100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.2 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting Persoonlijkheidspsychologie

Rating
-
Sold
1
Pages
35
Uploaded on
27-05-2019
Written in
2018/2019

Samenvatting van de lessen persoonlijkheidspsychologie (semster 2, 2019). Deze samenvatting bevat powerpoint en notities uit de lessen. Door enkel deze samenvatting te leren heb ik 13/20 behaald.

Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
May 27, 2019
Number of pages
35
Written in
2018/2019
Type
Summary

Subjects

Content preview

Persoonlijkheidspsychologie

Hoofdstuk 1: zelfbeeld en zelfwaardering

Zelfbeeld= zelfconcept/zelfschema
- Interne zelfbeeld: hoe je jezelf zeiet
- Alterbeeld: hoe je de ander ziet
- Extern zelfbeeld: hoe je jezelf wilt voorstellen, hoe je wilt dat anderen jou zien

Universele zelfbeeld= iets waarbij je denkt dat het uniek is, terwijl heel veel andere mensen dit kenmerk
bevatten

Zelfconcept/zelfschema= het geheel van opvattingen dat iemand heeft over zijn/haar functioneren en
eigenschappen
→ cognitieve component
→ heb je van jongsaf aan en blijft groeien (en bouwt dit op)
→ bevat zowel inhoud (wat weet ik over mijzelf?) als structuur (hoe is dit geordend?)

Verschillende termen:
1. Zelfwaardering= waarde die je toekent aan jezelf (hoe tevreden je bent met jezelf)
2. Zelfpresentatie= hoe je wilt dat andere mensen jou zien
3. Zelfbeschikking= hoe je je eigen gedrag verklaart (oorzaken toekennen)
- Interne attributie: ik ben geslaagd omdat ik goed gestudeerd heb
- Extere attributie: ik ben geslaagd omdat ik een goede leerkracht had
4. Zelfhandhaving (coping)= de manier waarop je jezelf beschermt wanneer iemand anders iets kwetsend
zegt om het zelfbeeld hoog te houden

Verschillende vormen van zelfhandhaving:
Rationalisatie = verklaring zoeken die meer aanvaardbaar is voor jou
→ je buist voor verpleegkunde omdat je “niet zo goed tegen bloed kan”
Compensatie = iets waar je niet zo sterk in bent verdoezelen door sterkte naar voor te halen
→ veel rond de pot draaien op mondeling examen dat je niet hebt geleerd
Verschuiving = je gevoelens afreageren op iets/iemand anders
→ je bent boos en schopt hiervoor tegen de deur
Negatie = ontkenning, negeren, niet willen kennen van de waarheid
→ vrouw die kanker heeft die dit niet gelooft
Sublimering = minder acceptabel gedrag omzetten in meer aanvaardbaar gedrag
→ mama die niet kan aanvaarden dat dochter beperkt is, waardoor ze haar heel
hard gaat beschermen
Regressie = terugval naar een vorige levensfase
→ kind dat terug in bed plassen wanneer er een nieuw kindje komt
Projectie = gevoelens/verlangens op een andere persoon projecteren
→ je bent boos op partner maar zegt “je bent altijd boos op mij”

Theoretisch kader – persoonmodel Verhofstadt-Denève: dynamische ik-mij relatie
Ik-kant Mij-kant
- Reflecterend subject - Deel waarover gereflecteerd wordt
- Denkt na over mij-kant - Object: overscouwer
- Persoon als kenner - Persoon als gekende
- Denken, voelen, doen




1

,Dimensies van het zelfbeeld: 6 fenomenologische constructies
- Zelfbeeld: hoe kijk ik naar mezelf?
- Ideaal-zelf: hoe wil ik zijn?
- Alter-beeld: wie is de ander?
- Ideaal-alter: wie wil ik dat de anderen zijn?
- Meta-zelf: wat denken de anderen over mij?
- Ideaal-meta-zelf: hoe wil ik dat de anderen over mij denken?

6 beelden/constructies van onszelf bevatten (basisstructuur):
- Persoonskenmerken en condities (wie ben ik?)
• Toekomst: vroeger en nu (vb. zelfbeeld in dagboek)
• Psychische en fysische persoonskenmerken
• Condities (sociale rollen en betekenisvolle anderen)
→ vb. vrienden, ouders, die uitspraken over ons doen die we betekenisvol vinden
- Interne en externe zelfbeeld (zelfpresentatie)
- Bewustzijnsniveaus: bewust en onbewust (vb. niet bewust zijn dat je kan zingen)
- Fenomenologische zelfconstructie en realiteit: geheel van bewuste en onbewuste
persoonskenmerke nen condities die je aan jezelf toekent

In de praktijk: is dit nuttig om te kijken wat doelen zijn
Dingen die je zelfbeeld mee bepalen: traumatische ervaring, media, kwetsende opmerkingen van
anderen,…

Informatiebronnen bij ontstaan en opbouwen van zelfbeeld:
- Introspectie: in jezelf kijken en eigen gevoelens en gedachten waarnemen
- Zelfperceptie: gedrag en het zelf beoordelen van dat gedrag
- Vergelijken met anderen
• The looking-glass self: constant de reacties van anderen betrekken op het ZB
→ (vb. je vertelt een grap en niemand lacht → “niemand vindt mij grappig”)
• Sociale vergelijkingstheorie (Festinger): we vergelijken ons voortdurend (en ook als we
onzeker zijn) met andere mensen die op ons lijken
- Autobiografisch geheugen: positieve en negatieve zaken die gebeurd zijn (vb. pesten)
→ flitslichtherinneringen
- Culturele perspectieven: verband tussen culturele oriëntatie en conceptie vh zelf
→ vb. mensen in China en Japan hebben helemaal andere manier van samenleven

Besluit: je zelfbeeld is het effect van reacties uit je omgeving waardoor je een positief en realistisch
zelfbeeldd kan opbouwen of het kan vervormen
- Onrealistisch zelfbeeld: beeld van jezelf dat niet strookt met de realiteit
- Ongenuanceerd zelfbeeld: zelfbeeld op basis van 1 kenmerk (je kan niet rekenen, dus “ik ben
dom”)

Ontwikkeling zelfbeeld:
Baby/peuter - Startpunt: wanneer het kind zich als een afzonderlijk individu ziet en het
vermogen heeft om over zichzelf te praten
- objectpermanentie (wanneer kinderen beseffen dat een voorwerp blijft
bestaan en dus niet weg gaat, komt dit ook bij zichzelf)
- zelfherkenning (stip op neus die ze herkennen in de spiegel)

3-4 jaar - Vertellen over dingen die we kunnen observeren (haar,schoenen,…)
- Vertellen over dingen die ze hebben
- Zijn zeer egocentrisch




2

, 5-7 jaar - Benoemen dingen waar ze goed in zijn
- Maken categorieën: waar ze wel goed in zijn en waar niet
- Zwart-wit denken (vb. juf is stom)
- Maken onderscheid tussen hoe ze zijn (zelfbeeld) en willen zijn (ideaal-beeld)
- Overschatten zichzelf (onrealistisch)
8-11 jaar - Vergelijken zichzelf met anderen
- Vertellen over competenties (concreet)
- Benoemen dingen waar ze minder goed in zijn (concreet)
- Anderen worden belangrijker
- Onderscheiden zichzelf (zelfbeeld) van de anderen (alter-beeld)
Adolescent - Kritisch tov zichzelf
- Benoemen hun karakter en psychische eigenschappen
- Benoemen hoe ze zich gedragen in verschillende situaties
- Gevoel van uniciteit (uniek-zijn)
- Overschatten niet meer

Besluit:
- Toenemende differentiatie (meer domeinen)
- Toenemende integratie – zelfbeeld vormt 1 geheel (intern consistent)
- Toenemende accuraatheid (juistere schatting, minder overschatting)
- Toenemende mate van zelfreflectie – kijken vanop afstand naar zichzelf (meta)

Toenemende reflectie op een ander:
Egocentrische role-taking (4-6 jaar) → ziet enkel eigen gevoelens

Subjectieve role-taking (6-8 jaar) → beseft dat een andere persoon iets anders kan denken

Zelfreflectieve role-taking (8-10 jaar) → inschatten wat gedrag teweeg brengt op de ander

Zelfwaardering
= affectieve component waarbij we onszelf beoordelen

Zelfwaardering theoretisch:
- Unidimensionele model: zelfwaardering is globaal door het geven van een score
- Multidimensionele model: oordeel vellen door over verschillende deeltjes van jezelf + kan ook
samen met globale score
- Hiërarchische model: hoofd- en subcategoriën (vb. school → rekenen, taal,…)
→ hoe je naar de subcategoriën kijkt bepaalt mee hoe je je globaal voelt
- Hedendaagse opvatting: multi-dimensioneel + hiërarchische structuur

Zelfwaarderingsmodel Harter
=Multidimensioneel model + het geven van een globale score
→ 5 domeinen waarin lagere schoolkinderen onderscheid kunnen maken

Waargenomen comptetentie= oordeel dat kinderen hebben op een specifiek domein (vaardigheden)
→ wordt afgewogen door waarden (hoe belangrijk vind ik dit?) en sociale vergelijking/steun
vb. kinderen sporten maar jij niet → “ik ben niet sportief”

- Fysieke verschijning, sociale acceptatie en sportieve vaardigheden hebben invloed op de steun
die ze ervaren van leeftijdsgenoten
→ hierdoor is er minder kans op depressieve gevoelens, voelen ze zich goed
- Schoolse vaardigheden en gedraghouding hebben invloed op de steun die ze ervaren van ouders
→ hierdoor is er minder kans op depressieve gevoelens, voelen ze zich goed



3

, Meetinstrumenten:
- CBSK: competentiebelevingsschaal voor kinderen
- CBSA: competentiebelevingsschaal voor adolescenten
→ bevatten de 5 domeinen

Zelfconcept kinderen met ADHD: scoren zichzelf hoog tov kinderen zonder ADHD

Zelfbeeldversterkende technieken:
- Levensweg, kwaliteitenspel, complimenten geven,…
- Realistische doelen stellen
- Gedachten uitdagen

Behoefte aan zelfwaardering: het gevoel van eigenwaarde is een gemoedstoestand die varieert
afhankelijk van succes, mislukkingen en veranderingen in de fincanciële toestand, sociale contacten en
andere levenservaringen
→ behoefte om zichzelf positief te waarderen

Vicieuze cirkel:




Zelfdiscrepantietheorie (Higgins): zelfwaardering is afhankelijk van
- Zelfbeeld en ideaal-beeld
- Grootte van de discrepantie (=verschil) en het belang dat we er aan hechten

Zelfverheerlijkingsmechanismen:
Zelfhandicappering = gedrag stellen om je eigen prestaties te saboteren
→ excuus bij falen
BIRGing = Basket In Reflected Glory
→ identificeren met sucessvolle anderen
→ koesteren aan het succes van anderen
vb. “we hebben gewonnen”



4

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
orthostudent123 Hogeschool Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
78
Member since
8 year
Number of followers
52
Documents
28
Last sold
3 year ago

4.1

23 reviews

5
9
4
7
3
7
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions