Samenvatting PEDAGOGIEK periode 4
Hoorcollege 1
Waarom maken we gebruik van pedagogische stromingen?
- We geven richting aan ons denken en handelen vanuit een visie.
- GWS, KEP en EAP geven vanuit verschillende invalshoeken richting aan dat handelen
van een pedagoog
- Het zijn wetenschappelijke visies.
Kenmerken van een stroming
- Kennisbron: waar haal je je kennis m.b.t. pedagogische praktijk vandaan
- Mens- en kindbeeld: hoe zie je de aard/ het wezen van het kind/ de mens?
- Objectiviteit versus subjectiviteit/ Feiten versus waarden: wat is je opvatting over
de mogelijkheid en wenselijkheid van objectief onderzoek doen en hoe zie je de
verhouding tussen feiten en waarden (is het mogelijk en wenselijk feiten af te leiden
uit de pedagogische praktijk
- Theorie versus praktijk: hoe zie je de verhouding en relatie van theorie en praktijk
- Methode van onderzoek: op basis van het bovenstaande; hoe zou je de
pedagogische praktijk willen onderzoeken
De student heeft kennis van de ontstaansgeschiedenis van de pedagogiek.
- Voordat pedagogiek een wetenschappelijke discipline werd, was het eerst vooral uit
de filosofie.
- Pedagogiek (avant la lettre): reflectie op opvoeding, met name door filosofen zoals
Plato en Rousseau. Reflecteren is een belangrijk begrip binnen de pedagogiek.
- Ingewikkelder samenleving met steeds meer onderscheid tussen hand- en
hoofdarbeid. Bijvoorbeeld wetenschappelijke pedagogiek en uitvoerende
onderwijzers.
• Handarbeid bezig met het opvoeden van kinderen.
• Hoofdarbeid denken over het opvoeden.
- 1770: eerste hoogleraar pedagogiek in Duitsland: Trapp. Hij vond het observeren
belangrijk en vond het belangrijk om speelgoed te geven aan kinderen zodat
kinderen hier zelf mee konden gaan spelen.
- 1918: eerste hoogleraar pedagogiek in NL: Casimir. Hij vond de ervaring die kinderen
opdoen belangrijk.
- Huidige trend: evidence based handelen. Gebruik maken van effectieve middelen.
Zorgen dat we weten wat werkt en hoe het werk in bepaalde situaties.
Opvoedingswetenschap als praktische wetenschap
Opvoeden als inwerkingsproces
- Herbart: van theorie naar praktijk
- Schleiermacher: van praktijk naar theorie
, De student analyseert welke elementen van een wetenschappelijke stroming zichtbaar zijn
in een pedagogische situatie (casus).
Geesteswetenschappelijke pedagogiek
- Nadruk ligt op de gehele praktijk (startpunt) en deze in kaart brengen.
- Aandacht voor de belevingswereld (historiciteit/waarden)
- Pedagogische relatie (subject/asymmetrisch)
- Cultuurhistorische context is belangrijk voor de opvoedingspraktijk (waar het
opvoeden plaats vindt). Dus de chc van het kind en de omgeving zijn van belang maar
die van de samenleving niet!
- Begrijpen van binnenuit en het is belangrijk om rekening te houden met de
onderlinge verschillen van kinderen.
- Kinderen hebben bepaalde dingen te zeggen, kind is subject en de pedagogische
relatie is asymmetrisch (de ouder/opvoeder is nog steeds verantwoordelijk ook al
heeft het kind inspraak)
De volgende pedagogen zijn aanhangers van de geesteswetenschappelijke pedagogiek
- Langeveld
• Nadruk op de praktijk in zijn visie
• Leefwereld van het kind als uitgangspunt
• Sterk bepalend voor GWP
- Imelman
• Opvoeden is kinderen inleiden in betekenissen
- Rudolf Steiner
• Oog voor het kind
• Hoofd, hart en handen
• Kind als subject
Empirisch-analytische pedagogiek
- Nadruk ligt op theorie (het startpunt), er wordt gewerkt vanuit de theoretische
benadering.
- Generaliseerbare kennis (waardevrij), de kennis geldt voor een bredere doelgroep.
- Nadruk van het handelen ligt op het beschrijven, verklaren en voorspellen van
probleemgedrag. Niet voorschrijven van gedrag.
- Een klein stuk van de opvoedpraktijk staat maar centraal.
- Tegenhanger van de GWP
De volgende pedagogen zijn aanhangers van de empirisch-analytische pedagogiek
- IJzendoorn
• Onderzoek naar hechting.
• Gebruik van experimenten en hersenscans.
- Brezinka
Intermezzo:
Drie soorten theorieën over opvoeding als praktijk volgens Brezinka:
- Opvoedingswetenschap het verzamelen van kennis
- Filosofie van de opvoeding het denken/etische
Hoorcollege 1
Waarom maken we gebruik van pedagogische stromingen?
- We geven richting aan ons denken en handelen vanuit een visie.
- GWS, KEP en EAP geven vanuit verschillende invalshoeken richting aan dat handelen
van een pedagoog
- Het zijn wetenschappelijke visies.
Kenmerken van een stroming
- Kennisbron: waar haal je je kennis m.b.t. pedagogische praktijk vandaan
- Mens- en kindbeeld: hoe zie je de aard/ het wezen van het kind/ de mens?
- Objectiviteit versus subjectiviteit/ Feiten versus waarden: wat is je opvatting over
de mogelijkheid en wenselijkheid van objectief onderzoek doen en hoe zie je de
verhouding tussen feiten en waarden (is het mogelijk en wenselijk feiten af te leiden
uit de pedagogische praktijk
- Theorie versus praktijk: hoe zie je de verhouding en relatie van theorie en praktijk
- Methode van onderzoek: op basis van het bovenstaande; hoe zou je de
pedagogische praktijk willen onderzoeken
De student heeft kennis van de ontstaansgeschiedenis van de pedagogiek.
- Voordat pedagogiek een wetenschappelijke discipline werd, was het eerst vooral uit
de filosofie.
- Pedagogiek (avant la lettre): reflectie op opvoeding, met name door filosofen zoals
Plato en Rousseau. Reflecteren is een belangrijk begrip binnen de pedagogiek.
- Ingewikkelder samenleving met steeds meer onderscheid tussen hand- en
hoofdarbeid. Bijvoorbeeld wetenschappelijke pedagogiek en uitvoerende
onderwijzers.
• Handarbeid bezig met het opvoeden van kinderen.
• Hoofdarbeid denken over het opvoeden.
- 1770: eerste hoogleraar pedagogiek in Duitsland: Trapp. Hij vond het observeren
belangrijk en vond het belangrijk om speelgoed te geven aan kinderen zodat
kinderen hier zelf mee konden gaan spelen.
- 1918: eerste hoogleraar pedagogiek in NL: Casimir. Hij vond de ervaring die kinderen
opdoen belangrijk.
- Huidige trend: evidence based handelen. Gebruik maken van effectieve middelen.
Zorgen dat we weten wat werkt en hoe het werk in bepaalde situaties.
Opvoedingswetenschap als praktische wetenschap
Opvoeden als inwerkingsproces
- Herbart: van theorie naar praktijk
- Schleiermacher: van praktijk naar theorie
, De student analyseert welke elementen van een wetenschappelijke stroming zichtbaar zijn
in een pedagogische situatie (casus).
Geesteswetenschappelijke pedagogiek
- Nadruk ligt op de gehele praktijk (startpunt) en deze in kaart brengen.
- Aandacht voor de belevingswereld (historiciteit/waarden)
- Pedagogische relatie (subject/asymmetrisch)
- Cultuurhistorische context is belangrijk voor de opvoedingspraktijk (waar het
opvoeden plaats vindt). Dus de chc van het kind en de omgeving zijn van belang maar
die van de samenleving niet!
- Begrijpen van binnenuit en het is belangrijk om rekening te houden met de
onderlinge verschillen van kinderen.
- Kinderen hebben bepaalde dingen te zeggen, kind is subject en de pedagogische
relatie is asymmetrisch (de ouder/opvoeder is nog steeds verantwoordelijk ook al
heeft het kind inspraak)
De volgende pedagogen zijn aanhangers van de geesteswetenschappelijke pedagogiek
- Langeveld
• Nadruk op de praktijk in zijn visie
• Leefwereld van het kind als uitgangspunt
• Sterk bepalend voor GWP
- Imelman
• Opvoeden is kinderen inleiden in betekenissen
- Rudolf Steiner
• Oog voor het kind
• Hoofd, hart en handen
• Kind als subject
Empirisch-analytische pedagogiek
- Nadruk ligt op theorie (het startpunt), er wordt gewerkt vanuit de theoretische
benadering.
- Generaliseerbare kennis (waardevrij), de kennis geldt voor een bredere doelgroep.
- Nadruk van het handelen ligt op het beschrijven, verklaren en voorspellen van
probleemgedrag. Niet voorschrijven van gedrag.
- Een klein stuk van de opvoedpraktijk staat maar centraal.
- Tegenhanger van de GWP
De volgende pedagogen zijn aanhangers van de empirisch-analytische pedagogiek
- IJzendoorn
• Onderzoek naar hechting.
• Gebruik van experimenten en hersenscans.
- Brezinka
Intermezzo:
Drie soorten theorieën over opvoeding als praktijk volgens Brezinka:
- Opvoedingswetenschap het verzamelen van kennis
- Filosofie van de opvoeding het denken/etische