Leerdoel 1
Veiligheidsvraagstuk= ontstaat na verloop van tijd, speelt zicht af in een bepaalde omgeving, vraagt
om een mix van inzichten en kennisgebieden en moet met samenwerkende actoren uit verschillende
organisaties en achtergronden worden aangepakt.
Internationale samenwerking en veiligheid
Internationale samenwerking is essentieel voor de veiligheid van Nederland. Veel dreigingen zijn
grensoverschrijdend, zoals terrorisme, cybercriminaliteit, georganiseerde misdaad, oorlog en
klimaatverandering. Deze problemen kunnen niet door één land alleen worden opgelost. Daarom is
het belangrijk dat Nederland samenwerkt met andere landen en internationale organisaties.
Door samen te werken kunnen landen informatie uitwisselen, gezamenlijk optreden bij crisissituaties
en afspraken maken over veiligheid, defensie en mensenrechten. Nederland doet dat bijvoorbeeld via
de NAVO, de Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties (VN).
Soms levert Nederland een stukje van zijn zelfstandigheid in om samen te kunnen werken. Dat is een
bewuste keuze, omdat multilaterale samenwerking vaak meer effect heeft dan wanneer een land
alleen optreedt.
Soevereiniteit= De macht van een land om zelfstandig beslissingen te nemen binnen zijn eigen
grondgebied. Bij internationale samenwerking levert een land soms een stukje van zijn soevereiniteit
in, bijvoorbeeld door zich te houden aan internationale regels. Kortweg een land houdt zelf het
laatste woord over de internationale afspraken die het maakt; ‘baas over eigen staat’.
Solidariteit= Het principe van wederzijdse steun. Als één land in de EU of NAVO wordt getroffen,
springen andere landen bij. Nederland helpt andere landen, en mag andersom ook hulp verwachten.
Unilateraal= Als een land zelfstandig handelt, zonder overleg of samenwerking met andere landen.
Dit kan nodig zijn bij directe dreiging, maar het heeft beperkingen, zeker voor kleinere landen zoals
Nederland.
Multilateraal= Samenwerking tussen meerdere landen. Multilaterale samenwerking (zoals in de EU of
VN) zorgt voor meer slagkracht, betere afspraken en gezamenlijke oplossingen.
Harmonisatie= Vooral onderlinge standaardisering van wetgeving, richtlijnen en procedures tussen
landen. Denk bijvoorbeeld aan het Europees keurmerk voor kwaliteitseisen van producten.
Differentiatie= is hier het tegenovergestelde van; men vaart een eigen koers en bepaalt zelf wat het
‘beleid’ is/wordt. Middels zogeheten opt-ins en opt-outs ofwel uitzonderingsclausules enige ruimte
eigen interpretatie of toepassing te kiezen.
Grensoverschrijdende dreigingen= Risico’s die zich niet aan landsgrenzen houden, zoals
cyberaanvallen, klimaatverandering, pandemieën en internationale criminaliteit.
Internationale organisaties= Instellingen waarbij landen samenwerken aan vrede, veiligheid en
stabiliteit, zoals de EU, NAVO, VN, INTERPOL.
VN= oprichting 1945, 193 landen, wereldwijde leden, internationale veiligheid belangrijk thema.
Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)= Oprichting 1949, tientallen Europese landen en de
Verenigde Staten. Doel is de vrijheid en veiligheid van de deelnemende landen te garanderen.
,Raad van Europa= ongeveer vijftig lidstaten, veel omvangrijker dan de EU (ook Rusland en Turkije zijn
lid).
Europese Unie (EU)= 27 lidstaten, oorspronkelijk meer gericht op (economische) stabiliteit. Sinds
Verdrag van Maastricht, belangrijke rol op gebied van onder meer bestrijding grensoverschrijdende
criminaliteit en terrorisme. Ook aantal agentschappen, zoals Europol.
Internationale samenwerking is geen optie, maar een noodzaak vanuit Nederlands perspectief.
Daarom is het van belang dat de veiligheidsprofessional investeert in het bijhouden van de kennis en
kunde om daadkrachtig te kunnen optreden op het nationale en in internationale toneel.
Nexus= de verbinding tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid. Problemen zoals rampen,
criminaliteit of terrorisme stoppen niet bij landsgrenzen en kunnen meerdere landen raken. Gevolgen
kunnen lang blijven bestaan, bijvoorbeeld bij natuurrampen, epidemieën of drugshandel. Zo hangen
nationale en internationale veiligheid sterk met elkaar samen.
Nederland is internationaal zeer actief en heeft een belangrijke rol vanwege zijn open economie en
centrale ligging in Europa. Hoewel Nederland een klein land is, is samenwerking onmisbaar. Het is
gastheer van internationale gerechtshoven en organisaties en speelde een grote rol bij de oprichting
van de EU. Tegelijkertijd groeit de euroscepsis onder sommige groepen.
Nederland is als klein land afhankelijk van internationale samenwerking om zijn veiligheid te kunnen
waarborgen. Door multilateraal samen te werken, soevereiniteit deels te delen en solidariteit te
tonen, kunnen we gezamenlijk dreigingen aanpakken die landen alleen niet aankunnen.
Wat is een voorbeeld van de inzet van de VN bij veiligheidsvraagstukken? Vredesmissies zijn een
kerntaak van de VN in conflictgebieden.
Wat is een taak van Frontex in de Europese samenwerking? Frontex speelt een sleutelrol in het
beschermen van EU-grenzen, Frontex is geen militaire organisatie
Wat is een belangrijk voordeel van bilaterale samenwerking tussen Nederland en Duitsland?
Bilaterale afspraken zorgen voor efficiëntere grensoverschrijdende inzet, juist deze samenwerking
versnelt en verbetert de gezamenlijke inzet
Leerdoel 2
Gemeinschaft= draait om hechte, persoonlijke banden en collectiviteit. Mensen kennen elkaar goed,
voelen zich veilig en horen er onvoorwaardelijk bij. Dit zorgt voor veel sociale cohesie en zekerheid.
Klein groepje mensen, iedereen vertrouwd elkaar en je weet niet beter van vroeger. Als je ouders
aardappelboer zijn, dan word jij ook aardappelboer.
- Voordeel Gemeinschaft: Sterke verbondenheid en steun binnen de groep.
- Nadeel Gemeinschaft: Soms weinig ruimte voor persoonlijke vrijheid en individuele keuzes.
Gesellschaft= gericht op formele, zakelijke relaties en individualisme. De samenleving is opgedeeld in
losse delen zoals werk, school en vrienden, met weinig sociale cohesie.
- Voordeel Gesellschaft: Meer vrijheid en ruimte voor eigen keuzes en prestaties.
- Nadeel Gesellschaft: Vervreemding, eenzaamheid en minder sociale controle. Mensen voelen
zich vaker alleen en moeten hun sociale contacten actief verdienen.
, Door de industriële revolutie verschoof de samenleving van Gemeinschaft naar Gesellschaft, wat
grote gevolgen heeft voor hoe mensen met elkaar omgaan en zich veilig voelen.
Individualisering= het maatschappelijke proces waarbij mensen meer als individu dan als lid van een
groep in de samenleving komen te staan. Mensen voelen nu minder verantwoordelijkheid, mensen
voelen zich alleen. Een maatschappelijke ontwikkeling waarbij mensen meer als individu leven en
minder afhankelijk zijn van vaste groepen zoals familie, kerk of buurtgemeenschappen.
Zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid staan centraal.
Vervreemding= Mensen voelen zich minder verbonden met anderen of met de samenleving als
geheel. Dit kan leiden tot eenzaamheid of het gevoel dat je er niet bij hoort. Afdrijven van andere, je
verliest je verbinding met andere. In een anonieme samenleving zoals nu komt dit veel meer voor.
Gevolgen zijn drugsgebruik van isolatie. Je bent alleen en niemand komt je helpen. (Jeugdcriminaliteit
ontslaat hierdoor)
Gevolgen voor individu en samenleving:
Voor het individu: Meer vrijheid en keuzemogelijkheden, maar ook meer
verantwoordelijkheid en risico op eenzaamheid.
Voor de samenleving: Minder sociale cohesie (mensen kennen elkaar minder goed), minder
betrokkenheid bij buurt of maatschappij, en meer druk op de overheid of hulporganisaties
om problemen op te lossen.
Leefbaarheid= gaat over hoe prettig, veilig en gezond mensen in een buurt of wijk kunnen wonen.
Denk aan schone straten, goed onderhouden woningen, sociale contacten en een gevoel van
veiligheid.
Overlast= gedrag of omstandigheden die de leefbaarheid negatief beïnvloeden. Dit kan zijn:
geluidsoverlast, zwerfvuil, hangjongeren, drugsgebruik op straat, of criminaliteit.
Burgerparticipatie= burgers voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen sociale ruimte. Ze denken
actief mee of werken mee aan oplossingen voor problemen in hun buurt of samenleving.
Bijvoorbeeld: bewoners die samen een speeltuin opknappen of meepraten met de gemeente over
nieuw beleid.
Zelfredzaamheid= De mate waarin mensen in staat zijn om zelf hun problemen op te lossen en in hun
eigen behoeften te voorzien, zonder (directe) hulp van anderen of de overheid. Denk aan het regelen
van zorg, werk of geldzaken. Sociale media bereiken niet iedereen, brieven lezen ze niet, Nederlands
kan niet iedereen. Ouderen en kinderen zijn extra kwetsbaar, ze zijn niet zelfredzaam.
Hoe bevorder je dit?
Door voorlichting te geven, bijvoorbeeld over rechten en plichten.
Door inspraakmomenten te organiseren, zoals wijkbijeenkomsten.
Door initiatieven van burgers te ondersteunen met subsidies of
materialen.
Door digitale tools aan te bieden (zoals buurtapps of
meldpunten).
Veiligheidsvraagstuk= ontstaat na verloop van tijd, speelt zicht af in een bepaalde omgeving, vraagt
om een mix van inzichten en kennisgebieden en moet met samenwerkende actoren uit verschillende
organisaties en achtergronden worden aangepakt.
Internationale samenwerking en veiligheid
Internationale samenwerking is essentieel voor de veiligheid van Nederland. Veel dreigingen zijn
grensoverschrijdend, zoals terrorisme, cybercriminaliteit, georganiseerde misdaad, oorlog en
klimaatverandering. Deze problemen kunnen niet door één land alleen worden opgelost. Daarom is
het belangrijk dat Nederland samenwerkt met andere landen en internationale organisaties.
Door samen te werken kunnen landen informatie uitwisselen, gezamenlijk optreden bij crisissituaties
en afspraken maken over veiligheid, defensie en mensenrechten. Nederland doet dat bijvoorbeeld via
de NAVO, de Europese Unie (EU) en de Verenigde Naties (VN).
Soms levert Nederland een stukje van zijn zelfstandigheid in om samen te kunnen werken. Dat is een
bewuste keuze, omdat multilaterale samenwerking vaak meer effect heeft dan wanneer een land
alleen optreedt.
Soevereiniteit= De macht van een land om zelfstandig beslissingen te nemen binnen zijn eigen
grondgebied. Bij internationale samenwerking levert een land soms een stukje van zijn soevereiniteit
in, bijvoorbeeld door zich te houden aan internationale regels. Kortweg een land houdt zelf het
laatste woord over de internationale afspraken die het maakt; ‘baas over eigen staat’.
Solidariteit= Het principe van wederzijdse steun. Als één land in de EU of NAVO wordt getroffen,
springen andere landen bij. Nederland helpt andere landen, en mag andersom ook hulp verwachten.
Unilateraal= Als een land zelfstandig handelt, zonder overleg of samenwerking met andere landen.
Dit kan nodig zijn bij directe dreiging, maar het heeft beperkingen, zeker voor kleinere landen zoals
Nederland.
Multilateraal= Samenwerking tussen meerdere landen. Multilaterale samenwerking (zoals in de EU of
VN) zorgt voor meer slagkracht, betere afspraken en gezamenlijke oplossingen.
Harmonisatie= Vooral onderlinge standaardisering van wetgeving, richtlijnen en procedures tussen
landen. Denk bijvoorbeeld aan het Europees keurmerk voor kwaliteitseisen van producten.
Differentiatie= is hier het tegenovergestelde van; men vaart een eigen koers en bepaalt zelf wat het
‘beleid’ is/wordt. Middels zogeheten opt-ins en opt-outs ofwel uitzonderingsclausules enige ruimte
eigen interpretatie of toepassing te kiezen.
Grensoverschrijdende dreigingen= Risico’s die zich niet aan landsgrenzen houden, zoals
cyberaanvallen, klimaatverandering, pandemieën en internationale criminaliteit.
Internationale organisaties= Instellingen waarbij landen samenwerken aan vrede, veiligheid en
stabiliteit, zoals de EU, NAVO, VN, INTERPOL.
VN= oprichting 1945, 193 landen, wereldwijde leden, internationale veiligheid belangrijk thema.
Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO)= Oprichting 1949, tientallen Europese landen en de
Verenigde Staten. Doel is de vrijheid en veiligheid van de deelnemende landen te garanderen.
,Raad van Europa= ongeveer vijftig lidstaten, veel omvangrijker dan de EU (ook Rusland en Turkije zijn
lid).
Europese Unie (EU)= 27 lidstaten, oorspronkelijk meer gericht op (economische) stabiliteit. Sinds
Verdrag van Maastricht, belangrijke rol op gebied van onder meer bestrijding grensoverschrijdende
criminaliteit en terrorisme. Ook aantal agentschappen, zoals Europol.
Internationale samenwerking is geen optie, maar een noodzaak vanuit Nederlands perspectief.
Daarom is het van belang dat de veiligheidsprofessional investeert in het bijhouden van de kennis en
kunde om daadkrachtig te kunnen optreden op het nationale en in internationale toneel.
Nexus= de verbinding tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid. Problemen zoals rampen,
criminaliteit of terrorisme stoppen niet bij landsgrenzen en kunnen meerdere landen raken. Gevolgen
kunnen lang blijven bestaan, bijvoorbeeld bij natuurrampen, epidemieën of drugshandel. Zo hangen
nationale en internationale veiligheid sterk met elkaar samen.
Nederland is internationaal zeer actief en heeft een belangrijke rol vanwege zijn open economie en
centrale ligging in Europa. Hoewel Nederland een klein land is, is samenwerking onmisbaar. Het is
gastheer van internationale gerechtshoven en organisaties en speelde een grote rol bij de oprichting
van de EU. Tegelijkertijd groeit de euroscepsis onder sommige groepen.
Nederland is als klein land afhankelijk van internationale samenwerking om zijn veiligheid te kunnen
waarborgen. Door multilateraal samen te werken, soevereiniteit deels te delen en solidariteit te
tonen, kunnen we gezamenlijk dreigingen aanpakken die landen alleen niet aankunnen.
Wat is een voorbeeld van de inzet van de VN bij veiligheidsvraagstukken? Vredesmissies zijn een
kerntaak van de VN in conflictgebieden.
Wat is een taak van Frontex in de Europese samenwerking? Frontex speelt een sleutelrol in het
beschermen van EU-grenzen, Frontex is geen militaire organisatie
Wat is een belangrijk voordeel van bilaterale samenwerking tussen Nederland en Duitsland?
Bilaterale afspraken zorgen voor efficiëntere grensoverschrijdende inzet, juist deze samenwerking
versnelt en verbetert de gezamenlijke inzet
Leerdoel 2
Gemeinschaft= draait om hechte, persoonlijke banden en collectiviteit. Mensen kennen elkaar goed,
voelen zich veilig en horen er onvoorwaardelijk bij. Dit zorgt voor veel sociale cohesie en zekerheid.
Klein groepje mensen, iedereen vertrouwd elkaar en je weet niet beter van vroeger. Als je ouders
aardappelboer zijn, dan word jij ook aardappelboer.
- Voordeel Gemeinschaft: Sterke verbondenheid en steun binnen de groep.
- Nadeel Gemeinschaft: Soms weinig ruimte voor persoonlijke vrijheid en individuele keuzes.
Gesellschaft= gericht op formele, zakelijke relaties en individualisme. De samenleving is opgedeeld in
losse delen zoals werk, school en vrienden, met weinig sociale cohesie.
- Voordeel Gesellschaft: Meer vrijheid en ruimte voor eigen keuzes en prestaties.
- Nadeel Gesellschaft: Vervreemding, eenzaamheid en minder sociale controle. Mensen voelen
zich vaker alleen en moeten hun sociale contacten actief verdienen.
, Door de industriële revolutie verschoof de samenleving van Gemeinschaft naar Gesellschaft, wat
grote gevolgen heeft voor hoe mensen met elkaar omgaan en zich veilig voelen.
Individualisering= het maatschappelijke proces waarbij mensen meer als individu dan als lid van een
groep in de samenleving komen te staan. Mensen voelen nu minder verantwoordelijkheid, mensen
voelen zich alleen. Een maatschappelijke ontwikkeling waarbij mensen meer als individu leven en
minder afhankelijk zijn van vaste groepen zoals familie, kerk of buurtgemeenschappen.
Zelfontplooiing en persoonlijke vrijheid staan centraal.
Vervreemding= Mensen voelen zich minder verbonden met anderen of met de samenleving als
geheel. Dit kan leiden tot eenzaamheid of het gevoel dat je er niet bij hoort. Afdrijven van andere, je
verliest je verbinding met andere. In een anonieme samenleving zoals nu komt dit veel meer voor.
Gevolgen zijn drugsgebruik van isolatie. Je bent alleen en niemand komt je helpen. (Jeugdcriminaliteit
ontslaat hierdoor)
Gevolgen voor individu en samenleving:
Voor het individu: Meer vrijheid en keuzemogelijkheden, maar ook meer
verantwoordelijkheid en risico op eenzaamheid.
Voor de samenleving: Minder sociale cohesie (mensen kennen elkaar minder goed), minder
betrokkenheid bij buurt of maatschappij, en meer druk op de overheid of hulporganisaties
om problemen op te lossen.
Leefbaarheid= gaat over hoe prettig, veilig en gezond mensen in een buurt of wijk kunnen wonen.
Denk aan schone straten, goed onderhouden woningen, sociale contacten en een gevoel van
veiligheid.
Overlast= gedrag of omstandigheden die de leefbaarheid negatief beïnvloeden. Dit kan zijn:
geluidsoverlast, zwerfvuil, hangjongeren, drugsgebruik op straat, of criminaliteit.
Burgerparticipatie= burgers voelen zich verantwoordelijk voor hun eigen sociale ruimte. Ze denken
actief mee of werken mee aan oplossingen voor problemen in hun buurt of samenleving.
Bijvoorbeeld: bewoners die samen een speeltuin opknappen of meepraten met de gemeente over
nieuw beleid.
Zelfredzaamheid= De mate waarin mensen in staat zijn om zelf hun problemen op te lossen en in hun
eigen behoeften te voorzien, zonder (directe) hulp van anderen of de overheid. Denk aan het regelen
van zorg, werk of geldzaken. Sociale media bereiken niet iedereen, brieven lezen ze niet, Nederlands
kan niet iedereen. Ouderen en kinderen zijn extra kwetsbaar, ze zijn niet zelfredzaam.
Hoe bevorder je dit?
Door voorlichting te geven, bijvoorbeeld over rechten en plichten.
Door inspraakmomenten te organiseren, zoals wijkbijeenkomsten.
Door initiatieven van burgers te ondersteunen met subsidies of
materialen.
Door digitale tools aan te bieden (zoals buurtapps of
meldpunten).