Deel I – het oude Nabije Oosten
H1: Het ontstaan van de beschavingen in Egypte en Mesopotamië
Inleiding
Locatie van de eerste beschavingen:
• Ontstonden rond rivieren: Eufraat en Tigris (Mesopotamië) en de Nijl (Egypte)
• Ontwikkeling begon iets voor 3000 v.Chr.
Kenmerken van deze vroege beschavingen:
• Toenemende verstedelijking
• Ontstaan van staatsvorming
• Uitvinding van het schrift
Voorafgaande periode: de steentijd:
• Duurde honderden duizenden jaren
• Verdeling in: oude, midden- en nieuwe steentijd
• Mensen leefden van jacht, visvangst en verzamelen
Leefwijze in de oude en middensteentijd:
• Nomadisch bestaan: steeds nieuwe gebieden zoeken voor voedsel
• Geen vaste woonplaats
Overgang rond 10.000 v.Chr.:
• Verbetering van werktuigen
• Effectiever profiteren van natuurlijke omstandigheden
• Sommige groepen begonnen langer op 1 plek te wonen
Belangrijke omslag: landbouw en veeteelt;
• Eerste stappen in het Nabije Oosten
• Zelf graan kweken in plaats van verzamelen
• Dieren temmen en fokken in plaats van jagen
Term: neolithische revolutie:
• Belangrijke verandering in omgang met de natuur
• Gekenmerkt door het gebruik van gepolijste stenen werktuigen
• Proces duurde duizenden jaren
• Eerste sporen zelf voor het neolithicum zichtbaar
1.1 landbouw
regenlandbouw:
o mogelijk bij minstens 250 mm regen per jaar
o gebieden: Iran, Noord-Irak, Noord-Syrië, kust van de Middellandse Zee
o kwetsbaarheid van regenlandbouw:
, ▪ regio’s met 250-400 mm regen zijn kwetsbaar:
▪ kleine terugval in regen → voedselcrises
▪ langdurige droogte → sociale en politieke gevolgen
irrigatielandbouw:
• noodzakelijk in Egypte en Zuid-Mesopotamië → onvoldoende regen
• gebruik van natuurlijk of kunstmatig aangevoerd water
• Opbrengst van irrigatielandbouw hoger dan regenlandbouw
o Minstens 15 keer de hoeveelheid zaaigoed
o Veel hoger dan in:
▪ Oud Griekenland / Italië (1 op 4-5 normaal)
▪ Middeleeuws Europa (1 op 7-10 al uitzonderlijk)
o Mede mogelijk door gebruik van de zaaiploeg
irrigatie in Egypte vs. Mesopotamië
• Egypte:
o Natuurlijke irrigatie
o Jaarlijkse overstroming van de Nijl voor de zaaitijd (juli-november)
o Direct na overstroming zaaien in het vruchtbare slib
• Mesopotamië:
o Overstromingen van de Tigris en Eufraat waren:
▪ Overstromingen onregelmatig
▪ Ongunstige periode (maart-mei), vlak voor de oogst
o Kunstmatige irrigatie noodzakelijk
Gevolgen van landbouwontwikkeling
• Meer mensen konden op 1 plek wonen → voedseloverschot
• Ontstaan van specialisaties:
o Ambachtslieden zoals timmerlieden en leerlooiers
o schrijvers (vanaf ca. 3400 v.Chr.)
o metaalbewerkers na introductie van brons rond 3000 v.Chr.
• Opkomst van:
o Ambtenarenapparaat → bestuur en administratie
o Priesterklasse → religieuze taken en tempelbeheer
o Staat en tempel als centrale instellingen
1.2 steden
vroege stadsvorming
• in het neolithicum (nieuwe steentijd) ontstonden dorpen
• sommige dorpen kregen al het uiterlijk van een stad, met muren:
o voorbeeld: Jericho rond 7000 v.Chr.
o ook steden in Klein-Azië en Syrië
,grootste steden
• ontstaan in het 4e millennium v.Chr. aan rivieren
• riviergebieden boden de hoogste voedselproductie → grootste
bevolkingsconcentraties
centraal belang van de tempel
• tempel = centrum van de Mesopotamische stad
• tempel werd gezien als:
o woonplaats van de godheid van de stad
o gemeenschap moest de godheid onderhouden → tempel werd een
economische organisatie
• tempelorganisatie was een machtige instelling met:
o groot grondbezit
o activiteiten: landbouw, veeteelt, ambacht
o veel mensen in dienst
ontstaan van het schrift
• rond 3400-3200 v.Chr. in Mesopotamië
o spijkerschrift
• niet lang daarna in Egypte:
o hiërogliefenschrift
• beide schriftsoorten:
o begonnen als pictografisch (beeldschrift) en ideografisch (symbolisch)
o later ook fonetische elementen (klanken)
o Egypte: alleen medeklinkers
• Schrift bleef moeilijk en was enkel beheerst door opgeleide professioneel
schrijvers
Bevolking van steden
• Geen strikte scheiding stad vs. plateland
o 90% van de stadsbewoners waren boeren
o Boeren verlieten dagelijks de stad om hun land te bewerken
Sedentair vs. nomadisch
• Sedentaire boeren: wonen vast, ontginnen en onderhouden land
• Nomadische veetelers: trekken rond op zoek naar weidegronden
Verschuivingen en variaties
• Niet altijd strikt onderscheid:
o Primitieve landbouwers trokken verder bij uitgeputte bodem
o Seminomaden trokken tussen zomer- en winterweiden (transhumance)
o Soms gingen nomaden over op een sedentaire levenswijze
, o Nomaden konden zelfs steden veroveren
o Boeren hadden soms ook vee, verzorgde door rondtrekkende herders
Haat-liefdeverhouding
• Sedentaire vreesden plunderingen door (semi)nomaden
• Tegelijk waren beide groepen economisch afhankelijk van elkaars producten
• Thema komt terug in literatuur, o.a.:
o Kain (landbouwer) vs. Abel (herder) in de bijbel
1.3 Geografische gesteldheid: overeenkomsten en verschillen
Overeenkomsten tussen Egypte en Mesopotamië
• Beide beschavingen ontstonden in gebieden:
o Die sterk afhankelijk waren van rivierwater
o Waar nauwelijks regen viel
o Met gebrek aan natuurlijke grondstoffen (zoals metaal en hout)
Belangrijk verschillen
• Egypte:
o Nijl overstroomde voor de zaaitijd (juli-november) → natuurlijke irrigatie
→ vruchtbaar slib
o Nijlwater was vruchtbaar en relatief schoon
• Mesopotamië:
o Eufraat en Tigris overstroomden voor de oogst (maart-mei) → onnatuurlijk
moment
o Kunstmatige irrigatie noodzakelijk
o Rivieren voerden zouten mee → verzilting van landbouwgrond
Gevolgen van verzilting
• In Zuid-Mesopotamië:
o Tarweteelt werd steeds moeilijker
o Overgang naar gerst (beter bestand tegen zout)
• In Egypte:
o Eerst ook gerst, maar vanaf ca. 1500 v.Chr., Nieuwe rijk, overstap naar
emmertarwe
o Later, onder Griekse invloed, verovering van Alexander de Grote (na 330
v.Chr.), ook gewone tarwe populair
Omgevingsfactoren
• Egypte:
o Abrupte overgang van landbouwgrond naar woestijn
o Natuurlijke bescherming tegen invallen → moeilijk bereikbaar
• Mesopotamië:
o Geleidelijke overgang naar steppegebieden
H1: Het ontstaan van de beschavingen in Egypte en Mesopotamië
Inleiding
Locatie van de eerste beschavingen:
• Ontstonden rond rivieren: Eufraat en Tigris (Mesopotamië) en de Nijl (Egypte)
• Ontwikkeling begon iets voor 3000 v.Chr.
Kenmerken van deze vroege beschavingen:
• Toenemende verstedelijking
• Ontstaan van staatsvorming
• Uitvinding van het schrift
Voorafgaande periode: de steentijd:
• Duurde honderden duizenden jaren
• Verdeling in: oude, midden- en nieuwe steentijd
• Mensen leefden van jacht, visvangst en verzamelen
Leefwijze in de oude en middensteentijd:
• Nomadisch bestaan: steeds nieuwe gebieden zoeken voor voedsel
• Geen vaste woonplaats
Overgang rond 10.000 v.Chr.:
• Verbetering van werktuigen
• Effectiever profiteren van natuurlijke omstandigheden
• Sommige groepen begonnen langer op 1 plek te wonen
Belangrijke omslag: landbouw en veeteelt;
• Eerste stappen in het Nabije Oosten
• Zelf graan kweken in plaats van verzamelen
• Dieren temmen en fokken in plaats van jagen
Term: neolithische revolutie:
• Belangrijke verandering in omgang met de natuur
• Gekenmerkt door het gebruik van gepolijste stenen werktuigen
• Proces duurde duizenden jaren
• Eerste sporen zelf voor het neolithicum zichtbaar
1.1 landbouw
regenlandbouw:
o mogelijk bij minstens 250 mm regen per jaar
o gebieden: Iran, Noord-Irak, Noord-Syrië, kust van de Middellandse Zee
o kwetsbaarheid van regenlandbouw:
, ▪ regio’s met 250-400 mm regen zijn kwetsbaar:
▪ kleine terugval in regen → voedselcrises
▪ langdurige droogte → sociale en politieke gevolgen
irrigatielandbouw:
• noodzakelijk in Egypte en Zuid-Mesopotamië → onvoldoende regen
• gebruik van natuurlijk of kunstmatig aangevoerd water
• Opbrengst van irrigatielandbouw hoger dan regenlandbouw
o Minstens 15 keer de hoeveelheid zaaigoed
o Veel hoger dan in:
▪ Oud Griekenland / Italië (1 op 4-5 normaal)
▪ Middeleeuws Europa (1 op 7-10 al uitzonderlijk)
o Mede mogelijk door gebruik van de zaaiploeg
irrigatie in Egypte vs. Mesopotamië
• Egypte:
o Natuurlijke irrigatie
o Jaarlijkse overstroming van de Nijl voor de zaaitijd (juli-november)
o Direct na overstroming zaaien in het vruchtbare slib
• Mesopotamië:
o Overstromingen van de Tigris en Eufraat waren:
▪ Overstromingen onregelmatig
▪ Ongunstige periode (maart-mei), vlak voor de oogst
o Kunstmatige irrigatie noodzakelijk
Gevolgen van landbouwontwikkeling
• Meer mensen konden op 1 plek wonen → voedseloverschot
• Ontstaan van specialisaties:
o Ambachtslieden zoals timmerlieden en leerlooiers
o schrijvers (vanaf ca. 3400 v.Chr.)
o metaalbewerkers na introductie van brons rond 3000 v.Chr.
• Opkomst van:
o Ambtenarenapparaat → bestuur en administratie
o Priesterklasse → religieuze taken en tempelbeheer
o Staat en tempel als centrale instellingen
1.2 steden
vroege stadsvorming
• in het neolithicum (nieuwe steentijd) ontstonden dorpen
• sommige dorpen kregen al het uiterlijk van een stad, met muren:
o voorbeeld: Jericho rond 7000 v.Chr.
o ook steden in Klein-Azië en Syrië
,grootste steden
• ontstaan in het 4e millennium v.Chr. aan rivieren
• riviergebieden boden de hoogste voedselproductie → grootste
bevolkingsconcentraties
centraal belang van de tempel
• tempel = centrum van de Mesopotamische stad
• tempel werd gezien als:
o woonplaats van de godheid van de stad
o gemeenschap moest de godheid onderhouden → tempel werd een
economische organisatie
• tempelorganisatie was een machtige instelling met:
o groot grondbezit
o activiteiten: landbouw, veeteelt, ambacht
o veel mensen in dienst
ontstaan van het schrift
• rond 3400-3200 v.Chr. in Mesopotamië
o spijkerschrift
• niet lang daarna in Egypte:
o hiërogliefenschrift
• beide schriftsoorten:
o begonnen als pictografisch (beeldschrift) en ideografisch (symbolisch)
o later ook fonetische elementen (klanken)
o Egypte: alleen medeklinkers
• Schrift bleef moeilijk en was enkel beheerst door opgeleide professioneel
schrijvers
Bevolking van steden
• Geen strikte scheiding stad vs. plateland
o 90% van de stadsbewoners waren boeren
o Boeren verlieten dagelijks de stad om hun land te bewerken
Sedentair vs. nomadisch
• Sedentaire boeren: wonen vast, ontginnen en onderhouden land
• Nomadische veetelers: trekken rond op zoek naar weidegronden
Verschuivingen en variaties
• Niet altijd strikt onderscheid:
o Primitieve landbouwers trokken verder bij uitgeputte bodem
o Seminomaden trokken tussen zomer- en winterweiden (transhumance)
o Soms gingen nomaden over op een sedentaire levenswijze
, o Nomaden konden zelfs steden veroveren
o Boeren hadden soms ook vee, verzorgde door rondtrekkende herders
Haat-liefdeverhouding
• Sedentaire vreesden plunderingen door (semi)nomaden
• Tegelijk waren beide groepen economisch afhankelijk van elkaars producten
• Thema komt terug in literatuur, o.a.:
o Kain (landbouwer) vs. Abel (herder) in de bijbel
1.3 Geografische gesteldheid: overeenkomsten en verschillen
Overeenkomsten tussen Egypte en Mesopotamië
• Beide beschavingen ontstonden in gebieden:
o Die sterk afhankelijk waren van rivierwater
o Waar nauwelijks regen viel
o Met gebrek aan natuurlijke grondstoffen (zoals metaal en hout)
Belangrijk verschillen
• Egypte:
o Nijl overstroomde voor de zaaitijd (juli-november) → natuurlijke irrigatie
→ vruchtbaar slib
o Nijlwater was vruchtbaar en relatief schoon
• Mesopotamië:
o Eufraat en Tigris overstroomden voor de oogst (maart-mei) → onnatuurlijk
moment
o Kunstmatige irrigatie noodzakelijk
o Rivieren voerden zouten mee → verzilting van landbouwgrond
Gevolgen van verzilting
• In Zuid-Mesopotamië:
o Tarweteelt werd steeds moeilijker
o Overgang naar gerst (beter bestand tegen zout)
• In Egypte:
o Eerst ook gerst, maar vanaf ca. 1500 v.Chr., Nieuwe rijk, overstap naar
emmertarwe
o Later, onder Griekse invloed, verovering van Alexander de Grote (na 330
v.Chr.), ook gewone tarwe populair
Omgevingsfactoren
• Egypte:
o Abrupte overgang van landbouwgrond naar woestijn
o Natuurlijke bescherming tegen invallen → moeilijk bereikbaar
• Mesopotamië:
o Geleidelijke overgang naar steppegebieden