Les 12: kanker
4 belangrijke kanker subgroepen
• Carcinoom
o meest voorkomende type kanker (bvb mammacarcinoom = borstkanker)
o ontstaan uit epitheelcellen (bedekken de oppervlakten van het lichaam, zowel aan
de binnenkant als aan de buitenkant)
• Leukemie
o hematologische kanker
• Lymphoma
o ontstaat in de lymfeklieren
• Sarcoom
o Zeldzaam
o tumor in het steun en bindweefsel (bvb spieren, zenuwen, vet, bloedvaten…)
• Daarnaast heb je ook nog andere soorten kanker
Kanker is een genetische ziekte
SLECHTS 10% VAN DE
KANKERS IS ERFELIJK
• Somatische mutaties
o onstaan in een enkele cel en kunnen niet overgeërfd worden (enkel weefsels
afkomstig van de gemuteerde cel dragen de mutatie)
• Germline (kiembaan) mutaties
o onstaan in de gameten en kunnen doorgegeven worden aan de nakomelingen
(iedere cel van het organisme draagt de mutatie
1
,Fouten tijdens de mitose kan leiden tot aneuploïdie of chromothripsis
Correcte chromosoomsegregatie vereist dat de gerepliceerde kopieën van elk chromosoom, de
zogenaamde zusterchromatiden, aan tegenovergestelde spoelpoles worden gehecht.
Een fout in dit proces wordt afgebeeld, waarbij één zuster van een chromatidenpaar aan beide
spoelpoles is gehecht en daardoor in tegenovergestelde richtingen wordt getrokken tijdens de
anafase, wat ertoe leidt dat het achterblijft in het midden van de cel, wat resulteert in een
achterblijvend chromosoom.
Aneuploïdie (LINKS)
Een achterblijvend chromosoom kan in dezelfde dochtercel terechtkomen als zijn zuster, wat
resulteert in aneuploïdie met n + 1 en n – 1 karyotypen (n = chromosoomaantal).
Chromothripsis (RECHTS)
Achterblijvende chromosoom blijft gescheiden van de rest van de chromosomen in de
dochtercel, waardoor het zijn eigen "micronucleus" vormt in de volgende interfase.
DNA-replicatie in micronuclei is vaak onvolledig, en DNA-schade hoopt zich op, maar dit
vertraagt de celcyclus niet. In de volgende mitose is het geïsoleerde chromosoom gevoelig
voor fragmentatie tijdens chromosoomcondensatie, in een proces dat chromothripsis wordt
genoemd.
Zeer frequent in specifieke tumortypes
De drijvende kracht van kanker: oncogenen en tumorsupressorgenen
2
, Proto-oncogen → oncogen
1) Een kleine verandering in de DNA-sequentie, zoals een puntmutatie of deletie, kan een
hyperactief eiwit veroorzaken wanneer deze optreedt binnen een coderende sequentie voor
een eiwit → bv. KRAS
2) Een kleine verandering in de DNA-sequentie, zoals een puntmutatie of deletie kan ook leiden
tot overproductie van eiwitten wanneer deze zich voordoet binnen een regulatoire regio van
dat gen. → bv. TERT
3) Genamplificatie-evenementen, kunnen ontstaan tijdens fouten in de DNA replicatie kunnen
extra kopieën van een gen produceren. Dit kan leiden tot de overproductie van het
bijbehorende eiwit. → bv. HER2, Myc
4) Een chromosomale herschikking die de breuk en het weer samenvoegen van de DNA helix
inhoudt, kan de coderende regio van een eiwit veranderen, wat resulteert in een hyperactief
fusie-eiwit, of de controle-regio's van een gen zodanig aanpassen dat een normaal eiwit te
veel geproduceerd wordt → bv. BCR2
Zeldzame erfelijke kankers → ontdekking tumorsupressorgenen
• Rb1: retinoblastoom
• Tp53: Li-Fraumeni
• APC: darmkanker
• MLH1/MSH2/MSH6/PMS2: Lynch syndroom
• BRCA1/BRCA2: borstkanker
• VHL: Von Hippel Lindau
• NF1: neurofibromatose type 1
The hallmarks of cancer
Tumorcellen zijn in staat om:
1) te blijven delen
2) het ontwijken van groei inhibitoren
3) zich te verspreiden in het lichaam (metastase)
4) bloedvatvorming te stimuleren
5) te ontsnappen aan celdood
6) voldoende bouwstenen te voorzien voor
ongecontroleerde celdeling
3
4 belangrijke kanker subgroepen
• Carcinoom
o meest voorkomende type kanker (bvb mammacarcinoom = borstkanker)
o ontstaan uit epitheelcellen (bedekken de oppervlakten van het lichaam, zowel aan
de binnenkant als aan de buitenkant)
• Leukemie
o hematologische kanker
• Lymphoma
o ontstaat in de lymfeklieren
• Sarcoom
o Zeldzaam
o tumor in het steun en bindweefsel (bvb spieren, zenuwen, vet, bloedvaten…)
• Daarnaast heb je ook nog andere soorten kanker
Kanker is een genetische ziekte
SLECHTS 10% VAN DE
KANKERS IS ERFELIJK
• Somatische mutaties
o onstaan in een enkele cel en kunnen niet overgeërfd worden (enkel weefsels
afkomstig van de gemuteerde cel dragen de mutatie)
• Germline (kiembaan) mutaties
o onstaan in de gameten en kunnen doorgegeven worden aan de nakomelingen
(iedere cel van het organisme draagt de mutatie
1
,Fouten tijdens de mitose kan leiden tot aneuploïdie of chromothripsis
Correcte chromosoomsegregatie vereist dat de gerepliceerde kopieën van elk chromosoom, de
zogenaamde zusterchromatiden, aan tegenovergestelde spoelpoles worden gehecht.
Een fout in dit proces wordt afgebeeld, waarbij één zuster van een chromatidenpaar aan beide
spoelpoles is gehecht en daardoor in tegenovergestelde richtingen wordt getrokken tijdens de
anafase, wat ertoe leidt dat het achterblijft in het midden van de cel, wat resulteert in een
achterblijvend chromosoom.
Aneuploïdie (LINKS)
Een achterblijvend chromosoom kan in dezelfde dochtercel terechtkomen als zijn zuster, wat
resulteert in aneuploïdie met n + 1 en n – 1 karyotypen (n = chromosoomaantal).
Chromothripsis (RECHTS)
Achterblijvende chromosoom blijft gescheiden van de rest van de chromosomen in de
dochtercel, waardoor het zijn eigen "micronucleus" vormt in de volgende interfase.
DNA-replicatie in micronuclei is vaak onvolledig, en DNA-schade hoopt zich op, maar dit
vertraagt de celcyclus niet. In de volgende mitose is het geïsoleerde chromosoom gevoelig
voor fragmentatie tijdens chromosoomcondensatie, in een proces dat chromothripsis wordt
genoemd.
Zeer frequent in specifieke tumortypes
De drijvende kracht van kanker: oncogenen en tumorsupressorgenen
2
, Proto-oncogen → oncogen
1) Een kleine verandering in de DNA-sequentie, zoals een puntmutatie of deletie, kan een
hyperactief eiwit veroorzaken wanneer deze optreedt binnen een coderende sequentie voor
een eiwit → bv. KRAS
2) Een kleine verandering in de DNA-sequentie, zoals een puntmutatie of deletie kan ook leiden
tot overproductie van eiwitten wanneer deze zich voordoet binnen een regulatoire regio van
dat gen. → bv. TERT
3) Genamplificatie-evenementen, kunnen ontstaan tijdens fouten in de DNA replicatie kunnen
extra kopieën van een gen produceren. Dit kan leiden tot de overproductie van het
bijbehorende eiwit. → bv. HER2, Myc
4) Een chromosomale herschikking die de breuk en het weer samenvoegen van de DNA helix
inhoudt, kan de coderende regio van een eiwit veranderen, wat resulteert in een hyperactief
fusie-eiwit, of de controle-regio's van een gen zodanig aanpassen dat een normaal eiwit te
veel geproduceerd wordt → bv. BCR2
Zeldzame erfelijke kankers → ontdekking tumorsupressorgenen
• Rb1: retinoblastoom
• Tp53: Li-Fraumeni
• APC: darmkanker
• MLH1/MSH2/MSH6/PMS2: Lynch syndroom
• BRCA1/BRCA2: borstkanker
• VHL: Von Hippel Lindau
• NF1: neurofibromatose type 1
The hallmarks of cancer
Tumorcellen zijn in staat om:
1) te blijven delen
2) het ontwijken van groei inhibitoren
3) zich te verspreiden in het lichaam (metastase)
4) bloedvatvorming te stimuleren
5) te ontsnappen aan celdood
6) voldoende bouwstenen te voorzien voor
ongecontroleerde celdeling
3