100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Adolescentie 1

Rating
-
Sold
8
Pages
51
Uploaded on
08-08-2019
Written in
2017/2018

Het bevat de totale samenvatting van het examen adolescentie 1. Wil je goed voorbereid het examen ingaan en leren wat de school van je verwacht neem dit document dan door. Veel succes met je examen!

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
August 8, 2019
Number of pages
51
Written in
2017/2018
Type
Summary

Subjects

Content preview

Bachelor in de vroedkunde




Adolescentie 1
Sociologie
Relatievorming
Seksueel risicogedrag
Anticonceptie
Cijfermatige analyse




Yasmila Mekki

,Bachelor in de vroedkunde


Sociologie
Sociologie: De wetenschap die het samenleven van mensen in grotere of kleinere sociale
verbanden bestudeert. Studie van de manieren waarop mensen de problemen van het
samenleven kunnen oplossen.
Sociaal: Alles wat met het samenleven van mensen te maken heeft.

Sociologie zoekt antwoorden op 2 vragen:
1. Hoe worden mensen in hun gedrag beïnvloed door het feit dat zij deel uitmaken van
allerlei samenlevingsverbanden of groeperingen?
 Microniveau: Directe sociale omgeving; gezin, vrienden, collega’s
 Mesoniveau: Grotere verbanden waarvan men deel uitmaakt: Kerk, school,
wijk.
 Macroniveau: De maatschappij als geheel
2. Hoe zit de samenleving in elkaar en hoe functioneert deze?

Sociologie als wetenschap
Iedereen: opvattingen over samenleving en het functioneren van mensen in de samenleving.
(ouderen veroorzaken meer verkeersongelukken, vrouwen kunnen niet rijden)
Sociologie: Empirische wetenschap, systematische waarneming van feiten en onderzoek
over de werkelijkheid hoe mensen erover denken

Weerstanden tegen sociologie:
 Sociologen tonen aan wat iedereen al weet
 De sociologie heeft geen oog voor de individuele verantwoordelijkheid
 Sociologie scheert mensen over één kam en gaat voorbij aan ieders individualiteit.

Sociologie en vroedkunde
Zorgen voor en omgaan met mensen, kennis:
 Eigen gedrag en dat van anderen
 Maatschappelijk factoren m.b.t. zorg, ziekte en gezondheid
 Positie van vroedvrouwen in allerlei groeperingen

Wilterdink en Van Heerinkuizen
Mensen zijn op 3 manieren met elkaar verbonden:
1. Interactie: Mensen zijn op elkaar gericht en stemmen hun gedrag op elkaar af.
Iedereen heeft binden met anderen en ondergaat daardoor de dwingend invloed van
anderen.
Het gedrag van de een leidt tot een reactie van de ander. Reactie is gebaseerd op een
interpretatie (subjectieve definitie van de situatie).
De definitie van de situatie leidt tot interactiepatronen die zich vestigen.
 Identiteit: De wijze waarop iemand zichzelf ziet. Komt tot stand via
interactieprocessen met de sociaal-culturele omgeving; identificatie en
separatie brengen onze identiteit.
Komt tot stand door proces en zelfbespiegeling: Afvragen hoe je bij andere
overkomt en hoe zij jou beoordelen.
Role-taking: In gedachten verplaatsen in de positie van anderen met wie men
in contact komt. Achterhalen wat er in een bepaalde situatie van hen wordt


Yasmila Mekki

,Bachelor in de vroedkunde

verwacht en vervolgens kunnen zij hun gedrag t.o.v. die ander preciezer
bepalen.
 Collectieve definitie van de situatie
Collectieve betekenis: Veel situaties hebben we al geleerd hoe we die moeten
definiëren. Dit heeft te maken met het begrip cultuur, samenleven met elkaar
veronderstelt gemeenschappelijke interpretaties.
Door samenleven van veel culturen ontstaan er vaak interpretatie problemen.
 Referentiekader: Geheel van opvattingen, waarden en normen, ervaringen en
vanzelfsprekendheden op grond waarvan we handelen en de omgeving
beoordelen. Vaak vormen we dit onbewust. Ieder heeft zijn eigen
referentiekader en dus een gekleurde manier van kijken naar de wereld.
 Etikettering en stigmatisering: Neiging anderen in te delen in categorieën en
eigenschappen toe te kennen aan die categorieën. Etiketteringsproces
vertrekt vanuit reactie omgeving, niet vanuit de eigenschappen die iemand
heeft.
Stigma: Bepaalde eigenschappen krijgen een heel negatieve lading

2. Cultuur: Mensen zijn door elkaar gevormd. geheel van voorstellingen, opvattingen,
waarden en normen die mensen zich als lid van hun samenleving verworven hebben
door middel van leer- en gewenningsprocessen en die van grote invloed zijn op hun
gedrag in ruimere zin.
Subcultuur: Aantal kenmerken gemeenschappelijk met overkoepelende cultuur en
een aantal eigen elementen.
Etnocentrisme: In de beoordeling van anderen stellen we onze eigen waarden en
normen centraal.
Cultural lag: Als verschillende cultuurelementen zich in een verschillend tempo
ontwikkelen waardoor problemen ontstaan.
 Waarden: Collectieve opvattingen over wat mensen goed vinden en daarom
nastreven. Sociologen zijn vooral geïnteresseerd in collectieve waarden, want
dit zegt iets over de samenleving.
 Normen: Gedragsregels, concretisering van waarden. Min of meer
uitgesproken opvattingen over wat hoort en wat niet hoort.
 Afwijkend (deviant) gedrag: Gedrag wijst naar datgene wat mensen feitelijk
doen. Sociale controle: alles wat mensen in het samenleven doen om elkaar
tot het naleven van normen te brengen--> sancties (negatieve, positieve en
formele).
Nieuwe dynamiek waardoor er weer nieuwe regels kunnen ontstaan.
 Belang van waarden en normen: Belangrijk bindmiddel voor samenleving
geeft duidelijkheid en voorspelbaarheid.
Te veel regels:
o Bureaucratisering
o Aantasting van de vrijheid
Te weinig regels:
o Anarchie
o Recht van de sterkste
 Institutie en institutionalisering:



Yasmila Mekki

, Bachelor in de vroedkunde

Institutionalisering: Het proces waarin bepaalde gedragsvormen algemeen
gangbaar worden.
Institutie: Een aantal samenhangende gedragspatronen op een bepaald
gebied.
 Roltheorie: Gedragsregels zijn gekoppeld aan een bepaalde situatie en aan de
plaats die je daarin inneemt. Positieset: Geheel van posities die iedereen heeft
(verworven en toegewezen posities).
Rol: Gedragsregels die te maken hebben met de positie die je in een bepaalde
situatie inneemt. Datgene wat wordt verwacht van iemand in een bepaalde
positie. Rol= verwachting. Rolgedrag= Wat iemand in een bepaalde situatie
daadwerkelijk doet.
Status: De waardering die wordt toegekend aan een bepaalde positie, los van
de persoon
Statussymbolen: Uiterlijkheden om je status te accentueren.
Rolattributen: Wanneer uiterlijkheden nodig zijn om een rol goed te kunnen
vervullen of om iemand te herkennen.
Sociaal aanzien: Eer van iemand in een groep
Rolconflict: Wanneer verschillende verwachtingen die gepaard gaan met
verschillende posities die iemand aanneemt moeilijk met elkaar te verenigen
zijn. (intern conflict en extern conflict)
 Socialisatie: Proces waardoor iemand zich in de omgeving met andere de
waarden en normen van allerlei groeperingen eigen maakt. (wennen aan
cultuur). Sociale klasse en geslacht beïnvloeden de socialisatie.
Internalisatie: Mensen die socialisatieproces ondergaan gaan bepaalde
waarden en normen als vanzelfsprekend beschouwen.
 Multiculturele samenleving: Bevolkingsgroepen met verschillende culturen
en verschillende etnische groepen die naast elkaar leven. Veel verschillende
culturen die hun oorspronkelijke cultuur handhaven hierdoor veel
verscheidenheid.
Allochtonen: Mensen van niet-inheemse afkomst.
Op verschillende manieren naar cultuur kijken:
 Relativisme: meest tolerante houding tegenover culturen. Over een andere
cultuur kan ik niet oordelen. Geen andere cultuur is beter dan de andere.
 Universalisme: Mensen gaan ervanuit dat de westerse waarden en normen
‘’de cultuur’’ zijn. Waarden die worden opgelegd
 Pluralisme: We leven samen en we gaan elkaar beïnvloeden en we vinden een
tussenweg. Dynamisch evenwicht verbindt het relativisme en het
universalisme.
Integratie: Het samenstellen van onderdelen tot één geheel (differentiatie
tegenpool). Een kenmerk is dat beide groepen aanpassingen maken.
Assimilatie: Eenzijdige aanpassing.
Totale assimilatie: Vergaande assimilatie dat alle uiterlijke verschillen verdwijnen.
Partiële assimilatie: Voor een groot deel wordt de cultuur behouden, maar de taal
van het migratieland is gekend en de regels worden gerespecteerd (integratie).
3. Interdependentie: Mensen zijn van elkaar afhankelijk.
 Groeperingen: Mensen leven met elkaar samen in verschillende soorten
groeperingen.


Yasmila Mekki

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
YasmilaMekki Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
96
Member since
6 year
Number of followers
58
Documents
15
Last sold
1 week ago

3.5

27 reviews

5
10
4
6
3
4
2
1
1
6

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions