Funbio samenvatting H.28
Alle eukaryoten organismen die geen plant, dier of schimmel zijn, vallen onder de protisten,
dit is dus het overgrote deel van de eukaryoten. Deze protisten zijn niet monophyletische (niet
dezelfde voorouder), daarom kan de term ‘protisten’ eigenlijk niet gebruikt worden. De
meeste protisten zijn eencellig, maar er zijn ook meercellige protisten.
Endosymbiose: de interactie tussen twee organismen
waarbij het ene organisme in de andere leeft. Het is de
verklaring voor het ontstaan van mitochondriën en
chloroplasten.
Mitochondria en plastiden komen veel overeen met
bacteriën:
Overeenkomstig in vorm en grootte
Overeenkomstige deling
Dubbele membraam
Aanwezigheid DNA
Sterke homologie in DNA.
Sterke homologie in ribosomen
Sterke homologie in transporters en enzymen in
bacteriële plasmamembraam en de binnen membraan
van de organellen.
De mitochondria stammen af van de Alpha proteobacteria. Dit hebben ze ontdekt door het
16S rRNA gen te sequensen. De mitochondria werd vergeleken met veel bacteriën, en hij had
de meeste overeenkomst met de Alpha proteobacteria.
Bij het ontstaan van de eukaryoten was er eerst een endosymbiose tussen een archaea en een
Alpha proteobacteria. Daarna was er een endosymbiose tussen een heterotrofe eukaryoot en
een cyanobacterie. Hierdoor ontstonden fotosynthetiserende eukaryoten (groen en roodalgen).
Daarna kwam er secundaire symbiose waarbij een heterotrofe eukaryoot een groene of een
rode alg opneemt. Het bewijs hiervoor ligt hem in de aanwezigheid van een kleine kern met
DNA in de plastiden die homoloog is met het DNA van een alg.
Binnen de eukaryoten heb je vier supergroepen:
1. Excavata
2. SAR
3. Archaeplastida (vallen de planten onder)
4. Unikonta (vallen de fungi en dieren onder).
Binnen de protisten is er veel diversiteit:
Voeding
Autotroof: fotosynthese (algen)
Heterotroof: absorptie van organisch materiaal of absorptie van partikels
Mixotroof: fotosynthetisch en heterotrofie
Voortplanting
Ongeslachtelijk
Geslachtelijk
Sommige zijn eencellig (meerderheid) en sommige zijn meercellig (minderheid)
Ook zijn de protisten verschillend in grootte.
Alle eukaryoten organismen die geen plant, dier of schimmel zijn, vallen onder de protisten,
dit is dus het overgrote deel van de eukaryoten. Deze protisten zijn niet monophyletische (niet
dezelfde voorouder), daarom kan de term ‘protisten’ eigenlijk niet gebruikt worden. De
meeste protisten zijn eencellig, maar er zijn ook meercellige protisten.
Endosymbiose: de interactie tussen twee organismen
waarbij het ene organisme in de andere leeft. Het is de
verklaring voor het ontstaan van mitochondriën en
chloroplasten.
Mitochondria en plastiden komen veel overeen met
bacteriën:
Overeenkomstig in vorm en grootte
Overeenkomstige deling
Dubbele membraam
Aanwezigheid DNA
Sterke homologie in DNA.
Sterke homologie in ribosomen
Sterke homologie in transporters en enzymen in
bacteriële plasmamembraam en de binnen membraan
van de organellen.
De mitochondria stammen af van de Alpha proteobacteria. Dit hebben ze ontdekt door het
16S rRNA gen te sequensen. De mitochondria werd vergeleken met veel bacteriën, en hij had
de meeste overeenkomst met de Alpha proteobacteria.
Bij het ontstaan van de eukaryoten was er eerst een endosymbiose tussen een archaea en een
Alpha proteobacteria. Daarna was er een endosymbiose tussen een heterotrofe eukaryoot en
een cyanobacterie. Hierdoor ontstonden fotosynthetiserende eukaryoten (groen en roodalgen).
Daarna kwam er secundaire symbiose waarbij een heterotrofe eukaryoot een groene of een
rode alg opneemt. Het bewijs hiervoor ligt hem in de aanwezigheid van een kleine kern met
DNA in de plastiden die homoloog is met het DNA van een alg.
Binnen de eukaryoten heb je vier supergroepen:
1. Excavata
2. SAR
3. Archaeplastida (vallen de planten onder)
4. Unikonta (vallen de fungi en dieren onder).
Binnen de protisten is er veel diversiteit:
Voeding
Autotroof: fotosynthese (algen)
Heterotroof: absorptie van organisch materiaal of absorptie van partikels
Mixotroof: fotosynthetisch en heterotrofie
Voortplanting
Ongeslachtelijk
Geslachtelijk
Sommige zijn eencellig (meerderheid) en sommige zijn meercellig (minderheid)
Ook zijn de protisten verschillend in grootte.