100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Lecture notes

samenvatting fiscale wetgeving

Rating
-
Sold
-
Pages
35
Uploaded on
08-06-2025
Written in
2024/2025

Samenvatting van PPT lessen + eigen notities

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
June 8, 2025
Number of pages
35
Written in
2024/2025
Type
Lecture notes
Professor(s)
Dries tyskens
Contains
All classes

Subjects

Content preview

Deel 1: basisbeginselen
Aj = aanslagjaar  jaar wanneer ge u biljet krijgt voor betaling van belasting, is altijd jaar later.
Dus inkomsten 2024, aanslagjaar 2025

1. Basisbeginselen belastingen
1.1. Definitie
Er is geen wettelijke definitie van belasting in wetgeving  staat wel in recht (GW hof en Hof
van Cassatie)
Wat zijn belastingen?
1. Een bijdrage
 principe = in geld
2. Opgelegd
 je hebt geen keuze, je moet het betalen. Kan alleen opgelegd worden door
overheid
3. door openbare instellingen
 op verschillende niveaus  Europees, federaal, regionaal, provincies, gemeenten
4. voor de noodwendigheden van hun diensten van algemeen nut
 Belastingen zijn bestemd om de algemene uitgaven van de overheid te dekken.
94% van het geld van België, is van belastingen. De rest van boetes, staatsobligaties,
retributies, …
5. aan de personen of groepen die gevestigd zijn op het grondgebied van die
instellingen of die er belangen hebben
 Alle (rechts)personen, verenigingen en groeperingen indien zij op het grondgebied
gevestigd zijn of er belangen hebben
6. voor zover die bijdrage bij wet of decreet als belasting erkend wordt

1.2. Kenmerken
1. Budgettair - financieel doel
- belastingen zijn er om alle diensten van openbaar nut te kunnen financieren
- noodzakelijk voor moderne samenleving:
= de prijs die wij wille betalen voor onze grondwettelijke rechten en vrijheden
Om de overheid haar specifieke overheidstaak te laten vervullen  zorgen voor
het algemeen welzijn
vb. Kosteloos aanbieden van lager en middelbaar onderwijs  gemeenschap
2. Dwingend karakter
- eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage  plicht om belastingen te betalen
- belastingadministratie kan
 sanctie opleggen:
o administratieve sanctie  via fiscus (extra betalen)
Fiscus kan zelf met een kohier rechtsreeks naar .
deurwaarden, moet niet eerst naar rechtbank
1

, o strafrechtelijke sanctie  via parket
 bij niet-betaling: (dwang)maatregelen nemen
stap 1: aangetekende herinneringsbrief: nalatigheidsintresten
Stap 2: kohier of fiscaal dwangbevel: bevel tot betaling binnen 24 uur
door gerechtsdeurwaarder
 Beslag op loon/uitkering/roerende goederen
! Betalingsfaciliteiten vragen als je belasting niet kan betalen
Belasting ontwijking = dat je manier vindt in belastingen niet te betalen, via de wet 
dus zoekt zelf manier om niet u toepassingsvoorwaarde te komen
vb. schenken ipv erven  erf is veel belastingen betalen, schenkbelasting is veel
lager als erfbelasting (is legaal)
Belasting ontduiking = je valt onder toepassingsvoorwaarde maar betaalt het niet
vb. Zwartwerk (illegaal)

1.3. Functies
1. Financiële functie
- Belastingen = belangrijkste bron van overheidsinkomsten (94%)
 Belasting = 1 grote pot waar iedereen aan mee moet betalen
 Retributie = een 1 op 1 belasting, op een bepaalde dienst een onmiddellijke
betaling  Vb. de lijn, parkeergeld voor stadparking,
- Doel = financieren van bepaalde gemeenschappelijke uitgaven
2. Economische functie
- Belastingen hebben (on)gewild een sterke invloed op de economie:
o Prijsvorming: hoe kan men met belastingen sturen in consumptie? Je kan
door het verhogen van de prijs, kan je economisch sturen. Je betaalt op
alles btw
o Spaarwezen: Hoe kan je via belastingen sturen in het sparen?
Pensioensparen wordt veel minder belast. Als je dat doet kan je elk jaar
930 euro aftrekken van je belastingen. Mensen gaan zo massaal
pensioensparen, dus kan de overheid later veel makkelijker de
pensioenen uitbetalen
o consumptie
o investeringen
o tewerkstelling:
bv. Ja kan overuren niet meer belasten dat mensen meer gaan werken
3. Sociale functie
- Draagkrachtbeginsel
o Iemand met een hoog inkomen zal procentueel meer belasting betalen
dan iemand met een laag inkomen
 ook zo bij erfbelasting: als je groot erf, moet je ook meer belastingen
daarop betalen
- Voorbeelden:

2

, o progressiviteit van de tarieven van de personenbelasting, de erfbelasting
en de schenkbelasting op schenkingen van onroerend goed
o vrijstelling van personenbelasting voor bepaalde vergoedingen uitgekeerd
krachtens sociale wetten
o familiale aanpassing van de belasting
 vb. verhoging belastingvrije som in functie van gezinstoestand
 Vb. verminderingen en vrijstellingen inzake erfbelasting en
schenkbelasting
o verlaagd btw-tarief bij de levering van levensnoodzakelijke goederen
1.4. Wie mag belastingen heffen?
- Limitatieve opsomming  Art. 170 en 173 Gw.
1. Federale overheid
- Vb. personenbelasting, vennootschapsbelasting
2. Regionale besturen
- Vb. verkeersbelasting, erfbelasting, schenkbelasting
3. Lokale besturen
- Als inwoner van een bepaalde gemeente en provincie betaal je jaarlijks één of
meer lokale belastingen.
 vb. Provinciebelasting op gezinnen tot dekking van de algemene uitgaven van
het provinciaal beleid
 vb. Gemeentelijke en provinciale opcentiemen op de onroerende voorheffing
 vb. Gemeentelijke opcentiemen op de personenbelasting
Bij steden en gemeente heb je niet alleen pure belasting maar ook:
- Aanvullende belasting = ze bepalen een tarief dat al hun inwoners moeten
betalen bovenop de federale belasting gemiddeld 8% extra (Knokke, de
panne, Middelkerke hebbe 0% aanvullende belastingen betalen)
- Opcentiem = je neemt 1% van 100 van het gene wat je op de belasting op
Vlaanderen moet betalen en dat deeltje betaal je aan de stad of gemeente
4. Supranationale overheden
- Elke lidstaat die deel uitmaakt van de EU moet een deel van haar nationale
btw-opbrengst aan de Unie afstaan
 Betalen geen rechtstreekse belastingen aan Europa
1.5. Beginselen van de belastingheffing
1. Legaliteitsbeginsel (=wettelijkheidsbeginsel)  Art. 170 Gw.
= bescherming van de burgers tegen buitensporige belastingen
 een belasting zonder wet/decreet  de wetgever mag alleen belastingen opheffen
- Voorwaarde voor het invoeren van een nieuwe belasting of wijzigen van een
bestaande belasting:
o een wet (federale belasting)
o een decreet (VL/WAL)/ordonnantie(BR)(regionale belasting)

3

, o een besluit van de gemeenteraad of provincieraad (lokale belasting)
2. Eenjarigheidsbeginsel (annualiteitsbeginsel)  Art. 171 Gw.
- Regering (UM) moet elk jaar opnieuw de uitdrukkelijke toestemming krijgen van
het Parlement (WM) om uitgaven te doen en belastingen te heffen in
overeenstemming met de bestaande wetgeving
= controle van de WM op de UM (scheiding der machten)
- De bedragen worden ieder jaar geïndexeerd
3. Gelijkheidsbeginsel
- Art 10 Gw.: alle Belgen zijn gelijk voor de wet
 Iedereen in dezelfde situatie zit wordt op dezelfde manier belast
- Art. 172 Gw.: trekt dit voorschrift door naar de belastingen
 Absoluut verbod voor het invoeren van voorrechten
 Geen vrijstelling of vermindering van belasting kan worden ingevoerd dan door
een wet  vb. belastingen op telefoonmasten van telecom aan stad/gemeente, er
is vrijstelling voor politie die mast heeft dus geen belasting betalen
1.6. Indeling van de belastingen
1. Indeling op basis van de belastingheffende overheid
- Staatsbelastingen (federale overheid)
- Regionale belastingen (gemeenschappen en gewesten)
- Lokale belastingen (provincies, gemeenten)
- Supranationale belastingen (supranationale overheid)
2. Indeling op basis van de grondslag van de belastingen
- Zakelijke en persoonlijke belastingen
 Zakelijke belastingen: houdt geen rekening met persoonlijke situatie  1 tarief
voor iedereen
vb. btw, douanerechten
enkel: personen met handicap, betaalt maar 6% btw in plaats van 21% (maar voor
de rest is het voor iedereen hetzelfde)
 Persoonlijke belastingen: houden rekening met de persoonlijke toestand 
allemaal aparte tarieven
vb. personenbelasting, erfbelasting
- Kapitaal- of vermogensbelastingen en inkomstenbelastingen
 Kapitaal- of vermogensbelastingen: hebben betrekking op het vermogen zelf
vb. erfbelasting
 Inkomstenbelasting: de (periodieke) opbrengsten van het vermogen
vb. personenbelasting
WIB  wetboek inkomstenbelastingen
3. Indeling op basis van de wijze van vereffening van de belasting
- Vaste belastingen:
= vast tarief (ongeacht wie je bent betaal je een vast tarief)
vb. vast registratierecht van €50



4
£6.84
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
sennacuypers

Get to know the seller

Seller avatar
sennacuypers Katholieke Hogeschool Leuven
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
7 months
Number of followers
0
Documents
4
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions