100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Volledige samenvatting van het vak abdomen, partim spijsverteringsorganen

Rating
-
Sold
-
Pages
208
Uploaded on
05-03-2025
Written in
2020/2021

Samenvatting van het onderdeel spijsverteringsorganen, van het vak abdomen, gegeven in de bachelor geneeskunde. Inclusief casuïstiek, figuren en histologische afbeeldingen. Met deze samenvatting heb ik een 16/20 gehaald.

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
March 5, 2025
Number of pages
208
Written in
2020/2021
Type
Summary

Subjects

Content preview

Les 1: Organisatie van de GI tractus
Er zijn 3 functies die door het GI stelsel worden uitgevoerd namelijk: digestie, absorptie en een
barrièrefunctie. Deze worden door specifieke mechanismen (later besproken) gecontroleerd. De
digestie is de vertering van de voeding die we opnemen, deze bestaat vooral uit vetten, koolhydraten
en eiwitten. Deze worden afgebroken tot bouwstenen waar het lichaam mee kan werken. Absorptie is
wanneer de verteerde voedingsstoffen worden opgenomen doorheen de darmwand om in de
bloedbaan terecht te komen en elders in het lichaam verbruikt te worden. Via de voeding nemen we
een hele hoop potentiële schadelijke stoffen op, een deel van deze bacteriën worden door het
maagzuur vernietigd en het ander deel moet doorheen ons GI systeem zodat het kan worden
uitgescheiden eerder dan het lichaam binnen te dringen.

1. Controle en regulatie
Om al deze functies te coördineren zijn er verschillende controle niveaus die er voor zorgen dat alles
op een geordende manier verloopt. Zo kan de werking van het maag-darm systeem continu worden
afgestemd op de context van het lichaam: post-prandiaal, honger, waak en slaap. Hevige emoties en
chronische stress gaan er voor zorgen dat het maag-darm systeem op een andere manier gaan werken
dan in rustige omstandigheden.

Er is een interactie tussen verschillende controle niveaus die in 2 richtingen kunnen werken, er is een
wisselwerkingen tussen de hersenen en het GI stelsel. Het GI stelsel heeft zijn eigen zenuwstelsel: het
enterisch zenuwstelsel, het zijn zenuwen en ganglia die doorheen het hele GI stelsel lopen in de wand
van de darmen en die volledig zelfstandig van het autonome zenuwstelsel kan functioneren. Het is een
geprogrammeerd zenuwstelsel dat het doel heeft om voeding van de mond naar de aars te doen
verplaatsen op een tempo zodat het genoeg tijd heeft om te absorptiefunctie te kunnen bewerkstellen.
Via het CZS wordt de functie gestuurd op basis van de context. De gut-brain axis: de darmen sturen
informatie naar de hersenen over wat er aan het gebeuren is in het GI stelsel die tot een
gewaarwording kunnen worden vertaalt en zo een effect gaan uitoefenen op neuronaal gemedieerde
reflexen. De hersenen gaan bepalen hoe het GI stelsel zich moet gedragen in bepaalde
omstandigheden. Als je in een actieve/ fight or flight situatie zit dan gaan de hersenen de darmen op
een andere manier aansturen in vergelijking met wanneer je in rust bent.


Er zijn verschillende systemen die ervoor zorgen dat de communicatie op een goede manier verloopt.
Hormonaal: er worden hormonen vrijgegeven door het GI stelsel die effect gaan hebben op
verschillende delen van het lichaam door te circuleren in het bloed (endocrien), andere endocriene
klieren kunnen op deze manier ook effect hebben op het GI stelsel. Er is paracriene communicatie
mogelijk (via neuroendocriene cellen) door het vrijgeven van paracriene hormonen die hun invloeden
in de omgeving gaan hebben. Er is ook neurocriene communicatie waarbij zenuwuiteinden van het
enterisch zenuwstelsel en extrinsieke neuronale banen mediatoren gaan vrijgeven die effect hebben
op nabij liggende cellen en op deze manier voor hormonale communicatie kunnen zorgen. De tweede
manier van communicatie is neuromusculaire communicatie waarbij het enterisch zenuwstelsel en het
autonome zenuwstelsel signalen gaan sturen naar de spierlagen van het GI stelsel om op deze manier
tot meer of minder activiteit te leiden. Er is ook een immunologische factor waarbij immunologische
cellen de activiteit van het GI-stelsel gaan moduleren bv mestcellen. Het mircobioom is iets dat ze nog
maar net ontdekt hebben, het speelt een belangrijke rol in het ontstaan van ziektebeelden.


1

,1. Hormonen
Verteringshormonen worden aangemaakt in het GI-stelsel die zowel een werking hebben op de nabij
liggende cellen (paracriene werking) of die een effect hebben op het hele lichaam via de bloedbaan
(endocriene werking). De hormonen gaan lokaal of algemeen circuleren en binden aan specifieke
receptoren om een eind effect tewerk te stellen. Het GI-stelsel bevat erg veel hormoon producerende
cellen, je kan dus zeggen dat de GI-tractus het grootste endocrien orgaan is.

De effecten van de GI hormonen:

- Motiliteit. Door het inwerken op niet enkel de gladde spiercellen maar ook op de
zenuwuiteinden van het enterisch en het autonoom zenuwstelsel.
- Secretie door het inwerken op de epitheelcellen van het GI stelsel om zo een invloed te hebben
om de secretie van zouten en vocht.
- Absorptie
o Nutriënten
o Water en elektrolyten
- Groei
o De hormonen zorgen er voor dat ons lichaam kan reageren op situaties die hypertrofie
en groei van onze cellen verwacht.
- Vrijstelling van andere hormonen

De vrijstelling van hormonen kan op verschillende manieren gebeuren:

- Neurale activiteit zoals gastrine en motiline.
o Gatrine wordt onder invloed van ons autonome zenuwstelsel vrijgegeven door de G-
cellen in het antrum van de maag en hier gaan circuleren in het bloed. Terhoogte van
de fundus en de corpus van de maag gaat het inwerken op de pariëtale cellen die zuur
gaan produceren om op deze manier de zuursecretie te moduleren.
o Motiline is een motiliteitssitmulerend hormoon dat wordt vrijgegeven onder invloed
van neuronale stimulatie door de basis motiliteit/ peristalitiek.
- Distensie van het GI stelsel gaat ook zorgen voor het vrijgeven van hormonen. Als de
neuroendocriene cellen, die ingebed zitten tussen de epitheelcellen van het Gi-stelsel, prikkels
of mechanische stimulatie ondervinden gaan deze aan de basale zijde hun hormonen
vrijstellen die gaan werken op zenuwuiteinden om zo peristaltiek en peristaltische reflex te
induceren.
- Chemische stimulatie kan ook een trigger zijn. De aanwezigheid van nutriënten gaat de
productie van neuroendocriene hormonen triggeren. Dit gebeurt vooral in het duodenum
waar de sensing van de aanwezigheid van voeding plaatsvindt. Afhankelijk van de
samenstelling van de voeding (bv het vetpercentage) gaat er meer of minder van een bepaald
hormoon worden vrijgesteld dat dan een effect heeft op de productie van gal of pancreassap.




2

,1.1 Enteroendocriene cellen
Enteroendocriene cellen zijn gespecialiseerde
endocriene cellen die ingebed zitten tussen de
epitheelcellen, ze gaan op deze manier
communiceren met de elementen van het GI
stelsel.
Endocrien: afgeven aan de bloedbaan.
Paracrien: afgeven aan een nabij liggende cel.
Autocrien: aan de enterocriene cel zelf via een soort
feedback mechanisme.
Synaptisch/ neuronaal: mediatoren worden
vrijgezet die gaan inwerken op afferente
zenuwbanen.


Afhankelijk van de neurotransmitter die wordt aangemaakt, zullen de endocriene cellen anders
noemen. Er bestaan serotonine endocriene cellen die een effect hebben op de peristaltiek en vooral
via de synaptische werking zullen werken. Serotonine werkt in op de afferente enterische zenuwen die
de peristaltische reflex gaan induceren. Gastrine is een endocriene stof die wordt geproduceerd door
G cellen in het antrum van de maag dat zo naar de bloedbaan gaat en thv de pariëtale cellen de werking
gaat uitvoeren door de maagzuursecretie te stimuleren. Somatostatine wordt vrijgesteld door
gespecialiseerde endocriene cellen die een inhiberende werking uitvoert op nabij liggende cellen, het
wordt dus aangemaakt door paracriene cellen. Het gaat zo de werking van andere endocriene cellen
(bv die gastrine produceren) moduleren. VIP (vasoactieve interstinal peptide) werkt voornamelijk in
op de secretie van de nabij liggende enterocyten op een paracriene wijze. De endocriene cellen kunnen
beginnen prolifereren en ontaarden om zo een gezwel/ tumor te vormen -> neuro endocriene
tumoren (NET tumoren) die we gaan noemen naar de specifieke cel waarin de tumor gelegen is:

- Als het voorkomt in serotonine producerende cellen dan spreek je over een carcinoïde tumor,
het zijn tumoren die gepaard gaan met het ontstaan van diarree, flushing, bronchocontrictie
en tachycardie.
- Als het vooral gastrine producerende cellen zijn die gaan ontaarden dan spreek je van een
gastrinoom, er wordt dan veel maagzuur geproduceerd dat niet meer gebufferd wordt. Deze
mensen gaan diarree hebben door de grote hoeveelheden vocht die door de maag wordt
aangemaakt. Ze gaan ook heel hardnekkige zweren vertonen thv de maag en het duodenum.
- Als het een VIP producerende tumor is, dan spreken we van een viposomatostatinoma (zien
we niet).

Paracriene mediatoren
Endocriene cellen produceren mediatoren die een effect gaan
hebben op cellen in de directe omgeving. We gaan meestal een
beperkt effect hebben in de nabij gelegen omgeving. Bv in de
maag zien we somatostatine producerende endocriene cellen
die een effect gaan hebben op de nabij liggende gastrine
producerende endocriene cellen van de maag, somatostatine
gaat de productie van gastrine remmen zodat er minder
maagzuur wordt geproduceerd. Histamine werkt eerder
prosecretoir waardoor we adhv anti-histamine therapie
mensen met refux kunnen behandelen.



3

, Neurocriene mediatoren
Het zijn endocriene cellen die direct beïnvloed worden door
zenuwuiteinden die gastro-intestinale peptiden en hormonen
gaan vrijstellen bv GRP (gastrine releasing peptide) die gaan
inwerken op de G-cellen van de maag en op deze manier de
maagzuur secretie gaan beïnvloeden. Er zijn ook
zenuwuiteinden die VIP uitscheiden thv de musculatuur van
het GI-stelsel met als effect relaxatie van de gladde
spiercellen. Er zijn ook zenuwuiteinden die enkefalines gaan
vrijgeven die een structuur hebben van endocriene opiaten
die op opiaatreceptoren gaan inwerken.

Er zijn nog andere mediatoren die op deze manier kunnen communiceren zoals gastrine, somatostaine,
neurotensine en substrance p.

1.2 Gastrine
De pariëtale cellen komen voor in de corpus en de fundus van de maag, ze bevatten protonpompen
aan de luminale zijde van de maag die protonen gaan produceren. Deze cellen worden aangestuurd
door verschillende mediatoren: gastrine gaat de maagzuurproductie doen toenemen via fosfolipase c,
histamine gaat de maagzuursecretie doen toenemen door AC en de vorming van cAMP. De pariëtale
cellen worden ook rechtsreeks beïnvloed door acetylcholine dat wordt vrijgesteld door
postganglionaire cholinerge muscarine zenuwen van het autonome zenuwstelsel die op deze manier
ook de maagzuursecretie kunnen modeleren.

Gastrine wordt geproduceerd in de G cellen van het antrum
van de maag onder invloed van de aanwezigheid van voeding
in de maag, of een hoge pH in de maag. Na een maaltijd is er
een extra toevoeging van protonen nodig in de maag om het
verteren van het eten te garanderen en dit gaat gebeuren
door de productie van gastrine.
Gastrine heeft als effect het stimuleren van de
maagzuursecretie en het heeft ook een prolifererende functie
thv de maagmucosa (groeihormoon effect) waarbij de
pariëtale cellen beginnen de hypertrofiëren en te repliceren
en uiteindelijk gaan zorgen voor een toegenomen massa van
het aantal patiëtaalcellen.




In bepaalde situaties kan er een hypergastrinemie optreden bv onder invloed van een gastrinoma,
Zollinger-Ellison syndroom dat een neuroendocriene tumor is die de G-cellen van de maag aantast. Het
kan ook voorkomen bij het nemen van maagzuurremmers, feedback gewijs gaat de gastrine in de maag
toenemen met als doel de stijging van de pH in de maag te compenseren maar dit zal niet lukken. Bij
chronische maagatrofie zie je dat het epitheel van de maag atroof wordt en zijn functie niet meer kan
uitoefenen, ze hebben dan minder maagzuurproductie en minder neuroendocriene functie. De
zuurtegraad in de maag kan dan minder gemakkelijk vastgehouden worden. Het is iets dat je ziet
optreden bij een chronische infectie met helicobacter pylori die zorgt voor atrofie of bij een auto-
immune gastritis waarbij er antilichamen tegen pariëtaal cellen ontstaan in een auto-immune context
(-> maagzuur secretie komt in het gedrang).


4
£63.38
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
eileenvermeer

Get to know the seller

Seller avatar
eileenvermeer Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
1
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
13
Last sold
10 months ago

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions