100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Sociologie

Rating
-
Sold
-
Pages
8
Uploaded on
01-02-2021
Written in
2020/2021

Samenvatting sociologie. Hoofdstukken: - Sociologie de inleiding - affectieve bindingen - cognitieve bindingen

Institution
Module









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 1, 2, 4, 5
Uploaded on
February 1, 2021
Number of pages
8
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Sociologie hoofdstuk 1
Psychologie= micro niveau
Sociologie= macro niveau

Sociologie= de wetenschap van de manieren waarop mensen met elkaar samenleven (doen
systematisch onderzoek) OOKWEL wetenschap van de maatschappij
Sociologie= studie van sociale netwerken
Centraal uitgangspunt socioloog = wie wij zijn, hoe wij denken wordt bepaald door de samenleving,
mensen zijn afhankelijk van elkaar

Sociaal netwerk= een te onderheiden geheel van relaties tussen actoren (individuen of groepen).
Deze netwerken variëren oa in:
Omvang:
Dichtheid: het feitelijke aantal directe relaties tussen de actoren,
Openheid: de mate waarin het netwerk verbinding heeft met andere netwerken

Maatschappij= manier waarop mensen met elkaar samenleven/ grote sociale eenheid waartoe
mensen behoren
Groep= gemeenschappelijke identiteit, die een “wij-gevoel” kennen/ verbindingen tussen mensen
die geen besef hebben van een gemeenschappelijke identiteit
Actoren= individu of groep
Empirisch= door ervaring geleerd

Menswetenschappen= in hoeverre wordt gedrag aangeboren (nature) of aangeleerd (cultuur)
Geïnternaliseerd= iets eigen maken

Sociologie en sociale psychologie = de mens in de sociale context
Sociologie = macro niveau, invloeden van situaties op de samenleving
Sociale Psychologie = micro niveau, theorieën van het individu

Bij sociologie staat objectiviteit en neutraliteit centraal , ze kijken naar de causale (overeenkomsten)
samenhang tussen sociale processen.

Sociologen = proberen gedrag te begrijpen en te bepalen door te kijken naar de context en de
speciale banden die wij met elkaar vormen (bestuderen de westerse samenleving)

Antropologen= bestuderen ook de niet westerse samenleving

Sociologen bestuderen:
- Criminaliteit
- Gezondheid
- Jeugdculturen
- Macht en gezag
- Sociale netwerken
- Onderwijs
- Migratieproblematiek
- Problemen in de grote stad
- Sociale ongelijkheid
- Veranderingen in gezin
- Kansen in de arbeidsmarkt

, - In een analyse moet je meenemen:
- Historische gebeurtenissen
- Structurele processen
- Persoonlijke factoren
- Invloed van de samenleving

Sociale problemen (sociaal ongewenste situaties bv, armoede, criminaliteit, werkloosheid) =
praktisch en gericht op beleid  hoe … op te lossen?

Sociologische problemen ( hebben niet altijd maatschappelijk nut, gaat over begrijpen van) =
beschrijven, verklaren, gericht op kennisverwerving  Hoe zit … in elkaar?

Basisgegevens in onderzoek:
- Biologische basisgegevens scheiden  geslacht en leeftijd
- Demografische basisgegevens  bevolkingsopbouw (bv. Vergrijzing)
- Geografische basisgegevens  fysieke omgeving (opgroeien in een iglo of woonhuis,
Nederland of Peru)

Drie invalshoeken van het sociale = alles wat tussen mensen afspeelt
Relatieve autonomie = De verhouding tussen politiek en context, waarin beide een eigen bestaan
hebben, maar elkaar toch beïnvloeden
Sociale processen zijn niet gepland, het gaat een eigen leven leiden
Bv: crisis wordt niet bedacht en gepland door 1 persoon

Interactie = alles wat we kunnen waarnemen, praten, luisteren, mailen, kijken, non-verbaal
Directe interactie= face-to-face
Indirecte interactie= whatsapp, tussenpersoon
Sociaal handelen= het handelen dat georiënteerd is op het gedrag van anderen, sociologie is
geïnteresseerd in beide
Gewoontevorming= wanneer interactie vaker plaatsvind en gedrag voorspelbaar wordt.
- Negatief  scheiding, vechten, stelen
- Positief  hand geven, trouwen, helpen

Sociaal handelen is bijna alles wat je doet,
Tanden poetsen  sociaal handelen
Vallen over een steen  geen sociaal handelen
Om je heen kijken of iemand het gezien heeft  sociaal handelen

Cultuur wordt gevormd door mensen die vaak bij elkaar zijn. Brengen cultuur over door
socialisatie en internationalisatie.

Socialisatie = het overbrengen van cultuur. Je brengt dingen en neemt dingen over. Weten
welke normen en waarden er gelden in de samenleving (bv hand geven)
Imitatie= gedrag nabootsen
Identificatie= willen zoals de persoon die je imiteert

Internationalisatie = weten dat iets hoort in de samenleving, een manier hoe jij gedrag
vertoont wat je hebt aangeleerd (kan bij iedereen anders zijn. bv kleding aantrekken)
Cultuur wordt door elkaar gevormd, en krijg je gewoontevorming,
Socioloog “De Zwaan”, beschouwt alles wat zich “wij” noemt als cultuur
Innerlijke controle= zelfdwang
£5.35
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
imketubee
1.0
(1)

Get to know the seller

Seller avatar
imketubee Fontys Hogeschool
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
2
Member since
4 year
Number of followers
2
Documents
6
Last sold
4 year ago

1.0

1 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions