Inhoudsopgave
1. Algebra............................................................................................................ 2
1.1 Rekenregels reële getallen.........................................................................2
1.2 Ongelijkheden en absolute waarde............................................................3
1.3 Machten en logaritme................................................................................ 3
1.4 Rechtevenredigheid en omgekeerd evenredigheid....................................4
1.5 Vierkantsvergelijkingen.............................................................................. 5
1.6 Veeltermvergelijkingen.............................................................................. 5
1.7 Stelsels....................................................................................................... 7
1.8 Matrices..................................................................................................... 8
2. Meetkunde...................................................................................................... 9
2.1 Goniometrische cirkel................................................................................ 9
2.2 Goniometrische getallen en hun betekenis................................................9
2.3 Goniometrische formules en vergelijkingen.............................................10
3. Analyse : Functies......................................................................................... 16
3.1 Functies.................................................................................................... 16
3.2 Integratie................................................................................................. 19
4. Statistiek en kansberekening........................................................................22
4.1 Telproblemen........................................................................................... 22
4.2 Kansrekening........................................................................................... 23
4.3 Statistiek.................................................................................................. 25
4.4 Normale verdeling.................................................................................... 26
,1. Algebra
1.1 Rekenregels reële getallen
Reële getallen : zijn alle getallen die op de rechte reële getallen lijn te vinden
zijn
Dus van 1, 2, 3, …, maar ook getallen als π, 2 π, 3 π, … komen hierop voor
Bewerkingen met reële getallen door : optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen, delen, machten, en logaritmen
o Optelling van reële getallen
De som van twee reële getallen is een reëel getal
De optelling is commutatief (volgorde maakt niet uit)
a+b=b+a
De optelling van reële getallen is associatief
(a+b) + c = a + (b+c)
0 is het neutraal element voor de optelling van reële getallen
a+0=a
De som van twee tegengestelde reële getallen is gelijk aan 0
a + (-a) = 0
Het tegengestelde van een som van twee reële getallen is
gelijk aan de som van de tegengestelden van de getallen
-(a + b) = (-a) + (-b)
o Aftrekken van reële getallen
Niet commutatief en associatief
o Vermenigvuldigen van reële getallen
Product tussen twee reële getallen is een reëel getal
De vermenigvuldiging is commutatief
a*b=b*a
De vermenigvuldiging van reële getallen is associatief
(a * b) * c = a * (b * c)
1 is het neutraal element voor de vermenigvuldiging van
reële getallen
a*1=a
0 is het opslorpend element voor de vermenigvuldiging van
reële getallen
a*0=0
De vermenigvuldiging van reële getallen is distributief t.o.v.
de optelling ven reële getallen
a * (b + c) = a * b + a * c
het product van een reëel getal en zijn omgekeerde is gelijk
aan 1
a * (1/a) = 1
het tegengestelde van een product van twee reële getallen =
het product van het tegengestelde van één van de getallen
en het andere getal
, -(a * b) = a * (-b)
Het omgekeerde van een product van twee reële getallen =
product van de omgekeerde van de getallen
(1/a*b) = (1/a) * (1/b)
Het product is gelijk aan 0 als minstens één van de factoren
gelijk is aan 0
a*b*c*0=0
o Deling van reële getallen
Het quotiënt van twee reële getallen is een reëel getal
Niet commutatief noch associatief
Eerst alles tussen haakjes machtsverheffen / worteltrekken
vermenigvuldigen / delen optellen / aftrekken
1.2 Ongelijkheden en absolute waarde
Voor ongelijkheden, voor elke x, y, r ∈ ℝ geldt
x<yx+r<y+r
Als 0 < r, x < y r * x < r * y
Als r < 0, x < y r * x > r * y
o Vermenigvuldiging met een negatief getal keert de orde om
Absolute waarde : voor een reëel getal x ∈ ℝ definiëren we de absolute waarde
van x, genoteerd als |x|, als
|x|= x als x ≥0
−x als x <0
|x| >= 0
|x| = 0 x = 0
|x| = |y| x = ±y
-|x| =< x =< |x|
|-x| = |x|
|x-y| = |y-x|
o |x - y| gelijk aan de afstand of de reële getallen as
|x| = x2 = |x2| = (|-x2| = |(-x)2|
2
(x2)1/2 = |x|
(x1/2)2 = x
|x * y| = |x| * |y|
|x/y| = |y/x|, met y ≠ 0
|x| < r -r < x < r
|x| > r x < -r of r < x
|x-a| < r -r < x-a < r, a–r<x<a+r
|x-a| > r x-a < -r of r < x-a, x < a – r of a + r < x
1.3 Machten en logaritme
De n-de macht van een reëel getal a, genoteerd als a n wordt gedefinieerd als