1) Wat is het concept dat de wederzijdse afhankelijkheid tussen deze actoren
definiëert? Governance
2) Geef 2 manieren waarop het middenveld problemen meestuurt + vb.
Gebruik hierbij heel de cursus en je kennis over de rollen van het
middenveld beleidsbeïnvloeding + beleidsuitoefening
3) Geef een burgerrol die past bij New Public Management en een burgerrol
die past bij New Public Governance en leg uit waarom.
NPM: burger als klant
NPG: burger als partner
Vraag: Vul de tabel aan
Openbaar bestuur model Concept/kernwoord/ Toelichting
kenmerk
Bureaucratie
NPM
NPG
Vraag: Artikel gekregen over overstromingen en kwaliteit van de hulpdiensten.
Geef de 3 kwaliteitsmaatstaven + de tegenstelling tussen de maatstaven die je
in de tekst terugvindt
Antwoord: lambda, sigma, theta + uitleg
Vraag: Tekst over gemeentebestuur gekregen.
1) Welke bestuursstijl gebruikt deze gemeente volgens het model van
Pröpper en Steenbeek?
2) Is dit volgens jou interactieve beleidsvoering? Beargumenteer.
3) Beschrijf een hypothetische situatie met één van de bestuursstijlen van
Pröpper en Steenbeek naar keuze. Is dit hoger of lager in het model?
Vraag: Omschrijf 4 van de 5 volgende begrippen, je kiest zelf welke je open laat.
Geef ook altijd de extra informatie die gevraagd wordt.
1) Public service bargain + vb
2) Copernicushervorming + Vlaamse tegenhanger
3) Publieke goederen + vb
4) Bestuursovereenkomsten + vb
5) Liberalisering + vb
MEERKEUZEGEDEELTE ook reden geven!!!
= geen giscorrectie, omcirkel juiste antw
, Vraag: Definitie bestuurskunde, wat klopt niet.
Antwoorden:
- A: bestuurskunde heeft hetzelfde studieobject als andere
bestuurswetenschappen
- B:
- C: bestuurskunde handelt over de werking van organisaties in het
binnenland (of zoiets toch)
- D:
Vraag: Onderscheid publieke - private organisatie
Antwoorden:
- A: Waarden
- B: Marktomgeving
- C: Omvang
- D: Eigendom
Vraag: Welke van de volgende dienstverlening gebeurt niet via het
overheidsapparaat?
Antwoorden:
- A: IVA
- B: EVA
- C: interne delegatie
- D: uitbesteding
Vraag: Welke van volgende uitspraken klopt niet over de pol-ambt verhouding bij
een kabinet?
Antwoorden:
- A:
- B:
- C:
- D: De hoogste ambtenaar verandert wanneer er een nieuwe minister is.
Vraag: Vlaams stedelijk paradox, wat is hier geen oorzaak van?
Antwoorden:
- A: na-oorlogs ruimtelijk beleid
- B: voor-oorlogse kritiek op steden van katholieken
- C: activiteiten in de steden met culturele eigenschappen + onderwijs
- D: suburbanisatie
Vraag: Welk concept hoort niet bij de Vlaamse gemeenten.
Antwoorden:
- A: Medebestuur
- B: Medebewind
- C: Autonomie
- D: Decentralisatie