College 1 – 6/2
Inleidende statestiek
- Beschrijvende statistiek (1)
- Centrale limiet stelling betrouwbaarheidsintervallen (2)
- Hypothese toetsing (3)
Toetsende statistiek
- T-toetsen: verschillende tussen twee groepen (3)
- Verdelingsvrije statistiek: analyse van categorische data (4)
- Correlatie (4)
- Variatieanalyse: toetsen in experimenten (5)
- Regressieanalyse
o Enkelvoudige lineaire regressie (6)
o Multipele lineaire regressie (7)
De cijfers spreken nooit voor zich. Initiële observatie (je valt iets op) theorie hypothese
dataverzameling analyse uitspraak (inference)
Conceptuele achtergronden
Onderzoeksvraag: Waarom is er in sommige landen of gemeenten meer verzet tegen komst
Asielzoekerscentra dan in andere?
- Identificeren van de afhankelijke variabele: wat is hetgene wat ik wil verklaren (In dit geval
de meningen over migratie)
- Bepalen van de mate van spreiding (variantie over de verschillende meningen)
- Op zoek naar factoren die deze spreiding mogelijk kunnen verklaren (mate van geluk, angst
voor misdaad)
- Modellen opstellend ie deze spreiding kunnen wegnemen
Beschrijvende statistiek : Populatie
stekprofulati selecteren
Beschrijvende statistieken:
Uitspraken doen
Kwalitatieve gegevens (categorisch)
- Nominaal meetniveau (geslacht, nationaliteit)
- Ordinaal meetniveau (opleidingsniveau)
Kwantitatieve gegevens (continue)
- Interval meetniveau (IQ: temperatuur)
- Ratio meetniveau (inkomen, leeftijd)
, Vragen:
- Bent u voor de komst van migranten naar Nederland meetniveau: nominaal
- De komst van migranten is goed voor Nederland: zeer eens, eens, neutraal, oneens, zeer
oneens meetniveau: ordinaal
- Immigranten maken het land beter of slechter op een schaal van 1 tot 10 meetniveau:
ratio (deze is het beste want hierbij is de spreiding het grootst)
Eigenschappen data ( plaatje in de pp)
- Centrale tendentie (locatie): waar liggen de getallen
- Spreiding (Variatie): hoe is de inhoud verdeeld
- Vorm; normale of geen normale verdeling
eigenschappen
(kwanitiatieve)
gegevens
centrale tendentie spreiding Vorm
gemiddelede bereik scheefheid
mediaan kwartiel afstand spitsheid
modus variantie
standaarddeviatie
Modus: welke waarneming komt het vaakste voor
Mediaan: rangorde van hoog naar laag of van laag naar hoog en dan kijken welk getal in het midden
ligt
Gemiddelde: alles bij elkaar op tellen en dan delen door het aantal
Eerste eigenschap van een verdeling: centrale tendentie
Maat Populatie Steekproef Type data
Modus - - N/O/I/R
Mediaan M m O/I/R
Gemiddelde µ Steekproef I/R
gemiddelde X (met
streepje erboven)
N= nominaal/ O = ordinaal/ I = Interval / R = ratio
Tweede eigenschap van een verdeling: spreiding/ variantie
Bereik: hoogste – laagste score van elkaar aftrekken. Nadeel: je kunt een extreme score hebben
waardoor de range uitgerekt wordt.
Maat Populatie Steekproef Type data
Inleidende statestiek
- Beschrijvende statistiek (1)
- Centrale limiet stelling betrouwbaarheidsintervallen (2)
- Hypothese toetsing (3)
Toetsende statistiek
- T-toetsen: verschillende tussen twee groepen (3)
- Verdelingsvrije statistiek: analyse van categorische data (4)
- Correlatie (4)
- Variatieanalyse: toetsen in experimenten (5)
- Regressieanalyse
o Enkelvoudige lineaire regressie (6)
o Multipele lineaire regressie (7)
De cijfers spreken nooit voor zich. Initiële observatie (je valt iets op) theorie hypothese
dataverzameling analyse uitspraak (inference)
Conceptuele achtergronden
Onderzoeksvraag: Waarom is er in sommige landen of gemeenten meer verzet tegen komst
Asielzoekerscentra dan in andere?
- Identificeren van de afhankelijke variabele: wat is hetgene wat ik wil verklaren (In dit geval
de meningen over migratie)
- Bepalen van de mate van spreiding (variantie over de verschillende meningen)
- Op zoek naar factoren die deze spreiding mogelijk kunnen verklaren (mate van geluk, angst
voor misdaad)
- Modellen opstellend ie deze spreiding kunnen wegnemen
Beschrijvende statistiek : Populatie
stekprofulati selecteren
Beschrijvende statistieken:
Uitspraken doen
Kwalitatieve gegevens (categorisch)
- Nominaal meetniveau (geslacht, nationaliteit)
- Ordinaal meetniveau (opleidingsniveau)
Kwantitatieve gegevens (continue)
- Interval meetniveau (IQ: temperatuur)
- Ratio meetniveau (inkomen, leeftijd)
, Vragen:
- Bent u voor de komst van migranten naar Nederland meetniveau: nominaal
- De komst van migranten is goed voor Nederland: zeer eens, eens, neutraal, oneens, zeer
oneens meetniveau: ordinaal
- Immigranten maken het land beter of slechter op een schaal van 1 tot 10 meetniveau:
ratio (deze is het beste want hierbij is de spreiding het grootst)
Eigenschappen data ( plaatje in de pp)
- Centrale tendentie (locatie): waar liggen de getallen
- Spreiding (Variatie): hoe is de inhoud verdeeld
- Vorm; normale of geen normale verdeling
eigenschappen
(kwanitiatieve)
gegevens
centrale tendentie spreiding Vorm
gemiddelede bereik scheefheid
mediaan kwartiel afstand spitsheid
modus variantie
standaarddeviatie
Modus: welke waarneming komt het vaakste voor
Mediaan: rangorde van hoog naar laag of van laag naar hoog en dan kijken welk getal in het midden
ligt
Gemiddelde: alles bij elkaar op tellen en dan delen door het aantal
Eerste eigenschap van een verdeling: centrale tendentie
Maat Populatie Steekproef Type data
Modus - - N/O/I/R
Mediaan M m O/I/R
Gemiddelde µ Steekproef I/R
gemiddelde X (met
streepje erboven)
N= nominaal/ O = ordinaal/ I = Interval / R = ratio
Tweede eigenschap van een verdeling: spreiding/ variantie
Bereik: hoogste – laagste score van elkaar aftrekken. Nadeel: je kunt een extreme score hebben
waardoor de range uitgerekt wordt.
Maat Populatie Steekproef Type data