzoek!
- Onderzoeksmethoden = technieken die gehanteerd en gecombineerd worden
om onderzoek te doen en diepgaand inzicht te verwerven in de betekenis van
complexe sociale realiteiten (strategieën van data- verzameling en data-analyse)
- Waarom kies ik die
context voor aan de slag te gaan
- Waarom heb ik gekozen voor kwalitatief onderzoek
- Vaak veldwerk voor nodig
- Hoe ben ik mijn data gaan verzamelen, hoe geanalyseerd, wat was de betrouwbaarheid
en ethiek en reflexiviteit binnen het onderzoek?
1.2 Historische grondslagen
Onder de paraplu van sociale wetenschappen was er
drang naar we moeten op een andere manier onderzoek
gaan doen
- Stroming = Symbolisch interactionisme
, - Chicago School 1920-1930, o.m. John Dewey, Herbert Mead, Howard Becker, Herbert
Blumer, Jane Addams = hadden hard het besef dat er sociale problemen waren en nooit
begrepen wat er echt aan de hand was
- Theoretische stroming in de sociale wetenschappen, geïnspireerd door een
antropologische stroming in de sociologie
- Doel = ‘onbegrijpelijke’ sociale problemen in de micro-cosmos van Chicago als
grootstedelijke context begrijpen
o Bv. crimineel gedrag van jongensbendes
- We moeten op een andere manier onderzoek gaan doen
o Misschien iets aan de hand in thuismilieu?
- Leren begrijpen van binnenuit, vanwaar komt gedrag
Becker:
- Whose side are we on
- als je onderzoek doet vanuit de sociale
wetenschappen kan je nooit neutraal en objetief
zijn
- Balanceren is van belang, maar je moet
standpunt innemen
- In 1889, Jane Addams and Ellen Gates Starr opened Hull House as a
place to offer accommodation, education and opportunity to the
residents of the impoverished Halsted Street area, a densely
populated urban neighborhood of Italian, Irish, German, Greek,
Bohemian, Russian and Polish Jewish immigrants.
- Ze probeerde samen met de buurt van binnenuti begrijpen: hoe kijken
jullie naar de buurt, hoe willen jullie ons ging naar een actieonderzoek
- Symbolisch interactionisme
o Idee dat elke vorm van menselijke ervaring gemedieerd word door interpretatie
o Proberen te kijken hoe de symbolen geproduceerd worden tussen mensen =
symboolproductie
o based on the assumption that human experience is mediated by
interpretation (Blumer, 1969)
- Niet het individu, maar het symbool wordt gezien als constituerend element van de
samenleving
o “People act, not on the basis of predetermined responses to predefined objects,
but rather as interpreters, definers, signalers, and symbol and signal readers
whoe behaviour can only be understood by having the researcher enter into the
defining process” (Bodan & Biklen, 1998: 25)
- Pedagogische wetenschappen en sociaal werk: nooit exclusief natuurwetenschappen
(wat mensen doen, ‘gedrag’), maar altijd sociale wetenschappen (waarom mensen iets
zeggen en doen) in een bepaalde historische, sociale, culturele en politieke context
- Waardengedreven proberen begrijpen waarom mensen iets zeggen en doen (‘sociale
betekenis’)
Voorbeelden masterproefthema’s:
, - Het symbool wordt geproduceerd in sociale interacties = subjectieve ervaringen zijn de
neerslag van een interactie- en interpretatieproces tussen mensen
o “Human beings are actively engaged in creating their world; understanding the
intersection between biography and society is essential” (Bogdan & Biklen, 1998:
25)
Oude vrouw & jonge vrouw
Manier waarop we interpreteren ensymbolen produceren kan dit
verschillende neveneffecten hebben
Bv “In 1955 ging een negervrouw, Rosa Parks, in een bus in Montgomery zitten op een plaats
die normaal voor blanken gereserveerd was. Ze weigerde het bevel van de bestuurder om op
te staan en plaats te maken voor een binnengekomen blanke passagier” (Schuyt, 1972)
Verschillende werkelijkheidsniveaus (Schuyt, 1972):
- Het actuele handelen, het concrete gebeuren (het “feit”)
- De subjectieve interpretatie van dit gebeuren of van dit handelen symbolisch
interactionisme
- Door de verschillende actoren: “leefwereld” (ervaring)
o “Mrs. Rosa Park vertelde, toen men haar beweegredenen gevraagd werd, dat ze
de hele dag gewerkt had en dat haar voeten erg moe waren en dat ze daarom
geen zin had om op te staan” (Schuyt, 1972) (individuele ervaring)
o Het begin van de wat als symbool staat voor de befaamde door Marther Luther
King geleide Montgomery-busboycot als protest tegen rassendiscriminatie
(collectieve ervaring)
o Wordt collectief geïnterpreteerd als een verzet tegen rassendiscriminatie
- De interpretatie van de sociale wetenschapper
o door macro-sociologen gethematiseerd als symbool voor openlijk protest en
verzet tegen collectieve rassendiscriminatie (interpretatie – referentiekader(s)?)
- Als we kwalitatief onderzoek doen naar insidersperspectief gaan vragen
Symbolen als ‘sensitizing concepts’:
- “This ambiguous nature of concepts (…) hinders us in coming to close grips with our
empirical world, for we are not sure what to grip” (Blumer, 1954)
- Niet als defintitief of vaste betekenis, eender wel concept of
interpretatie die je maakt moet altijd in beweging blijven
- In contrast met definitieve concepten, geeft een sensitizing concept
“the user a general sense of reference and guidance in approaching
empirical instances” (Blumer, 1954: 7)