Medische biologie BS9
Week 1: Borderline en biologisch risicogedrag
Kennisclip: persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheidsstoornis: een psychische aandoeningen waarbij iemands
persoonlijkheidskenmerken een negatieve invloed hebben op hoe iemand denkt, voelt, zich
gedraagt en omgaat met anderen
- Starre wijze van omgaan met anderen = beperkt aanpassingsvermogen
- Onwrikbare (onveranderbare) denk en waarnemingspatronen
- Impact op het functioneren (sociale relaties, werk, studie, etc)
- Moeite met zelfreflectie
Ook ingrijpend voor naasten (overbelast of zelf psychische aandoening)
Persoonlijkheidsstoornis vaak problemen op gebied van
- Identiteit (zelfbeeld)
- Zelfsturing (behalen van persoonlijke doelen)
- Verbondenheid en intimiteit (intermenselijke relaties)
Gevolgen voor werk, intieme relaties en andere sociale contacten
Problemen vaak ontstaan in adolescentie + van lange duur
Indeling persoonlijkheidsstoornissen
1) Cluster A: vreemd/excentriek (wantrouwen, sociale terugtrekking, vreemde
denkpatronen)
- Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van wantrouwen en
achterdocht waarbij de motieven van anderen als kwaadwillend worden
geïnterpreteerd
- Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van afstandelijk in sociale
relaties en een beperkt scala van emotionele uitingen
- Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van direct gevoeld
ongemak in intieme relaties, met vervormingen in het denken en waarnemen
2) Cluster B: dramatisch emotioneel, labiel (impulsiviteit, instabiele relaties, emotionele
intensiteit, behoefte aan aandacht)
- Antisociale- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van gebrek aan respect
voor de rechten van anderen en schending daarvan
- Borderline- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van instabiliteit in
intermenselijke relaties, zelfbeeld en emoties
- Histrionische- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van excessieve
emotionaliteit en aandacht vragend gedrag
- Narcistische- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van grandiositeit,
behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie
, 3) Cluster C: angstig/bezorgd (angst, besluiteloosheid, perfectionisme)
- Vermijdende- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van sociale
geremdheid, gevoelend van tekortschieten en overgevoeligheid voor een mogelijk
negatief oordeel
- Afhankelijke- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van onderdanig en
aanklampend gedrag dat samenhangt met een overmatige behoefte om verzorgd te
worden
- Dwangmatige- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van gepreoccupeerd
bezig zijn met ordelijkheid, perfectionisme en controle
Beloop verschilt per persoon en per type persoonlijkheidsstoornis
Mogelijke oorzaken en risicofactoren persoonlijkheidsstoornis
- Aangeboren kwetsbaarheid (erfelijke aanleg of vroege ontwikkeling)
- Negatieve levenservaringen
- Lichamelijke mishandeling
- Seksueel en emotioneel misbruik
- Emotionele verwaarlozing
- Onveilige gehechtheid
- Overbescherming
- Gebrekkige opvoeding
- Psychische problemen ouders
- Verlies van ouders door overlijden of echtscheiding
- Pestverleden
- Armoede
Oorzaak niet altijd duidelijken verschilt per persoon
Psychische comorbiditeit: persoonlijkheidsstoornissen gaan vaak gepaard met andere
psychische aandoeningen (depressie, angststoornis, psychoses, etc)
- Verlaagde levensverwachting ivm met suïcide, slechte lichamelijke gezondheid,
ongezonde levensstijl, chronische stress, bijwerkingen van medicatie
Adequate behandeling persoonlijkheidsstoornissen
- Psychotherapie (cognitieve gedragstherapie, psychoanalyse, etc)
- Medicatie
- Steunnetwerk
1/3 volledig herstel, 1/3 verbeterd in functioneren, 1/3 chronische stoornis
,Kennisclip: borderline persoonlijkheidsstoornis en biologisch
risicogedrag
Borderline persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van instabiliteit in intermenselijke
relaties, zelfbeeld en emoties
- Helemaal overgeven aan iemand vs afkeer en boosheid
- Basale vertrouwen is vaak onderontwikkeld (vaak door eigen jeugd)
* Snel aangetrokken tot iemand, maar bij nabijheid ontstaat de angst dat de
ander hen pijn zal doen snel mensen afstoten gevoelens van
eenzaamheid, somberheid en afwijzing
- Impulsief gedrag
- Wisselend en wankel zelfbeeld
- Plotselinge extreme stemmingswisselingen
- Terugkerend suïcidaal gedrag
Behandelvormen borderline persoonlijkheidsstoornis
- Cognitieve gedragstherapie
- Vaardigheden oefenen
- Emotie regulatie therapie
- Schematherapie: helpt om hardnekkige patronen te herkennen die in de kindertijd
zijn ontstaan (leren valkuilen, overtuigingen en denkpatronen)
- Systeemtherapie: belangrijke naasten betrekken bij de therapie
Doel: gedrag, gedachten en gevoel in juiste banen leiden
Psychische comorbiditeit borderline persoonlijkheidsstoornis
- PTSS
- Depressie
- Eetstoornis
- Aandacht efficiëntie
- Hyperactiviteit stoornis
- Middelgerelateerde verslavingsstoornissen
Biologische en lichamelijke oorzaak, waarbij neurotransmitters een grote rol spelen
Omgang met hulpverleners
- Boos als de hulpverlener grenzen stelt
* Bij woede of angst soms zichzelf in de huid snijden = automutilatie
* Woede of angst afreageren op de hulpverlener of omgeving Hulpverlener
dient te zorgen voor een persoonlijke/sociale hygiëne: veel afstemmen en
praten met collega’s + duidelijk zijn, maar niet afwijzen
, Kennisclip: medicatie bij persoonlijkheidsstoornissen
Medicatie persoonlijkheidsstoornissen
- Hebben geen directe invloed op de persoonlijkheidsstoornis
- Behandelen van de psychische co-morbiditeiten
Groepen psychofarmaca (medicijnen ingezet bij psychische aandoeningen)
1) Antidepressiva: tegen stemmingsstoornissen
- Vooral gericht op de neurotransmitters noradrenaline en serotonine
- Vaak werkzaam na 2-6 weken
- Niet abrupt stoppen ivm ontwenningsverschijnselen (niet verslavend)
2) Anxiolytica: tegen angststoornissen
- Vaak benzodiazepinen
3) Antipsychotica: tegen psychose
- Vooral gericht op de neurotransmitter dopamine
Week 2: Bloedwaarden en medicatie
Kennisclip: bloed
Bloed: een gespecialiseerd vloeibaar bindweefsel
Functies bloed
1) Transport van opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten van
de stofwisseling
2) Reguleren van de pH en mineralensamenstelling van de interstitiële vloeistoffen
3) Beperken van bloedverlies op beschadigde plekken
4) Verdedigen tegen ziekteverwekkers en gifstoffen
- Vervoeren leukocyten en antistoffen
5) Reguleren van de lichaamstemperatuur door het opnemen en transporteren van
warmte
- Hoge lichaamstemperatuur: huidoppervlak warmte aan omgeving afstaan
- Lage lichaamstemperatuur: hersenen en andere temperatuurgevoelige organen
Bloed bestaat uit
1) Bloedplasma (55%)
- Plasma-eiwitten: albumine, globuline (antistoffen, transporteiwitten),
stollingsfactoren (fibrinogeen, protrombine)
- Serum: water + zouten, voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen
2) Bloedcellen (45% + 1%)
- Trombocyten = bloedplaatjes
- Leukocyten = witte bloedcellen
- Erytrocyten = rode bloedcellen (45%)
Na centrifugeren stof met grootste dichtheid op de bodem = bloedcellen
Na enige tijd het bloed stollen = bloedcellen + stollingseiwitten boven het serum
Week 1: Borderline en biologisch risicogedrag
Kennisclip: persoonlijkheidsstoornissen
Persoonlijkheidsstoornis: een psychische aandoeningen waarbij iemands
persoonlijkheidskenmerken een negatieve invloed hebben op hoe iemand denkt, voelt, zich
gedraagt en omgaat met anderen
- Starre wijze van omgaan met anderen = beperkt aanpassingsvermogen
- Onwrikbare (onveranderbare) denk en waarnemingspatronen
- Impact op het functioneren (sociale relaties, werk, studie, etc)
- Moeite met zelfreflectie
Ook ingrijpend voor naasten (overbelast of zelf psychische aandoening)
Persoonlijkheidsstoornis vaak problemen op gebied van
- Identiteit (zelfbeeld)
- Zelfsturing (behalen van persoonlijke doelen)
- Verbondenheid en intimiteit (intermenselijke relaties)
Gevolgen voor werk, intieme relaties en andere sociale contacten
Problemen vaak ontstaan in adolescentie + van lange duur
Indeling persoonlijkheidsstoornissen
1) Cluster A: vreemd/excentriek (wantrouwen, sociale terugtrekking, vreemde
denkpatronen)
- Paranoïde-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van wantrouwen en
achterdocht waarbij de motieven van anderen als kwaadwillend worden
geïnterpreteerd
- Schizoïde-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van afstandelijk in sociale
relaties en een beperkt scala van emotionele uitingen
- Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van direct gevoeld
ongemak in intieme relaties, met vervormingen in het denken en waarnemen
2) Cluster B: dramatisch emotioneel, labiel (impulsiviteit, instabiele relaties, emotionele
intensiteit, behoefte aan aandacht)
- Antisociale- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van gebrek aan respect
voor de rechten van anderen en schending daarvan
- Borderline- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van instabiliteit in
intermenselijke relaties, zelfbeeld en emoties
- Histrionische- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van excessieve
emotionaliteit en aandacht vragend gedrag
- Narcistische- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van grandiositeit,
behoefte aan bewondering en een gebrek aan empathie
, 3) Cluster C: angstig/bezorgd (angst, besluiteloosheid, perfectionisme)
- Vermijdende- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van sociale
geremdheid, gevoelend van tekortschieten en overgevoeligheid voor een mogelijk
negatief oordeel
- Afhankelijke- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van onderdanig en
aanklampend gedrag dat samenhangt met een overmatige behoefte om verzorgd te
worden
- Dwangmatige- persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van gepreoccupeerd
bezig zijn met ordelijkheid, perfectionisme en controle
Beloop verschilt per persoon en per type persoonlijkheidsstoornis
Mogelijke oorzaken en risicofactoren persoonlijkheidsstoornis
- Aangeboren kwetsbaarheid (erfelijke aanleg of vroege ontwikkeling)
- Negatieve levenservaringen
- Lichamelijke mishandeling
- Seksueel en emotioneel misbruik
- Emotionele verwaarlozing
- Onveilige gehechtheid
- Overbescherming
- Gebrekkige opvoeding
- Psychische problemen ouders
- Verlies van ouders door overlijden of echtscheiding
- Pestverleden
- Armoede
Oorzaak niet altijd duidelijken verschilt per persoon
Psychische comorbiditeit: persoonlijkheidsstoornissen gaan vaak gepaard met andere
psychische aandoeningen (depressie, angststoornis, psychoses, etc)
- Verlaagde levensverwachting ivm met suïcide, slechte lichamelijke gezondheid,
ongezonde levensstijl, chronische stress, bijwerkingen van medicatie
Adequate behandeling persoonlijkheidsstoornissen
- Psychotherapie (cognitieve gedragstherapie, psychoanalyse, etc)
- Medicatie
- Steunnetwerk
1/3 volledig herstel, 1/3 verbeterd in functioneren, 1/3 chronische stoornis
,Kennisclip: borderline persoonlijkheidsstoornis en biologisch
risicogedrag
Borderline persoonlijkheidsstoornis: aanhoudend patroon van instabiliteit in intermenselijke
relaties, zelfbeeld en emoties
- Helemaal overgeven aan iemand vs afkeer en boosheid
- Basale vertrouwen is vaak onderontwikkeld (vaak door eigen jeugd)
* Snel aangetrokken tot iemand, maar bij nabijheid ontstaat de angst dat de
ander hen pijn zal doen snel mensen afstoten gevoelens van
eenzaamheid, somberheid en afwijzing
- Impulsief gedrag
- Wisselend en wankel zelfbeeld
- Plotselinge extreme stemmingswisselingen
- Terugkerend suïcidaal gedrag
Behandelvormen borderline persoonlijkheidsstoornis
- Cognitieve gedragstherapie
- Vaardigheden oefenen
- Emotie regulatie therapie
- Schematherapie: helpt om hardnekkige patronen te herkennen die in de kindertijd
zijn ontstaan (leren valkuilen, overtuigingen en denkpatronen)
- Systeemtherapie: belangrijke naasten betrekken bij de therapie
Doel: gedrag, gedachten en gevoel in juiste banen leiden
Psychische comorbiditeit borderline persoonlijkheidsstoornis
- PTSS
- Depressie
- Eetstoornis
- Aandacht efficiëntie
- Hyperactiviteit stoornis
- Middelgerelateerde verslavingsstoornissen
Biologische en lichamelijke oorzaak, waarbij neurotransmitters een grote rol spelen
Omgang met hulpverleners
- Boos als de hulpverlener grenzen stelt
* Bij woede of angst soms zichzelf in de huid snijden = automutilatie
* Woede of angst afreageren op de hulpverlener of omgeving Hulpverlener
dient te zorgen voor een persoonlijke/sociale hygiëne: veel afstemmen en
praten met collega’s + duidelijk zijn, maar niet afwijzen
, Kennisclip: medicatie bij persoonlijkheidsstoornissen
Medicatie persoonlijkheidsstoornissen
- Hebben geen directe invloed op de persoonlijkheidsstoornis
- Behandelen van de psychische co-morbiditeiten
Groepen psychofarmaca (medicijnen ingezet bij psychische aandoeningen)
1) Antidepressiva: tegen stemmingsstoornissen
- Vooral gericht op de neurotransmitters noradrenaline en serotonine
- Vaak werkzaam na 2-6 weken
- Niet abrupt stoppen ivm ontwenningsverschijnselen (niet verslavend)
2) Anxiolytica: tegen angststoornissen
- Vaak benzodiazepinen
3) Antipsychotica: tegen psychose
- Vooral gericht op de neurotransmitter dopamine
Week 2: Bloedwaarden en medicatie
Kennisclip: bloed
Bloed: een gespecialiseerd vloeibaar bindweefsel
Functies bloed
1) Transport van opgeloste gassen, voedingsstoffen, hormonen en afvalproducten van
de stofwisseling
2) Reguleren van de pH en mineralensamenstelling van de interstitiële vloeistoffen
3) Beperken van bloedverlies op beschadigde plekken
4) Verdedigen tegen ziekteverwekkers en gifstoffen
- Vervoeren leukocyten en antistoffen
5) Reguleren van de lichaamstemperatuur door het opnemen en transporteren van
warmte
- Hoge lichaamstemperatuur: huidoppervlak warmte aan omgeving afstaan
- Lage lichaamstemperatuur: hersenen en andere temperatuurgevoelige organen
Bloed bestaat uit
1) Bloedplasma (55%)
- Plasma-eiwitten: albumine, globuline (antistoffen, transporteiwitten),
stollingsfactoren (fibrinogeen, protrombine)
- Serum: water + zouten, voedingsstoffen, afvalstoffen en hormonen
2) Bloedcellen (45% + 1%)
- Trombocyten = bloedplaatjes
- Leukocyten = witte bloedcellen
- Erytrocyten = rode bloedcellen (45%)
Na centrifugeren stof met grootste dichtheid op de bodem = bloedcellen
Na enige tijd het bloed stollen = bloedcellen + stollingseiwitten boven het serum