Juridische en Ethische context
Samenvatting colleges
College 1: goed handelen
Handelen in juridische en ethische context
Handelen -> handelen is een menselijke activiteit die bewust gedaan wordt en waar
mensen verantwoordelijk gesteld kunnen worden. Het is dus een meaningful activity !
Een handeling wordt uitgevoerd door een actor, een actor handelt.
Bewust niet handelen kan ook handelen zijn.
Er zijn rondom handelen veel normatieve vragen: wat is goed handelen?
Het is een normatieve vraag die we beantwoorden met impliciete en expliciete normen,
dus gebaseerd op normen en waarden.
Er worden vaak termen gebruikt waarin waarden zitten:
- NVO leden staan voor het veilig opgroeien en een optimale ontwikkeling van
kinderen en jongeren, en doelmatige zorg als extra ondersteuning nodig is.
- Voor pedagogen is de pedagogische relatie het aangrijpingspunt van hun
handelen: zij zoeken verklaringen én oplossingen in die relatie. Pedagogen
streven primair naar normalisatie van de opvoedingsrelatie, of die nu eenvoudig
of heel complex is.
Norm heb je in impliciete en expliciete regel: een goede brandmelder is makkelijker de
beschrijven dan een goede pedagoog. Normen zijn daarbij ook geen feiten. We kunnen
normen wel proberen te definiëren, dat is normalisatie.
Normatieve ethiek -> zoekt naar rechtvaardiging van morele normen.
Kaders voor het professioneel handelen
1. Maatschappelijk = wet
In een rechtstaat is dit de wet. Dit wordt vooral bij het tweede deel van het vak
besproken. Dit is een verzameling van verschillende wettelijke kaders.
2. Professioneel = beroepscode
Beroepen worden ingekaderd (wie mag wat doen en vaststellen). Hiervoor wordt onder
andere een beroepscode opgesteld. Deze beroepscode wordt gemaakt op waarde en
normen en geeft de richtlijn van de beroepsethiek. Overal zijn codes voor, in de hoop
dat als die codes gevolgd worden er niks fout kan gaan.
NVO (Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen) ->
De NVO beroepscode geeft richting en invulling aan het begrip 'goed
pedagoog’. Op grond van de beroepscode kunnen pedagogen hun
handelen en beslissingen beroepsethisch bepalen en verantwoorden
Een beroepscode geeft houvast voor pedagogen want het rust op
vet en regelgeving.
Ondanks een beroepscode is er ook nog ruimte voor de pedagoog zelf, dit noem je de
discretionaire ruimte -> beroepscode laat ruimte voor inzicht professional. Wanneer je
moet verantwoorden gaat het om je onderbouwing van handelen. Je kent de wet en je
handelt naar inzicht. Een reflectieve professional handelt niet defensief (verschuilen
achter de regels), maar integer (verantwoordelijkheid van de situatie).
Professioneel kader -> reflectie o.a. op normativiteit en vakinhoud,
organisatie en beleid, doelstellingen, aanname en concepten,
professionele waarden.
Pedagoog is een normatief beroep -> ze scheppen normen, wat is normaal of wenselijk
gedrag. Interventies bevatten impliciet moreel oordeel en mens- en
maatschappijbeelden. Goed handelen is ook het je verhouden tot deze normativiteit.
3. Persoonlijk = ethiek
Je persoonlijke kader wordt bepaald door je eigen waarde en normen. Je hebt dan als
professional ook een reflectieve houding nodig om te kunnen filteren tussen je eigen
mening en de mening die je koppelt aan de theorie.
,Bij een moreel dilemma moet je altijd kiezen en heb je vaak conflicterende waarden. Je
kunt hiermee omgaan door analyse, reflectie, ethisch stappenplan of een moreel
beraad.
Je ontwikkeld hiermee een ethische reflectieve houding, waardoor je een pedagogisch
professional wordt. Je bent permanent aan het nadenken (verwonderen, redeneren
reflecteren etc.). De ethische theorieën en benaderingen voorzien je van gereedschap.
Recht -> systeem van algemene regels, vastgesteld door formele autoriteiten met
sanctionerende bevoegdheid.
- Wetten en regels liggen vast en zijn gebaseerd op ethische waarden.
Ethiek -> systematische reflectie
- Ligt niet vast, de theorie wel. Het is anders dan je houden aan de regels: illegaal
handelen kan ethisch juist zijn.
Wat is moreel goed?
- Evolutionair gegeven -> gevoel van rechtvaardigheid, empathie
- Openbaring -> door god gegeven: moreel goede ligt in de schepping
- Menselijke rede -> ethische theorie, reflectie
Ethiek
Ethiek is een systematische reflectie op moraal. Moraal -> stelsel van waarden en
normen
Ethiek is van oudsher een belangrijk onderdeel
van de filosofie. Hier heerst de vraag naar het
goede leven. Er is ook kritisch onderzoek gedaan
naar morele opvattingen, waarbij er werd
nagedacht over handelen.
Er zijn verschillende soorten ethiek:
1. Descriptieve ethiek
2. Normatieve ethiek -> wat is juist?
Rechtvaardiging normen en waarden, ethische
theorieën, prescriptief
3. Meta-ethiek -> reflecteert op ethiek,
bijvoorbeeld concepten, aannames etc.
4. Toegepaste ethiek -> ethiek voor een bepaald
werkveld, bijvoorbeeld pedagogische ethiek
Normatieve ethiek -> ethische theorieën komen tot stand binnen de filosofie, het is de
product van permanente discussie. Ze geven theorieën om handelingen mee te
beoordelen.
- Richtlijn: hoe moeten we handelen
- Evaluatie: was het een goede handeling
Morele oordelen
Mensen hebben verschillende opvattingen over het goede. Dit hangt samen met tijd,
cultuur en smaak. Het is een serieus probleem, want waar ga je een lijn trekken. Geldt
er voor iedereen dezelfde theorie of is dit persoon of cultuur afhankelijk.
1. Relativisme
Verschillen staan centraal:
- Individueel moreel relativisme -> waarheidswaarde van moreel oordeel kan
verschillen per individu. Voordeel is dat je individuele meningen respecteert.
- Cultureel moreel relativisme -> waarheidswaarde van moreel oordeel berust op
culturele overtuiging. Voordeel is dat je culturele verschillen respecteert.
Problemen hierbij zijn dat je ook ruimte geeft aan morele onverschilligheid, bijvoorbeeld
in sommige culturen is het normaal om je kind te slaan.
2. Universalisme
, Universalisme staat tegenoever het relativisme. Dit gaat uit van algemeen geldende
waarden. Aantrekkelijk want het maakt algemeen geldende morele oordelen mogelijk
- Moreel absolutisme -> waarheidswaarde moreel oordeel extern gegeven
- Moreel objectivisme -> waarheidswaarde moreel oordeel op basis redelijkheid
modern subject.
Het probleem hierbij is dat er geen algemene acceptatie is van moraal. Er is kritiek op
het eenheidsdenken. Het sluit uit wat verschillend is. Gangbare opinie overheerst en
maakt andere opinies onzichtbaar.
3. Pluralisme
In deze theorie worden verschillende waarden onderzocht. Er wordt van gedachten
gewisseld. Het gesprek houdt dus ook nooit op, want er wordt altijd overlegd over wat
er speelt en wat er voor verschillen spelen. Er is meer sprake van een filosofie. Er
worden discours (vraagstukken die altijd bestaan uit verschillende meningen) kritisch
doordacht.
College 2: geluk
Wat is geluk?
Geluk -> centrale waarde in bepaling van wat nastrevenswaardig is.
- Keuzenvrijheid: probleem paradox of choice (teveel keuze geeft stress)
- Leuke spullen: probleem mimetische begeerte (wat een ander heeft wil ik ook)
- Gezondheid: gezonde mensen zijn niet gelijk gelukkiger en ongezonde mensen
zijn niet altijd ongelukkig
We leven in een tijd waarin we constant denken aan de gevolgen van onze keuzes. We
denken ook veel aan de vraag hoe wordt ik gelukkig? Het is ook erg hip om je te richten
op het fixen van je leven. Hierbij past de bestaansethiek -> die bespreek hoe je moet
leven.
Filosofie als levenskunst (ethos)
Meesterschap -> bewust iets van ons leven maken
- Epicurus: je moet leven met zo veel mogelijk genot (hedonisme). Je moet
voldoen aan je natuurlijke behoeften. Dit is bijvoorbeeld het vermijden van pijn en
verdriet.
- Seneca: je leven bestaat uit de verzoening met je lot. Door vertrouwen op jezelf
kun je onverstoorbaar genieten in het leven. Lotsaanvaardig (stoïcijns).
- Michel Foucault: nu heerst er een moraal joods-christelijke traditie (gehoorzaam
aan het gebod), maar hij vindt dat we meer waardering moeten krijgen voor het
antieke moraal (voortdurende vorming). Je identiteit staat niet vast, er is geen lot,
maar het is het resultaat van hoe je in het leven staat.
o Vrijheidspraktijken -> doorbreken van sociale praktijk (wat men van je
verwacht) en experimenteren met nieuwe levensvormen en identiteiten,
bijvoorbeeld homo zijn.
o Zorg voor zichzelf -> ontwikkelt zich in vrijheidspraktijken, werken aan
meesterschap over onszelf. Het idee wat je hebt over jezelf.
o Zelftechnieken -> technieken om meesterschap over onszelf te oefenen. Dit
kan door vragen te stellen en jezelf bij te stellen.
Teleologische ethiek
Telos = doel -> doel of gevolgen van handeling bepalen of handeling juist is.
1. Deugdethiek
Standvastigheid – matigheid – voorzichtigheid – rechtvaardigheid
Aristoteles (384-322 v.Chr.) was een leerling van Plato en stichter
Peripatetische school. Invloedrijk filosoof voor Westerse traditie.
Teleologie -> alles is altijd wat het is, je moet door schijn van verandering heen kijken.
Alles is altijd weer anders als je er opnieuw naar kijkt. Het is gericht op telos (doel).
Samenvatting colleges
College 1: goed handelen
Handelen in juridische en ethische context
Handelen -> handelen is een menselijke activiteit die bewust gedaan wordt en waar
mensen verantwoordelijk gesteld kunnen worden. Het is dus een meaningful activity !
Een handeling wordt uitgevoerd door een actor, een actor handelt.
Bewust niet handelen kan ook handelen zijn.
Er zijn rondom handelen veel normatieve vragen: wat is goed handelen?
Het is een normatieve vraag die we beantwoorden met impliciete en expliciete normen,
dus gebaseerd op normen en waarden.
Er worden vaak termen gebruikt waarin waarden zitten:
- NVO leden staan voor het veilig opgroeien en een optimale ontwikkeling van
kinderen en jongeren, en doelmatige zorg als extra ondersteuning nodig is.
- Voor pedagogen is de pedagogische relatie het aangrijpingspunt van hun
handelen: zij zoeken verklaringen én oplossingen in die relatie. Pedagogen
streven primair naar normalisatie van de opvoedingsrelatie, of die nu eenvoudig
of heel complex is.
Norm heb je in impliciete en expliciete regel: een goede brandmelder is makkelijker de
beschrijven dan een goede pedagoog. Normen zijn daarbij ook geen feiten. We kunnen
normen wel proberen te definiëren, dat is normalisatie.
Normatieve ethiek -> zoekt naar rechtvaardiging van morele normen.
Kaders voor het professioneel handelen
1. Maatschappelijk = wet
In een rechtstaat is dit de wet. Dit wordt vooral bij het tweede deel van het vak
besproken. Dit is een verzameling van verschillende wettelijke kaders.
2. Professioneel = beroepscode
Beroepen worden ingekaderd (wie mag wat doen en vaststellen). Hiervoor wordt onder
andere een beroepscode opgesteld. Deze beroepscode wordt gemaakt op waarde en
normen en geeft de richtlijn van de beroepsethiek. Overal zijn codes voor, in de hoop
dat als die codes gevolgd worden er niks fout kan gaan.
NVO (Nederlandse vereniging van pedagogen en onderwijskundigen) ->
De NVO beroepscode geeft richting en invulling aan het begrip 'goed
pedagoog’. Op grond van de beroepscode kunnen pedagogen hun
handelen en beslissingen beroepsethisch bepalen en verantwoorden
Een beroepscode geeft houvast voor pedagogen want het rust op
vet en regelgeving.
Ondanks een beroepscode is er ook nog ruimte voor de pedagoog zelf, dit noem je de
discretionaire ruimte -> beroepscode laat ruimte voor inzicht professional. Wanneer je
moet verantwoorden gaat het om je onderbouwing van handelen. Je kent de wet en je
handelt naar inzicht. Een reflectieve professional handelt niet defensief (verschuilen
achter de regels), maar integer (verantwoordelijkheid van de situatie).
Professioneel kader -> reflectie o.a. op normativiteit en vakinhoud,
organisatie en beleid, doelstellingen, aanname en concepten,
professionele waarden.
Pedagoog is een normatief beroep -> ze scheppen normen, wat is normaal of wenselijk
gedrag. Interventies bevatten impliciet moreel oordeel en mens- en
maatschappijbeelden. Goed handelen is ook het je verhouden tot deze normativiteit.
3. Persoonlijk = ethiek
Je persoonlijke kader wordt bepaald door je eigen waarde en normen. Je hebt dan als
professional ook een reflectieve houding nodig om te kunnen filteren tussen je eigen
mening en de mening die je koppelt aan de theorie.
,Bij een moreel dilemma moet je altijd kiezen en heb je vaak conflicterende waarden. Je
kunt hiermee omgaan door analyse, reflectie, ethisch stappenplan of een moreel
beraad.
Je ontwikkeld hiermee een ethische reflectieve houding, waardoor je een pedagogisch
professional wordt. Je bent permanent aan het nadenken (verwonderen, redeneren
reflecteren etc.). De ethische theorieën en benaderingen voorzien je van gereedschap.
Recht -> systeem van algemene regels, vastgesteld door formele autoriteiten met
sanctionerende bevoegdheid.
- Wetten en regels liggen vast en zijn gebaseerd op ethische waarden.
Ethiek -> systematische reflectie
- Ligt niet vast, de theorie wel. Het is anders dan je houden aan de regels: illegaal
handelen kan ethisch juist zijn.
Wat is moreel goed?
- Evolutionair gegeven -> gevoel van rechtvaardigheid, empathie
- Openbaring -> door god gegeven: moreel goede ligt in de schepping
- Menselijke rede -> ethische theorie, reflectie
Ethiek
Ethiek is een systematische reflectie op moraal. Moraal -> stelsel van waarden en
normen
Ethiek is van oudsher een belangrijk onderdeel
van de filosofie. Hier heerst de vraag naar het
goede leven. Er is ook kritisch onderzoek gedaan
naar morele opvattingen, waarbij er werd
nagedacht over handelen.
Er zijn verschillende soorten ethiek:
1. Descriptieve ethiek
2. Normatieve ethiek -> wat is juist?
Rechtvaardiging normen en waarden, ethische
theorieën, prescriptief
3. Meta-ethiek -> reflecteert op ethiek,
bijvoorbeeld concepten, aannames etc.
4. Toegepaste ethiek -> ethiek voor een bepaald
werkveld, bijvoorbeeld pedagogische ethiek
Normatieve ethiek -> ethische theorieën komen tot stand binnen de filosofie, het is de
product van permanente discussie. Ze geven theorieën om handelingen mee te
beoordelen.
- Richtlijn: hoe moeten we handelen
- Evaluatie: was het een goede handeling
Morele oordelen
Mensen hebben verschillende opvattingen over het goede. Dit hangt samen met tijd,
cultuur en smaak. Het is een serieus probleem, want waar ga je een lijn trekken. Geldt
er voor iedereen dezelfde theorie of is dit persoon of cultuur afhankelijk.
1. Relativisme
Verschillen staan centraal:
- Individueel moreel relativisme -> waarheidswaarde van moreel oordeel kan
verschillen per individu. Voordeel is dat je individuele meningen respecteert.
- Cultureel moreel relativisme -> waarheidswaarde van moreel oordeel berust op
culturele overtuiging. Voordeel is dat je culturele verschillen respecteert.
Problemen hierbij zijn dat je ook ruimte geeft aan morele onverschilligheid, bijvoorbeeld
in sommige culturen is het normaal om je kind te slaan.
2. Universalisme
, Universalisme staat tegenoever het relativisme. Dit gaat uit van algemeen geldende
waarden. Aantrekkelijk want het maakt algemeen geldende morele oordelen mogelijk
- Moreel absolutisme -> waarheidswaarde moreel oordeel extern gegeven
- Moreel objectivisme -> waarheidswaarde moreel oordeel op basis redelijkheid
modern subject.
Het probleem hierbij is dat er geen algemene acceptatie is van moraal. Er is kritiek op
het eenheidsdenken. Het sluit uit wat verschillend is. Gangbare opinie overheerst en
maakt andere opinies onzichtbaar.
3. Pluralisme
In deze theorie worden verschillende waarden onderzocht. Er wordt van gedachten
gewisseld. Het gesprek houdt dus ook nooit op, want er wordt altijd overlegd over wat
er speelt en wat er voor verschillen spelen. Er is meer sprake van een filosofie. Er
worden discours (vraagstukken die altijd bestaan uit verschillende meningen) kritisch
doordacht.
College 2: geluk
Wat is geluk?
Geluk -> centrale waarde in bepaling van wat nastrevenswaardig is.
- Keuzenvrijheid: probleem paradox of choice (teveel keuze geeft stress)
- Leuke spullen: probleem mimetische begeerte (wat een ander heeft wil ik ook)
- Gezondheid: gezonde mensen zijn niet gelijk gelukkiger en ongezonde mensen
zijn niet altijd ongelukkig
We leven in een tijd waarin we constant denken aan de gevolgen van onze keuzes. We
denken ook veel aan de vraag hoe wordt ik gelukkig? Het is ook erg hip om je te richten
op het fixen van je leven. Hierbij past de bestaansethiek -> die bespreek hoe je moet
leven.
Filosofie als levenskunst (ethos)
Meesterschap -> bewust iets van ons leven maken
- Epicurus: je moet leven met zo veel mogelijk genot (hedonisme). Je moet
voldoen aan je natuurlijke behoeften. Dit is bijvoorbeeld het vermijden van pijn en
verdriet.
- Seneca: je leven bestaat uit de verzoening met je lot. Door vertrouwen op jezelf
kun je onverstoorbaar genieten in het leven. Lotsaanvaardig (stoïcijns).
- Michel Foucault: nu heerst er een moraal joods-christelijke traditie (gehoorzaam
aan het gebod), maar hij vindt dat we meer waardering moeten krijgen voor het
antieke moraal (voortdurende vorming). Je identiteit staat niet vast, er is geen lot,
maar het is het resultaat van hoe je in het leven staat.
o Vrijheidspraktijken -> doorbreken van sociale praktijk (wat men van je
verwacht) en experimenteren met nieuwe levensvormen en identiteiten,
bijvoorbeeld homo zijn.
o Zorg voor zichzelf -> ontwikkelt zich in vrijheidspraktijken, werken aan
meesterschap over onszelf. Het idee wat je hebt over jezelf.
o Zelftechnieken -> technieken om meesterschap over onszelf te oefenen. Dit
kan door vragen te stellen en jezelf bij te stellen.
Teleologische ethiek
Telos = doel -> doel of gevolgen van handeling bepalen of handeling juist is.
1. Deugdethiek
Standvastigheid – matigheid – voorzichtigheid – rechtvaardigheid
Aristoteles (384-322 v.Chr.) was een leerling van Plato en stichter
Peripatetische school. Invloedrijk filosoof voor Westerse traditie.
Teleologie -> alles is altijd wat het is, je moet door schijn van verandering heen kijken.
Alles is altijd weer anders als je er opnieuw naar kijkt. Het is gericht op telos (doel).