H1 Interactie tussen dentitie, skelet en functie samengevat
H1 Interactie tussen dentitie, skelet en functie
Samenvatting
De groei van het skelet, ontwikkeling van het gebit en het functioneren van het orale gebied
worden met elkaar in verband gebracht. De stabiliteit van de antagonerende
gebitselementen in de zijdelingse delen, optredende onregelmatigheden van de incisieven,
het kegel-trechtermechanisme, het railmechanisme en het handhaven van de occlusie
tussen antagonisten in het groeiende aangezicht zijn beschreven. De betekenis van apicale
areas en het dentoalveolaire compensatiemechanisme worden tevens besproken.
❡1.1 Inleiding
Bron: 9 Growth and Development of the Facial Complex: Interactions Among the Dentition,
Skeleton, and Function | Pocket Dentistry
Het faciale complex wordt voorgesteld als een systeem bestaande uit de entiteiten;
- Skelet, de variatiebreedte laat verschillende groeipatronen toe.
- Dentitie, grootste variatiebreedte, gekenmerkt door diversiteit stand elementen,
occlusies en orthodontische afwijkingen.
- Functie, kleinste variatiebreedte, vervult de dominante rol.
,Het skelet heeft grote invloed op de dentitie, maar niet andersom. De functie heeft de
grootste invloed en dit komt door de weke delen (musculatuur). Ze beïnvloeden de groei
van de benige delen, die op hun beurt de positie van de gebitselementen bepalen.
❡1.2 Voorbeelden van interacties tussen de entiteiten skelet, dentitie en functie
Voorbeeld [interactie functie en dentitie]:
Het stabiliseren van antagonerende gebitselementen in de zijdelingse delen. Positie
premolaren en molaren wordt bepaald door interdigitatie van hun knobbels.
Voorbeeld [interactie functie en dentitie]:
Het ontstaan van onregelmatigheden in het front na voltooiing van de gebitsontwikkeling.
Frontelementen interdigiteren niet en worden niet driedimensionaal door de occlusie in hun
positie gestabiliseerd. De incisieven in de onderkaak maken contact met de incisieven in de
bovenkaak op het palatinale vlak.
, Voorbeeld [interactie functie en dentitie]:
Is het voorkomen van diastemen als gebitselementen door interproximale attritie smaller
worden, wat per kwadrant tot meer dan 6 mm kan oplopen.
❡1.2.1 Kegel-trechtermechanisme
Voorbeeld [Interactie tussen de 3 entiteiten]:
Bij het begrip zijn de knobbels = kegels en de fossae = trechters.
De grootte en relatie van BK en OK, positie van kiemen v/d gebitselementen en het bijsturen
van de eruptie richting zodra er contact ontstaat, leiden tot eindpositie gebitselementen in de
zijdelingse delen.