PRAKTISCH FISCAALRECHT
Belastingrecht M1.2 REvM1.BEL.2021
HOOFDSTUK 1: BELASTINGRECHT IN NEDERLAND
De grootste inkomstenbron van de overheid zijn de belastingen die wij betalen. Met
belastingheffing kan de overheid een bepaald gedrag stimuleren of ontmoedigen. Hierbij
spelen het profijtbeginsel en het draagkrachtbeginsel een belangrijke rol:
Profijtbeginsel = uitgangspunt dat diegene die profiteert van een voorziening ervoor betaalt.
Draagkrachtbeginsel = beginsel dat uitgaan van ‘zwaarste lasten drukken op de sterkste
schouders.’
Soorten belastingen:
- inkomstenbelasting (Wet op Inkomstenbelasting)
- Vennootschapsbelasting (Wet op de Vennootschapsbelasting)
- Loonbelasting (Wet Loonbelasting)
- Omzetbelasting (Wet op de Omzetbelasting)
- Dividendbelasting (Wet op Dividendbelasting)
- Erfbelasting (Successiewet)
- Schenkbelasting (Successiewet)
- Kansspelbelasting
- Overdrachtsbelasting (Wet op belastingen van rechtsverkeer)
- Motorrijtuigenbelasting
- Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
- Accijnzen
- Milieuheffingen / belastingen op milieugrondslag
- Provinciale belastingen (Rijksbelastingen)
- Gemeentelijke belastingen (Rijksbelastingen)
Materiele belastingwetgeving = wetgeving die ziet op inhoud dan wel wetgeving die de
hoogte van te betalen belasting bepaald.
Formele belastingwetgeving = wetgeving die ziet op de manier van heffen van belasting
(Awb)
Uitvoeringsregelingen en -besluiten worden gemaakt door de minister van financiën.
Uitvoeringsbesluit -> algemene maatregel van bestuur
Uitvoeringsregeling -> Ministeriële regeling
Bij de abbb’s gaat het om gedragsregels. Het gaat hierbij om het vertrouwensbeginsel en
het gelijkheidsbeginsel.
Vetrouwensbeginsel = algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft dat
bestuursorganen verwachtingen moet waarmaken en toezeggingen moet nakomen.
Gelijkheidsbeginsel = algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat uitgaat van gelijke
behandeling van gelijke gevallen.
Bij belastingrecht is de rol van jurisprudentie erg groot en belangrijk!
Soms moet een wetsartikel extra uitleg krijgen. Via een resolutie (besluit) geeft de
staatssecretaris dan aan hoe bij een bepaalde situatie het wetsartikel moet worden
uitgelegd. Dit geld ook voor vraag-en-antwoordbesluiten.
1
, HOOFDSTUK 2: FORMEEL BELASTINGRECHT
Belastingrecht is een onderdeel van bestuursrecht. Daarom vinden we de meeste regels in
de Algemene wet bestuursrecht.
In de wet inkomstenbelasting ijs aangegeven dat natuurlijk personen belastingplichtig zijn
voor de inkomstenbelasting. Die persoon moet dan in Nederland werkzaam zijn of in
Nederland wonen. Dit geldt ook voor de vennootschapsbelasting.
Belangrijk is dat de woonplaats van de persoon bekend is, maar ook de woonplaats van de
familie of het gezin en de plaats waar sociale activiteiten worden verricht.
Iedereen die wordt uitgenodigd om aangifte te doen, moet deze aangifte ook daadwerkelijk
doen. (AWR = algemene wet inzake rijksbelastingen)
Aangifte is een schriftelijke/digitale melding van belastingplichtige over de hoogte van de
grondslag voor de belasting. Hiervoor heb je een burgerservicenummer nodig.
Als de aangifte is gedaan, zal de aanslag volgen. Dat is een melding van de
belastingschuld. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen aanslagbelastingen en
aangiftebelastingen.
Aanslagbelastingen = belasting die na aangifte wordt vervolgd door een aanslag.
-> inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
- De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de
aanslag ambtshalve vaststellen.
- De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na
het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte
uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd.
Voorlopige aanslagen
Wordt vrijwel binnen enkele weken na het indienen van de aangifte opgelegd. De betaling
kan snellen plaatsvinden. Er moet wel een definitieve aanslag volgen. Dit wordt vaak
gebruikt, want hoe later we betalen, hoe hoger de belastingrente wordt.
De H staat voor inkomstenbelasting
De eerste voorlopige aanslag eindigt op een 0.
De tweede voorlopige aanslag eindigt op een 1.
BSN.H.9000
BSN.H.9001
Definitieve aanslag
Dit wordt aangegeven met het nummer 6.
BSN.H.9006
Ambtshalve aanslag
Deze wordt opgelegd als er geen aangifte wordt ingediend. Dit is altijd een definitieve
aanslag.
Navorderingsaanslag
Dit kan alleen worden opgelegd als er al een definitieve aanslag is vastgesteld. Als er te
weinig belasting op de aanslag is vermeld, kan een navorderingsaanslag volgen. Er moet an
wel sprake zijn van een nieuw feit dat de inspecteur niet bekend was. Navorderingsaanslag
2
Belastingrecht M1.2 REvM1.BEL.2021
HOOFDSTUK 1: BELASTINGRECHT IN NEDERLAND
De grootste inkomstenbron van de overheid zijn de belastingen die wij betalen. Met
belastingheffing kan de overheid een bepaald gedrag stimuleren of ontmoedigen. Hierbij
spelen het profijtbeginsel en het draagkrachtbeginsel een belangrijke rol:
Profijtbeginsel = uitgangspunt dat diegene die profiteert van een voorziening ervoor betaalt.
Draagkrachtbeginsel = beginsel dat uitgaan van ‘zwaarste lasten drukken op de sterkste
schouders.’
Soorten belastingen:
- inkomstenbelasting (Wet op Inkomstenbelasting)
- Vennootschapsbelasting (Wet op de Vennootschapsbelasting)
- Loonbelasting (Wet Loonbelasting)
- Omzetbelasting (Wet op de Omzetbelasting)
- Dividendbelasting (Wet op Dividendbelasting)
- Erfbelasting (Successiewet)
- Schenkbelasting (Successiewet)
- Kansspelbelasting
- Overdrachtsbelasting (Wet op belastingen van rechtsverkeer)
- Motorrijtuigenbelasting
- Belasting van personenauto’s en motorrijwielen
- Accijnzen
- Milieuheffingen / belastingen op milieugrondslag
- Provinciale belastingen (Rijksbelastingen)
- Gemeentelijke belastingen (Rijksbelastingen)
Materiele belastingwetgeving = wetgeving die ziet op inhoud dan wel wetgeving die de
hoogte van te betalen belasting bepaald.
Formele belastingwetgeving = wetgeving die ziet op de manier van heffen van belasting
(Awb)
Uitvoeringsregelingen en -besluiten worden gemaakt door de minister van financiën.
Uitvoeringsbesluit -> algemene maatregel van bestuur
Uitvoeringsregeling -> Ministeriële regeling
Bij de abbb’s gaat het om gedragsregels. Het gaat hierbij om het vertrouwensbeginsel en
het gelijkheidsbeginsel.
Vetrouwensbeginsel = algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat voorschrijft dat
bestuursorganen verwachtingen moet waarmaken en toezeggingen moet nakomen.
Gelijkheidsbeginsel = algemeen beginsel van behoorlijk bestuur dat uitgaat van gelijke
behandeling van gelijke gevallen.
Bij belastingrecht is de rol van jurisprudentie erg groot en belangrijk!
Soms moet een wetsartikel extra uitleg krijgen. Via een resolutie (besluit) geeft de
staatssecretaris dan aan hoe bij een bepaalde situatie het wetsartikel moet worden
uitgelegd. Dit geld ook voor vraag-en-antwoordbesluiten.
1
, HOOFDSTUK 2: FORMEEL BELASTINGRECHT
Belastingrecht is een onderdeel van bestuursrecht. Daarom vinden we de meeste regels in
de Algemene wet bestuursrecht.
In de wet inkomstenbelasting ijs aangegeven dat natuurlijk personen belastingplichtig zijn
voor de inkomstenbelasting. Die persoon moet dan in Nederland werkzaam zijn of in
Nederland wonen. Dit geldt ook voor de vennootschapsbelasting.
Belangrijk is dat de woonplaats van de persoon bekend is, maar ook de woonplaats van de
familie of het gezin en de plaats waar sociale activiteiten worden verricht.
Iedereen die wordt uitgenodigd om aangifte te doen, moet deze aangifte ook daadwerkelijk
doen. (AWR = algemene wet inzake rijksbelastingen)
Aangifte is een schriftelijke/digitale melding van belastingplichtige over de hoogte van de
grondslag voor de belasting. Hiervoor heb je een burgerservicenummer nodig.
Als de aangifte is gedaan, zal de aanslag volgen. Dat is een melding van de
belastingschuld. Hierbij wordt een verschil gemaakt tussen aanslagbelastingen en
aangiftebelastingen.
Aanslagbelastingen = belasting die na aangifte wordt vervolgd door een aanslag.
-> inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting
- De inspecteur kan bij het vaststellen van de aanslag van de aangifte afwijken, zomede de
aanslag ambtshalve vaststellen.
- De bevoegdheid tot het vaststellen van de aanslag vervalt door verloop van drie jaren na
het tijdstip waarop de belastingschuld is ontstaan. Indien voor het doen van aangifte
uitstel is verleend, wordt deze termijn met de duur van dit uitstel verlengd.
Voorlopige aanslagen
Wordt vrijwel binnen enkele weken na het indienen van de aangifte opgelegd. De betaling
kan snellen plaatsvinden. Er moet wel een definitieve aanslag volgen. Dit wordt vaak
gebruikt, want hoe later we betalen, hoe hoger de belastingrente wordt.
De H staat voor inkomstenbelasting
De eerste voorlopige aanslag eindigt op een 0.
De tweede voorlopige aanslag eindigt op een 1.
BSN.H.9000
BSN.H.9001
Definitieve aanslag
Dit wordt aangegeven met het nummer 6.
BSN.H.9006
Ambtshalve aanslag
Deze wordt opgelegd als er geen aangifte wordt ingediend. Dit is altijd een definitieve
aanslag.
Navorderingsaanslag
Dit kan alleen worden opgelegd als er al een definitieve aanslag is vastgesteld. Als er te
weinig belasting op de aanslag is vermeld, kan een navorderingsaanslag volgen. Er moet an
wel sprake zijn van een nieuw feit dat de inspecteur niet bekend was. Navorderingsaanslag
2