Tentamen bestand GVML
Hoofdstukken volgens visies Kortti 2
Hoofdstuk 1 2
Hoofdstuk 2 2
Hoofdstuk 3 3
Periodisering Kortti 4
Artikelen: 4
Miles Davis, anti-public sphere 4
Barlow and Mills, 5
Briggs en Burke (2002) 6
Schwartz (1995) 7
Hoorcolleges: 8
Hoorcollege week 1 8
Hoorcollege week 2 8
Hoorcollege week 3 10
Hoorcollege week 4 12
Tijdlijn belangrijkste gebeurtenissen: 14
Demian Erens
, Hoofdstukken volgens visies Kortti
Hoofdstuk 1
1. De historische ontwikkeling van media moet gezien worden als een lange evolutie en
niet als een aantal revoluties. Kortti beschrijft de evolutie van het vroege schrift 3500
voor Christus tot de uitvinding van de drukpers in 1450. Het ene medium vloeit voort
in het andere medium.
2. Binnen een evolutie bestaan wel versnellingen en vertragingen. Een voorbeeld van
een versnelling is de opkomst van de drukpers in 1450. Het werd hierdoor
gemakkelijker voor de protestanten om tijdens de Reformatie Bijbels en pamfletten te
drukken om zo grote groepen te kunnen overtuigen van hun geloof.
3. De evolutie van media moet worden geanalyseerd in een brede historische, sociaal-
culturele, economische en politieke context. Kortti stelt dat de opkomst van de
drukpers in 1450 cruciaal bleek te zijn voor de reformatie, omdat de bijbel zo
toegankelijk werd voor iedereen, waardoor mensen de bijbel zelf konden lezen en
interpreteren. Droeg ook bij opkomst van het kapitalisme door mogelijk maken
handleidingen en prijslijsten wat handel stimuleerde.
4. Kortti beschrijft in hoofdstuk 1 hoe mythologische verhalen via intertekstualiteit en
intermedialiteit telkens opnieuw worden doorverteld, waarbij de overgang van een
orale naar een chirografische cultuur een bepalende rol speelt.
5. Kortti betrekt de mediageschiedenis van Azië en Rusland bij zijn beschrijving van de
typografische cultuur. De techniek van de drukpers in de 8e eeuw. Hiermee laat hij
zien dat zijn visie groter is dan de Angelsaksische wereld.
6. Kortti maakt gebruik van een tweeledige periodisering. Hij bespreekt de overgang
van de orale cultuur, communicatie via gesproken taal, naar de chirografische
cultuur, met de uitvinding van het schrift rond 3500 voor Christus.
Hoofdstuk 2
1. De historische ontwikkeling van media moet gezien worden als een lange evolutie en
niet als een aantal revoluties. Voordat de bekende elektromagnetische telegraaf werd
uitgevonden, was er een optische telegraaf. Door de ontdekking van magnetisme en
elektriciteit werd in de 17e eeuw een stap gezet naar het uitvinden van de
elektromagnetische telegraaf. Dit laat zien dat mediageschiedenis geen revolutie is,
maar een evolutie, omdat het zich stapsgewijs heeft ontwikkeld.
Hoofdstukken volgens visies Kortti 2
Hoofdstuk 1 2
Hoofdstuk 2 2
Hoofdstuk 3 3
Periodisering Kortti 4
Artikelen: 4
Miles Davis, anti-public sphere 4
Barlow and Mills, 5
Briggs en Burke (2002) 6
Schwartz (1995) 7
Hoorcolleges: 8
Hoorcollege week 1 8
Hoorcollege week 2 8
Hoorcollege week 3 10
Hoorcollege week 4 12
Tijdlijn belangrijkste gebeurtenissen: 14
Demian Erens
, Hoofdstukken volgens visies Kortti
Hoofdstuk 1
1. De historische ontwikkeling van media moet gezien worden als een lange evolutie en
niet als een aantal revoluties. Kortti beschrijft de evolutie van het vroege schrift 3500
voor Christus tot de uitvinding van de drukpers in 1450. Het ene medium vloeit voort
in het andere medium.
2. Binnen een evolutie bestaan wel versnellingen en vertragingen. Een voorbeeld van
een versnelling is de opkomst van de drukpers in 1450. Het werd hierdoor
gemakkelijker voor de protestanten om tijdens de Reformatie Bijbels en pamfletten te
drukken om zo grote groepen te kunnen overtuigen van hun geloof.
3. De evolutie van media moet worden geanalyseerd in een brede historische, sociaal-
culturele, economische en politieke context. Kortti stelt dat de opkomst van de
drukpers in 1450 cruciaal bleek te zijn voor de reformatie, omdat de bijbel zo
toegankelijk werd voor iedereen, waardoor mensen de bijbel zelf konden lezen en
interpreteren. Droeg ook bij opkomst van het kapitalisme door mogelijk maken
handleidingen en prijslijsten wat handel stimuleerde.
4. Kortti beschrijft in hoofdstuk 1 hoe mythologische verhalen via intertekstualiteit en
intermedialiteit telkens opnieuw worden doorverteld, waarbij de overgang van een
orale naar een chirografische cultuur een bepalende rol speelt.
5. Kortti betrekt de mediageschiedenis van Azië en Rusland bij zijn beschrijving van de
typografische cultuur. De techniek van de drukpers in de 8e eeuw. Hiermee laat hij
zien dat zijn visie groter is dan de Angelsaksische wereld.
6. Kortti maakt gebruik van een tweeledige periodisering. Hij bespreekt de overgang
van de orale cultuur, communicatie via gesproken taal, naar de chirografische
cultuur, met de uitvinding van het schrift rond 3500 voor Christus.
Hoofdstuk 2
1. De historische ontwikkeling van media moet gezien worden als een lange evolutie en
niet als een aantal revoluties. Voordat de bekende elektromagnetische telegraaf werd
uitgevonden, was er een optische telegraaf. Door de ontdekking van magnetisme en
elektriciteit werd in de 17e eeuw een stap gezet naar het uitvinden van de
elektromagnetische telegraaf. Dit laat zien dat mediageschiedenis geen revolutie is,
maar een evolutie, omdat het zich stapsgewijs heeft ontwikkeld.