Uitwerkingen simulaties
Simulatie 1: Revalidatieafdeling
Je werkt als verpleegkundige in een revalidatiecentrum. Jullie hebben Tim op de afdeling, een
jongeman van 26 jaar die je doet denken aan de discussie in je organisatie om nieuw beleid te
ontwikkelen te aanzien van het zogenaamde versterven van zeer zieke patiënten. Dit is het niet
kunstmatig vocht en voedsel toedienen bij mensen, die zelf niet meer willen eten en drinken. Tim
heeft een ernstige hersenbloeding gehad en tijdens de revalidatie is zijn weerstand tegen therapie,
zijn agressieve bejegening tijdens de maaltijden en zijn weigering om te eten en te drinken alleen
maar toegenomen, het is lastig in te schatten hoe wilsbekwaam Tim is. Is dit een bewuste poging om
te versterven? Mede omdat hij nog zo jong is voelt het verkeerd het versterven toe te staan, de
richtlijnen zijn daar ook duidelijk in, maar je ziet hem ook lijden onder zijn afhankelijkheid. Als team
besluiten jullie een thematisch teamoverleg te organiseren om te kijken hoe te handelen.
- Wat is het huidige beleid?
- Waarom weigert Tim eten en drinken? Is dit bewust of snapt hij de reden niet?
- Lijden onder zijn afhankelijkheid?
- Waarom is dit een probleem, bij een ander van 90 jaar niet?
Weldoen: meegaan in de wens van Tim.
Niet-schaden: zorgen voor comfortabelere opties.
Rechtvaardigheid: eerlijk behandelen ten opzichte van oudere mensen. Waarom is het bij hen niet
‘’erg’’ om te versterven.
Autonomie: belang om situatie van Tim in beeld te brengen, in hoeverre is er schade na de
hersenbloeding? Dan is er een beeld in hoeverre Tim nog wilsbekwaam is.
Andere palliatieve opties om versterven wat comfortabel is.
Advies: Uitzoeken in hoeverre Tim wilsbekwaam is, overleggen met familie, voorlichting over
versterven.
Simulatie 2: Oncologie
Je werkt als verpleegkundige op de afdeling Oncologie. Op de afdeling ligt mevrouw ten Caat, een
mevrouw in de palliatieve fase die extreem angstig is voor de dood. Naast angstig zijn voor de dood
stribbelt ze ook tegen bij allerlei verpleegtechnische handeling die haar leven kunnen
veraangenamen en kunnen rekken zodat ze nog wat vrede met haar overlijden kan krijgen, zoals
sondevoeding of het controleren van de perifere infuuskatheter en het iedere 96 uur verwisselen van
het infuustoedieningssysteem om flebitis te voorkomen. Mevrouw ten Caat geeft aan gelovig te zijn,
maar vindt geen troost in haar geloof. Ze weigert ook de dominee te laten komen, waar ze volgens de
kinderen opzich best goed contact mee heeft. Jullie weten niet goed hoe je haar het beste kunt
benaderen, zowel in technisch als ethisch opzicht. De teamleider heeft een teamoverleg
georganiseerd om met elkaar te spreken over deze situatie.
- Voorlichting over verpleegtechnische handelingen?
- Overleg met kinderen geweest over benadering? Benadering met kinderen erbij?
, Weldoen: zorgverleners handelen in belang van de patiënt, gericht op het bevorderen van welzijn en
het verlichten van lijden. In de palliatieve zorg is het doel om de kwaliteit van leven te verbeteren
door middel van symptoombestrijding en ondersteuning.
Angst en verzet tegen interventies kan het lijden verergeren. Door alternatieve benaderingen te
overwegen, kan haar welzijn nog bevordert worden. (Beroepscode).
Niet-schaden: forceren van zorginterventies kan leiden tot verhoogde angst. Daarom moeten grenzen
gerespecteerd worden. (Beroepscode)
Rechtvaardigheid: iedereen heeft recht op zorg die het lijden verlicht en kwaliteit van leven
bevorderd. Daarom moeten zorgbehoeften worden erkend en rekening worden gehouden met
wensen en behoeften.
Autonomie: is gelovig, maar vindt geen troost en weigert dominee. Kan wijzen op verlies van controle
of gevoel van machteloosheid. Van belang om autonomie te respecteren door keuzes te
ondersteunen en haar te betrekken bij de besluitvorming.
Advies: Zorg aanpassen op voorkeuren en behoeften. Benaderingen en naasten betrekken.
Simulatie 3: hospice
Je werkt in een hospice en Meneer Henk Jansen is in de terminale fase beland. Zijn familie is heel
betrokken en vindt vooral de mondhygiëne heel belangrijk, meneer moest daar altijd wel een beetje
om lachen maar hield klaarblijkelijk veel van zijn familie en volgde al hun wensen. Meneer is nu door
de palliatieve sedatie zeer suf en maar zelden nog bij bewustzijn. Jullie zijn als verpleegkundigen
echter in conflict omdat de familie vindt dat meneer zijn tanden gewoon moeten worden gepoetst
met de elektrische tandenborstel want '..Pap haatte een stinkende mond..’. Jullie zijn pijnsignalen bij
meneer Jansen. De familie wil ook graag dat de gebitsprothese steeds wordt gepoetst en in de mond
terug wordt geplaatst, maar dit is niet volgens het protocol dat jullie organisatie voorschrijft. Als jullie
als team de gebitsprothese niet poetsen, dreigt familie dit zelf te gaan doen (iedere paar uur)voor
een frisse adem. Jullie hebben een teamoverleg om een plan van aanpak af te spreken met elkaar.
- Richtlijnen in de terminale fase bij palliatieve fase?
- Wat gaat voor de wens van de patiënt of die van de familie?
- Hoeverre moet je ingaan op de wens van de familie?
- Effect mondhygiëne, nog nuttig op dit moment?
- Wat is het protocol van de organisatie?
- Werken volgens protocol of meegaan in de wensen van familie?
Weldoen: mondhygiëne kan bijdragen aan comfort, maar draagt het nog bij aan zijn welzijn of is het
meer gericht om de wensen van familie te voldoen. (Zorg voor beter, 2024 Lichamelijke verzorging in
de palliatieve fase)
Niet-schaden: forceren van mondhygiëne kan leiden tot ongemak of pijn, vooral bij het niet volledige
bewustzijn. Leveren de handelingen meer schade op of meer voordeel?
Rechtvaardigheid: zorg die wordt verleend moet ik lijn zijn met het welzijn van de patiënt. Wat is nu
nog kwaliteit van zorg?
Autonomie: rekening houden om de wensen van meneer in stand te houden.
Simulatie 1: Revalidatieafdeling
Je werkt als verpleegkundige in een revalidatiecentrum. Jullie hebben Tim op de afdeling, een
jongeman van 26 jaar die je doet denken aan de discussie in je organisatie om nieuw beleid te
ontwikkelen te aanzien van het zogenaamde versterven van zeer zieke patiënten. Dit is het niet
kunstmatig vocht en voedsel toedienen bij mensen, die zelf niet meer willen eten en drinken. Tim
heeft een ernstige hersenbloeding gehad en tijdens de revalidatie is zijn weerstand tegen therapie,
zijn agressieve bejegening tijdens de maaltijden en zijn weigering om te eten en te drinken alleen
maar toegenomen, het is lastig in te schatten hoe wilsbekwaam Tim is. Is dit een bewuste poging om
te versterven? Mede omdat hij nog zo jong is voelt het verkeerd het versterven toe te staan, de
richtlijnen zijn daar ook duidelijk in, maar je ziet hem ook lijden onder zijn afhankelijkheid. Als team
besluiten jullie een thematisch teamoverleg te organiseren om te kijken hoe te handelen.
- Wat is het huidige beleid?
- Waarom weigert Tim eten en drinken? Is dit bewust of snapt hij de reden niet?
- Lijden onder zijn afhankelijkheid?
- Waarom is dit een probleem, bij een ander van 90 jaar niet?
Weldoen: meegaan in de wens van Tim.
Niet-schaden: zorgen voor comfortabelere opties.
Rechtvaardigheid: eerlijk behandelen ten opzichte van oudere mensen. Waarom is het bij hen niet
‘’erg’’ om te versterven.
Autonomie: belang om situatie van Tim in beeld te brengen, in hoeverre is er schade na de
hersenbloeding? Dan is er een beeld in hoeverre Tim nog wilsbekwaam is.
Andere palliatieve opties om versterven wat comfortabel is.
Advies: Uitzoeken in hoeverre Tim wilsbekwaam is, overleggen met familie, voorlichting over
versterven.
Simulatie 2: Oncologie
Je werkt als verpleegkundige op de afdeling Oncologie. Op de afdeling ligt mevrouw ten Caat, een
mevrouw in de palliatieve fase die extreem angstig is voor de dood. Naast angstig zijn voor de dood
stribbelt ze ook tegen bij allerlei verpleegtechnische handeling die haar leven kunnen
veraangenamen en kunnen rekken zodat ze nog wat vrede met haar overlijden kan krijgen, zoals
sondevoeding of het controleren van de perifere infuuskatheter en het iedere 96 uur verwisselen van
het infuustoedieningssysteem om flebitis te voorkomen. Mevrouw ten Caat geeft aan gelovig te zijn,
maar vindt geen troost in haar geloof. Ze weigert ook de dominee te laten komen, waar ze volgens de
kinderen opzich best goed contact mee heeft. Jullie weten niet goed hoe je haar het beste kunt
benaderen, zowel in technisch als ethisch opzicht. De teamleider heeft een teamoverleg
georganiseerd om met elkaar te spreken over deze situatie.
- Voorlichting over verpleegtechnische handelingen?
- Overleg met kinderen geweest over benadering? Benadering met kinderen erbij?
, Weldoen: zorgverleners handelen in belang van de patiënt, gericht op het bevorderen van welzijn en
het verlichten van lijden. In de palliatieve zorg is het doel om de kwaliteit van leven te verbeteren
door middel van symptoombestrijding en ondersteuning.
Angst en verzet tegen interventies kan het lijden verergeren. Door alternatieve benaderingen te
overwegen, kan haar welzijn nog bevordert worden. (Beroepscode).
Niet-schaden: forceren van zorginterventies kan leiden tot verhoogde angst. Daarom moeten grenzen
gerespecteerd worden. (Beroepscode)
Rechtvaardigheid: iedereen heeft recht op zorg die het lijden verlicht en kwaliteit van leven
bevorderd. Daarom moeten zorgbehoeften worden erkend en rekening worden gehouden met
wensen en behoeften.
Autonomie: is gelovig, maar vindt geen troost en weigert dominee. Kan wijzen op verlies van controle
of gevoel van machteloosheid. Van belang om autonomie te respecteren door keuzes te
ondersteunen en haar te betrekken bij de besluitvorming.
Advies: Zorg aanpassen op voorkeuren en behoeften. Benaderingen en naasten betrekken.
Simulatie 3: hospice
Je werkt in een hospice en Meneer Henk Jansen is in de terminale fase beland. Zijn familie is heel
betrokken en vindt vooral de mondhygiëne heel belangrijk, meneer moest daar altijd wel een beetje
om lachen maar hield klaarblijkelijk veel van zijn familie en volgde al hun wensen. Meneer is nu door
de palliatieve sedatie zeer suf en maar zelden nog bij bewustzijn. Jullie zijn als verpleegkundigen
echter in conflict omdat de familie vindt dat meneer zijn tanden gewoon moeten worden gepoetst
met de elektrische tandenborstel want '..Pap haatte een stinkende mond..’. Jullie zijn pijnsignalen bij
meneer Jansen. De familie wil ook graag dat de gebitsprothese steeds wordt gepoetst en in de mond
terug wordt geplaatst, maar dit is niet volgens het protocol dat jullie organisatie voorschrijft. Als jullie
als team de gebitsprothese niet poetsen, dreigt familie dit zelf te gaan doen (iedere paar uur)voor
een frisse adem. Jullie hebben een teamoverleg om een plan van aanpak af te spreken met elkaar.
- Richtlijnen in de terminale fase bij palliatieve fase?
- Wat gaat voor de wens van de patiënt of die van de familie?
- Hoeverre moet je ingaan op de wens van de familie?
- Effect mondhygiëne, nog nuttig op dit moment?
- Wat is het protocol van de organisatie?
- Werken volgens protocol of meegaan in de wensen van familie?
Weldoen: mondhygiëne kan bijdragen aan comfort, maar draagt het nog bij aan zijn welzijn of is het
meer gericht om de wensen van familie te voldoen. (Zorg voor beter, 2024 Lichamelijke verzorging in
de palliatieve fase)
Niet-schaden: forceren van mondhygiëne kan leiden tot ongemak of pijn, vooral bij het niet volledige
bewustzijn. Leveren de handelingen meer schade op of meer voordeel?
Rechtvaardigheid: zorg die wordt verleend moet ik lijn zijn met het welzijn van de patiënt. Wat is nu
nog kwaliteit van zorg?
Autonomie: rekening houden om de wensen van meneer in stand te houden.