100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

samenvatting CGO hoofdstuk 4 - autismespectrumstoornissen

Rating
-
Sold
-
Pages
6
Uploaded on
03-12-2024
Written in
2023/2024

In deze samenvatting wordt de literatuur behandeld over autisme voor het vak CGO wat valt onder de verpleegkundige kennis in het GGZ blok.

Institution
Module









Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Connected book

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Summarized whole book?
Yes
Uploaded on
December 3, 2024
Number of pages
6
Written in
2023/2024
Type
Summary

Subjects

Content preview

Hoofdstuk 4: autismespectrumstoornis:

4.2: historische achtergrond:
Uit historisch overzicht blijkt dat het concept ‘autisme’ volop in ontwikkeling is.
Er is tot heden discussie over wat het is, en wat het niet is, hoe het eruit ziet en hoe het
wordt veroorzaakt.

4.3: de kenmerken van autisme:
Autisme is een stoornis die zich niet eenvoudig laat omschrijven.
Kan zich op verschillende manieren en in verschillende gradaties uiten.
Er wordt daarom gesproken van een spectrum aan stoornissen: er is een grote variatie in de
manier waarop de stoornis tot uiting komt.
Daarom zijn er in het verleden veel subtypen benoemd in de DSM.

4.3.1: autistische kenmerken volgens DSM-5:
De criteria in de DSM-5 beschrijven een aantal kenmerken van gedrag die samen het
autistisch syndroom vormen.
Ze zeggen niets over de oorzaken van dat gedrag.

Autisme is een pervasieve ontwikkelingsstoornis.
Het kan beperkingen opleveren in allerlei gradaties tijdens alle levensfasen en op alle
levensterreinen.
ASS heeft zowel invloed op het persoonlijk als op het maatschappelijk functioneren. Ze zijn
vaak afhankelijk van andere.

Het is belangrijk om bij ieder individu te kijken naar hoe de stoornis zich uit want bij ieder
persoon is het verschillend.
Toch zijn er overeenkomsten tussen mensen met ASS:
1. Altijd beperkingen in de sociale communicatie en interactie.
2. er is altijd sprake van zich herhalende, stereotiepe patronen van gedrag, belangstelling en
activiteiten.
Om officieel de classificatie te krijgen moet je volgens de DSM-5 aan beide criteria voldoen.
Ook moet er aanwijzingen zijn dat de autistische symptomen al sinds de vroege kindertijd
aanwezig zijn, en moeten ze tot duidelijke beperkingen in het functioneren leiden.

De DSM-5 biedt wel de mogelijkheid om de aanzienlijke individuele verschillen binnen het
spectrum te beschrijven.
Dit gebeurd door de verschillen in ernst aan te geven op basis van de ondersteuning die
iemand nodig heeft.
- Ernst niveau 1: ondersteuning vereist
Geeft aan dat symptomen merkbare beperkingen met zich meebrengen die echter
met goede ondersteuning grotendeels kunnen worden ondervangen.
- Ernst niveau 2: substantiële ondersteuning vereist
De beperkingen zijn duidelijk zichtbaar, ookal is er sprake van ondersteuning.
- Ernst niveau 3: zeer substantiële ondersteuning vereist
Is zo ernstig dat het functioneren op alle levensgebieden beperkt is en er langdurige
en intensieve begeleiding en/of behandeling nodig is.

Individuele verschillen kunnen worden beschreven aan de hand van specifiers, zoals
aanwezigheid van verstandelijke beperking of comorbiditeit.
Het is nu ook mogelijk in de DSM om een dubbele diagnose te stellen. Bijv. autisme in
combinatie met ADHD.
Beperkingen in de sociale communicatie en interactie:
Voor het stellen van de diagnose ASS moeten er altijd beperkingen in de sociale
communicatie en interactie zijn.

, De beperkingen kunnen zeer uiteenlopend zijn.
Het is voor mensen met ASS vaak ingewikkeld om het gedrag van anderen te interpreteren.
Hoe je het gedrag van iemand moet begrijpen is in iedere situatie anders.
Dat maakt het lastig om goed te reageren, je moet goed op ander afstemmen.

Praten gaat sommige erg goed af, maar vaak vallen al snel bijzonderheden op in het gebruik
of gebrek aan taal.
Meeste mensen met ASS vinden het moeilijk om een gesprek te beginnen en te
onderhouden, vooral met vreemden.
Soms is er sprake van eigenaardig taal- of woordgebruik.
Grapjes worden vaak letterlijk genomen net als de taal zelf.

Communiceren gebeurt niet alleen verbaal, maar ook non-verbaal.
Bovendien heeft een boodschap behalve een feitelijke ook een indirecte boodschap, waaruit
emotie of bedoeling spreekt.
Deze indirecte boodschap wordt door mensen met ASS veelal niet opgemerkt.
Daardoor zijn er vaak veel problemen in het communiceren met anderen.

Repetitief gedrag en specifieke interesses:
Voor het stellen van de diagnose ASS moet wel ook altijd gedragskenmerken zijn die vallen
onder de omschrijving ‘repetitief gedrag en specifieke interesses’.
Mensen met ASS zich vaak vastklampen aan bepaalde gewoonten, volgorde in handelingen,
vaste routines en patronen.
Zij hebben een angstig en geobsedeerd verlangen naar gelijkblijvendheid en kunnen in
paniek raken als er een detail in de omgeving veranderd.

Er is dikwijls sprake van rigide denkpatronen die bescherming bieden tegen te veel prikkels.
Deze patronen helpen om de verwarrende en beangstigende buitenwereld controleerbaar te
maken.
Kan zich uiten in geobsedeerd bezig zijn met bepaalde voorwerpen, vrijetijdsbesteding of
hobby’s.
Wat kan leiden tot bijzonder gedetailleerde kennis over een specifiek onderwerk, maar ook
tot grote verzamelingen in huis.
Ook niet-functionele gewoonten en stereotiepe bewegingen komen vaak voor bij mensen
met ASS (wrijven met vingers).

Bijzondere verwerking van zintuigelijke prikkels:
De meeste mensen met autisme hebben iets bijzonders bij het verwerken van prikkels vanuit
de zintuigen: ze zijn gevoeliger, of juist minder gevoelig.
Kan gaan om alle zintuigen: verwerking geluid, licht, aanraking, geur en smaak.
Kenmerk komt veel voor maar hoeft niet per se aanwezig te zijn om autisme te kunnen
classificeren.

Soms wordt ook melding gemaakt van een verhoogde pijn drempel of een schijnbare
ongevoeligheid voor warmte of koude of wordt bepaalde kleding niet verdragen door de
manier waarop het de huid raakt.
Een afwijkende verwerking van de zintuigen kan leiden tot grote problemen in het dagelijks
leven.

4.4: verscheidenheid binnen het spectrum: subtypen:
DSM-5 kent geen subtypen.
Sommige onderzoekers denken dat er verschillende soorten autisme bestaan, maar daar is
nog onvoldoende bewijs voor.
Er zijn door de jaren heen veel termen gebruikt die veel mensen kennen als een vorm van
autisme.
£7.64
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
roozie04

Get to know the seller

Seller avatar
roozie04 Hogeschool InHolland
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
2 year
Number of followers
0
Documents
6
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions