Studentenwerkblad 1 Opzet en culpa
Opgave 1 Opzet
a. Welke drie gradaties van opzet zijn er?
Opzet met bedoeling: het willens en wetens handelen, handelen overeenkomstig
bedoeling.
Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn: het willens en wetens handelen met een
primair beoogd gevolg terwijl ander, niet primair begeerd gevolg, zeker intreedt. Dat
andere gevolg vloeit noodzakelijkerwijs zeker voort uit de handeling, zodat de
betrokkene zich ervan bewust is geweest.
De dader had geen opzet voor het ontstane gevolg, maar dit was wel noodzakelijk
voor wat zijn doel wel was.
Voorwaardelijk opzet: bewust aanvaarden van aanmerkelijke kans dat bepaald
gevolg intreedt. Ondergrens van opzet en ligt het dichtst aan tegen een (bewuste)
culpa.
Verdachte heeft zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat
dat gevolg zou intreden.
b. Wat zijn de voorwaarden voor de ondergrens van opzet en hoe kunnen deze
voorwaarden volgens de Hoge Raad worden vastgesteld? Motiveer uw antwoord aan
de hand van voorgeschreven jurisprudentie.
- Aanmerkelijke kans
‘De in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid’
arrest aanmerkelijke kans.
‘Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene
ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten’ arrest HIV I.
Iemand had wegens omstandigheden ervan uit moeten gaan dat nader
onderzoek moest worden verricht.
- Bewust
Er moet gekeken worden naar wat een objectieve derde persoon gedaan zou
hebben. De wetenschap van elk normaal mens wordt dan toegeschreven aan de
verdachte: normaliseren.
- Aanvaarden
Aard van gedraging:
Omstandigheid van geval:
Uiterlijke verschijningsvormen: bepaalde gedragingen kunnen, behoudens contra-
indicaties, niet anders zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het
gevolg heeft aanvaard (HIV I)
Opgave 3 Culpa
a. Welke gradaties van culpa zijn er?
Roekeloosheid: buitengewoon onvoorzichtige gedraging, dat een zeer ernstig gevaar
in het leven roept en waarvan de verdachte bewust was, of had moeten zijn.
Bewuste schuld: verdachte wist van de mogelijkheid dat het gevolg zou kunnen
intreden, maar is, achteraf, van uitgegaan dat het gevolg toch niet zou ontstaan.
Onbewuste schuld: verdachte wist niet dat de mogelijkheid tot dat gevolg zou kunnen
intreden, maar had daar, gezien de omstandigheden, wel aan moeten denken.
1
Opgave 1 Opzet
a. Welke drie gradaties van opzet zijn er?
Opzet met bedoeling: het willens en wetens handelen, handelen overeenkomstig
bedoeling.
Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn: het willens en wetens handelen met een
primair beoogd gevolg terwijl ander, niet primair begeerd gevolg, zeker intreedt. Dat
andere gevolg vloeit noodzakelijkerwijs zeker voort uit de handeling, zodat de
betrokkene zich ervan bewust is geweest.
De dader had geen opzet voor het ontstane gevolg, maar dit was wel noodzakelijk
voor wat zijn doel wel was.
Voorwaardelijk opzet: bewust aanvaarden van aanmerkelijke kans dat bepaald
gevolg intreedt. Ondergrens van opzet en ligt het dichtst aan tegen een (bewuste)
culpa.
Verdachte heeft zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat
dat gevolg zou intreden.
b. Wat zijn de voorwaarden voor de ondergrens van opzet en hoe kunnen deze
voorwaarden volgens de Hoge Raad worden vastgesteld? Motiveer uw antwoord aan
de hand van voorgeschreven jurisprudentie.
- Aanmerkelijke kans
‘De in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid’
arrest aanmerkelijke kans.
‘Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene
ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten’ arrest HIV I.
Iemand had wegens omstandigheden ervan uit moeten gaan dat nader
onderzoek moest worden verricht.
- Bewust
Er moet gekeken worden naar wat een objectieve derde persoon gedaan zou
hebben. De wetenschap van elk normaal mens wordt dan toegeschreven aan de
verdachte: normaliseren.
- Aanvaarden
Aard van gedraging:
Omstandigheid van geval:
Uiterlijke verschijningsvormen: bepaalde gedragingen kunnen, behoudens contra-
indicaties, niet anders zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het
gevolg heeft aanvaard (HIV I)
Opgave 3 Culpa
a. Welke gradaties van culpa zijn er?
Roekeloosheid: buitengewoon onvoorzichtige gedraging, dat een zeer ernstig gevaar
in het leven roept en waarvan de verdachte bewust was, of had moeten zijn.
Bewuste schuld: verdachte wist van de mogelijkheid dat het gevolg zou kunnen
intreden, maar is, achteraf, van uitgegaan dat het gevolg toch niet zou ontstaan.
Onbewuste schuld: verdachte wist niet dat de mogelijkheid tot dat gevolg zou kunnen
intreden, maar had daar, gezien de omstandigheden, wel aan moeten denken.
1