Leerdoelen “Werken”
Week A1
Het begrip arbeidsveiligheid omschrijven en de belangrijkste elementen noemen die het
omvat.
Arbeidsveiligheid is de effectieve bescherming van werknemers tegen bedrijfsongevallen (ook wel:
interne veiligheid voor werkveiligheid voor werknemers).
Gevaar: bron die mogelijk letsel en gezondheidsproblemen kan veroorzaken.
Arbo-risico: combinatie van de waarschijnlijkheid van optreden van een werk gerelateerde
gevaarlijke gebeurtenis of blootstelling en de ernst van mogelijke letsel en gezondheidsproblemen
als gevolg van de gebeurtenissen.
Arbokans: werk gerelateerde gezondheids- en veiligheidskans.
Het verschil uitleggen tussen een arbeidsongeval en een beroepsziekte
Arbeidsongeval: is een gebeurtenis op het werk die onmiddellijk leidt tot schade aan de gezondheid.
Een ongeval is moeilijk te voorkomen.
Beroepsziekte: als een blessure of ziekte het hoofdgevolg is van de arbeidsomstandigheden.
Preventie is hiervoor mogelijk.
De aandachtspunten noemen die centraal staan in het arbeidsomstandighedenbeleid
(visgraatmodel)
Het model bestaat uit een hoofdpijl die van links naar rechts wijst, naar het ongeval dat wordt
onderzocht. op deze hoofdlijn, de primaire lijn, komen zes secundaire lijnen uit: drie vanaf de
bovenzijde en drie vanaf de onderzijde. deze zes lijnen vertegenwoordigen de zes hoofdfactoren die
volgens het visgraatdiagram aan het ongeval hadden kunnen bijdragen.
, Leerdoelen “Werken”
Uitleggen uit welke sub-aandachtspunten het visgraatmodel bestaat.
1. Management:
- Plannen.
- Organiseren.
- Leidinggeven.
- Bijsturen.
2. Mens:
- Fysieke en psychische eigenschappen.
- Motivatie.
- Opleiding.
- Achtergrond (opvoeding etc.).
3. Machine:
- Ontwerp.
- Uitvoering.
- Onderhoud.
- Juiste keuze, juiste keuring.
4. Methoden:
- Handelingsmethoden, voorschriften zoals veiligheidsregels, verkeersregels,
gebruiksaanwijzingen.
- Werkbaarheid.
- Actualiteit.
- Juistheid.
5. Materiaal:
- Fysische en chemische eigenschappen van producten en materialen.
- Houdbaarheid.
- Gevaar voor mens en milieu.
- Stabiliteit.
- Duurzaamheid.
6. Milieu:
- Energiestromen.
- Maatschappelijke aspecten van de omgeving.
- Fysische kenmerken van de natuur (temperatuur, verlichting, vochtigheid).
Uitleggen wat de rol van de IV-kundige is in het kader van arbeidsveiligheid.
- Inventariseren activiteiten binnen bedrijf/organisatie
- Identificeren en inventariseren gevaren en risico’s
- Inschatten/prioriteren risico’s
- Voorschrijven/ adviseren juiste maatregelen
- Hanteren arbeidshygiënische strategie bij keuze maatregelen
- Implementeren / monitoren
- Opleiden
- Toetsen arbobeleid en bijstellen
, Leerdoelen “Werken”
De (veiligheidsmanagement)taken van de preventiemedewerker binnen een organisatie
noemen en hierbij de meest gebruikte interventies toelichten aan de hand van het 'ui-
model'.
Een preventiemedewerker helpt mee bij het opstellen en uitvoeren van de RI&E. Hij geeft ook advies
over goed arbobeleid aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. De
preventiemedewerker helpt bij of voert deze maatregelen uit. Elke werkgever moet tenminste één
preventiemedewerker aanwijzen. In kleine bedrijven (25 medewerkers of minder) mag de werkgever
ook zelf de preventiemedewerker zijn.
De onderlinge verhoudingen binnen een organisatie benoemen in het kader van macht en
invloed.
Directie dient op het gebied van veiligheid verantwoordelijkheden en bevoegdheden toe te
wijzen. Bijvoorbeeld aanstellen van begeleider, het aanschaffen van bescherming etc.
Veiligheidsprofessional stelt veiligheidscriteria op, adviseert.
Werknemers dienen betrokken te worden bij het veiligheidsbeleid. Deelname van de werknemers
is van cruciaal belang voor het uitvoeren van het veiligheidsbeleid, maar ook bij het continu
verbeteren van het veiligheidsbeleid. (zij weten wat er op de werkvloer aan de hand is).
Alle projectleider, ploegbazen, begeleider etc. dienen het personeel in te lichten en uitleg te bieden
over mogelijke risico’s of gevaren.
Manager Regisseur Adviseur
Formele macht in de Netwerkmacht. Deskundigheidsmacht en de
organisatie formele macht van de
werkgever.
De P_D_C_A-cirkel uitleggen/toepassen met betrekking tot
arbeidsveiligheidsvraagstukken.
P-D-C-A cirkel (cirkle van Deming) kan gebruikt worden voor het continu verbeteren van het
veiligheidsmanagementsysteem.
Plan: (identificeer de risico’s en kansen):Veiligheidsdoelstellingen vaststellen en processen vastleggen
(bijvoorbeeld: aankoopproces, proces van risicobeoordeling, personeelsproces) die nodig zijn om
resultaten te leveren in overeenstemming met het beleid van de organisatie.
Do: (analyseer de risico’s en kansen): (De uitvoering van de processen zoals gepland.
Check: (evalueer de risico’s en de kansen): Monitoring en meting van de processen, met inbegrip van
de veiligheidsdoelstellingen en de veiligheidsresultaten en prestatie.
Act: (neem preventiemaatregelen gebaseerd op de evaluatie van de risico’s en kansen): Maatregelen
nemen om voortdurend te verbeteren.
Week A1
Het begrip arbeidsveiligheid omschrijven en de belangrijkste elementen noemen die het
omvat.
Arbeidsveiligheid is de effectieve bescherming van werknemers tegen bedrijfsongevallen (ook wel:
interne veiligheid voor werkveiligheid voor werknemers).
Gevaar: bron die mogelijk letsel en gezondheidsproblemen kan veroorzaken.
Arbo-risico: combinatie van de waarschijnlijkheid van optreden van een werk gerelateerde
gevaarlijke gebeurtenis of blootstelling en de ernst van mogelijke letsel en gezondheidsproblemen
als gevolg van de gebeurtenissen.
Arbokans: werk gerelateerde gezondheids- en veiligheidskans.
Het verschil uitleggen tussen een arbeidsongeval en een beroepsziekte
Arbeidsongeval: is een gebeurtenis op het werk die onmiddellijk leidt tot schade aan de gezondheid.
Een ongeval is moeilijk te voorkomen.
Beroepsziekte: als een blessure of ziekte het hoofdgevolg is van de arbeidsomstandigheden.
Preventie is hiervoor mogelijk.
De aandachtspunten noemen die centraal staan in het arbeidsomstandighedenbeleid
(visgraatmodel)
Het model bestaat uit een hoofdpijl die van links naar rechts wijst, naar het ongeval dat wordt
onderzocht. op deze hoofdlijn, de primaire lijn, komen zes secundaire lijnen uit: drie vanaf de
bovenzijde en drie vanaf de onderzijde. deze zes lijnen vertegenwoordigen de zes hoofdfactoren die
volgens het visgraatdiagram aan het ongeval hadden kunnen bijdragen.
, Leerdoelen “Werken”
Uitleggen uit welke sub-aandachtspunten het visgraatmodel bestaat.
1. Management:
- Plannen.
- Organiseren.
- Leidinggeven.
- Bijsturen.
2. Mens:
- Fysieke en psychische eigenschappen.
- Motivatie.
- Opleiding.
- Achtergrond (opvoeding etc.).
3. Machine:
- Ontwerp.
- Uitvoering.
- Onderhoud.
- Juiste keuze, juiste keuring.
4. Methoden:
- Handelingsmethoden, voorschriften zoals veiligheidsregels, verkeersregels,
gebruiksaanwijzingen.
- Werkbaarheid.
- Actualiteit.
- Juistheid.
5. Materiaal:
- Fysische en chemische eigenschappen van producten en materialen.
- Houdbaarheid.
- Gevaar voor mens en milieu.
- Stabiliteit.
- Duurzaamheid.
6. Milieu:
- Energiestromen.
- Maatschappelijke aspecten van de omgeving.
- Fysische kenmerken van de natuur (temperatuur, verlichting, vochtigheid).
Uitleggen wat de rol van de IV-kundige is in het kader van arbeidsveiligheid.
- Inventariseren activiteiten binnen bedrijf/organisatie
- Identificeren en inventariseren gevaren en risico’s
- Inschatten/prioriteren risico’s
- Voorschrijven/ adviseren juiste maatregelen
- Hanteren arbeidshygiënische strategie bij keuze maatregelen
- Implementeren / monitoren
- Opleiden
- Toetsen arbobeleid en bijstellen
, Leerdoelen “Werken”
De (veiligheidsmanagement)taken van de preventiemedewerker binnen een organisatie
noemen en hierbij de meest gebruikte interventies toelichten aan de hand van het 'ui-
model'.
Een preventiemedewerker helpt mee bij het opstellen en uitvoeren van de RI&E. Hij geeft ook advies
over goed arbobeleid aan de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. De
preventiemedewerker helpt bij of voert deze maatregelen uit. Elke werkgever moet tenminste één
preventiemedewerker aanwijzen. In kleine bedrijven (25 medewerkers of minder) mag de werkgever
ook zelf de preventiemedewerker zijn.
De onderlinge verhoudingen binnen een organisatie benoemen in het kader van macht en
invloed.
Directie dient op het gebied van veiligheid verantwoordelijkheden en bevoegdheden toe te
wijzen. Bijvoorbeeld aanstellen van begeleider, het aanschaffen van bescherming etc.
Veiligheidsprofessional stelt veiligheidscriteria op, adviseert.
Werknemers dienen betrokken te worden bij het veiligheidsbeleid. Deelname van de werknemers
is van cruciaal belang voor het uitvoeren van het veiligheidsbeleid, maar ook bij het continu
verbeteren van het veiligheidsbeleid. (zij weten wat er op de werkvloer aan de hand is).
Alle projectleider, ploegbazen, begeleider etc. dienen het personeel in te lichten en uitleg te bieden
over mogelijke risico’s of gevaren.
Manager Regisseur Adviseur
Formele macht in de Netwerkmacht. Deskundigheidsmacht en de
organisatie formele macht van de
werkgever.
De P_D_C_A-cirkel uitleggen/toepassen met betrekking tot
arbeidsveiligheidsvraagstukken.
P-D-C-A cirkel (cirkle van Deming) kan gebruikt worden voor het continu verbeteren van het
veiligheidsmanagementsysteem.
Plan: (identificeer de risico’s en kansen):Veiligheidsdoelstellingen vaststellen en processen vastleggen
(bijvoorbeeld: aankoopproces, proces van risicobeoordeling, personeelsproces) die nodig zijn om
resultaten te leveren in overeenstemming met het beleid van de organisatie.
Do: (analyseer de risico’s en kansen): (De uitvoering van de processen zoals gepland.
Check: (evalueer de risico’s en de kansen): Monitoring en meting van de processen, met inbegrip van
de veiligheidsdoelstellingen en de veiligheidsresultaten en prestatie.
Act: (neem preventiemaatregelen gebaseerd op de evaluatie van de risico’s en kansen): Maatregelen
nemen om voortdurend te verbeteren.