Medialandschap samenvatting
Week 1
Hoorcollege
5 key characteristics of mass media
● Economies of scale (schaalvoordelen)
● Economies of scope (toepassingsvoordelen
● Dual product market (dubbele productmarkt)
● Mediatisation (mediatisering)
● Media’s core responsibility (kern verantwoordelijkheden van de media)
Mediabedrijf = bedrijf waarvan primaire functie het produceren of verspreiden van media content is
Grenzen, definities en rollen zijn aan het veranderen
● Industrie impliceert ook commercialiteit → niet altijd voordelig voor individuele artiesten
● Waarom definiëren?
○ Voor ons → omvang, analyseren is eenvoudiger met precisie
○ Voor industrie → markten, concurrenten en strategieën overwegen
Massamedia: ‘media’ in de traditionele zin → radio, tv, kranten en tijdschriften
5 hoofdkenmerken:
1. Van één naar velen → eenrichtingsverkeer
a. Identieke boodschap aan massapubliek
2. Ervaringsgerichte producten
a. Waarde = immateriële eigenschappen
i. Originaliteit, intellectueel eigendom, verhalen
3. Hoge vaste/’eerste exemplaar’ kosten
a. Lage marginale kosten (= kosten per extra eenheid)
b. Leidt tot schaalvoordelen (= prijs per eenheid daalt naarmate de hoeveelheid
productie toeneemt)
4. Mogelijkheid tot (goedkoper) herversie
a. Doorverkoop in verschillende vormen leidt tot toepassingsvoordelen (= gemiddelde
productiekosten dalen naarmate de variëteit van de productie toeneemt, product
kwaliteit wordt beter etc)
5. Maar hoog risico!
a. De smaak van de consument is onvoorspelbaar
b. Hoge kosten eerste exemplaar ongeacht aantal consumenten
Dubbele productmarkt (dual product market)
● Mediabedrijven produceren 2 dingen
1. Content → verkocht aan het publiek
2. Publiek → verkocht aan adverteerders
● Aandachtseconomie = aandacht is het echte product dat wordt verkocht/gekocht
Resultaat = reclamedoelen beïnvloeden inhoud/strategie
● Problematisch voor met name de journalistiek
● Maar ook artiesten
, ● Creatieve industrieën vs commerciële behoeften
Perspectieven op media vs samenleving
● Media → samenleving
○ Media als vormgevers van de samenleving
○ Hebben de macht om te beïnvloeden
● Samenleving → media
○ Media weerspiegelen de samenleving
○ Dus: don’t shoot the messenger’
● Media ← → samenleving
○ Continu cirkelvormig proces
Media = samenlevings perspectieven → mediatisering
● Fundamentele verandering in de manier waarop samenlevingen werken als gevolg van
uitbreiding van media
● Media domineren de werking van onze structuren, instellingen en routines
Mogelijkheden / affordances = media hebben capaciteiten en beperkingen (gelinkt aan
eigenschappen van een technologie
● Hebben implicaties voor manier waarop media wordt gebruikt
○ Radio bevat alleen audio, daarom geschikter als secundaire activiteit naast autorijden
● Vooral digitale media brachten geheel nieuwe reeks mogelijkheden met zich mee die het
medialandschap drastisch hebben veranderd
5 belangrijke veranderingen
1. Convergentie → voorheen afzonderlijke aspecten versmolten (3 C’s)
a. Content = alle digitale informatie, zoals tekst, audio, video, games en andere media
b. Computing = de apparaten en systemen die deze content verwerken
c. Conduits = de infrastructuren die content transporteren, zoals internet
2. Diversificatie → meer controle en keuze voor gebruiken (fragmentatie/uitbreiding content)
3. Mobiliteit → media ‘on the go’ wordt de norm: ‘altijd aan’ cultuur
4. Interactiviteit → tweerichtingsverkeer vervangt eenrichtingsverkeer = gebruikers worden
producenten
5. Platformen → omgeving die uitwisseling inhoud tussen mensen of organisaties faciliteert
Mediaorganisaties zouden maatschappelijk verantwoord moeten zijn → kernverantwoordelijkheden
● uitwisselingen van meningen en ideeën
● Integratie/samenhang van diverse samenlevingen
● Beschermen van kernwaarden/kwetsbaar publiek
Alleen journalistiek met maatschappelijke verantwoordelijkheden? Hoe zit het met sociale
mediabedrijven?
● Mediabedrijven potentieel grote invloed op jong, kwetsbaar publiek
○ Wie krijgt een stem en wie niet
○ Hoe worden zij weergegeven
○ Welke waarden getoond, welke niet
● Moeten ons bekommeren over hoe industrie functioneert
,Als gevolg → sterke reacties op verandering
● Van utopische toekomsten tot doemscenario’s
● 2 belangrijke theoretici
○ Marshall McLuhan (global village)
○ Neil Postman (amusing ourselves to death)
McLuhan
● Technologie zelf is belangrijker (medium is the message)
● Nieuwe technologie breidt zintuigen uit
● Nieuwe, collere media
○ Bed Rijdt publiek van hiërarchieën, isolement
○ Weg van het officiële alledaagse praat
○ Op weg naar een global village
Postman’s pessimisme
● Print tijdperk: gedetailleerd, relevant, gelokaliseerd, samenhangend, rationeel
● Na de telegraaf: indrukwekkende verhalen van ver weg wegen zwaarder dan relevante en
lokale
● TV/beelden → oppervlakkig
● Aandacht, rationaliteit
● Passief publiek
Kritiek
● Beide benaderingen = technologische determinsime (= technologie zelf primaire oorzaak van
sociale verandering)
● Versimpelt en overschat tech, negeert sociale context
● Negeert machtsverhoudingen achter ontwikkeling & gebruik
● Optimisme vs. pessimisme
○ Tech als oplossing voor vs. veroorzaker van sociale problemen
● Media Industrie heeft verschuivende grenzen en definities
● De producten en marktstructuren zijn uniek
● Het ondergaat enorme veranderingen
● Theoretici reageren sterk op veranderingen (bedrijven ook)
● Zijn voortdurend actief betrokken bij media
● Media beïnvloeden werking van instituten in samenleving
Boek
● McLuhan optimism
○ The medium is the message → de capaciteiten van het medium zelf hebbe sociale
impact, niet per se de content
○ Medium maakt bepaalde manieren van communicatie mogelijk: uitbreidingen van
onze zintuigen (sociale impact)
○ Global village = media breiden onze fysieke communicatiesfeer uit door uitwisseling
te faciliteren over grote afstanden, hierdoor vervagen grenzen
○ Hot & cool media: onderscheid dat hij maakt tussen mediavormen
■ Warm medium = hoge informatie-intensiteit, lage participatie (1 zintuig)
, ■ Koel medium = lage informatie-intensiteit, hoge participatie (zelf
interpreteren)
■ Printmedia warm en elektronische koud
■ Printmedia = taal werd gehomogeniseerd (door gestandaardiseerde
massaproductie) en ontstaan top-down cultuur
■ Televisie = verschuiving naar nadruk op lokale dialecten en alledaagse praat.
Spontaan, intiem, informeel en incompleet. Nodigt uit tot participatie
● Postman’s pessimisme
○ Sociale bedreiging in elektronische en visuele communicatietechnologieën =
geprinte media moedigen aan tot rationele en serieuze betrokkenheid bij lokale
issues
○ Technologische ontwikkelingen hebben zulke betrokkenheid ondermijnd → focus
steeds meer op oppervlakkig, snel rapporteren en korte termijn entertainment →
Invloed op cultuur en maatschappij
○ Hoe tv de wereld neerzet, zo wordt aangenomen dat de wereld neergezet moet
worden
● Verzakelijking → medium wordt als onafhankelijk object gezien terwijl het niet
onafhankelijk is (door mensen ontwikkeld, beheerst, gebruikt)
Affordances (mogelijkheden)
● Communicatiemedia en technologieën niet geheel neutraal
● Hebben bepaalde capaciteiten en beperkingen
● Technische eigenschappen ook belangrijk
● Onderscheid op basis van eigenschappen
○ Massamedia vs. interpersoonlijke media
○ Eenrichtingscommunicatie vs. interactieve communicatie
○ Synchrone media vs. asynchrone media
Kenmerken digitale tijdperk
● Convergence (convergentie) = digitalisering zorgt ervoor dat gescheiden media samengaan,
met grenzen die vervagen tussen internet en andere vormen van digitale media
● Diversification = meer controle en keuze voor gebruiker
● Mobility (mobiliteit) = media steeds meer mobiel, vanaf allerlei locaties communiceren
(always-on option)
● Interactivity (interactiviteit) = internet introduceerde mogelijkheid van interactieve
massacommunicatie, voorheen alleen mogelijk met interpersoonlijke media
● Platforms = verschillende digitale en fysieke kanalen waarop media-inhoud wordt gedeeld,
verspreid en geconsumeerd (omvatten traditionele en moderne mediavormen)
Week 2
Hoorcollege
Tijdlijn van het jaar 100 tot heden
● 7 belangrijke historische mijlpalen
● Wanneer, wat en waarom belangrijk
100 = papierproductie ontwikkeld (China)
Week 1
Hoorcollege
5 key characteristics of mass media
● Economies of scale (schaalvoordelen)
● Economies of scope (toepassingsvoordelen
● Dual product market (dubbele productmarkt)
● Mediatisation (mediatisering)
● Media’s core responsibility (kern verantwoordelijkheden van de media)
Mediabedrijf = bedrijf waarvan primaire functie het produceren of verspreiden van media content is
Grenzen, definities en rollen zijn aan het veranderen
● Industrie impliceert ook commercialiteit → niet altijd voordelig voor individuele artiesten
● Waarom definiëren?
○ Voor ons → omvang, analyseren is eenvoudiger met precisie
○ Voor industrie → markten, concurrenten en strategieën overwegen
Massamedia: ‘media’ in de traditionele zin → radio, tv, kranten en tijdschriften
5 hoofdkenmerken:
1. Van één naar velen → eenrichtingsverkeer
a. Identieke boodschap aan massapubliek
2. Ervaringsgerichte producten
a. Waarde = immateriële eigenschappen
i. Originaliteit, intellectueel eigendom, verhalen
3. Hoge vaste/’eerste exemplaar’ kosten
a. Lage marginale kosten (= kosten per extra eenheid)
b. Leidt tot schaalvoordelen (= prijs per eenheid daalt naarmate de hoeveelheid
productie toeneemt)
4. Mogelijkheid tot (goedkoper) herversie
a. Doorverkoop in verschillende vormen leidt tot toepassingsvoordelen (= gemiddelde
productiekosten dalen naarmate de variëteit van de productie toeneemt, product
kwaliteit wordt beter etc)
5. Maar hoog risico!
a. De smaak van de consument is onvoorspelbaar
b. Hoge kosten eerste exemplaar ongeacht aantal consumenten
Dubbele productmarkt (dual product market)
● Mediabedrijven produceren 2 dingen
1. Content → verkocht aan het publiek
2. Publiek → verkocht aan adverteerders
● Aandachtseconomie = aandacht is het echte product dat wordt verkocht/gekocht
Resultaat = reclamedoelen beïnvloeden inhoud/strategie
● Problematisch voor met name de journalistiek
● Maar ook artiesten
, ● Creatieve industrieën vs commerciële behoeften
Perspectieven op media vs samenleving
● Media → samenleving
○ Media als vormgevers van de samenleving
○ Hebben de macht om te beïnvloeden
● Samenleving → media
○ Media weerspiegelen de samenleving
○ Dus: don’t shoot the messenger’
● Media ← → samenleving
○ Continu cirkelvormig proces
Media = samenlevings perspectieven → mediatisering
● Fundamentele verandering in de manier waarop samenlevingen werken als gevolg van
uitbreiding van media
● Media domineren de werking van onze structuren, instellingen en routines
Mogelijkheden / affordances = media hebben capaciteiten en beperkingen (gelinkt aan
eigenschappen van een technologie
● Hebben implicaties voor manier waarop media wordt gebruikt
○ Radio bevat alleen audio, daarom geschikter als secundaire activiteit naast autorijden
● Vooral digitale media brachten geheel nieuwe reeks mogelijkheden met zich mee die het
medialandschap drastisch hebben veranderd
5 belangrijke veranderingen
1. Convergentie → voorheen afzonderlijke aspecten versmolten (3 C’s)
a. Content = alle digitale informatie, zoals tekst, audio, video, games en andere media
b. Computing = de apparaten en systemen die deze content verwerken
c. Conduits = de infrastructuren die content transporteren, zoals internet
2. Diversificatie → meer controle en keuze voor gebruiken (fragmentatie/uitbreiding content)
3. Mobiliteit → media ‘on the go’ wordt de norm: ‘altijd aan’ cultuur
4. Interactiviteit → tweerichtingsverkeer vervangt eenrichtingsverkeer = gebruikers worden
producenten
5. Platformen → omgeving die uitwisseling inhoud tussen mensen of organisaties faciliteert
Mediaorganisaties zouden maatschappelijk verantwoord moeten zijn → kernverantwoordelijkheden
● uitwisselingen van meningen en ideeën
● Integratie/samenhang van diverse samenlevingen
● Beschermen van kernwaarden/kwetsbaar publiek
Alleen journalistiek met maatschappelijke verantwoordelijkheden? Hoe zit het met sociale
mediabedrijven?
● Mediabedrijven potentieel grote invloed op jong, kwetsbaar publiek
○ Wie krijgt een stem en wie niet
○ Hoe worden zij weergegeven
○ Welke waarden getoond, welke niet
● Moeten ons bekommeren over hoe industrie functioneert
,Als gevolg → sterke reacties op verandering
● Van utopische toekomsten tot doemscenario’s
● 2 belangrijke theoretici
○ Marshall McLuhan (global village)
○ Neil Postman (amusing ourselves to death)
McLuhan
● Technologie zelf is belangrijker (medium is the message)
● Nieuwe technologie breidt zintuigen uit
● Nieuwe, collere media
○ Bed Rijdt publiek van hiërarchieën, isolement
○ Weg van het officiële alledaagse praat
○ Op weg naar een global village
Postman’s pessimisme
● Print tijdperk: gedetailleerd, relevant, gelokaliseerd, samenhangend, rationeel
● Na de telegraaf: indrukwekkende verhalen van ver weg wegen zwaarder dan relevante en
lokale
● TV/beelden → oppervlakkig
● Aandacht, rationaliteit
● Passief publiek
Kritiek
● Beide benaderingen = technologische determinsime (= technologie zelf primaire oorzaak van
sociale verandering)
● Versimpelt en overschat tech, negeert sociale context
● Negeert machtsverhoudingen achter ontwikkeling & gebruik
● Optimisme vs. pessimisme
○ Tech als oplossing voor vs. veroorzaker van sociale problemen
● Media Industrie heeft verschuivende grenzen en definities
● De producten en marktstructuren zijn uniek
● Het ondergaat enorme veranderingen
● Theoretici reageren sterk op veranderingen (bedrijven ook)
● Zijn voortdurend actief betrokken bij media
● Media beïnvloeden werking van instituten in samenleving
Boek
● McLuhan optimism
○ The medium is the message → de capaciteiten van het medium zelf hebbe sociale
impact, niet per se de content
○ Medium maakt bepaalde manieren van communicatie mogelijk: uitbreidingen van
onze zintuigen (sociale impact)
○ Global village = media breiden onze fysieke communicatiesfeer uit door uitwisseling
te faciliteren over grote afstanden, hierdoor vervagen grenzen
○ Hot & cool media: onderscheid dat hij maakt tussen mediavormen
■ Warm medium = hoge informatie-intensiteit, lage participatie (1 zintuig)
, ■ Koel medium = lage informatie-intensiteit, hoge participatie (zelf
interpreteren)
■ Printmedia warm en elektronische koud
■ Printmedia = taal werd gehomogeniseerd (door gestandaardiseerde
massaproductie) en ontstaan top-down cultuur
■ Televisie = verschuiving naar nadruk op lokale dialecten en alledaagse praat.
Spontaan, intiem, informeel en incompleet. Nodigt uit tot participatie
● Postman’s pessimisme
○ Sociale bedreiging in elektronische en visuele communicatietechnologieën =
geprinte media moedigen aan tot rationele en serieuze betrokkenheid bij lokale
issues
○ Technologische ontwikkelingen hebben zulke betrokkenheid ondermijnd → focus
steeds meer op oppervlakkig, snel rapporteren en korte termijn entertainment →
Invloed op cultuur en maatschappij
○ Hoe tv de wereld neerzet, zo wordt aangenomen dat de wereld neergezet moet
worden
● Verzakelijking → medium wordt als onafhankelijk object gezien terwijl het niet
onafhankelijk is (door mensen ontwikkeld, beheerst, gebruikt)
Affordances (mogelijkheden)
● Communicatiemedia en technologieën niet geheel neutraal
● Hebben bepaalde capaciteiten en beperkingen
● Technische eigenschappen ook belangrijk
● Onderscheid op basis van eigenschappen
○ Massamedia vs. interpersoonlijke media
○ Eenrichtingscommunicatie vs. interactieve communicatie
○ Synchrone media vs. asynchrone media
Kenmerken digitale tijdperk
● Convergence (convergentie) = digitalisering zorgt ervoor dat gescheiden media samengaan,
met grenzen die vervagen tussen internet en andere vormen van digitale media
● Diversification = meer controle en keuze voor gebruiker
● Mobility (mobiliteit) = media steeds meer mobiel, vanaf allerlei locaties communiceren
(always-on option)
● Interactivity (interactiviteit) = internet introduceerde mogelijkheid van interactieve
massacommunicatie, voorheen alleen mogelijk met interpersoonlijke media
● Platforms = verschillende digitale en fysieke kanalen waarop media-inhoud wordt gedeeld,
verspreid en geconsumeerd (omvatten traditionele en moderne mediavormen)
Week 2
Hoorcollege
Tijdlijn van het jaar 100 tot heden
● 7 belangrijke historische mijlpalen
● Wanneer, wat en waarom belangrijk
100 = papierproductie ontwikkeld (China)