Kennisclips Perspectieven op het sociaal werk
Week 7 – perspectieven
Psychologische stromingen
Rene Descartes (17e eeuw)
Rationalist = logisch denken om aan filosofie en wetenschap te doen.
Dit idee vormt de basis voor de moderne psychologie, scheiding tussen spirituele geest en
fysieke lichaam.
6 perspectieven van psychologie:
1. Biologisch perspectief
Richt zich op:
- zenuwstelsel
- hormoonstelsel
- genetica
- fysieke kenmerken
2 disciplines onderscheiden:
1. Neurowetenschap: richt zich op het begrijpen van hoe de hersenen, gedachten, gevoelens,
motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren.
2. Evolutionaire psychologie: relatief nieuw specialisme dat gedrag en mentale processen
beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting.
2. Cognitieve perspectief
Richt zich op:
- mentale processen
- geest als computerachtige machine
- invloed emotie & motivatie
Introspectie = beschrijving van je eigen innerlijke ervaringen (Wilhelm Wundt – 19 e eeuw).
↓
Structuralisme = op zoek naar basisstructuren van de geest en gedachten, elementen van de
bewuste ervaring.
↓
Gestaltpsychologie = de som is meer dan het geheel der delen.
↓
Funtionalisme = psychische processen en begrijpen van hun adaptieve functie & nut.
Bewuste ervaring:
Aandacht Perceptie Geheugen
Emotie Sensatie Denken
3. Behavioristisch perspectief
Richt zich op:
- leren
- beheersing van gedrag door omgeving
- stimuli & responsen, maar niet mentale processen
, Empiristisch idee je kan alleen zekerheid werven over datgeen dat je daadwerkelijk kunt
waarnemen.
De mens is bij de geboorte een tabula rasa (blanco papier) en alles wordt aangeleerd.
4. Perspectieven van de gehele persoon
- Psychodynamische perspectief = richt zich op onbewuste motivatie van psychische
stoornissen.
- Humanistisch perspectief = legt toe op geestelijke gezondheid en menselijk potentieel.
- Perspectief karaktertrekken en temperament = benadrukt persoonskenmerken en
individuele verschillen.
Psycho-analyse valt onder perspectieven van de gehele persoon, want het is een globaal
inzicht in de persoonlijkheid.
5. Ontwikkelingsperspectief
Richt zich op:
- veranderingen in het psychologisch functioneren tijdens het leven.
- erfelijkheid en omgeving.
Gedrag is een combinatie van nature & nurture. Gedrag kun je koppelen aan de
ontwikkelingsfase waarin je zit.
6. Sociocultureel perspectief
Richt zich op:
- sociale invloeden op gedrag en mentale processen.
- functioneren van individuen in groepen.
- culturele verschillen.
Cultuur = complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden en tradities ontwikkeld
door een groep mensen en gedeeld met anderen in dezelfde omgeving.
Cross cultureel psycholoog = geïnteresseerd in de manieren waarop psychologische
processen verschillen tussen mensen van verschillende culturen.
Wetenschappelijke methode
= een uit 4 stappen bestaande procedure voor empirisch onderzoek van een hypothese, waarbij de
omstandigheden zo zijn gekozen dat de vooroordelen en subjectieve oordelen worden uitgesloten.
Empirisch onderzoek gegevens worden verzameld doormiddel van feiten & observaties.
Stap 1 = hypothese
Stap 2 = objectieve data verzamelen
Stap 3 = resultaten analyseren
Onafhankelijke variabele is beïnvloedbaar.
Afhankelijke variabele is gemeten/geobserveerd.
Stap 4 = repliceren
, Soorten psychologisch onderzoek
5 verschillende soorten:
1. Experiment
In een laboratorium wordt een steekproef genomen en die wordt toegewezen aan een
experimentele of controleconditie. Daarna vindt toetsing plaats door responsen.
(meest zuiver)
2. Correlatieonderzoek
je gaat op zoek naar verbanden.
Er zijn 3 uitslagen:
1. Positieve correlatie als het een meer wordt, wordt het ander ook meer.
2. Negatieve correlatie het een wordt meer en het ander wordt minder.
3. Geen correlatie geen verband.
3. Survey
Online vragenlijsten
4. Natuurlijke observatie
Het object van studie in zijn natuurlijke omgeving observeren (biologie).
5. Gevalstudie
Zeldzaam, want het is een toevallige gebeurtenis waar we veel van kunnen leren.
Week 11 – Sociale psychologie
Hoe beïnvloedt de sociale situatie ons gedrag?
Situationisme = de externe omgeving kan onze gevoelens en gedrag subtiel, maar krachtig
beïnvloeden (sociale psychologie).
Dispositionalisme = interne factoren, zoals genen en persoonlijkheid bepalen ons gedrag
(biopsychologie).
Een sociale rol is een sociaal gedefinieerd gedragspatroon dat mensen in een situatie of groep dienen
te vertonen.
Sociale normen zijn attitudes en gedragingen die een groep passend vindt voor eigen leden.
- Uniformiteit
- Frequentie bepaalde gedragingen
- Negatieve consequenties
Kameleon effect = aanpassen naar de groep = conformisme.
Wat bevordert conformisme?
- Unanimiteit van de meerderheid
- Grote van de groep
- Openbaarheid
- Ambiguïteit
- Samenstelling van de meerderheid
- Gevoel van eigenwaarde
Week 7 – perspectieven
Psychologische stromingen
Rene Descartes (17e eeuw)
Rationalist = logisch denken om aan filosofie en wetenschap te doen.
Dit idee vormt de basis voor de moderne psychologie, scheiding tussen spirituele geest en
fysieke lichaam.
6 perspectieven van psychologie:
1. Biologisch perspectief
Richt zich op:
- zenuwstelsel
- hormoonstelsel
- genetica
- fysieke kenmerken
2 disciplines onderscheiden:
1. Neurowetenschap: richt zich op het begrijpen van hoe de hersenen, gedachten, gevoelens,
motieven, bewustzijn, herinneringen en andere mentale processen creëren.
2. Evolutionaire psychologie: relatief nieuw specialisme dat gedrag en mentale processen
beschouwt op basis van hun genetische aanpassingen aan overleving en voortplanting.
2. Cognitieve perspectief
Richt zich op:
- mentale processen
- geest als computerachtige machine
- invloed emotie & motivatie
Introspectie = beschrijving van je eigen innerlijke ervaringen (Wilhelm Wundt – 19 e eeuw).
↓
Structuralisme = op zoek naar basisstructuren van de geest en gedachten, elementen van de
bewuste ervaring.
↓
Gestaltpsychologie = de som is meer dan het geheel der delen.
↓
Funtionalisme = psychische processen en begrijpen van hun adaptieve functie & nut.
Bewuste ervaring:
Aandacht Perceptie Geheugen
Emotie Sensatie Denken
3. Behavioristisch perspectief
Richt zich op:
- leren
- beheersing van gedrag door omgeving
- stimuli & responsen, maar niet mentale processen
, Empiristisch idee je kan alleen zekerheid werven over datgeen dat je daadwerkelijk kunt
waarnemen.
De mens is bij de geboorte een tabula rasa (blanco papier) en alles wordt aangeleerd.
4. Perspectieven van de gehele persoon
- Psychodynamische perspectief = richt zich op onbewuste motivatie van psychische
stoornissen.
- Humanistisch perspectief = legt toe op geestelijke gezondheid en menselijk potentieel.
- Perspectief karaktertrekken en temperament = benadrukt persoonskenmerken en
individuele verschillen.
Psycho-analyse valt onder perspectieven van de gehele persoon, want het is een globaal
inzicht in de persoonlijkheid.
5. Ontwikkelingsperspectief
Richt zich op:
- veranderingen in het psychologisch functioneren tijdens het leven.
- erfelijkheid en omgeving.
Gedrag is een combinatie van nature & nurture. Gedrag kun je koppelen aan de
ontwikkelingsfase waarin je zit.
6. Sociocultureel perspectief
Richt zich op:
- sociale invloeden op gedrag en mentale processen.
- functioneren van individuen in groepen.
- culturele verschillen.
Cultuur = complexe mix van taal, opvattingen, gewoonten, waarden en tradities ontwikkeld
door een groep mensen en gedeeld met anderen in dezelfde omgeving.
Cross cultureel psycholoog = geïnteresseerd in de manieren waarop psychologische
processen verschillen tussen mensen van verschillende culturen.
Wetenschappelijke methode
= een uit 4 stappen bestaande procedure voor empirisch onderzoek van een hypothese, waarbij de
omstandigheden zo zijn gekozen dat de vooroordelen en subjectieve oordelen worden uitgesloten.
Empirisch onderzoek gegevens worden verzameld doormiddel van feiten & observaties.
Stap 1 = hypothese
Stap 2 = objectieve data verzamelen
Stap 3 = resultaten analyseren
Onafhankelijke variabele is beïnvloedbaar.
Afhankelijke variabele is gemeten/geobserveerd.
Stap 4 = repliceren
, Soorten psychologisch onderzoek
5 verschillende soorten:
1. Experiment
In een laboratorium wordt een steekproef genomen en die wordt toegewezen aan een
experimentele of controleconditie. Daarna vindt toetsing plaats door responsen.
(meest zuiver)
2. Correlatieonderzoek
je gaat op zoek naar verbanden.
Er zijn 3 uitslagen:
1. Positieve correlatie als het een meer wordt, wordt het ander ook meer.
2. Negatieve correlatie het een wordt meer en het ander wordt minder.
3. Geen correlatie geen verband.
3. Survey
Online vragenlijsten
4. Natuurlijke observatie
Het object van studie in zijn natuurlijke omgeving observeren (biologie).
5. Gevalstudie
Zeldzaam, want het is een toevallige gebeurtenis waar we veel van kunnen leren.
Week 11 – Sociale psychologie
Hoe beïnvloedt de sociale situatie ons gedrag?
Situationisme = de externe omgeving kan onze gevoelens en gedrag subtiel, maar krachtig
beïnvloeden (sociale psychologie).
Dispositionalisme = interne factoren, zoals genen en persoonlijkheid bepalen ons gedrag
(biopsychologie).
Een sociale rol is een sociaal gedefinieerd gedragspatroon dat mensen in een situatie of groep dienen
te vertonen.
Sociale normen zijn attitudes en gedragingen die een groep passend vindt voor eigen leden.
- Uniformiteit
- Frequentie bepaalde gedragingen
- Negatieve consequenties
Kameleon effect = aanpassen naar de groep = conformisme.
Wat bevordert conformisme?
- Unanimiteit van de meerderheid
- Grote van de groep
- Openbaarheid
- Ambiguïteit
- Samenstelling van de meerderheid
- Gevoel van eigenwaarde