100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting - Biologische antropologie deel 1 (B001626A)

Rating
-
Sold
-
Pages
86
Uploaded on
02-06-2025
Written in
2024/2025

zeeer uitgebreide samenvatting van boekdeel in, inclusief powerpoints, lesnotities en alles uit boek -> werd ook aangevuld met extra uitleg waar nodig zodat alles duidelijk is. Lieven Pauwels, criminologie, werkjaar 2024/2025

Institution
Module














Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
June 2, 2025
Number of pages
86
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

BIOLOGISCHE
ANTROPOLOGIE




SAMENVATTING 2024/2025

,DEEL 1: MENSELIJKE EVOLUTIE EN SOCIAAL
GEDRAG
H1: algemene inleidende beschouwingen
1. Inleiding
• Bio-antropologie = fysiologische antropologie
o De (natuurwetenschappelijke) studie van de mens vanuit evolutionair oogpunt
o Multidisciplinair
o Dobzhansky: “niets in biologie is logisch behalve in licht van evolutie” -> men kan niets begrijpen zonder
een evolutionaire blik toe te passen

2. Antropologie en diens subvelden
Studie mensheid in alle vormen -> cross-cultureel en holistisch
• Innerlijke werking van groep mensen begrijpen die andere cultuur hebben dan wij
o We hebben 4 overkoepelende domeinen om een totaalbeeld te krijgen over de mens
▪ Cultureel, linguistisch, archeologie en biologische antropologie
o Onze biologie produceert cultuur, maar cultuur kan ook biologie beïnvloeden: bioculturele antropologie ->
zitten in een complexe samenwerking met elkaar
o Cultuur differentieert ons van dieren
4 field approach: deelgebieden antropologie
• Culturele antropologie
o Studie menselijke samenlevingen, vooral cross-cultureel
▪ Etnologie = vergelijkende studie van verschillende culturen om algemene patronen en verschillen
te begrijpen
▪ Etnografie = gedetailleerde beschrijving van een cultuur of gemeenschap op basis van
veldonderzoek -> inzicht krijgen in verschillende culturen
o Cultuur kan biologische neigingen afremmen of versterken
• Linguïstische antropologie
o Studie taal, diens geschiedenis en gebruik in diverse samenlevingen
o Linguïstische vorm = grammaticale regels
o Linguïstische functie = waarom wij spreken -> GOSSIP en grooming (hypothese Robin Dunbar)
o In welke sociale context ontwikkelde taal zich
o Taal is een bioculturele parasiet
o Taal is niet onveranderlijk en gaat dus ook continu evolueren
• Archeologie
o Vondsten uit het verleden -> gaan zo bijleveren aan onze kennis
o Artefacten (vb. stenen bijlen of zwaarden) en materiele cultuur van vroegere volkeren (vb. grotschilderingen)
o Archeogenetica -> nieuw en ontwikkeld zeer snel
• Biologische antropologie
o Elke wetenschapper die menselijke soort vanuit evolutionair perspectief bestudeert
o De totaal evolutionaire benadering van de mens als soort
Reikwijdte biologische antropologie
• Paleoantropologie
o Studie van fossiele overblijfselen van mensheid en primaten (naaste verwanten)
o Onderzoek via veldwerk en studie in musea en labo’s (a.d.h.v. dateringstechnieken)
o Vb. een schedel in uw tuin gevonden, men gaat kijken naar de leeftijd -> als de schedel al oud is ga jij kunnen
geschrapt worden af de lijst voor mogelijke verdachten, omdat je er toen nog net woonde.
• Skeletale biologie

, o De studie van het menselijk skelet en de patronen en processen van menselijke groei, fysiologie en
ontwikkeling.
o Er is veel variatie in hoe wij eruit zien, hierdoor leren we veel over vb. grootte van bepaalde variaties
o Osteologie = studie van skelet en botten hun structuur, functie en ontwikkeling
o Skeletbiologie = studie skelet en patronen en processen menselijke groei, fysiologie en ontwikkeling
o Antropometrici = eerste generatie biologische antropologen: deden metingen van het menselijk lichaam
• Paleopathologie (en bioarcheologie)
o Studie ziekten in oude menselijke populaties (bacteriën en virussen kunnen sporen achterlaten)
o Studie menselijke resten in archeologische context
o vb. als oude beschaving plots is ingestort, onderzoeken of komt door epidemie of kijken naar sporen van
infecties op schedel/botten -> wisselwerking van ziektes/bacteriën en gevolgen voor de mens
• Forensische antropologie
o Menselijke overblijfselen in legale (forensische) context -> vaak in een hedendaagse context, maar kan ook
vb. oude massagraven van oorlogen
▪ vb. doodsoorzaak, sporenonderzoek, verkrachting
o Studie oorlogsmisdrijven (genocide), moord (doodsoorzaak en sporenonderzoek) en verkrachting (‘rape kit’)
• Primatiologie
o Is onlosmakend verbonden met antropologie
o Studie niet-menselijke primaten hun anatomie, genetica, gedrag en ecologie -> inzicht geven hoe evolutie
menselijke soort gekneed heeft
▪ Niet menselijke primaten zijn evolutionair aangepast aan sociaal leven (groepsleven) -> grote
sekseverschillen (biologisch geslacht)
▪ Deze studies geven inzicht in evolutionaire verschillen en gelijkenissen
o Pioniers: Jane Goodall (chimpansees) & Diane Fossey (gorilla’s)
o Nu: Richard Wrangham (chimpansee) & Frans De Waal (Bonobo)
• Menselijke biologie
o Menselijke groei en ontwikkeling, adaptatie aan extreme omgevingsomstandigheden en menselijke
genetica (fysiologisch aanpassen)
o Men gaat zich aanpassen aan de omgeving (adaptieve wezens) maar dit kost energie -> er is geen
eindpunt, wij blijven ons continu aanpassen
o Voedingsantropologie: studie van samenhang tussen dieet, cultuur en evolutie (co-evolutie) -> variatie
tussen individuen en groepen
o Biomedische antropologie: effecten van vervuiling, giftige stoffen op menselijke groei
o Moleculaire antropologie: verschillen genoom tussen (en binnen) mensen en niet- menselijke primaten –
o Wij hebben impulsen, maar ook controle hierover (impulscontrole) -> varieert binnen genen en
samenlevingen




3. De oorsprong van de moderne bio-antropologie
• Begon met het ontdekken van fossielen van mens en mensachtigen (= homininen).
• Keerpunt -> boek van Charles Darwin: On the Origin of Species (1859)
o Hierin legt hij uit hoe soorten (ook mensen) via evolutie ontstaan zijn
• Originele benaming: ‘physical anthropology’

, o In de eerste helft van de 20ste eeuw was men vooral bezig met het meten van het lichaam en het
analyseren van verschillende fysieke kenmerken (= antropometrie)
o Belangrijk debat -> monogenisme: mensen komen van één enkele oorsprong (één ras) vs. polygenisme:
mensen komen van meerder oorsprongen (meerdere ‘rassen’)
‘Nieuwe’ fysische antropologie
• Veranderd rond het midden van de 20ste eeuw
• Gebaseerd op de ‘Neodarwinistische synthese’ -> combinatie van genetica, anatomie, ecologie, gedrag en Darwins
evolutietheorie
o Hierdoor komt er meer aandacht voor de samenwerking van disciplines en belang van wetenschappelijk
bewijs
Paleoantropologie
• Deel van de bio-antropologie dat zich focust op de evolutie van de mens via fossiele resten
• Nieuwe dateertechnieken ontstaan
o Men gaat fossiele preciezer kunnen dateren (vb. via koolstof datering)
o Archeogenetica: oude DNA gaan analyseren
• Vandaag is dit domein zeer multidisciplinair (= verschillende soorten wetenschappen gaan samenwerken)




H2: evolutie, selectie en adaptatie
1. Inleiding
Jaren 20 (‘roaring twenties’)
• Hevige strijd tussen wetenschap en creationisme
o Velen geloofden dat de wereld en de mens geschapen zijn door een goddelijke kracht (creationisme)
▪ De opkomst van nieuwe ideeën waren zeer controversieel omdat deze botste met deze religieuze
ideeën
• Verbod op lesgeven over de evolutietheorie in de VS
o The scopes monkey trial
▪ Men mocht geen les geven over de evolutietheorie, volgens de Butler Act, Tennessee
▪ Leraar John Scopes ging dit toch doen -> kreeg een boete van 100 $

2. De oorsprong van het moderne evolutie denken
De oude Grieken
• Waren de eersten die systematisch nadachten en schreven over hoe de natuur en de mens hierin werkte
• Aristoteles
o Griekse filosoof (384 v.C. – 322 v.C.)
o Great chain of being: al het leven is geordend in een hiërarchische ladder, van het meest eenvoudige tot
het meest complexe -> met bovenaan de mens (hierboven stonden enkel nog God en engelen)
• Onveranderlijkheid van de soorten: elke soort heeft een vaste essentie -> ze waren zoals ze werden geschapen, en
konden dus niet veranderen of evolueren
Renaissance (14e-16e eeuw)
• Er ontstaat een soort wetenschappelijk denken, met meer focus op observatie en experiment (men wordt kritischer)
• Menselijke anatomie -> kunstenaars gingen anatomie bestuderen en afbeelden -> deze afbeeldingen werden de
basis voor latere wetenschappen
o Leonardo da Vinci: maakte hiervan heel gedetailleerde anatomische tekeningen dankzij zijn kennis van de
wetenschap en de kunst
o Vesalius (stichter moderne anatomie)
▪ ‘Humani Corporis Fabrica’: gaat anatomie bestuderen via dissecties van lijken -> dit was in strijd
met de kerk
• Het grote monogenisme vs. polygenisme debat
o Voor 19e eeuw: geloof in Bijbelse schepping -> de kerkelijke leer stond centraal bij het wetenschappelijk
denken in Europa

, ▪ Wetenschappers waren vooral bezig met het ordenen en benoemen van soorten (zoals
Linnaeus), waardoor de biologische oorsprong van mensen wat opzij werd geduwd
▪ Oud testament als ‘bewijs’ voor berekening datum schepping (4004 v.C.) -> Ussher
o Samuel Stanhope Smith
▪ Geloofde in monogenisme, maar vond dat verschillen tussen mensen (zoals huidskleur) het
gevolg waren van omgeving en opvoeding
o Johann Friedrich Blumenbach
▪ Monogenist -> ontwikkelde een vroege indeling van mensenrassen
• Globale verkenning
o Eerste reis rond wereld, Europese ontdekkingen en verkenning van nieuwe wereld
o Men ontdekte dat de natuur veel complexer en gevarieerder was dan gedacht -> zette wetenschappers aan
tot systematische studie van planten, dieren én mensen

3. De natuurlijke classificatie van organisme volgens Linnaeus
-> Natuuronderzoekers waren veel bezig met het categoriseren van dieren & planten, maar geloofde nog steeds in die
onveranderlijkheid
Taxonomie (= wetenschap van de classificatie en benoeming van levende wezens)
• Carolus Linnaeus (1707-1778)
o Zweedse geoloog, zoöloog
o ‘Systema Naturae’ = probeerde alle planten en dieren op aarde in een overzichtelijk systeem te plaatsen,
op basis van zichtbare kenmerken
o Geloofde in de onveranderlijkheid van soorten
• Classificatiesysteem dat helpt bij herkennen patronen
o Fysieke kenmerken werden gebruikt om planten en dieren te ordenen
o Gaf elke organisme een dubbele naam: een voor geslacht én een voor soort (= binomiale nomenclatuur)
▪ Gebruikte Griekse en Latijnse benamingen -> waren de internationale wetenschappelijke talen
▪ Vb. Homo sapiens: mens, van de geslacht homo
• Linneaanse hiërarchie
o Rangschikte organismen in een hiërarchisch systeem, van brede groepen naar steeds kleinere, op basis
van gelijkenissen
▪ Rijk -> stam -> klasse -> orde -> familie -> geslacht -> soort
o Taxon = een eenheid in de formele hiërarchie

4. De weg naar de Darwiniaanse revolutie
2 tegengestelde opvattingen
• Comte de Buffon (1707 – 1788)
o Aanvaarde het idee van biologische verandering -> soorten konden veranderen door invloed van omgeving
• Georges Cuvier (1769-1832)
o Tegenstander biologische verandering
o Voorstander catastrofisme
▪ Aarde werd volgens hem gevormd door plotselinge rampen (vb. zondvloed) die telkens hele
soorten uitroeiden, waarna er een nieuwe schepping plaatsvond
▪ vb. Noahs ark
Lamarckisme -> Jean-Baptiste de Lamarck (18e -19e)
• Dacht dat individuen eigenschappen konden ontwikkelen tijdens hun leven en die doorgeven aan hun nakomelingen
o Vb. giraf die zijn nek rekt om de hogere blaadjes te kunnen eten krijgt een langere nek, en geeft die langere
nek dan door aan zijn kinderen
o Fout: verworven kenmerken kunnen niet genetisch doorgegeven worden
Lysenkoïsme -> Trofim Lysenko
• Hoge functionaris binnen communistisch regime van SU
• Verwierp Darwiniaans model omdat ‘kapitalistisch’ was
• Verwierp ook theorie Thomas Malthus

, o Malthus: Bevolkingsgroei is sneller dan groeien van middelen en daardoor concurrentie om die schaarse
middelen
• Lysenko gebruikte Lamarckiaans ideeën op landbouw, wat rampzalig uitpakte
o Hij bewaarde wintertarwe bij kou om die zogezegd "te laten wennen" aan kou voor de volgende generatie.
o Gevolg: mislukte oogsten en massale hongersnood in SU
Uniformisten -> gaan het evolutiedenken beïnvloeden (samen met het ‘gradualisme’)
• Geloofden dat dezelfde geologische processen die vandaag actief zijn, dat ook vroeger al waren
o Grote veranderingen bestaan dus niet plots, maar geleidelijk over een lange periode
• James Hutton (1726–1797)
o Bestudeerde ontstaan van rots- en aardlagen -> was d.m.v. trage processen
▪ Paste dit nog niet toe op levende wezens -> dit gebeurde pas later door o.a. Darwin
• Charles Lyell (1797–1875)
o Bevriend met Darwin (sterke invloed)
o Beweerde dat langzame, geleidelijke verandering de manier was waarop fysieke wereld in elkaar stak
▪ Overtuigde mensen dat men door geologie het verleden van de aarde kon reconstrueren (zonder
bijbel of geloof)

5. De Darwiniaans revolutie
Charles Darwin (1809–1882)
• Kleinzoon van Erasmus Darwin (1731-1802), een bekend arts.
• Studeerde eerst theologie aan Cambridge, maar raakte gefascineerd door de natuur en wetenschap -> werd
uiteindelijk een botanicus en naturalist
• Geïnspireerd door:
o John Henslow (prof aan Cambridge)
o Alexander von Humblodt: zijn avonturen en ontdekkingen inspireerden Darwin om zelf te reizen
• Reis met de HMS Beagle (1831–1836)
o Reisde vijf jaar lang rond de wereld, langs de Zuid-Amerikaanse kusten
▪ Verzamelde planten, dieren, fossielen en observeerde natuurlijke variaties tussen soorten
o De kapitein, FitzRoy, had eerst Henslow gevraagd, maar die stuurde Darwin in zijn plaats
• Publicatie ‘On the Origin of Species’ (1859) -> zijn theorie van natuurlijke selectie

6. De essentie van de evolutietheorie
Darwins drie observaties en twee deducties (afleidingen):
• OBSERVATIE 1: Alle organismen hebben het potentieel voor explosieve groei. (Dit idee sluit aan bij Malthus)
• OBSERVATIE 2: Toch blijven populaties vrij stabiel (het aantal dieren of mensen ontploft niet in werkelijkheid)
o Deductie 1: Er moet een zekere strijd zijn om te overleven.
• OBSERVATIE 3: De natuur zit vol van variatie.
o Deductie 2: Sommige variaties zijn gunstiger dan andere (voordeligere kenmerken)
De vijf onderdelen van het Darwiniaans model ter verklaring van de evolutie van het leven op aarde
• Evolutie
o Levende wezens gaan doorheen de tijd veranderen
o ‘Descent with modification from common ancestry by historical processes that did not require acts of
creation’-> afstamming met verandering, door natuurlijke processen
o De wereld is niet constant maar gaat gestaag veranderen
• Gemeenschappelijke afstamming
o Alle groepen organismen hebben gemeenschappelijke voorouders.
▪ Vb. mens en aap of kip en dino
• Vermenigvuldiging van de soorten
o Diversiteit ontstaat door vermenigvuldiging binnen een soort, waardoor er nieuwe soorten ontstaan, dit kan
door:
▪ Op te splitsen in dochtersoorten
▪ Ofwel door geografische afscheiding

, • Gradualisme
o Evolutie is een graduele verandering van populaties, doorheen verschillende generaties
▪ Niet door plotse verschijning van nieuwe individuen/types
• Natuurlijke selectie (=zeef)
o Elke generatie bevat veel genetische variatie
o Sommige individuen zijn beter aangepast aan hun omgeving -> hebben meer kans op overleving en
voortplanting
▪ Hun eigenschappen zijn dus diegene die worden doorgegeven naar volgende generaties
Basis voor natuurlijke selectie:
• Het kenmerk moet erfelijk zijn (‘genetische transmissie’).
• Er moet variatie zijn tussen individuen.
o Er kunnen geen goede/slechtte eigenschappen bestaan als alle individuen genetisch gelijk waren
• De omgeving moet een zekere druk uitoefenen op het kenmerk (= selectiedruk)
o Fitness (reproductive fitness) -> kans van individu om nakomeling voort te brengen (niet de sterkste, maar
de meest succesvolle voortplanten)
o Populatie -> Een groep van organismen van dezelfde soort die zich in eenzelfde gebied voortplanten
o Mutatie -> wijziging in DNA die functie van cel al dan niet kan veranderen (zorgen voor variatie = de motor
van evolutie)




Consequenties:
• Het wereldbeeld werd door elkaar geschud
o Statisch -> dynamisch wereldbeeld.
o Spiritualisme -> materialisme/ fysicalisme.
o Bovennatuurlijke determinanten -> natuurlijke determinanten.
o Antropocentrisme steeds meer in vraag gesteld
▪ Mens staat niet langer centraal, maar wij zijn één van de vele soorten die zijn ontstaan door
natuurlijke processen
• Het Darwiniaans algoritme geboren
o VSR: variatie, selectie, reproductie
o Evolutie is dus niet ‘doelgericht’, maar improvisatie, waarbij samenwerking tussen genen en
organismen samen met toeval tot leven leidt

7. de reacties op de ideeën van Darwin
• Aantasting van niet-dynamische wereldbeelden
o Darwin stelde dat soorten veranderen over tijd, wat inging tegen het toen gangbare idee dat de wereld
vaststond
• De kerk voelde zich beledigd -> theorieën van Darwin stonden recht tegenover het idee van de kerk waarbij god de
mens heeft geschapen
• Veel opschudding (zowel wetenschappelijk als maatschappelijk)
• De catastrofetheorie waar toen veel wetenschapper achterstonden, bleek compleet onhoudbaar -> veel
wetenschappers waren hun levenswerk kwijt en werden zwaar ontkracht

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Criminologie00 Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
46
Member since
1 year
Number of followers
1
Documents
13
Last sold
6 days ago

3.7

6 reviews

5
3
4
1
3
0
2
1
1
1

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions