OVERZICHT VAN DE CURSUS
VERBINTENIS: BEGRIP EN INDELINGEN
1. BEGRIP
Vb contract uit dagelijks leven: koop van een fiets = koopctt
- Verbintenissen die daardoor ontstaan
Koper moet de koopprijs betalen
Verkoper moet eigendom van fiets overdragen: koper bekomt eigendomsrecht
Kwalificatie van het ctt is belangrijk om te weten welke regels van toepassing zijn op het ctt & wat de
rechtsgevolgen daarvan zijn
- Waar vinden we die regels?
In de wilsovereenstemming (contractueel document)
De wilsovereenstemming kan tot uiting worden gebracht in een contractueel document
maar dit hoeft niet -> wordt wel vaak gedaan om bewijsproblemen te vermijden
In rechtsregels (BW, bijzondere wetboeken)
Een contract doet verbintenissen ontstaan: verwar die 2 termen niet
Verbintenis: rechtsband op grond waarvan een SE van een SN indien nodig in rechte de uitvoering
van een prestatie mag eisen (art. 5.1 BW)
- Afdwingbaarheid is kenmerkend voor een verbintenis
- In rechte: je kan indien nodig naar de rechter stappen om een uitvoerbare titel te krijgen die je
kan laten uitvoer mbv een gerechtsdeurwaarden
Vb: beslag leggen op goederen die verkocht worden & waarmee de koopprijs dan wordt
vereffend
Een verbintenis doet persoonlijke rechten ontstaan (= subjectief recht) = band tussen 2 personen
waarbij de ene iets kan eisen van de andere
- Syn persoonlijke rechten = schadevorderingen
- >< zakelijke rechten: band tussen persoon en een goed (vb: eigendomsrecht)
Aan zakelijke rechten zijn volgrechten verbonden, aan persoonlijke rechten niet:
- Vb: A heeft een stuk grond & hij sluit een erfdienstbaarheidctt met B. Als A ondertussen verkoopt
aan C, dan zal C het recht op erfdienstbaarheid (= zakelijke recht) moeten respecteren, ook al
was die geen partij van het contract
Ook recht van voorrang bij zakelijke rechten:
- Vb: A is eigenaar van een auto. A leent zijn auto aan B & B gaat die gebruiken in een
racewedstrijd. Het blijkt dat B heel veel schuldeisers heeft. Eigendomsrecht is belangrijkste
zakelijke recht dat je kan hebben. Als de schuldeiser van B beslag leggen op die auto, kan A zijn
eigendomsrecht doen gelden & dan gaat die auto terug naar A.
Contract: wilsovereenstemming tussen 2 of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te
doen ontstaan (art. 5.4 BW)
- De contractspartijen willen extra rechtsgevolgen, boven op de verplichtingen die zijn opgelegd
door regels die door overheid worden opgelegd
- Zonder uiting van de wil geen contract
Aannemingscontract = breed contract: advocaat & arts is ook een contract
1
,Verschil aanneming >< lastgeving:
- Lastgeving: contract tussen lastgever en lasthebber waarbij de lastgever aan de lasthebber de
opdracht geeft om rechtshandelingen te stellen in naam en voor rekening van de lastgever
Vb: advocaat krijgt opdracht om huurctt te sluiten voor zijn cliënt
- Aanneming: contract tussen opdrachtgever en aannemer waarbij de aannemer zich verbindt om
een bepaald werk of resultaat tot stand te brengen (materiële handeling)
Aannemer handelt in eigen naam & voor zijn eigen rekening -> hij is aansprakelijk
De rechten & plichten die ontstaan uit het ctt kunnen alleen tussen de contractspartijen worden
afgedwongen = relativiteit van het ctt
- MAAR het bestaan van het ctt & de rechten en plichten die daaruit voorvloeien zijn
tegenwerpelijk aan derden: derden moeten het contract respecteren
Tegenwerpelijkheid kan in voordeel of nadeel zijn van een derde
- Vb: in voordeel van de fiscus: koopctt tussen garagist en onderneming over de koop van een
auto. Hierdoor ontstaat er een btwschuld tov de fiscus. Derden kunnen het bestaan van het ctt
oproepen in hun voordeel
- Vb: pianist sluit ctt met festivalorganisator. Pianist verbindt zich om die avond op te treden aan
een prijs van 20 000 euro. A zit dronken achter het stuur en rijdt de pianist aan waardoor hij niet
kan optreden = overmacht voor de pianist. Er ontstaat een verbintenis tot schadevergoeding obv
van die buitenctt fout van A. Fout + schade + causaal verband
Art. 5.6: een ctt is eenzijdig wanneer een partij verbonden is jegens een andere, zonder enige
verbintenis voor de laatstgenoemde
- In deze context gebruikt men ‘verbintenis’ als schuld: laatstgenoemde heeft geen verplichting
tov de eerste partij
- Vb: bewaargevingscontract. A gaat het goed van B bewaren voor een bepaalde tijd = zakelijk
contract: contract ontstaat maar door de overhandiging van de zaak aan de andere partij
Dit ctt doet een verbintenis ontstaan in hoofde van de bewaarnemer om goed voor het goed
te zorgen & het dan terug te geven
Eenzijdig ctt want er is maar 1 partij die verbintenissen aangaat tav de andere partij
Schuld = verbintenis in de oneigenlijke zin van het woord
- En dus niet in de zin van een rechtsband (art. 5.1 BW)
2. NATUURLIJKE VERBINTENIS (ART. 5.2)
De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen.
- >< art. 5.1.: verbintenis in de eigelijke zin kan wel worden afgedwongen
Er wordt dus wel ergens een juridische band gecreeërd tussen 2 personen maar als die niet vrijwillig
wordt uitgevoerd, kan de SE de uitvoering niet opeisen
- Wanneer wel vrijwillig wordt uitgevoerd dan kan er geen restitutie zijn
Klassieke voorbeeld: verjaarde schuld
- Je moet 5000 euro betalen omdat een transporteur zijn opdrachten heeft uitgevoerd.
Verjaringstermijn is 1j. Als transporteur zijn schuldvordering te laat instelt, dan kan hij die niet
meer afdwingen
Als de andere partij dan toch betaald, dan kan hij die som niet terugvorderen
Ook als je die schuld erkent ontstaat er een verbintenis in de zin van art. 5.1 BW
2
,3. OBLIEGENHEIT (LAST)
Staat niet in wetboek, het is een concept dat uit de RL is ontstaan
Bij verbintenis: SE kan een prestatie afdwingen van een SN
Bij Obliegenheit: je kan de SN van een obliegenheit niet verplichten om iets te doen
Als er een obliegenheit is & die wordt niet nagekomen, dan vindt de lasthebber hier wel nadelen
door -> hij gaat bepaalde aanspraak verliezen = art. 1648 oud BW
Art. 1648 oud BW: De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken moet door de
koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en
de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is.
- Termijn begint te lopen vanaf ontdekking van geborgen gebrek
- Er is geen verplichting van die koper om die rechtsvordering in te stellen, maar als hij dit niet
doet verliest hij zijn aanspraak op schadevergoeding wegens verborgen gebrek
Ander voorbeeld: schadebeperkingsplicht (staat ergens in boek 5, zoek waar)
- = plicht voor schadelijder om de redelijke maatregelen te nemen om je schade te beperken =
maatregelen die een VRP zou nemen
- Vb: A en B sluiten ctt. A gaat 100kg appelen verkopen aan B voor 200 euro. Ineens wilt B die
appelen niet meer afnemen omdat de kwaliteit niet goed vindt = wanprestatie. A moet dan op
zoek naar een andere koper voor de appels om zijn schade te beperken. Als die derde maar 100
euro wilt betalen, dan kan A het verschil (100 euro) gaan halen bij B.
Als hij dit niet doet, dan kan hij geen aanspraak maken om hetgeen dat hij had kunnen
krijgen door te verkopen aan die derde
BRONNEN VAN VERBINTENISSENRECHT
Boek 5 BW + RS die geveld is onder het oude BW want boek 5 is voor een groot stuk een
herschrijving van de regels die al vroeger bestonden
- Vb: ontbinding mogelijk bij ERNSTIGE wanprestatie -> wanneer is wanprestatie ernstig =
feitenkwestie -> kijken naar RS
+ algemene rechtsbeginselen & gewoonten
BRONNEN VAN VERBINTENISSEN
Art. 5.3: bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de bepalingen
- De bepalingen van boek 5 zijn aanvullend recht tenzij de tekst zegt dat de regel van DR of van OO
orde is (zelfde geldt voor boek 6 (buitenctt aansprakelijkheid))
Partijen kunnen er in principe vanaf wijken in een beding
Art. 5.3, lid 1: Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de
buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
1. RECHTSHANDELING
Rechtshandeling = menselijke handeling die iemand stelt met de bedoeling om een bepaald
rechtsgevolg tot stand te brengen (>< rechtsfeit: rechtsgevolgen zijn niet bedoeld)
- Prototype van een rechtshandeling = een contract
Contract is een meerzijdige rechtshandeling: minstens 2 partijen bij ctt
- Een eenzijdig contract is ook een meerzijdige rechtshandeling maar een eenzijdige verbintenis
(vb: lening)
3
, Verschillende soorten contracten
- In BW geregeld: vb: koop, aanneming, huur, dading
- Buiten BW geregeld: vb: verzekering, leasing, agentuur
Zijn naast regels in BW nog onderworpen aan specifieke regels
Belangrijk om te weten welk ctt je hebt om te weten welke regels van toepassing zijn
Definitie ctt: art. 5.4 BW
Syn contract = overeenkomst
2. EENZIJDIGE RECHTSHANDELING
Vb: je doet een belofte: wie mijn hond vindt, krijgt €1000
- = geen contract maar het kan wel juridisch bindend zijn als je de bedoeling hebt om je eenzijdig
te binden -> kan in rechte worden afgedwongen
Een aanbod = ook eenzijdige rechtshandeling, maar die wordt specifiek geregeld in het
contractenrecht
- Je bent aan je aanbod gebonden totdat het vervalt -> je mag het goed intussen niet aan iemand
anders verkopen
Wanneer vervalt het aanbod: na termijn die je hebt afgesproken, na redelijke termijn, als
andere partij zegt dat hij het niet wilt
Eens andere partij een tegenaanbod doet, vervalt het oorspronkelijke aanbod
Schenking is een meerzijdige rechtshandeling want moet aanvaard worden
- + het is een formeel contract = gaat maar ontstaan als je die bij authentieke akte hebt verleend
Testament is eenzijdige rechtshandeling, moet niet aanvaard worden tijdens leven van testator
3. RECHTSFEITEN
3.1. BUITENCONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Staat in Boek 6 (en in bijzondere wetten)
Basisregel: fout, schade, causaal verband (6.5 & 6.6)
- Fout = je hebt gehandeld op manier die afwijkt van hoe een VRP zou hebben gehandeld of
wanneer je een wettelijk verbod/ gebod overtreedt
- Wie foutief schade veroorzaakt moet die schade betalen
Andere buitenctt aansprakelijkheden waar geen fout moet aangetoond worden van de
aansprakelijke:
- Vb: WG & WN sluiten arbeidsctt af. WN moet bepaalde verrichtingen doen & tijdens die
verrichtingen begaat de WN een fout waardoor een derde schade lijdt. Derde kan de WG
aanspreken zonder dat die een fout in hoofde van de WG moet aantonen
Zoek artikel in boek 6
Aansteller is aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt is door de fout van een
aangestelde tijdens de bediening van zijn functie
WG kan dan op zijn beurt de WN aanspreken maar hier geldt art. 18 WAO!!!
Als je toevallig slachtoffer bent geweest van een openbare last, dan is BE overheid aansprakelijk
4
VERBINTENIS: BEGRIP EN INDELINGEN
1. BEGRIP
Vb contract uit dagelijks leven: koop van een fiets = koopctt
- Verbintenissen die daardoor ontstaan
Koper moet de koopprijs betalen
Verkoper moet eigendom van fiets overdragen: koper bekomt eigendomsrecht
Kwalificatie van het ctt is belangrijk om te weten welke regels van toepassing zijn op het ctt & wat de
rechtsgevolgen daarvan zijn
- Waar vinden we die regels?
In de wilsovereenstemming (contractueel document)
De wilsovereenstemming kan tot uiting worden gebracht in een contractueel document
maar dit hoeft niet -> wordt wel vaak gedaan om bewijsproblemen te vermijden
In rechtsregels (BW, bijzondere wetboeken)
Een contract doet verbintenissen ontstaan: verwar die 2 termen niet
Verbintenis: rechtsband op grond waarvan een SE van een SN indien nodig in rechte de uitvoering
van een prestatie mag eisen (art. 5.1 BW)
- Afdwingbaarheid is kenmerkend voor een verbintenis
- In rechte: je kan indien nodig naar de rechter stappen om een uitvoerbare titel te krijgen die je
kan laten uitvoer mbv een gerechtsdeurwaarden
Vb: beslag leggen op goederen die verkocht worden & waarmee de koopprijs dan wordt
vereffend
Een verbintenis doet persoonlijke rechten ontstaan (= subjectief recht) = band tussen 2 personen
waarbij de ene iets kan eisen van de andere
- Syn persoonlijke rechten = schadevorderingen
- >< zakelijke rechten: band tussen persoon en een goed (vb: eigendomsrecht)
Aan zakelijke rechten zijn volgrechten verbonden, aan persoonlijke rechten niet:
- Vb: A heeft een stuk grond & hij sluit een erfdienstbaarheidctt met B. Als A ondertussen verkoopt
aan C, dan zal C het recht op erfdienstbaarheid (= zakelijke recht) moeten respecteren, ook al
was die geen partij van het contract
Ook recht van voorrang bij zakelijke rechten:
- Vb: A is eigenaar van een auto. A leent zijn auto aan B & B gaat die gebruiken in een
racewedstrijd. Het blijkt dat B heel veel schuldeisers heeft. Eigendomsrecht is belangrijkste
zakelijke recht dat je kan hebben. Als de schuldeiser van B beslag leggen op die auto, kan A zijn
eigendomsrecht doen gelden & dan gaat die auto terug naar A.
Contract: wilsovereenstemming tussen 2 of meer personen met de bedoeling rechtsgevolgen te
doen ontstaan (art. 5.4 BW)
- De contractspartijen willen extra rechtsgevolgen, boven op de verplichtingen die zijn opgelegd
door regels die door overheid worden opgelegd
- Zonder uiting van de wil geen contract
Aannemingscontract = breed contract: advocaat & arts is ook een contract
1
,Verschil aanneming >< lastgeving:
- Lastgeving: contract tussen lastgever en lasthebber waarbij de lastgever aan de lasthebber de
opdracht geeft om rechtshandelingen te stellen in naam en voor rekening van de lastgever
Vb: advocaat krijgt opdracht om huurctt te sluiten voor zijn cliënt
- Aanneming: contract tussen opdrachtgever en aannemer waarbij de aannemer zich verbindt om
een bepaald werk of resultaat tot stand te brengen (materiële handeling)
Aannemer handelt in eigen naam & voor zijn eigen rekening -> hij is aansprakelijk
De rechten & plichten die ontstaan uit het ctt kunnen alleen tussen de contractspartijen worden
afgedwongen = relativiteit van het ctt
- MAAR het bestaan van het ctt & de rechten en plichten die daaruit voorvloeien zijn
tegenwerpelijk aan derden: derden moeten het contract respecteren
Tegenwerpelijkheid kan in voordeel of nadeel zijn van een derde
- Vb: in voordeel van de fiscus: koopctt tussen garagist en onderneming over de koop van een
auto. Hierdoor ontstaat er een btwschuld tov de fiscus. Derden kunnen het bestaan van het ctt
oproepen in hun voordeel
- Vb: pianist sluit ctt met festivalorganisator. Pianist verbindt zich om die avond op te treden aan
een prijs van 20 000 euro. A zit dronken achter het stuur en rijdt de pianist aan waardoor hij niet
kan optreden = overmacht voor de pianist. Er ontstaat een verbintenis tot schadevergoeding obv
van die buitenctt fout van A. Fout + schade + causaal verband
Art. 5.6: een ctt is eenzijdig wanneer een partij verbonden is jegens een andere, zonder enige
verbintenis voor de laatstgenoemde
- In deze context gebruikt men ‘verbintenis’ als schuld: laatstgenoemde heeft geen verplichting
tov de eerste partij
- Vb: bewaargevingscontract. A gaat het goed van B bewaren voor een bepaalde tijd = zakelijk
contract: contract ontstaat maar door de overhandiging van de zaak aan de andere partij
Dit ctt doet een verbintenis ontstaan in hoofde van de bewaarnemer om goed voor het goed
te zorgen & het dan terug te geven
Eenzijdig ctt want er is maar 1 partij die verbintenissen aangaat tav de andere partij
Schuld = verbintenis in de oneigenlijke zin van het woord
- En dus niet in de zin van een rechtsband (art. 5.1 BW)
2. NATUURLIJKE VERBINTENIS (ART. 5.2)
De natuurlijke verbintenis is een verbintenis waarvan de uitvoering niet kan worden afgedwongen.
- >< art. 5.1.: verbintenis in de eigelijke zin kan wel worden afgedwongen
Er wordt dus wel ergens een juridische band gecreeërd tussen 2 personen maar als die niet vrijwillig
wordt uitgevoerd, kan de SE de uitvoering niet opeisen
- Wanneer wel vrijwillig wordt uitgevoerd dan kan er geen restitutie zijn
Klassieke voorbeeld: verjaarde schuld
- Je moet 5000 euro betalen omdat een transporteur zijn opdrachten heeft uitgevoerd.
Verjaringstermijn is 1j. Als transporteur zijn schuldvordering te laat instelt, dan kan hij die niet
meer afdwingen
Als de andere partij dan toch betaald, dan kan hij die som niet terugvorderen
Ook als je die schuld erkent ontstaat er een verbintenis in de zin van art. 5.1 BW
2
,3. OBLIEGENHEIT (LAST)
Staat niet in wetboek, het is een concept dat uit de RL is ontstaan
Bij verbintenis: SE kan een prestatie afdwingen van een SN
Bij Obliegenheit: je kan de SN van een obliegenheit niet verplichten om iets te doen
Als er een obliegenheit is & die wordt niet nagekomen, dan vindt de lasthebber hier wel nadelen
door -> hij gaat bepaalde aanspraak verliezen = art. 1648 oud BW
Art. 1648 oud BW: De rechtsvordering op grond van koopvernietigende gebreken moet door de
koper worden ingesteld binnen een korte tijd, al naar de aard van de koopvernietigende gebreken en
de gebruiken van de plaats waar de koop gesloten is.
- Termijn begint te lopen vanaf ontdekking van geborgen gebrek
- Er is geen verplichting van die koper om die rechtsvordering in te stellen, maar als hij dit niet
doet verliest hij zijn aanspraak op schadevergoeding wegens verborgen gebrek
Ander voorbeeld: schadebeperkingsplicht (staat ergens in boek 5, zoek waar)
- = plicht voor schadelijder om de redelijke maatregelen te nemen om je schade te beperken =
maatregelen die een VRP zou nemen
- Vb: A en B sluiten ctt. A gaat 100kg appelen verkopen aan B voor 200 euro. Ineens wilt B die
appelen niet meer afnemen omdat de kwaliteit niet goed vindt = wanprestatie. A moet dan op
zoek naar een andere koper voor de appels om zijn schade te beperken. Als die derde maar 100
euro wilt betalen, dan kan A het verschil (100 euro) gaan halen bij B.
Als hij dit niet doet, dan kan hij geen aanspraak maken om hetgeen dat hij had kunnen
krijgen door te verkopen aan die derde
BRONNEN VAN VERBINTENISSENRECHT
Boek 5 BW + RS die geveld is onder het oude BW want boek 5 is voor een groot stuk een
herschrijving van de regels die al vroeger bestonden
- Vb: ontbinding mogelijk bij ERNSTIGE wanprestatie -> wanneer is wanprestatie ernstig =
feitenkwestie -> kijken naar RS
+ algemene rechtsbeginselen & gewoonten
BRONNEN VAN VERBINTENISSEN
Art. 5.3: bronnen van verbintenissen en draagwijdte van de bepalingen
- De bepalingen van boek 5 zijn aanvullend recht tenzij de tekst zegt dat de regel van DR of van OO
orde is (zelfde geldt voor boek 6 (buitenctt aansprakelijkheid))
Partijen kunnen er in principe vanaf wijken in een beding
Art. 5.3, lid 1: Verbintenissen ontstaan uit een rechtshandeling, uit een oneigenlijk contract, uit de
buitencontractuele aansprakelijkheid of uit de wet.
1. RECHTSHANDELING
Rechtshandeling = menselijke handeling die iemand stelt met de bedoeling om een bepaald
rechtsgevolg tot stand te brengen (>< rechtsfeit: rechtsgevolgen zijn niet bedoeld)
- Prototype van een rechtshandeling = een contract
Contract is een meerzijdige rechtshandeling: minstens 2 partijen bij ctt
- Een eenzijdig contract is ook een meerzijdige rechtshandeling maar een eenzijdige verbintenis
(vb: lening)
3
, Verschillende soorten contracten
- In BW geregeld: vb: koop, aanneming, huur, dading
- Buiten BW geregeld: vb: verzekering, leasing, agentuur
Zijn naast regels in BW nog onderworpen aan specifieke regels
Belangrijk om te weten welk ctt je hebt om te weten welke regels van toepassing zijn
Definitie ctt: art. 5.4 BW
Syn contract = overeenkomst
2. EENZIJDIGE RECHTSHANDELING
Vb: je doet een belofte: wie mijn hond vindt, krijgt €1000
- = geen contract maar het kan wel juridisch bindend zijn als je de bedoeling hebt om je eenzijdig
te binden -> kan in rechte worden afgedwongen
Een aanbod = ook eenzijdige rechtshandeling, maar die wordt specifiek geregeld in het
contractenrecht
- Je bent aan je aanbod gebonden totdat het vervalt -> je mag het goed intussen niet aan iemand
anders verkopen
Wanneer vervalt het aanbod: na termijn die je hebt afgesproken, na redelijke termijn, als
andere partij zegt dat hij het niet wilt
Eens andere partij een tegenaanbod doet, vervalt het oorspronkelijke aanbod
Schenking is een meerzijdige rechtshandeling want moet aanvaard worden
- + het is een formeel contract = gaat maar ontstaan als je die bij authentieke akte hebt verleend
Testament is eenzijdige rechtshandeling, moet niet aanvaard worden tijdens leven van testator
3. RECHTSFEITEN
3.1. BUITENCONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Staat in Boek 6 (en in bijzondere wetten)
Basisregel: fout, schade, causaal verband (6.5 & 6.6)
- Fout = je hebt gehandeld op manier die afwijkt van hoe een VRP zou hebben gehandeld of
wanneer je een wettelijk verbod/ gebod overtreedt
- Wie foutief schade veroorzaakt moet die schade betalen
Andere buitenctt aansprakelijkheden waar geen fout moet aangetoond worden van de
aansprakelijke:
- Vb: WG & WN sluiten arbeidsctt af. WN moet bepaalde verrichtingen doen & tijdens die
verrichtingen begaat de WN een fout waardoor een derde schade lijdt. Derde kan de WG
aanspreken zonder dat die een fout in hoofde van de WG moet aantonen
Zoek artikel in boek 6
Aansteller is aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt is door de fout van een
aangestelde tijdens de bediening van zijn functie
WG kan dan op zijn beurt de WN aanspreken maar hier geldt art. 18 WAO!!!
Als je toevallig slachtoffer bent geweest van een openbare last, dan is BE overheid aansprakelijk
4