Franse literatuur in de middeleeuwen
Met Franse middeleeuwse literatuur worden de werken bedoeld die geschreven werden tussen 1000 en
1500.
Deze periode wordt in Nederland 'de tijd van monniken en ridders' genoemd (tijdvak 4), ook wel de
hoge en late middeleeuwen.
De Franse middeleeuwse literatuur werd in verschillende Romaanse talen geschreven, vaak gezongen of
voorgedragen, zoals de langues d'oïl in het noorden en de langues d'oc in het zuiden.
Middeleeuwse teksten werden vaak (vrij) vertaald en bewerkt.
Het oudst bekende document is de Eed van Straatsburg uit 842.
Dit was een schriftelijke overeenkomst tussen Karel de Kale en Lodewijk de Duitser.
Feodale tijd
Vanaf ongeveer 1000 breekt de feodale tijd aan.
De macht ligt in de handen van de adellijke heren en de kerk (de tijd van monniken en ridders).
's Winters krijgen de kastelen bezoek van rondtrekkende jongleurs die in de kastelen epische liederen
zingen, de chansons de geste.
Deze gaan over heldhaftige ridders, vaak uit de tijd van Karel de Grote.
Eén van de bekendste chansons de geste is het Chanson de Roland, dat in het Nederlands is vertaald als
het Roelantslied.
De verheerlijking van heldendom, gebaseerd op trouw aan de koning en de onderlinge band tussen
ridders, werd ook beïnvloed door de kruistochten die in deze periode plaatsvinden.
De hoofse tijd
Vanaf de 12e eeuw bloeit de hoofse literatuur: la littérature courtoise.
Troubadours bezingen in hun gedichten de volmaakte liefde, waarin gevoelens belangrijk zijn en de
vrouw een grote rol krijgt.
De op mannelijke waarden gebaseerde chansons de geste veranderen van karakter en worden hoofse
romans of romans courtois.
Er zijn verschillende soorten romans courtois: zo is er een Bretonse cyclus over koning Arthur en de
ridders van de Ronde Tafel, geschreven door Chrétien de Troyes.
De eerste bekende vrouw uit de middeleeuwse Franse letterkunde is Marie de France, die leefde aan het
hof van Hendrik en Alienor (in Engeland).
Zij schreef lais, korte sprookjesachtige teksten in versvorm.
Daarnaast bestaat er ook een satirische vorm van literatuur, die de spot drijft met de adel en de
geestelijken.
Het bekendste voorbeeld hiervan is Le roman de Renart uit de eerste helft van de 13e eeuw.
Einde van de middeleeuwen
In de 14e en 15e eeuw werd Frankrijk geteisterd door oorlogen, epidemieën en hongersnood.
L'amour courtois
Ridders en koningen verrichten vaak heldendaden om de Iiefde van een vrouw te winnen.
Zij moeten zich daarbij houden aan de regels van de hoofse liefde (l'amour courtois), een belangrijk
thema in de middeleeuwse literatuur.
Hoffelijkheid (courtoisie) is een verfijnde en respectvolle manier van omgaan met elkaar gebaseerd op de
omgangsvormen van het hof.
Het gaat vaak om onmogelijke liefdes, bijvoorbeeld tussen een ridder en een getrouwde dame die
hoger geplaatst is.
De man gedraagt zich als haar nederige vazal en probeert haar Iiefde te verdienen door zich dapper
en nobel te gedragen.
Aan het hof heeft de ridder andere idealen dan op het strijdtoneel: behalve hoffelijkheid zijn dat
hulpvaardigheid en vrijgevigheid (largesse).
Franse literatuur in de zestiende eeuw
Ontdekkers en hervormers
Het is de eeuw waarin een nieuwe geest doorbreekt, die van de renaissance, van het humanisme en van
de hervorming.
1
, Met de renaissance wordt de herontdekking van de klassieke oudheid bedoeld.
Er ontstaan 'collèges' waar men Grieks, Latijn en Hebreeuws doceert.
Zowel de renaissance als het humanisme ontwikkelden een nieuwe belangstelling voor het menselijke, in
tegenstelling tot het goddelijke.
De bestudering van de Bijbel leidde tot de hervorming die de godsdienst wilde bevrijden van alle
overbodige uiterlijke vormen, aangevoerd door Luther en Calvijn.
Maar het was ook de eeuw van de godsdienstoorlogen, en de eenvoudige mensen stierven door
hongersnoden en epidemieën.
Oogsten mislukten door de uitzonderlijke kou, vooral in het laatste kwart van de zestiende eeuw.
Literatuur was uitsluitend voorbehouden aan de rijke adellijke bovenklasse.
De Franse taal
Frans wordt de literaire taal in Frankrijk en in deze eeuw komen de belangrijkste genres van de moderne
literatuur tot bloei, namelijk verhalend proza, essays en toneel.
Franse literatuur in de zeventiende eeuw
Bloeiperiode
De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden maakt in de zeventiende eeuw — 'de tijd van regenten en
vorsten' — een bloeiperiode door op het gebied van handel, wetenschap en kunsten.
Ook Frankrijk kent een periode van grote rijkdom: men spreekt van Le grand siècle, de eeuw waarin
Lodewijk XIV (1643—1715) — de 'Zonnekoning' — de absolute monarchie vestigt en door een aantal
oorlogen de macht en het grondgebied van Frankrijk vergroot.
Het wordt hierdoor het machtigste land van Europa. Dit blijkt vooral uit de invloed van de Franse taal
en cultuur.
De Franse taal
De regels voor de Franse taal worden vastgelegd, onder andere door de Académie française die in 1634
wordt opgericht.
De eerste woordenboeken verschijnen met spellingvoorschriften, die sindsdien bijna niet meer zijn
veranderd.
Het classicisme
Lodewijk XIV heeft grote invloed op het literaire leven.
Onder zijn invloed en die van zijn hofhouding in Versailles wordt het classicisme de belangrijkste
literaire stroming in de zeventiende eeuw.
Enkele kenmerken van het classicisme:
1. Terugkeer naar auteurs uit de oudheid;
2. Vaste regels voor literaire genres;
3. Aandacht voor het innerlijk leven van de personages;
4. Gebruik van heldere, verheven taal;
5. Goede smaak, bijvoorbeeld geen geweld op het toneel; - leerzaam voor de toeschouwers.
Toneel
Tragedie (treurspel) Blijspel
Tijd Speelt in een andere, vroegere Speelt in het heden
tijd
Personages Bijzondere personen Gewone mensen
Toon Dood en noodlot, ongelukkige afloop Lach, komische effecten, goede afloop
Vorm Alexandrijnen op rijm, vijf bedrijven Proza of versvorm, één, drie of vijf
bedrijven
Regels Eenheid van tijd, plaats en handeling: binnen 24 Meer vrijheid
uur, op één laats, één verhaallijn
Titel van stuk Eigennaam Algemene naam of groepsnaam (Les
Femmes savantes)
Andere genres, andere auteurs
2