100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Aardrijkskunde samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
09-04-2025
Written in
2024/2025

in deze samenvatting word alle stof die je in de eerste drie jaar krijgt bij aardrijkskunde genoemd. Er worden voorbeelden en plaatjes gegeven en belangrijke begrippen staan vet gedrukt. het is bondig geformuleerd zodat het geen heel boek is. veel succes en plezier met leren!

Show more Read less
Level
Module









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Secondary school
Level
Module
School year
3

Document information

Uploaded on
April 9, 2025
Number of pages
6
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Aardrijkskunde onderbouw

Demografie zijn de bevolkinskenmerken van een land, bijvoorbeeld het
aantal inwoners/ de bevolkingsdichtheid/ de bevolkingsspreiding.
Urbanisatie: urbanisatiegraad (ook wel de verstedelijkingsgraad):
percentage van de bevolking dat in een stad woont. Hoe hoger dit
percentage, hoe hoger de welvaart (over het algemeen). Het
urbanisatietempo is het percentage waarmee de stedelijke bevolking
groeit of daalt per jaar. Hoe hoger de ontwikkeling van een land, hoe lager
het urbanisatietempo.

Bevolkingsdiagrammen, verschillende vormen van diagrammen:
piramide relatief jonge bevolking, veel geboortes en een hoog
sterftecijfer. Kogel/ granaat: relatief oude bevollking. Het sterftecijfer
daalt hier. Ui/ urn: grootse gedeelte van de bevolking is 40+ en er komen
steeds meer ouderen bij.




Het demografisch transitiemodel bestaat uit 5 fases, die de verschillen
tussen geboorte- en sterftecijfer weergeeft. Over het algemeen: hoog
sterftecijfer en hoog geboortecijfer is een armer land en fase 1/2 , wanneer
het sterfte- en geboortecijfer beiden laag zijn zit een land in fase 4/5 , fase
3 zit hier een beetje tussen in.

Jongere mensen wonen/ werken/ studeren meestal in stedelijk gebied
terwijl ouderen juist veel in de binnenlanden leven. Regionale diversiteit
het verschil tussen gebieden, bijvoorbeeld qua demografie. Ruraal =
buiten-stedelijke gebieden (platteland), urbaan = stedelijke gebieden

Geboorte- en sterftecijfer
geboortecijfer: aantal geboortes per 1000 inwoners per jaar
sterftecijfer: aantal sterfgevallen per 1000 inwoners per jaar
geboortecijfer – sterftecijfer = natuurlijke bevolkingsgroei

Mensen migreren om verschillende redenen. Pull factoren zijn de
redenen waarom een migrant ergens naar toe wil, en push factoren zijn
de redenen waarom een migrant ergens vandaan wil vertrekken. Het
migreren binnen de landsgrenzen is binnenlandse migratie.

, Het migratiesaldo is immigratie – emigratie. Bij een negatief saldo
vertrekken er mensen, en bij een positief saldo komen er mensen bij. De
groei of krimp van de bevolking door migratie is de sociale
bevolkingsgroei. Mensen migreren niet zomaar, en ze hebben hier
bepaalde middelen voor nodig. Een voorbeeld is aspiratie dit is de kennis
over de mogelijkheden of kansen die je op een andere plek zou kunnen
krijgen. Je hebt kennis nodig voordat je weet waar het ‘beter’ is. Ook heb
je natuurlijk de middelen zoals geld nodig om te kunnen emigreren. Dit
heet de capaciteiten. Hierdoor zie je dat wanneer de ontwikkeling van
lagelonenlanden omhoog gaat, de emigratie in eerste instantie juist
toeneemd. Dit door toenemende capaciteiten en aspiratie. Regionale
diversiteit is de variatie tussen gebieden wat betreft een geografisch
concept. Bijvoorbeeld het verschil in bevolkingsdichtheid,
leeftijdsverwachting etc.

Fysische geografie: natuurlijke aardrijkskunde, gaat over geologie,
klimaten, landschappen ofwel natuurlijke processen rondom of in de aarde.
Endogene krachten: krachten die van van binnenuit op de aarde
inwerken. Bijvoorbeeld een vulkaanuitbarsting. Exogene krachten zijn
krachten die van buitenaf inwerken op de aardkorst. Bijvoorbeeld erosie.

Meneer koppen heeft het klimaatsysteem bedacht. Dit gaat als volgt:

A: tropische klimaten

B: droge klimaten, neerslag minder dan 400mm per jaar

C: zee klimaat/ gematigd klimaat, in de winter warmer dan -3 en in de
zomer warmer dan 10 graden

D: landklimaat, in de winter kouder dan -3 graden

E: koude klimaten, +berger = poolklimaat

Cs: middelandse zee klimaat

Kleine letters geven aan: ‘s’: droge zomer, ‘f’: hele jaar neerslag, ‘w’:
droge winter. Kleine letters kunnen enkel achter A,C,D.

Platentektoniek
het verschuiven van aardplaten, drie bewegingsrichtingen mogelijk:

Convergent: 2 platen gaan naar elkaar toe, hierbij duikt de zwaarste
plaat (zeeplaat altijd zwaarder dan aardplaat) onder de lichtste plaat
(subductie), deze plaat smelt, wat zorgt voor een teveel aan magma,
waardoor er bij convergentie veel kans is op vulkanisme (proces waarbij
materiaal vanuit de mantel uit de aardkorst komt). En daarna ook
gebergten. Een natuurramp is een ramp door de natuur. Een explosieve
vulkaan is een stratovulkaan. Deze heeft een steile helling. Vulkanen
£5.34
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
tjoresbrouwer

Get to know the seller

Seller avatar
tjoresbrouwer
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
11 months
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
9 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions