Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
HOOFDSTUK 9 – UITGEKEERDE DIVIDENDEN
Vennootschappen zijn in België belastbaar op het totaal
bedrag van de winst, uitgekeerde dividenden inbegrepen (Art.
185, § 1 WIB 92)
• Dividenden worden uitgekeerd aan de
aandeelhouders.
o In een bv en cv dient er eerst een dubbele
uitkeringstest te gebeuren
• Tantiemes worden uitgekeerd aan de bestuurders
o Tantiemes zijn niet in de aangifte
vennootschapsbelasting opgenomen
o belastbaar als gewone beroepsbezoldiging
Beweging van gereserveerde belastbare winsten + Verworpen uitgaven + Uitgekeerde dividenden = Fiscaal resultaat
2. Gewone dividenden
Art. 18 WIB 92
1. Alle voordelen toegekend door een vennootschap aan aandelen en winstbewijzen
• De eigenlijke dividenden ongeacht: de benaming, het tijdstip van toekenning, de wijze van toekenning, de oorsprong
van de winsten
2. Gehele of gedeeltelijke terugbetalingen van maatschappelijk kapitaal, uitgiftepremies en winstbewijzen (met uitz. van ...)
• Kapitaal kan naast werkelijk gestort kapitaal ook nog belaste of vrijgestelde reserves bevatten
• Reële kapitaalverminderingen à Van welk deel werd er terugbetaald?
Belastbaar dividend indien geïncorporeerde Belastbaar dividend indien vrijgestelde reserves
reserves worden terugbetaald (komt niet in het worden terugbetaald (code 1301)
vakje van de uitgekeerde dividenden)
RV – Geen vennootschapsbelasting RV - Vennootschapsbelasting
3. Uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de Art. 186, 187 en 209 WIB 92
4. Uitkeringen door een juridische constructie in de mate dat de belastingplichtige niet heeft aangetoond dat deze
toekenning, het vermogen van de juridische constructie doet dalen beneden het door de oprichter ingebrachte vermogen
5. Intrest van voorschotten in de mate dat zij één van de gestelde grenzen overschrijden = herkwalificatie
92
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem
,Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
2.1 Belastbaar bedrag in de vennootschapsbelasting
• Bedrag goedgekeurd door de AV (ongeacht of er al dan niet RV werd ingehouden)
• Indien de vennootschap RV inhoudt: Belastbare grondslag = bruto gedecreteerd dividend
Voorbeeld 1, p. 396 - RV wordt volledig ingehouden door de uitkerende vennootschap
Op 25/05/N beslist de AV een brutodividend van 12.000 EUR toe te kennen uit de winst van BJ N-1. De vennootschap houdt
30% RV in.
Brutodividend: 12.000
- ingeh. RV - 3.600
Nettodividend = 8.400
AJ N => Uitgekeerde dividenden code 1301 = 12.000 euro
2.2 Geherkwalificeerde intresten van voorschotten
Indien een natuurlijke persoon een geldslening = voorschot had gegeven aan de vennootschap en hier intresten voor kreeg zijn
deze aftrekbare kosten.
• Hieraan zijn bepaalde grenzen verbonden (per vennootschap, niet per lening)
1. Grens voor het intrestpercentage:
o betaalde intrestvoet ≤ intrestvoet op de markt
o voor creditsaldo R/C: MFI-rente maand nov. +2,5%
2. Grens voor de omvang van de rentegevende lening:
o bedrag lening(en) ≤ gestort kapitaal op de laatste dag van het BJ + de belastbare reserves op de 1e dag van
het BJ (vóór aanpassing aan de BT = de linkse code 1040 PN)
• Bij herkwalificatie (indien 1 of meer grenzen overschreden worden) wordt het gedeelte van de intresten dat de
gestelde grenzen overschrijdt niet meer als aftrekbaar aanzien maar geherkwalificeerd in een uitgekeerd dividend.
• Ze worden dan ook belast zoals de uitgekeerde dividenden. = 30% RV
Geviseerde voorschotten Art. 18, 4° WIB 92 Niet-geviseerde voorschotten
• Elke vordering die rente opbrengt De door de vennootschap betaalde intresten zijn nooit
in de mate dat bepaalde grenzen herkwalificeerbaar indien:
zijn overschreden • obligaties en andere soortgelijke effecten uitgegeven
• ‘Geldlening door’: door een openbaar beroep op het spaarwezen
o aandeelhouders-natuurlijke personen • vorderingen toegestaan aan erkende coöperatieve
o bestuurders, zaakvoerders, vereffenaars of vennootschappen
soortgelijke functies (natuurlijke personen & • vorderingen verstrekt door binnenlandse
rechtspersonen) vennootschap die zelf aan de Belgische
o echtgenoot/wettelijk samenwonende partner vennootschapsbelasting zijn onderworpen (bv.
en niet-ontvoogde minderjarige kinderen van een rechtspersoon met bestuurdersmandaat)
deze personen
• Doet zich ook voor op de R/C BL
o Creditsaldo in voordeel bedrijfsleider, ze
geven een lening aan de vennootschap
Merk op: Als boekhouder ga je niet herkwalificeren! Dit doen ze bij fiscale controle
93
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem
,Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
Opmerkingen:
• Afschrijvingsexcedent van 2.000 overdreven afschrijvingen: Je hebt de keuze om het aan te passen in de balans of aangifte
• Eerste voorwaarde:
o betaalde intrestvoet ≤ intrestvoet op de markt
o betaalde intrestvoet ≤ 4%
• Tweede voorwaarde:
o bedrag lening(en) ≤ gestort kapitaal op de laatste dag van het BJ + de belastbare reserves op de 1e dag van het BJ
o bedrag lening(en) ≤ 72.000 + 48.000 = 120.000
1e hypothese: beide grenzen zijn gerespecteerd
• Eerste voorwaarde: 4% ≤ 4% ok
• Tweede voorwaarde: 80.000 ≤ 72.000 + 48.000 = 120.000 ok
2e hypothese: de max. rentevoet is niet gerespecteerd
• Eerste voorwaarde: 10% ≤ 4% niet ok à 6% daarvan herkwalificeren
o 6% x 80.000 = 4.800 komt in de code 1301
• Tweede voorwaarde: 80.000 ≤ 72.000 + 48.000 = 120.000 ok
3e hypothese: het max. voorschotbedrag is niet gerespecteerd
• Eerste voorwaarde: 4% ≤ 4% ok
• Tweede voorwaarde: 140.000 ≤ 72.000 + 48.000 = 120.000 niet ok à 20.000 te veel * 4% herkwalificeren
o 20.000 x de marktrente ( 4% ) 800 komt in de code 1301
4e hypothese: beide criteria zijn niet gerespecteerd
• Eerste voorwaarde: 10% ≤ 4% niet ok à 6% daarvan herkwalificeren
o 6% x 140.000 = 8.600 komt in de code 1301
• Tweede voorwaarde: 140.000 ≤ 72.000 + 48.000 = 120.000 niet ok à 20.000 te veel * 4% herkwalificeren
o 20.000 x de marktrente ( 4% ) 800 komt in de code 1301
94
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem
,Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
3. Uitgekeerde dividenden bij de gehele verdeling van het vermogen
Art. 209 en 210, § 1 WIB 92 liquidatiebonus
• Er is een RV van 30% op de liquidatiebonus wanneer deze worden uitgekeerd als dividenden
o Want liquidatiebonus wordt normaal uitgekeerd aan de aandeelhouders bij liquidatie, ontbinding
o invullen in code 1306: gedeelte van de liquidatiebonus dat voortkomt uit een vermindering van de
liquidatiebonus
• Bij vereffening/liquidatie: uitkering van de liquidatieboni zonder RV
o invullen in code 1305: gedeelte van de liquidatiebonus dat voortkomt uit een vermindering van de
liquidatiereserves (vrij van RV)
• RV = 30% tenzij de uitkering komt uit liquidatiereserves
Oefening 1. p.419
VOORWAARDE 1. Grens voor het intrestpercentage: 5%
1. geldlening door de echtgenote van bestuurder Adriaansens 10.000 EUR
• komen in de aanmerking voor de herkwalificatie
• 10.000*1%= 100 in code 1301(want de rente voor de voorschotten is 6% en de marktrente is 5%)
2. geldlening door aandeelhouder Guy Deprez 7.5000 EUR
• komen in de aanmerking voor de herkwalificatie
• 7.500*1% =75 in code 1301(want de rente voor de voorschotten is 6% en de marktrente is 5%)
3. geldlening door de oom van de bestuurder 12.500 EUR
• 12.500*1%= 125 in code 1210: overdreven intresten
• want de rente voor de voorschotten is 6% en de marktrente is 5% en er is geen band met de vennootschap
daardoor is het een verworpen
4. geldlening door een managementvennootschap in Jersey (geen mandaat) 125.000 EUR
• Art 73 ten vierde quater van de koninklijk besluit KB/WIB!: Jersey staat ertussen à de intresten volledig verwerpen!
• 6 % x 125.000 = 7.500 in code 1239. Indien vennootschap een dubbel tegenbewijs kan leveren (= aantonen dat het een
oprechte lening is en niet om belastingen te ontwijken)
VOORWAARDE 2. Grens voor de omvang van de rentegevende lening:
• bedrag lening(en) ≤ gestort kapitaal op de laatste dag van het BJ + de belastbare reserves op de 1e dag van het BJ
• bedrag lening(en) ≤ 27.500 + (1.250 + 5.000 + 1.000 + 2.000 = 9.250) = 36.750
• De leningen 1 en 2 worden niet gekwalificeerd want 17.500 < 36.750.
95
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem
,Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
Oefening 2 p.420 – oplossing op Canvas
VOORWAARDE 1. Grens voor het intrestpercentage: 10%
1. geldlening aan de Nederlandse bestuurdersvennootschap 2.400 EUR brutointrest
• Komt in aanmerking voor herkwalificatie à toegekende rente: 2..000 x 100 % = 12 %, correcte marktrente: 10 %
• 20.000,00 * (12 –10) %= 400,00 in code 1301
2. geldlening aan de aandeelhouder Bellemans 1.800 EUR brutointrest
• Komt in aanmerking voor herkwalificatie à toegekende rente : 1..000 x 100 % = 12 %, correcte marktrente: 10 %
• 15.000,00 * (12 –10) % = 300,00 in code 1301
3. geldlening aan de Belgische bestuurdersvennootschap 3.125 EUR brutointrest
• toegekende rente: 3.125/ 62.500 x 100 % = 5 %, correcte marktrente: 10 % à OK
• 62.500 * 5% is 3.125 eventueel in code 1421, aftrekverbod van art. 207 tweede lid WIB 92 toepassen want onze
vennootschap heeft een laagrentende lening gekregen en op die manier een abnormaal rentevoordeel ontvangen
(zie verder)
4. geldlening aan de Franse S.A. aandeelhouder 1.3000 EUR brutointrest
• geen natuurlijke persoon: toepassing van art. 55 WIB92
• Komt in aanmerking voor herkwalificatie à toegekende rente: 1..000 x 100 % = 13 %, correcte marktrente: 10 %
• 10.000,00 * (13 –10) % = 300,00 in code 1210 VU want is een niet geviseerd voorschot
5. geldlening aan de Belgische verbonden vennootschap 22.000 EUR brutointrest
• Komt in aanmerking voor herkwalificatie à toegekende rente: 22..000 x 100 % = 11 %, correcte marktrente: 10 %
• 200.000,00 * (11 –10) % = 2.00,00 in code 1210 VU want is een niet geviseerd voorschot, de vennootschap is zelf
onderhevig aan vennootschapsbelastin
VOORWAARDE 2. Grens voor de omvang van de rentegevende lening:
• bedrag lening(en) ≤ gestort kapitaal op de laatste dag van het BJ + de belastbare reserves op de 1e dag van het BJ
• bedrag lening(en) ≤ 18.750 + 11.000 = 29.750
• De leningen 1 en 2 worden gekwalificeerd want 35.000 > 29.750.
• 35.000 – 29.750 = 5.250 *10% = 525 invullen in code 1301
96
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem
, Vennootschapsbelasting – Vlaemynck Naomi 2025
4. Tarief van de RV voor toegekende dividenden
• Uitkerende vennootschap houdt de RV in
en stort deze door naar de fiscus
• Aangifte RV (formulier 273 A) moet
binnen de 15 dagen na opeisbaarheid
ingediend worden geeft aan hoeveel RV
dat je al hebt betaald)
• Code 1322 moet je aanvinken
• Basistarief: 30%
4.1 VVPR-bis: Verlaagd RV-tarief voor dividenden uit kapitaalverhogingen sinds 01/07/2013
Kleine vennootschappen kunnen dividenden tegen 20 of 15% RV uitkeren op VVPR-bis kapitaal.
(Ci. AAFisc nr. 9/2014)- Art. 269, § 2 WIB 92
• VVPR betekent Verlaagde Voorheffing/ Précompte Réduit
• Op aandelen uitgegeven vanaf 01/07/2013 door een kleine vennootschap
o Tarief van 20%: van toepassing voor dividenduitkering in het 2e BJ na kapitaalverhoging
o Tarief van 15%: van toepassing voor dividenduitkering vanaf het 3e BJ na kapitaalverhoging
• Voorwaarden:
o Kleine vennootschap voor het jaar waarin de kapitaalinbreng gebeurt
o Inbreng in geld en volstort
o Aandelen op naam
o Aandelen ononderbroken in volle eigendom tussen inbreng en dividendtoekenning
Voorbeeld met inbreng in BJ1
BJ1: 23/04/25-31/12/25: 30% RV
BJ2: 01/01/26-31/12/26: 30% RV
BJ3: 01/01/27-31/12/27: 20% RV
BJ4: 01/01/28-31/12/28: 10% RV
De effectieve uitkering is in BJ 2029 na de AV
4.2 VVPR-ter: Verlaagd RV-tarief voor de uitkering van liquidatiereserves
Art. 269, § 1, 8° WIB 92 + Art. 219quater WIB 92
• Liquidatiereserves uit de te bestemmen boekhoudkundige winst van het BJ na vennootschapsbelasting
o aanleg invullen in code 1012 = 10% afzonderlijke aanslag bovenop de gewone vennootschapsbelasting betalen
o bij uitkering voor vereffening BINNEN de 5 jaar na aanleg= 20% RV betalen (aangelegd vanaf AJ 2018)
o bij uitkering voor vereffening NA 5 jaar na aanleg = 5% RV betalen
• Bij vereffening/liquidatie: uitkering van de liquidatieboni zonder RV
4.3 Vrijstelling RV via M-D Richtlijn = moeder-dochter
Art. 117 KB/WIB 92
• Moeder houdt minimum 10% van de aandelen van de Belgische dochter (op datum toekenning dividend)
• Moeder houdt de aandelen ten minste 1 jaar ononderbroken in bezit (op datum toekenning dividend)
• Dochter kan zonder RV dividenden uitkeren aan de moeder (voor alle landen waarmee België een DBV heeft, mits
enkele uitzonderingen)
• Genieten van de vrijstelling kan via voorlegging attest waarop dit alles blijkt
• indienen aangifte 273 A en code 1322 aanvinken ook al is er een vrijstelling wegens de M-D Richtlijn!
97
Bronvermelding boek: Van Kerchove, W. (2024) Praktisch vennootschapsbelasting. Wommelgem