3. Verkennen, verbinden en verrijken via spel en spelen
3.1 inleiding
- spelen is belangrijk voor de ontw. van kinderen
3.2 “Spelen” - ¨spelactiviteiten van kinderen¨
Spelen is…
- Het bezig zijn (actief zijn) is het doel op zich
- De kleuter is actief bezig
- Een kleuter vindt wat hij doet leuk
- De kleuter kiest ervoor om te spelen
- Het kan niet geforceerd worden
bv. een opdracht uitvoeren (werkblad) kan ook plezier meebrengen voor de kleuter, dus
wanneer is het kind echt aan het spelen?
Spelactiviteiten = Georganiseerde speelse bezigheden die gericht zijn op ontwikkeling en
plezier. → vrijheid van handelen
- KL moet observeren
Deze activiteiten bevorderen vaardigheden zoals creativiteit, motoriek en samenwerking.
- Spontaan spel = spelactiviteit waarbij er max. mogelijkheden zijn voor initiatieven +
invulling bv. als ze treintje nemen moet ied. dezelfde routine nemen, anders
commentaar
- Geleid Spel = een spel dat voorbereid is door de begeleiders en waarbij ze aan
kinderen zeggen wat ze moeten doen.
Gelijkenis : allebei spontaan
3.3 Het belang van spelen voor de ontwikkeling van jonge kinderen
3.3.1 Al spelend verkennen spelen kinderen hun natuurlijke en hun sociaal-culturele
leefwereld
bv. Gebruiken van mens en vork, aantrekken van een hoed
- verkennen van rollen, waarden, normen, regels, gebruiken, … die in onze cult,
gewaardeerd en gehanteerd worden
, 3.3.2 Al spelend ontwikkelt het kind in alle ontwikkelingsvelden
Persoonsgebonden -en Cultuurgebonden ontwikkelingsvelden
1. Socio-emotionele ontwikkeling = Ontwikkeling van oriëntatie op de wereld
nastreven dat iedere kind met samenleving (divers., beroepen)
zichzelf, andere kinderen en bewegingscult.
omringende mensen kan tijd (belangstelling voor verleden)
communiceren en zo in relatie ruimte
treden. techn. + natuur
bv. materiaal delen, beurt afwachten, Zelf eigensch. van voorw. en materialen
overleggen, elkaar helpen laten ontdekken en vergelijken.
Gevolg : leren omgaan met eigen
gevoelens + anderen
2. Ontwikkeling van een innerlijk 2. Mediakundige ontwikkeling
kompas = waarden, doelen en
interesses die richting en betekenis bv. digitale spelletjes, online spelletjes, …
geven aan het leven van iem. en
hun id.ontwikkeling
3. Ontwikkeling van initiatief en 3. Muzische ontwikkeling
verantwoordelijkheid
- Kleuter kan creatief problemen Gevolg :
oplossen fantaseren + nieuwe contexten verzinnen
- Stimuleren fantasie + doen + creëren
voorstellingsvermogen bv. steel =
zwaard om dief weg te jagen
(objectivatie)
4. Motorische en zintuiglijke 4. Taalontwikkeling = kinderen die
ontwikkeling = spec. vaardigheden geconfronteerd worden met problemen
voor handiger, vloeiender, moeten deze kunnen verwoorden
efficiënter, nauwkeuriger en
zelfstandiger te kunnen bewegen bv. rollenspel → stimuleren benoemen +
beschrijven voorwerpen, handelingen,
gevoelens en wensen
5. Ontwikkeling van wiskundig denken
bv. fictief prijskaartje bij ´winkeltje´ spelen
→ ervaren ruimtel. begrippen (op, onder,
over) + hoeveelh.begrippen
6. Levensbesch. ontw. vanuit RKG
3..3.3 Spelen creëert een zone van naaste ontwikkeling
Zone van naaste ontw. = klein gebied in ontw. van kinderen tussen het al kunnen van iets en
het niet kunnen/begrijpen van iets.
3.1 inleiding
- spelen is belangrijk voor de ontw. van kinderen
3.2 “Spelen” - ¨spelactiviteiten van kinderen¨
Spelen is…
- Het bezig zijn (actief zijn) is het doel op zich
- De kleuter is actief bezig
- Een kleuter vindt wat hij doet leuk
- De kleuter kiest ervoor om te spelen
- Het kan niet geforceerd worden
bv. een opdracht uitvoeren (werkblad) kan ook plezier meebrengen voor de kleuter, dus
wanneer is het kind echt aan het spelen?
Spelactiviteiten = Georganiseerde speelse bezigheden die gericht zijn op ontwikkeling en
plezier. → vrijheid van handelen
- KL moet observeren
Deze activiteiten bevorderen vaardigheden zoals creativiteit, motoriek en samenwerking.
- Spontaan spel = spelactiviteit waarbij er max. mogelijkheden zijn voor initiatieven +
invulling bv. als ze treintje nemen moet ied. dezelfde routine nemen, anders
commentaar
- Geleid Spel = een spel dat voorbereid is door de begeleiders en waarbij ze aan
kinderen zeggen wat ze moeten doen.
Gelijkenis : allebei spontaan
3.3 Het belang van spelen voor de ontwikkeling van jonge kinderen
3.3.1 Al spelend verkennen spelen kinderen hun natuurlijke en hun sociaal-culturele
leefwereld
bv. Gebruiken van mens en vork, aantrekken van een hoed
- verkennen van rollen, waarden, normen, regels, gebruiken, … die in onze cult,
gewaardeerd en gehanteerd worden
, 3.3.2 Al spelend ontwikkelt het kind in alle ontwikkelingsvelden
Persoonsgebonden -en Cultuurgebonden ontwikkelingsvelden
1. Socio-emotionele ontwikkeling = Ontwikkeling van oriëntatie op de wereld
nastreven dat iedere kind met samenleving (divers., beroepen)
zichzelf, andere kinderen en bewegingscult.
omringende mensen kan tijd (belangstelling voor verleden)
communiceren en zo in relatie ruimte
treden. techn. + natuur
bv. materiaal delen, beurt afwachten, Zelf eigensch. van voorw. en materialen
overleggen, elkaar helpen laten ontdekken en vergelijken.
Gevolg : leren omgaan met eigen
gevoelens + anderen
2. Ontwikkeling van een innerlijk 2. Mediakundige ontwikkeling
kompas = waarden, doelen en
interesses die richting en betekenis bv. digitale spelletjes, online spelletjes, …
geven aan het leven van iem. en
hun id.ontwikkeling
3. Ontwikkeling van initiatief en 3. Muzische ontwikkeling
verantwoordelijkheid
- Kleuter kan creatief problemen Gevolg :
oplossen fantaseren + nieuwe contexten verzinnen
- Stimuleren fantasie + doen + creëren
voorstellingsvermogen bv. steel =
zwaard om dief weg te jagen
(objectivatie)
4. Motorische en zintuiglijke 4. Taalontwikkeling = kinderen die
ontwikkeling = spec. vaardigheden geconfronteerd worden met problemen
voor handiger, vloeiender, moeten deze kunnen verwoorden
efficiënter, nauwkeuriger en
zelfstandiger te kunnen bewegen bv. rollenspel → stimuleren benoemen +
beschrijven voorwerpen, handelingen,
gevoelens en wensen
5. Ontwikkeling van wiskundig denken
bv. fictief prijskaartje bij ´winkeltje´ spelen
→ ervaren ruimtel. begrippen (op, onder,
over) + hoeveelh.begrippen
6. Levensbesch. ontw. vanuit RKG
3..3.3 Spelen creëert een zone van naaste ontwikkeling
Zone van naaste ontw. = klein gebied in ontw. van kinderen tussen het al kunnen van iets en
het niet kunnen/begrijpen van iets.