- Epistemologie = studie van de kennis
Rationalisme : rede is voornaamste bron van kennis
Verstandskennis
- Rationalisme gaat vanuit het menselijk denkvermogen
De rede
- Ons verstand bezit een inherent rationele en logische structuur, waarmee
we de realiteit kunnen lezen
We verkrijgen de waarheid door kennis te analyseren
Descartes Methodische twijfel
Alle zekerheden kritisch bekijken: eerste stap van constructieve
zekerheden opbouwen
- Onbetwijfelbare zekerheden
Methode van radicale twijfel
Radicaal/ingrijpend alle fundamenten van onze kennis in twijfel trekken om
nadien op zoek te gaan naar fundamenten van zekerheden
Deductief = algemene conclusie in twijfel trekken, niet de individuele
gevallen
Descartes gaat vanuit een mathematische en wetenschappelijke rationalisme
Kennis moet gebaseerd zijn op fundamenten en methode = rationele
principes en deductieve logica
Ervaringen
,
3 argumenten
Argument van de droom: het zou kunnen dat alles wat je meemaakt
afspeelt in een droom
Argument van de demon: het zou kunnen dat er een kwaadaardige
demon bestaat die alles wat wij doen, denken en voelen stuurt
Argument van zintuigen: we kunnen de zintuigen niet vertrouwen
= Deductief. = Van het algemene naar het bijzondere
Methodische twijfel door algemene fundamenten in twijfel te
trekken.
Intuïtieve inzichten
Cartesiaanse rationalisme
1. Toegang tot aangeboren ideeën intuïtie, heldere en
welonderscheiden ideeën
2. De logica= de methode om tot kennis te komen
Intuïtie: onmiddellijke kennis of en heldere inzicht waardoor we
welonderscheiden/ heldere ideeën zien.
Zekerheden: systematische rationele & mathematische methode door middel van
intuïtie en heldere en welonderscheiden ideeën
Voorbeelden van heldere en welonderscheiden ideeën zijn ‘God’ of ‘ik’. Dat zijn
volgens Descartes aangeboren ideeën, waartoe we inzicht krijgen via de intuïtie.
Fundamentele zekerheden
1. Cogito ergo sum: ik denk dus ik ben
, 1 ding kan je niet in twijfel trekken, het feit dat je aan het twijfelen bent
Ik twijfel dus ik denk dus ik besta
Als ik twijfel dan denk ik
Ik twijfel dus ik denk
Als ik denk dan besta ik
Ik denk
Ik denk dus ik besta
Zekerheid van twijfel die zorgt voor zekerheid van bestaan
2. Bestaan van God : 2 godsbewijzen
A posteriori: principe van oorzakelijkheid: oorsprong achtgr het bestaan
van God
En volmaakt wezen (God) kan niet voortkomen als idee uit een
minder volmaakt wezen
De mens kan God niet verzinnen (de oorzaak moet groter zijn dan
het gevolg)
God = oorzaak, niet de mens: het idee van God is aangeboren en
door God ( oorzaak) in onze ziel geplakt
= inductief specifieke/ individuele observatie oorzaak va dat
idee bepaalde ervaring= startpunt van kennis
A priori: God is volmaakt e heft de mens geschapen (intuïtie), God heeft de
onvolmaakte geschapen
Wij ontlenen ons bestaan aan God, God is volmaakt en om volmaakt te
kunnen zij moet je bestaan
God bestaat op zichzelf, hij is zijn eigen oorzaak
3. Bestaan va de buitenwereld
Zintuiglijke waarnemingen oorzaak?
1. We hebben het zelf verzonnen = niet mogelijk, we hebben soms
geen controle over de zintuiglijke waarnemen
2. Door God ingeplant God is geen bedrieger
= niet door iemand veroorzaakt, wel door iets
Twijfelen is een activiteit van de geest, dus er is een denkend object dat
aan het twijfelen is
Cirkelredenering : Hetgeen wat je wilt bewijzen, bewijzen door bewijsmiddel te
ondersteunen