THEORIE REVALIDATIE LWZ
ACADEMIE JAAR 24-25 PROF S. BRUMAGNE
ALGEMENE INLE IDING, ANAMNESE EN KLINISCH ONDERZOEK LES 1
KLINISCH REDENEREN, CLASSIFICATIE :
- Anders dan bij arts waarbij de focus ligt op het classificeren van de aandoening op basis van symptomen op tot een
diagnose te komen, gaat kinesist eerder classificeren volgens het functioneren van de patient om tot een behandeling
te komen.
- Verschillende denkkaders om te classificeren maar belangrijk om patient altijd multi-dimentioneel te bekijken
STROOMDIAGRAM – STRUCTUUR ANALYSE:
- Lumbosacrale klacht onderscheid maken tussen verschillende oorzaken
o Lokaal somatisch
o Gerefereerd somatisch
o Neurogeen
o Combinatie
PIJN FENOTYPES:
- INPUT
o Nociceptieve pijn
- beschadiging van weefsel waardoor nociceptoren
pijnsignaal naar de hersenen sturen
- met of zonder inflammatie
- Eerste uren en dagen kan nociceptieve input een
mogelijk dominant mechanisme zijn ( minstens 40% van het probleem verklaren )
- Langer dan enkele dagen aanhoudend waarschijnlijk geen nociceptieve pijn meer
o Neuropathische pijn
-
(dreigende) Beschadiging van zenuwstelsel
- CENTRALE VERWERKING
o Nociplastische pijn
- pijn zonder duidelijke oorzaak van weefselschade, niet in verhouding met de vastgestelde weefselschade
- door veranderingen in centrale verwerking van prikkels:
• Centraal neurogene processen: hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen gaan zich
aanpassen
• Cognitieve/affectieve processen: gevoelens en inzichten rond de klachten
• ➔ Als cognitieve en affectieve aspecten 60-70% van de problematiek kunnen verklaren,
moet je je afvragen of je als kiné de meest geschikte persoon bent om de patiënt te
behandelen (in de eerste plaats kan psycholoog interventie geven)
- OUTPUT
o Motorisch ( hoe het lichaam bewogen wordt )
- Aangehouden/herhaalde bewegingen in minder gunstige posities aanleiding geven om pijn te doen
ontstaan/in stand houden
o Autonoom
Bij patiënten met LRP is er vaak geen dominant input mechanisme, maar gaat er eerder een combinatie zijn van centrale
verwerking en motorische output mechanismen.
r
,ANAMNESE:
Administratieve gegevens
- Leeftijd is belangrijk: sommige aandoeningen komen bij hogere leeftijd voor
Hoofdprobleem\ Idee onderliggend probleem
- belangrijkste klacht voor de patient? kan verschillen met wat de diagnose van de arts is
- Inzicht krijgen over het idee van de klacht indien foutief inzicht: educatie
Klachtenpatroon/ pijn
- Grootste klacht
- Andere klachtern
- Localisatie – kwaliteit symptomen
- Frequentie – intensiteit symptomen
o continue rode vlag
o Intermittent mechanische problematiek ?
- Symptomen gedrag
o Provocatie – reductie
o 24u patroon
- Body chart
Tijdlijn – oorzaak - progressie:
- Start huidige klachten
- Oorzaak:
o Plots of gradueel ontstaan
o Trauma
o Belasting-belastbaarheid
- Progressie
- Lage actualiteit/irriteerbaarheid: duurt lang alvorens de klacht optreedt (> 15-30 min), kleine zone betrokken
- Hoge actualiteit/irriteerbaarheid: klachten treden onmiddellijk op, grote zone betrokken (hele rug, het been,)
Diversen:
- Eerdere raadplegingen, behandelingen, interventies, medicatie
- Vorige episodes van gelijkaardige klachten
- Algemene gezondheid, rode vlagen!
- Beroep – hobby – ADL
- Familiaal – sociaal
- Hulpvraag (verwachtingen van patient, zelfredzaamheid, bereidheid tot samenwerking )
Vragenlijsten
- Oswestry vragenlijst en PSFS (patient specific functioning scale)
o Evaluatie op activiteiten (en participatie) niveau
o PSFS: patient kiest zelf 3 activieten waar die het meeste last bij heeft en daarvan score bijhouden
o Score: ( hoe hoger hoe meer beperkt )
- ODI Score: /100
- PSFS: /30
o Maat van progressie meten:
- Follow-up
- Ontslag – verslag
- Fear avoidance Beliefs Q, TSK , STaRT BST
r
, o FABQ-PA: physical activity
o FABQ-W: work
o TSK: kinesiofobie
o STarT Back Screening Tool: inschatten hoe groot het risico is dat iemand met lage rugpijn chronische klachten
ontwikkelt
o Mogelijks belang:
prognose (chroniciteit)
Gebruik bij clinical prediction rules
KLINISCH ONDERZOEK
INSPECTIE
• Globaal : algemene houding in verschillende vlakken ( Dorsaal/frontaal/ lateraal )
• Lokaal : specifieke aspecten van houding
o Curvatuur van de wervelkolom
▪ Stand en zit
▪ (hyper) lordose, (hyper) kyfose, afgevlakte rug, scoliose en dwangstanden
▪ Knikpunten
o Stand van het bekken
▪ Dorsaal en ventraal: scheefstand en rotatie
▪ Sagitaal : inclinatie van het bekken
▪ Richtpunten zijn SIPS, SISA, Crista iliaca en trochanter major
o Spier:
▪ stand - lig
▪ trofische toestand: atrofie, hypotrofie, hypertrofie
▪ tonus : hypotonie – hypertonie
▪ asymmetrie
▪ verhardingen (vb. myofasciale triggerpoints)
o Huid:
▪ Kleur : bleekheid, roodheid en blauwheid
▪ consistentie
▪ beharing : indien afwezigheid kan dit op spina bifida occulta wijzen
▪ huidplooien of striae -> knikpunt op dit niveau = segmentale hypermobiliteit
o Ademhaling:
▪ buik - flank - top
▪ oppervlakkig - diep
▪ symmetrie
▪ Kracht – Uithouding diafragma
PALPATIE
• Beenderige structuren
o SISA
o SIPS
o Crista iliaca
o Trochanter major
• spieren
o Spiervolume
o Tonus
o Verhardingen, myofasciale triggerpoints en veranderingen in consistentie
• Kibler skin folding test
o in transversale en longitudinale richting
o onderzoeken van verklevingen en mogelijke veranderingen in consistentie van huid en
onderhuidsbindweefsel
o Positief : zweten, roodheid, pijn en moeilijke oppakbaarheid van de huid
r
, ACTIEF BEWEEGLIJKHEIDSONDERZOEK
• Evaluatie:
o Beweeglijkheid (globaal versus segmentaal)
o Pijn bij bewegen
o Coördinatie
o Compensaties
o Bereidheid tot bewegen
• Functioneel / Oriënterende tests
o balanstests:
▪ bi- en unipodale stand
▪ Beoordeling van :
• Klachten
• rotatie van wervelkolom of bekken
• heup naar adductie ( trendelenburg )
• knikpunten
• knie in hyperextensie
• femur in endorotatie
• bovenlichaam overhelling naar 1 zijde
o 4-puntshouding
o Zit - correctie
o zit-stand-zit (5x) (Duur: Simmonds et al. 1998)
o Ganganalyse
o (Functionele demo)
• Lokaal-anatomisch
o Flexie in stand (FIS)
o Extensie in stand (EIS)
o Lateroflexie links – rechts
o Rotatie links - rechts
• Bekkenkanteling
o Sagittaal, frontaal, transversaal
• Toegevoegde tests
o overdruk (eventueel tegelijkertijd)
o herhaald testen (eventueel tegelijkertijd)
▪ klachten provocatie
o Aangehouden (eventueel tegelijkertijd)
o flexie in lig/ zit
o extensie in lig/ zit
o 3D bewegingen
▪ 3D flexie:
• openen van facetgewrichten
• openen foramina aan de heterolaterale zijde
• maximale rek op het facetkapsel
▪ 3D extensie:
• sluiten de facetgewrichten
• sluiten van foramina aan homolaterale zijde
o rotatie in zit
o klachtenprovocerende houdingen/ bewegingen (cfr. Functionele demo)
▪ specifieke houding/ beweging dat last geeft
r
ACADEMIE JAAR 24-25 PROF S. BRUMAGNE
ALGEMENE INLE IDING, ANAMNESE EN KLINISCH ONDERZOEK LES 1
KLINISCH REDENEREN, CLASSIFICATIE :
- Anders dan bij arts waarbij de focus ligt op het classificeren van de aandoening op basis van symptomen op tot een
diagnose te komen, gaat kinesist eerder classificeren volgens het functioneren van de patient om tot een behandeling
te komen.
- Verschillende denkkaders om te classificeren maar belangrijk om patient altijd multi-dimentioneel te bekijken
STROOMDIAGRAM – STRUCTUUR ANALYSE:
- Lumbosacrale klacht onderscheid maken tussen verschillende oorzaken
o Lokaal somatisch
o Gerefereerd somatisch
o Neurogeen
o Combinatie
PIJN FENOTYPES:
- INPUT
o Nociceptieve pijn
- beschadiging van weefsel waardoor nociceptoren
pijnsignaal naar de hersenen sturen
- met of zonder inflammatie
- Eerste uren en dagen kan nociceptieve input een
mogelijk dominant mechanisme zijn ( minstens 40% van het probleem verklaren )
- Langer dan enkele dagen aanhoudend waarschijnlijk geen nociceptieve pijn meer
o Neuropathische pijn
-
(dreigende) Beschadiging van zenuwstelsel
- CENTRALE VERWERKING
o Nociplastische pijn
- pijn zonder duidelijke oorzaak van weefselschade, niet in verhouding met de vastgestelde weefselschade
- door veranderingen in centrale verwerking van prikkels:
• Centraal neurogene processen: hersenen, ruggenmerg en perifere zenuwen gaan zich
aanpassen
• Cognitieve/affectieve processen: gevoelens en inzichten rond de klachten
• ➔ Als cognitieve en affectieve aspecten 60-70% van de problematiek kunnen verklaren,
moet je je afvragen of je als kiné de meest geschikte persoon bent om de patiënt te
behandelen (in de eerste plaats kan psycholoog interventie geven)
- OUTPUT
o Motorisch ( hoe het lichaam bewogen wordt )
- Aangehouden/herhaalde bewegingen in minder gunstige posities aanleiding geven om pijn te doen
ontstaan/in stand houden
o Autonoom
Bij patiënten met LRP is er vaak geen dominant input mechanisme, maar gaat er eerder een combinatie zijn van centrale
verwerking en motorische output mechanismen.
r
,ANAMNESE:
Administratieve gegevens
- Leeftijd is belangrijk: sommige aandoeningen komen bij hogere leeftijd voor
Hoofdprobleem\ Idee onderliggend probleem
- belangrijkste klacht voor de patient? kan verschillen met wat de diagnose van de arts is
- Inzicht krijgen over het idee van de klacht indien foutief inzicht: educatie
Klachtenpatroon/ pijn
- Grootste klacht
- Andere klachtern
- Localisatie – kwaliteit symptomen
- Frequentie – intensiteit symptomen
o continue rode vlag
o Intermittent mechanische problematiek ?
- Symptomen gedrag
o Provocatie – reductie
o 24u patroon
- Body chart
Tijdlijn – oorzaak - progressie:
- Start huidige klachten
- Oorzaak:
o Plots of gradueel ontstaan
o Trauma
o Belasting-belastbaarheid
- Progressie
- Lage actualiteit/irriteerbaarheid: duurt lang alvorens de klacht optreedt (> 15-30 min), kleine zone betrokken
- Hoge actualiteit/irriteerbaarheid: klachten treden onmiddellijk op, grote zone betrokken (hele rug, het been,)
Diversen:
- Eerdere raadplegingen, behandelingen, interventies, medicatie
- Vorige episodes van gelijkaardige klachten
- Algemene gezondheid, rode vlagen!
- Beroep – hobby – ADL
- Familiaal – sociaal
- Hulpvraag (verwachtingen van patient, zelfredzaamheid, bereidheid tot samenwerking )
Vragenlijsten
- Oswestry vragenlijst en PSFS (patient specific functioning scale)
o Evaluatie op activiteiten (en participatie) niveau
o PSFS: patient kiest zelf 3 activieten waar die het meeste last bij heeft en daarvan score bijhouden
o Score: ( hoe hoger hoe meer beperkt )
- ODI Score: /100
- PSFS: /30
o Maat van progressie meten:
- Follow-up
- Ontslag – verslag
- Fear avoidance Beliefs Q, TSK , STaRT BST
r
, o FABQ-PA: physical activity
o FABQ-W: work
o TSK: kinesiofobie
o STarT Back Screening Tool: inschatten hoe groot het risico is dat iemand met lage rugpijn chronische klachten
ontwikkelt
o Mogelijks belang:
prognose (chroniciteit)
Gebruik bij clinical prediction rules
KLINISCH ONDERZOEK
INSPECTIE
• Globaal : algemene houding in verschillende vlakken ( Dorsaal/frontaal/ lateraal )
• Lokaal : specifieke aspecten van houding
o Curvatuur van de wervelkolom
▪ Stand en zit
▪ (hyper) lordose, (hyper) kyfose, afgevlakte rug, scoliose en dwangstanden
▪ Knikpunten
o Stand van het bekken
▪ Dorsaal en ventraal: scheefstand en rotatie
▪ Sagitaal : inclinatie van het bekken
▪ Richtpunten zijn SIPS, SISA, Crista iliaca en trochanter major
o Spier:
▪ stand - lig
▪ trofische toestand: atrofie, hypotrofie, hypertrofie
▪ tonus : hypotonie – hypertonie
▪ asymmetrie
▪ verhardingen (vb. myofasciale triggerpoints)
o Huid:
▪ Kleur : bleekheid, roodheid en blauwheid
▪ consistentie
▪ beharing : indien afwezigheid kan dit op spina bifida occulta wijzen
▪ huidplooien of striae -> knikpunt op dit niveau = segmentale hypermobiliteit
o Ademhaling:
▪ buik - flank - top
▪ oppervlakkig - diep
▪ symmetrie
▪ Kracht – Uithouding diafragma
PALPATIE
• Beenderige structuren
o SISA
o SIPS
o Crista iliaca
o Trochanter major
• spieren
o Spiervolume
o Tonus
o Verhardingen, myofasciale triggerpoints en veranderingen in consistentie
• Kibler skin folding test
o in transversale en longitudinale richting
o onderzoeken van verklevingen en mogelijke veranderingen in consistentie van huid en
onderhuidsbindweefsel
o Positief : zweten, roodheid, pijn en moeilijke oppakbaarheid van de huid
r
, ACTIEF BEWEEGLIJKHEIDSONDERZOEK
• Evaluatie:
o Beweeglijkheid (globaal versus segmentaal)
o Pijn bij bewegen
o Coördinatie
o Compensaties
o Bereidheid tot bewegen
• Functioneel / Oriënterende tests
o balanstests:
▪ bi- en unipodale stand
▪ Beoordeling van :
• Klachten
• rotatie van wervelkolom of bekken
• heup naar adductie ( trendelenburg )
• knikpunten
• knie in hyperextensie
• femur in endorotatie
• bovenlichaam overhelling naar 1 zijde
o 4-puntshouding
o Zit - correctie
o zit-stand-zit (5x) (Duur: Simmonds et al. 1998)
o Ganganalyse
o (Functionele demo)
• Lokaal-anatomisch
o Flexie in stand (FIS)
o Extensie in stand (EIS)
o Lateroflexie links – rechts
o Rotatie links - rechts
• Bekkenkanteling
o Sagittaal, frontaal, transversaal
• Toegevoegde tests
o overdruk (eventueel tegelijkertijd)
o herhaald testen (eventueel tegelijkertijd)
▪ klachten provocatie
o Aangehouden (eventueel tegelijkertijd)
o flexie in lig/ zit
o extensie in lig/ zit
o 3D bewegingen
▪ 3D flexie:
• openen van facetgewrichten
• openen foramina aan de heterolaterale zijde
• maximale rek op het facetkapsel
▪ 3D extensie:
• sluiten de facetgewrichten
• sluiten van foramina aan homolaterale zijde
o rotatie in zit
o klachtenprovocerende houdingen/ bewegingen (cfr. Functionele demo)
▪ specifieke houding/ beweging dat last geeft
r