HOOFDSTUK 3 PRIVAATRECHT –
PROCESRECHT – BEWIJS
Bij een procedure voor de rechtbank moeten een aantal strikte regels gevolgd worden.
De procedure wordt uitgewerkt in het ‘Gerechtelijk Wetboek’. De procedure is niet altijd
even duidelijk. Het is aangewezen steeds beroep te doen op de diensten van een
advocaat om zijn belangen in het kader van een gerechtelijke procedure correct te laten
verdedigen.
Ingeval een procedure wordt gevoerd, is het vooreest van belang te bepalen welke
rechtbank bevoegd is. Daarbij moet nagezien worden welke rechtbank bevoegd is
voor de specifieke materie en welke rechter territoriaal bevoegd is. Om dat te bepalen
zijn er talloze regels die in het Gerechtelijk Wetboek staan.
Verder is het van belang de procedure op de correcte wijze in te leiden. Dat gebeurt
meestal door een dagvaarding te laten betekenen door een gerechtsdeurwaarder.
Daarnaast is het soms ook mogelijk de zaak aanhangig te maken door het neerleggen
van een verzoekschrift. Mogelijkerwijs kan de zaak ook aanhangig 1 gemaakt worden
als beide partijen bereid zijn vrijwillig te verschijnen.
Zodra de zaak correct aanhangig gemaakt is op de rechtbank, wordt een datum
bepaald waarop een inleidingszitting plaatsheeft. Op de inleidingszitting wordt de
zaak in beginsel niet behandeld, tenzij ze eenvoudig is en slechts korte debatten
behoeft.
Op de inleidingszitting kunnen de partijen binnen bepaalde grenzen overeenkomen
wat er met de zaak moet gebeuren. Zo kan ze bv uitgesteld worden, naar de rol
verzonden worden, … . Bereiken de partijen geen akkoord over wat er moet
gebeuren, dan zal de rechtbank uiteindelijk conclusietermijnen vastleggen en een
datum voor de behandeling bepalen.
Gewoonlijk wordt op de behandelingsdatum de zaak gepleit en in beraad genomen.
Vervolgens komt een uitspraak tussen waartegen naderhand meestal ook hoger
beroep kan aangetekend worden. Meestal bedraagt de beroepstermijn in burgerlijke
zaken 1 maand vanaf de betekening van het vonnis. Op die regel bestaan wel een
aantal uitzonderingen.
In het Gerechtelijk Wetboek worden tevens een aantal specifieke procedures
aangegeven voor bepaalde materies. Zo zijn er bv specifieke regels van toepassing
inzake echtscheiding, … .
Een van de belangrijkste vragen in het kader van een procedure is wie wat moet
bewijzen. In het burgerlijk recht bestaan in dat verband vrij strikte bewijsregels.
Daarop wordt verder in deze uitgave nader ingegaan. In ondernemingszaken
daarentegen is de bewijslevering gemakkelijker en gelden soepelere regels om het
bewijs te leveren van de juistheid van een bepaalde stelling of van het bestaan van
een overeenkomst.
1
aanhangig = nog onbeslist, in overweging, in behandeling, onafgedaan
PROCESRECHT – BEWIJS
Bij een procedure voor de rechtbank moeten een aantal strikte regels gevolgd worden.
De procedure wordt uitgewerkt in het ‘Gerechtelijk Wetboek’. De procedure is niet altijd
even duidelijk. Het is aangewezen steeds beroep te doen op de diensten van een
advocaat om zijn belangen in het kader van een gerechtelijke procedure correct te laten
verdedigen.
Ingeval een procedure wordt gevoerd, is het vooreest van belang te bepalen welke
rechtbank bevoegd is. Daarbij moet nagezien worden welke rechtbank bevoegd is
voor de specifieke materie en welke rechter territoriaal bevoegd is. Om dat te bepalen
zijn er talloze regels die in het Gerechtelijk Wetboek staan.
Verder is het van belang de procedure op de correcte wijze in te leiden. Dat gebeurt
meestal door een dagvaarding te laten betekenen door een gerechtsdeurwaarder.
Daarnaast is het soms ook mogelijk de zaak aanhangig te maken door het neerleggen
van een verzoekschrift. Mogelijkerwijs kan de zaak ook aanhangig 1 gemaakt worden
als beide partijen bereid zijn vrijwillig te verschijnen.
Zodra de zaak correct aanhangig gemaakt is op de rechtbank, wordt een datum
bepaald waarop een inleidingszitting plaatsheeft. Op de inleidingszitting wordt de
zaak in beginsel niet behandeld, tenzij ze eenvoudig is en slechts korte debatten
behoeft.
Op de inleidingszitting kunnen de partijen binnen bepaalde grenzen overeenkomen
wat er met de zaak moet gebeuren. Zo kan ze bv uitgesteld worden, naar de rol
verzonden worden, … . Bereiken de partijen geen akkoord over wat er moet
gebeuren, dan zal de rechtbank uiteindelijk conclusietermijnen vastleggen en een
datum voor de behandeling bepalen.
Gewoonlijk wordt op de behandelingsdatum de zaak gepleit en in beraad genomen.
Vervolgens komt een uitspraak tussen waartegen naderhand meestal ook hoger
beroep kan aangetekend worden. Meestal bedraagt de beroepstermijn in burgerlijke
zaken 1 maand vanaf de betekening van het vonnis. Op die regel bestaan wel een
aantal uitzonderingen.
In het Gerechtelijk Wetboek worden tevens een aantal specifieke procedures
aangegeven voor bepaalde materies. Zo zijn er bv specifieke regels van toepassing
inzake echtscheiding, … .
Een van de belangrijkste vragen in het kader van een procedure is wie wat moet
bewijzen. In het burgerlijk recht bestaan in dat verband vrij strikte bewijsregels.
Daarop wordt verder in deze uitgave nader ingegaan. In ondernemingszaken
daarentegen is de bewijslevering gemakkelijker en gelden soepelere regels om het
bewijs te leveren van de juistheid van een bepaalde stelling of van het bestaan van
een overeenkomst.
1
aanhangig = nog onbeslist, in overweging, in behandeling, onafgedaan