Samenvatting Theorie Sociale Wetenschappen
Week 1
Drie hoofdvragen:
1. Hoe is de verdeling van inkomen, kennis, status, vermogen enz. in een samenleving en hoe is die te
verklaren?
probleem van ongelijkheid
-Karl Marx
2. Wat is de mate van samenhang in een samenleving en hoe is de mate van samenhang te
verklaren?
probleem van cohesie
-Emile Durkheim
3. In hoeverre doen zich in een samenleving processen van rationalisering voor en hoe zijn die te
verklaren?
probleem van rationalisering
-Max Weber
Aggregatieniveau’s:
-micro: individuen
-meso: groepen
-macro: organisaties/samenlevingen
Voorlopers sociologie:
Auguste Comte: sociologie als de positivistische wetenschap van de samenleving
-extern perspectief: observeren; waarnemen, op zoek naar wetten van menselijk gedrag
- kwantitatieve school van onderzoek doen
Harriet Martineau: sociologie als de wetenschappelijke studie van de moraal
-intern perspectief: verstehen (begrijpen); begrip, waarden, gesprek aangaan
-kwalitatieve school van onderzoek doen
Concepeten:
-kennis:
ontologie: aannames over hoe de echte wereld eruit ziet
epistemologie: hoe bestudeer je de echte wereld?
-sociale structuur: vast patroon in sociaal handelen
-agency: sociale actie capaciteit van mensen om doelgericht hun leven te beïnvloeden; het mogen
kiezen
Marx: sociale klassen
Durkheim: samenhangende gemeenschappen
Weber: bureaucratie
Week 2
Historisch materialisme ongelijkheidsprobleem
Karl Marx:
verveemde arbeid:
-werker in kapitalisme is vervreemd (niet meer werken om te bepalen wie je bent, maar voor geld)
-vrijheid in productie wordt vervangen door vrijheid in consumptie
, geschiedenis mensheid:
-voortgaande strijd tussen groepen over toe-eigening meerwaarde, wie strijkt winst op (ten koste
van arbeiders)?
-bourgeoisie: bezitters
-proletariaat: werkers (geen bezit, alleen arbeid te bieden)
-these: formele productieverhoudingen leiden ertoe dat bezitters steeds meer winst opstrijken,
antithese: armen worden relatief armer (Verelendung), synthese: ongelijkheid leidt tot protest,
protest leidt tot omwenteling, communisme als nieuw regime (socialisme evt als tussenfase)
historisch materialisme:
-economic base: kapitalisme de rest is hierop gebouwd (onderbouw)
-superstructure: niet-economische instituties die ideeën promoten die kapitalisme in stand houden
(bovenbouw)
voorspellingen:
-globalisering consumentisme
-crisistheorie: kapitalisme veroorzaakt crises die het bestaan van kapitalisme bedreigen (kapitalisme
is zijn eigen ondergang)
-concentratietheorie: kleine bedrijven worden weggeconcurreerd
-verelendungtheorie: werkers worden steeds armer
kapitalisme:
-kapitalistische samenlevingen zijn gebaseerd op ongelijkheid ontstaan door ongelijke relaties ten
opzichte van vermogen
-kapitalisme draait om productie en winst
-surplus geproduceerd door arbeider wordt winst voor kapitalist
-vervreemde arbeid: vervreemding van product, productieproces, andere werkers en van zichzelf
-kapitalisme heeft invloed op sociale processen en ideologie
Immanuel Wallerstein:
moderne wereldeconomie:
-de wereld is één economisch systeem: kolonialisme, imperialisme, globalisering
-interdepentie: delen van het systeem zijn afhankelijk van elkaar
wereld-systeem theorie:
-kerngebieden: domineren perfirie-landen strijken winst op
-perfirie: leveren grondstoffen hebben verschillende klassenstructuur
-semiperfirie
internationale inkomensverdeling wordt steeds ongelijker
hypothesen:
-perfirie landen: grotere inkomensongelijkheid
-minimumloon in kernlanden hoger dan in perfirie landen
-economische conflicten tussen kernlanden worden uitgevochten in perfirie landen
-groei van inkomen per hoofd is hoger in kernlanden
verwachting van verandering vanuit systeem: migratie, crises van overproductie en competitie
systematic crisis: escalatie productiekosten, milieuvervuiling toenemende ongelijkheid
ideologie van consumptievrijheid: consumptie bepaalt identiteit ipv beroep, slechts vrij als
consument niet als producent
Week 1
Drie hoofdvragen:
1. Hoe is de verdeling van inkomen, kennis, status, vermogen enz. in een samenleving en hoe is die te
verklaren?
probleem van ongelijkheid
-Karl Marx
2. Wat is de mate van samenhang in een samenleving en hoe is de mate van samenhang te
verklaren?
probleem van cohesie
-Emile Durkheim
3. In hoeverre doen zich in een samenleving processen van rationalisering voor en hoe zijn die te
verklaren?
probleem van rationalisering
-Max Weber
Aggregatieniveau’s:
-micro: individuen
-meso: groepen
-macro: organisaties/samenlevingen
Voorlopers sociologie:
Auguste Comte: sociologie als de positivistische wetenschap van de samenleving
-extern perspectief: observeren; waarnemen, op zoek naar wetten van menselijk gedrag
- kwantitatieve school van onderzoek doen
Harriet Martineau: sociologie als de wetenschappelijke studie van de moraal
-intern perspectief: verstehen (begrijpen); begrip, waarden, gesprek aangaan
-kwalitatieve school van onderzoek doen
Concepeten:
-kennis:
ontologie: aannames over hoe de echte wereld eruit ziet
epistemologie: hoe bestudeer je de echte wereld?
-sociale structuur: vast patroon in sociaal handelen
-agency: sociale actie capaciteit van mensen om doelgericht hun leven te beïnvloeden; het mogen
kiezen
Marx: sociale klassen
Durkheim: samenhangende gemeenschappen
Weber: bureaucratie
Week 2
Historisch materialisme ongelijkheidsprobleem
Karl Marx:
verveemde arbeid:
-werker in kapitalisme is vervreemd (niet meer werken om te bepalen wie je bent, maar voor geld)
-vrijheid in productie wordt vervangen door vrijheid in consumptie
, geschiedenis mensheid:
-voortgaande strijd tussen groepen over toe-eigening meerwaarde, wie strijkt winst op (ten koste
van arbeiders)?
-bourgeoisie: bezitters
-proletariaat: werkers (geen bezit, alleen arbeid te bieden)
-these: formele productieverhoudingen leiden ertoe dat bezitters steeds meer winst opstrijken,
antithese: armen worden relatief armer (Verelendung), synthese: ongelijkheid leidt tot protest,
protest leidt tot omwenteling, communisme als nieuw regime (socialisme evt als tussenfase)
historisch materialisme:
-economic base: kapitalisme de rest is hierop gebouwd (onderbouw)
-superstructure: niet-economische instituties die ideeën promoten die kapitalisme in stand houden
(bovenbouw)
voorspellingen:
-globalisering consumentisme
-crisistheorie: kapitalisme veroorzaakt crises die het bestaan van kapitalisme bedreigen (kapitalisme
is zijn eigen ondergang)
-concentratietheorie: kleine bedrijven worden weggeconcurreerd
-verelendungtheorie: werkers worden steeds armer
kapitalisme:
-kapitalistische samenlevingen zijn gebaseerd op ongelijkheid ontstaan door ongelijke relaties ten
opzichte van vermogen
-kapitalisme draait om productie en winst
-surplus geproduceerd door arbeider wordt winst voor kapitalist
-vervreemde arbeid: vervreemding van product, productieproces, andere werkers en van zichzelf
-kapitalisme heeft invloed op sociale processen en ideologie
Immanuel Wallerstein:
moderne wereldeconomie:
-de wereld is één economisch systeem: kolonialisme, imperialisme, globalisering
-interdepentie: delen van het systeem zijn afhankelijk van elkaar
wereld-systeem theorie:
-kerngebieden: domineren perfirie-landen strijken winst op
-perfirie: leveren grondstoffen hebben verschillende klassenstructuur
-semiperfirie
internationale inkomensverdeling wordt steeds ongelijker
hypothesen:
-perfirie landen: grotere inkomensongelijkheid
-minimumloon in kernlanden hoger dan in perfirie landen
-economische conflicten tussen kernlanden worden uitgevochten in perfirie landen
-groei van inkomen per hoofd is hoger in kernlanden
verwachting van verandering vanuit systeem: migratie, crises van overproductie en competitie
systematic crisis: escalatie productiekosten, milieuvervuiling toenemende ongelijkheid
ideologie van consumptievrijheid: consumptie bepaalt identiteit ipv beroep, slechts vrij als
consument niet als producent