H3: GEWAARWORDING
3.1 GEWAARWORDING VERSUS WAARNEMING
WAARNEMING VEREIST DE INTERPRETATIE VAN GEWAARWORDINGEN
Gewaarwording/sensatie= verzamelen van informatie door receptoren en transfer naar de hersenen
Waarneming/perceptie = verwerken van de informatie tot een zinvolle ervaring (begrijpen van de gewaarwording)
Gewaarwording zijn verschillende modaliteiten in perceptuele verwerking. De zintuigen zijn afhankelijk van elkaar.
Enkel visueel ‘baba’, enkel auditief ‘gaga’ en multimodaal ‘dada’ = McGurk effect → zintuigen moeten samenwerken
om juiste info te interpreteren en te verkrijgen
Gewaarwording:
▪ Opname van stimulatie uit de omgeving
▪ Elektrische en chemische signalen in de hersenen
▪ Beelden, klanken, geuren, smaken
Waarneming:
▪ Interpretatie/begrip van fragmentarische gewaarwordingen
▪ Zinvolle voostelling van de omgeving, interpretatie van het signaal dat je binnen krijgt
Gewaarwording naar waarneming gebeurd meestal snel en onbewust
Dalmatiërtekeningen: gewaarwording (allemaal zwarte vlekken) → waarneming (een dalmatiër) meestal snel en
onbewust → eens je het ziet blijft dat.
Multimodaal = interacties tussen niet dezelfde soorten perceptuele verwerking bv liplezen
1
,HOEVEEL ZINTUIGEN ZIJN ER?
Aristoteles: De traditionele 5 zintuigen gericht op de buitenwereld
1. Zicht
2. Gehoor
3. Reuk
4. Smaak
5. Tast
Ward (5 extra zintuigen):
▪ Zintuigen toegevoegd obv functioneren van het lichaam en signaleren van lichaamsgevaar
➢ Elk zintuig heeft eigen receptoren + hersengebieden die instaan voor verwerking
bv in je huid zitten verschillende receptoren voor tast en temperatuur
▪ 10 zintuigen:
1. Het gezichtsvermogen
2. Het gehoor
3. De geur
4. De smaak
5. De tastzin
6. Pijngewaarwording
7. Temperatuurgewaarwording
8. Evenwichtsgevoel (vestibulair zintuig)
9. Kinesthesie (positie en beweging van gewrichten en spieren)
10. Interoceptie (interne sensaties zoals honger, hartslag, blaas)
11. (jeuk als 11de zintuig?)
Fysische processen → organen informatietransfer → verwerking sensorische info in de hersenen
3.2 HET GEZICHTSVERMOGEN
DE FYSICA VAN HET LICHT
Licht = elektromagnetische stralingen
▪ Komt voort uit kleine trillingen (oscillaties) van elektrisch geladen
materiaal/deeltjes
▪ Beweegt zich voort in golven met een bepaalde golflengte = afstand tussen 2 golven
▪ Golf is een opeenvolging van pieken en dalen
▪ Golf varieert van minder dan een 1000ste van een nm tot meer dan 1000 km
2
, Het zichtbaar spectrum
▪ 400-700 nm (heel klein deeltje van elektromagnetische straling)
▪ Zichtbare ligt vormt slechts een miniem stuk van het totale bereik van straling
→ klein spectrum
➢ het oog is enkel gevoelig voor dit deel, alles wat wij kunnen zien is 2% van alle
elektromagnetische straling die we kennen
➢ straling die het meeste aanwezig is op aarde, kunnen we het meeste zien
▪ Mensen zijn blind voor gammastralen, X-stralen,…
→ we zien beperkt stukje van de wereld
▪ Andere stralen gaan door weefsel heen (bv micro)
▪ Deze golven zijn overvloedig aanwezig op de aarde en evolutionair interessant
Licht heeft ook een lichtintensiteit en verplaatst zich in fotonen
Lichtintensiteit = hoeveelheid fotonen per tijdseenheid
▪ Hoe meer fotonen, hoe intenser het licht
▪ Als een foton een oppervlakte bereikt heeft:
» Fotonen worden gereflecteerd op een oppervlak (terugkaatsing)
~ Niet hetzelfde voor elke kleur → wit reflecteert meer dan zwart
» Fotonen worden erdoor gelaten (transparant) → refractie: de lichtgolf verandert van richting (hoe
meer transparant, hoe meer fotonen er worden doorgelaten)
» Fotonen worden geabsorbeerd → opname energie (bv warmte-opname bij zwarte kledij)
lichtbronnen
Lichtbronnen door fysische oorzaken:
▪ De zon → rechtstreeks en reflectie
▪ Zelf aangemaakt bv lamp, TV,…
Lichtbronnen door niet fysische oorzaken:
▪ Druk op de ogen → sterretjes zien
▪ Elektrische stimulatie cortex
▪ Migraine → met aura: lichtflitsen, beelden die de hersenen zelf veroorzaken
3
3.1 GEWAARWORDING VERSUS WAARNEMING
WAARNEMING VEREIST DE INTERPRETATIE VAN GEWAARWORDINGEN
Gewaarwording/sensatie= verzamelen van informatie door receptoren en transfer naar de hersenen
Waarneming/perceptie = verwerken van de informatie tot een zinvolle ervaring (begrijpen van de gewaarwording)
Gewaarwording zijn verschillende modaliteiten in perceptuele verwerking. De zintuigen zijn afhankelijk van elkaar.
Enkel visueel ‘baba’, enkel auditief ‘gaga’ en multimodaal ‘dada’ = McGurk effect → zintuigen moeten samenwerken
om juiste info te interpreteren en te verkrijgen
Gewaarwording:
▪ Opname van stimulatie uit de omgeving
▪ Elektrische en chemische signalen in de hersenen
▪ Beelden, klanken, geuren, smaken
Waarneming:
▪ Interpretatie/begrip van fragmentarische gewaarwordingen
▪ Zinvolle voostelling van de omgeving, interpretatie van het signaal dat je binnen krijgt
Gewaarwording naar waarneming gebeurd meestal snel en onbewust
Dalmatiërtekeningen: gewaarwording (allemaal zwarte vlekken) → waarneming (een dalmatiër) meestal snel en
onbewust → eens je het ziet blijft dat.
Multimodaal = interacties tussen niet dezelfde soorten perceptuele verwerking bv liplezen
1
,HOEVEEL ZINTUIGEN ZIJN ER?
Aristoteles: De traditionele 5 zintuigen gericht op de buitenwereld
1. Zicht
2. Gehoor
3. Reuk
4. Smaak
5. Tast
Ward (5 extra zintuigen):
▪ Zintuigen toegevoegd obv functioneren van het lichaam en signaleren van lichaamsgevaar
➢ Elk zintuig heeft eigen receptoren + hersengebieden die instaan voor verwerking
bv in je huid zitten verschillende receptoren voor tast en temperatuur
▪ 10 zintuigen:
1. Het gezichtsvermogen
2. Het gehoor
3. De geur
4. De smaak
5. De tastzin
6. Pijngewaarwording
7. Temperatuurgewaarwording
8. Evenwichtsgevoel (vestibulair zintuig)
9. Kinesthesie (positie en beweging van gewrichten en spieren)
10. Interoceptie (interne sensaties zoals honger, hartslag, blaas)
11. (jeuk als 11de zintuig?)
Fysische processen → organen informatietransfer → verwerking sensorische info in de hersenen
3.2 HET GEZICHTSVERMOGEN
DE FYSICA VAN HET LICHT
Licht = elektromagnetische stralingen
▪ Komt voort uit kleine trillingen (oscillaties) van elektrisch geladen
materiaal/deeltjes
▪ Beweegt zich voort in golven met een bepaalde golflengte = afstand tussen 2 golven
▪ Golf is een opeenvolging van pieken en dalen
▪ Golf varieert van minder dan een 1000ste van een nm tot meer dan 1000 km
2
, Het zichtbaar spectrum
▪ 400-700 nm (heel klein deeltje van elektromagnetische straling)
▪ Zichtbare ligt vormt slechts een miniem stuk van het totale bereik van straling
→ klein spectrum
➢ het oog is enkel gevoelig voor dit deel, alles wat wij kunnen zien is 2% van alle
elektromagnetische straling die we kennen
➢ straling die het meeste aanwezig is op aarde, kunnen we het meeste zien
▪ Mensen zijn blind voor gammastralen, X-stralen,…
→ we zien beperkt stukje van de wereld
▪ Andere stralen gaan door weefsel heen (bv micro)
▪ Deze golven zijn overvloedig aanwezig op de aarde en evolutionair interessant
Licht heeft ook een lichtintensiteit en verplaatst zich in fotonen
Lichtintensiteit = hoeveelheid fotonen per tijdseenheid
▪ Hoe meer fotonen, hoe intenser het licht
▪ Als een foton een oppervlakte bereikt heeft:
» Fotonen worden gereflecteerd op een oppervlak (terugkaatsing)
~ Niet hetzelfde voor elke kleur → wit reflecteert meer dan zwart
» Fotonen worden erdoor gelaten (transparant) → refractie: de lichtgolf verandert van richting (hoe
meer transparant, hoe meer fotonen er worden doorgelaten)
» Fotonen worden geabsorbeerd → opname energie (bv warmte-opname bij zwarte kledij)
lichtbronnen
Lichtbronnen door fysische oorzaken:
▪ De zon → rechtstreeks en reflectie
▪ Zelf aangemaakt bv lamp, TV,…
Lichtbronnen door niet fysische oorzaken:
▪ Druk op de ogen → sterretjes zien
▪ Elektrische stimulatie cortex
▪ Migraine → met aura: lichtflitsen, beelden die de hersenen zelf veroorzaken
3